3. Ontwerp-Programmabegroting VRHM 2026
Tekst van het document
Overige risico’s Impact ombuigingen en bezuinigingen op organisatie De impact van de opgelegde taakstelling voor de gemeentelijke bijdragen is substantieel. Met de versobering en bezuiniging van (in totaal) €1,5 miljoen wordt de financiële speelruimte van de organisatie ingezet om de onvermijdelijke meerkosten te kunnen dekken. Dit heeft effect op de noodzakelijke stevigheid van de organisatie. Ook neemt, door scherper begroten, het risico toe op overschrijdingen en negatieve jaarresultaten.
Daarnaast zou de versobering die nodig is om de onvermijdelijke meerkosten te bekostigen en de extra bezuiniging van €0,4 miljoen, aan de werkgeversrol kunnen raken door onder andere kleinere opleidingsbudgetten en minder oefenbudget. Hierbij geldt wel dat door herinrichting en temporisering van ambitie ingezet wordt op het voorkomen van meerkosten voor organisatieontwikkeling en bedrijfsvoering.
PTSS De aanpak van PTSS onder hulpverleners (zowel beroepskrachten als vrijwilligers) vraagt om extra middelen waarmee aan het begin van de beleidsplanperiode, in 2023, nog geen rekening was gehouden. Dit betreffen nieuwe meerkosten waarvan de omvang nog niet helder is. Op dit moment wordt landelijk gewerkt aan de verbetering van preventieprogramma’s ter voorkoming van PTSS en nazorgmaatregelen voor medewerkers met PTSS. De eventuele meerkosten hiervan voor de VRHM zijn nog niet bekend. Wanneer hierover meer bekend is, zal dit bij het bestuur worden gemeld.
Arbeidsrelaties Dit geldt ook voor extra middelen om te kunnen voldoen aan vigerende fiscale en juridische eisen bij de inhuur (ZZP-constructies) van de vakbekwaamheidsstaf. Daarnaast levert de onduidelijkheid over de verdere ontwikkeling van het wettelijke kader van het tweede loopbaanbeleid voor beroepsbrandweermensen (maximaal 20 bezwarende dienstjaren) een financieel risico op in de komende jaren. Naar verwachting komt daarover binnen deze beleidsplanperiode meer duidelijkheid.
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
3. Onvoorziene juridische claims (aansprakelijkheidstelling)
56
1 2 3 4 5
De duur van de dienstverbanden van zowel beroepskrachten als vrijwilligers neemt af. Waar brandweermensen vroeger 30 of 40 dienstjaren hadden, vertrekken beroepsmensen nu na maximaal 20 jaar. Ook vrijwilligers stoppen eerder dan vroeger. Dat betekent dat er meer mensen opgeleid moeten worden voor zowel de basisopleiding als de opleiding tot bevelvoerder en chauffeur dan in het verleden. Ook nieuwe ontwikkelingen, zoals branden met elektrische auto’s en in hoge gebouwen, vragen om bijscholing. Dit leidt tot €0,8 miljoen onvermijdelijke meerkosten in de vorm van directe opleidingskosten als tot extra organisatie- en coördinatiekosten.
Onvermijdelijke meerkosten: onderhoud en renovatie huisvesting Planmatige aanpak van onderhoud, renovatie en vervanging van vastgoed kan niet (meer) uit bestaande afschrijvingen worden betaald, omdat de kosten in de bouw de laatste jaren sterk zijn gestegen. Het bedrag van €0,3 miljoen onvermijdelijke meerkosten is gebaseerd op een grove berekening voor de huidige beleidsplanperiode. Op het moment dat deze (ontwerp-)programmabegroting 2026 wordt opgesteld, wordt een meerjareninvesteringsplan (MJIP) en een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) met een strategisch huisvestingsplan opgemaakt. Mocht dat leiden tot andere bedragen, dan zal dat tijdig gemeld worden.
Bedrijfsvoering De organisatie bevindt zich op dit moment in een ontwikkeltraject naar een wendbare, duurzame, sociaal veilige en aantrekkelijke organisatie. Tot op heden werd dit gefinancierd met incidentele middelen, voortkomend uit onderuitputting van de begroting.
Dit ging om positief resultaat dat incidenteel ontstond door vrijgevallen kapitaalslasten die nog geherinvesteerd moesten worden en door openstaande vacatures. Als effect van recente materieelvervanging, het verder versoberen en scherper budgetteren zal minder onderuitputting beschikbaar zijn voor deze voornemens. Dit is schadelijk voor deze noodzakelijke organisatieontwikkeling. Om toch deze ontwikkeling te continueren zal waar mogelijk eerst worden getemporiseerd en nieuwe ruimte worden gecreëerd door ombuigingen, het benutten van reserves en andere inzet van formatie. Dit temporiseren zal voornamelijk in 2025 en 2026 gebeuren. Op deze wijze wordt ingezet op het voorkomen van meerkosten. Pas wanneer na deze ombuiging en herinrichting blijkt dat nog steeds structurele tekorten zijn voor deze ontwikkelingen, zal hiervoor in de nieuwe beleidsplanperiode (2028 en verder) om meer geld worden gevraagd.
Weerbaarheidsopgave De toegenomen geopolitieke dreiging en de noodzaak tot versterking van weerbaarheid in de samenleving vragen een grote rol van de veiligheidsregio. Dagelijks zijn in kranten de oproepen te lezen om voorbereid te zijn: niet alleen op geopolitieke dreiging, maar ook op andere momenten waarop de weerbaarheid van de samenleving moet blijken. Te denken valt aan grootschalige verstoringen van stroomnetwerken, digitale voorzieningen of door weersextremen. Andere veiligheidsregio’s, zoals de VR Utrecht, hebben al het besluit genomen dat brandweerkazernes worden ingericht als punten voor civiele bescherming. Ook in de Weerbaarheidsbrief van het kabinet3 wordt een rol voor de veiligheidsregio’s genoemd. In deze voorbereiding zullen het Rijk en veiligheidsregio’s samen moeten optrekken. De uitwerking hiervan zal eveneens een forse investering vergen, waarbij niet helder is wie deze kosten op zich zal (moeten) nemen. Deze investeringen zullen naar verwachting van dergelijke omvang zijn, dat hierover het bestuurlijke gesprek wordt gevoerd. 3 ‘Kamerbrief over weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen’, d.d. 6 december 2024. Kamerstuk 30821, nr. 249
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
Belangrijke financiële aandachtspunten Onvermijdelijke meerkosten: brandweeropleidingen voor vakbekwaamheid
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
57
De BDuR zou vanaf 2026 overgeheveld worden naar het Gemeentefonds. Tevens was er sprake van een taakstelling van 10%. Inmiddels heeft het kabinet besloten dat de BDuR als specifieke uitkering blijft bestaan. De taakstelling van 10% is in de laatste beschikking over de meerjarige prognose 2026 tot en met 2028 en in de (ontwerp-)programmabegroting 2026 verwerkt. In de voorjaarsnota 2025 wordt duidelijk hoe de taakstelling zal worden uitgewerkt.
Overige aandachtspunten Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne De ‘Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne’ (wetsvoorstel) vervangt de tijdelijk in werking gestelde noodwet artikelen 2c en 4 van de Wet verplaatsing bevolking. Op grond hiervan is de taak om Oekraïense ontheemden op te vangen neergelegd bij de gemeenten, in plaats van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Het wetsvoorstel kent deze opvangtaak niet langer aan de burgemeester toe maar aan het college van burgemeester en wethouders. Als gevolg hiervan hebben de veiligheidsregio’s formeel de verantwoordelijkheid voor de operationele coördinatie en eerste opvang per 1 januari 2024 overgedragen aan door gemeenten gevormde samenwerkingsverbanden. Colleges binnen Hollands Midden hebben ervoor gekozen dat VRHM als samenwerkingsverband deze taak voortzet.
3.1.3
Beleid weerstandsvermogen en risicobeheersing
Weerstandscapaciteit (bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)
Algemene Reserve Bestemmingsreserve Stille reserve Te bestemmen resultaat Onvoorzien Totaal Weerstandscapaciteit (1+4+5) Weerstandscapaciteit
Weerstandsvermogen
(1) (2) (3) (4) (5)
Realisatie
Begroting
Begroting (in €)
2024
2025
2026
1.125 5.019
1.775 5.276
1.125
Meerjarenramingen 2027
2028
2029
1.575.000 4.880.203
1.375 4.847
1.375 4.344
1.375 4.162
1.775
1.575.000
1.375
1.375
1.375
Realisatie
Begroting
Begroting (in €)
2024
2025
2026
1,0
1,0
Meerjarenramingen 2026
1,0
1,0
2027
1,0
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
Taakstelling Brede Doeluitkering Rampenbestrijding
2028
1,0
58
1 2 3 4 5
De beschikbare weerstandscapaciteit van VRHM bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico’s in financiële zin incidenteel af te dekken. Deze bestaat primair uit de algemene reserve. In 2026 bedraagt de algemene reserve € 1.575.000. Om te bepalen of de beschikbare weerstandscapaciteit toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de beschikbare weerstandscapaciteit enerzijds, en anderzijds de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarvoor benodigde weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit kan worden afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen:
Huidige weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
€ 1.575.000 =
= 1,0 € 1.575.000
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
Het weerstandsvermogen (artikel 11 BBV) is de relatie tussen: • De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover VRHM beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. • Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
59
Bestemmingsreserves
(bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)
Begroting 1-1-25
Begroting (in €)
Dotatie Onttrekking Realisatie 31-12-25
1-1-26
Dotatie
Onttrekking
Meerjarenramingen 31-12-26
1-1-27
+/-
31-12-27
1-1-28
+/-
31-12-28 1-1-29
+/-
31-12-29
Flankerend beleid 432 FLO Gouda 579 Samenwerken loont 419 Afschrijvingskosten Meldkamer HM 1.455 Ontwikkel en Innovatiebudget VRHM 387 Reserve Groot Onderhoud Gebouwen 890 Tweede Loopbaanbeleid 180 73 Reserve Wendbare en Weerbare 677 Bedrijfsvoering 4 Weerbaarheid door de VRHM 733
-150 -38
-
432 432.149 432.149 432 432 432 579 579.401 579.401 579 579 579 419 419.019 419.019 419 419 419 1.305 1.304.977 -150.000 1.154.977 1.155 -150 1.005 1.005 -150 387 387.231 387.231 387 387 387 890 889.589 100.000 -28.333 961.256 961 146 1.108 1.108 -220 215 215.299 73.000 -90.729 197.570 198 -14 183 183 -133
432 579 419 855 387 887 51
432 432 579 579 419 419 855 -150 705 387 387 887 -79 808 51 47 98
-362
-
315
315.200
-
-299.600
15.600
16
-
-
-
-
733
733.000
-
-
733.000
733
733
733
Totaal bestemmingsreserves
-549
-
5.276 5.275.865 173.000 -568.662 4.880.203 4.880 -33 4.847 4.847 -503 4.344 4.344 -182 4.162
5.019 806
-16
-
-
733
733
-
-
733
De bestemmingsreserves zijn opgebouwd ter financiële dekking van projecten en incidentele lasten. Op basis van de “Nota Reserves 2024 – 2027” is nader door het algemeen bestuur besloten welke onttrekking en dotaties de komende jaren zullen worden verricht.
Voorzieningen Voorzieningen
Begroting
Begroting (in €)
Dotatie Onttrekking Realisatie 31-12-25
1-1-26
Dotatie
Onttrekking
Meerjarenramingen
(bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)
1-1-25
31-12-26
1-1-27
+/-
31-12-27
1-1-28
+/-
31-12-28
Functioneel Leeftijdsontslag Gouda Verlofsparen Regeling voor Vervroegd Uittreden
5.969 1.699 103
-
-588 -103
-
5.381 5.381.000 1.699 1.699.000 -
-
-567.000 4.814.000 4.814 -567 4.247 4.247 -567 3.680 3.680 -567 3.113 1.699.000 1.699 - 1.699 1.699 - 1.699 1.699 - 1.699 -
Totaal Bestemmingsreserves
7.771
-
-691
-
7.080 7.080.000
-
-567.000 6.513.000 6.513 -567 5.946 5.946 -567 5.379 5.379 -567 4.812
Op de volgende pagina volgt de aanvullende toelichting op de voorzieningen. 4
1-1-29
+/-
31-12-29
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
Bestemmingsreserves
Voor de gevormde reserve Weerbaarheid door de VRHM zal, op basis van vast te stellen beleid, bestedingsvoorstellen (onttrekkingen) aan het bestuur worden voorgelegd.
60
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
Rekenregels spaarverlof
In het ontvlechtingsprotocol d.d. 18 december 2009 zijn afspraken gemaakt voor (onder andere) de overdracht van het beroepsbrandweerpersoneel. Voor het beroepsbrandweerpersoneel afkomstig van de gemeente Gouda is een afkoopregeling (‘clean cut’) overeengekomen. Hierdoor ligt de feitelijke verplichting en het financieel risico met betrekking tot het functioneel leeftijdsontslag (FLO) bij de VRHM. Voor de verwachte toekomstige uitgaven is een voorziening gevormd. De omvang van de voorziening wordt jaarlijks herrekend op basis van de toekomstige verplichtingen gebaseerd op de daarvoor geldende regels en voorwaarden van het FLO-overgangsrecht in de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s.
De VRHM sluit zich aan bij de volgende uitgangspunten van de Commissie BBV (‘de Commissie BBV kan zich voorstellen dat’): • De dotatie is de opbouw van het spaarverlof (verplichting voor de organisatie). • De onttrekking is de daadwerkelijke opname van het verlof. • De voorziening wordt niet contant gemaakt. • Het tarief is een gemiddelde per functielaag.
Voorziening Verlofsparen De afspraak over verlofsparen is ingegaan op 1 januari 2022 als gevolg van aanpassing van de CAO 2021-2022; het bovenwettelijke verlof, overwerkvergoeding, gekochte bovenwettelijke uren, verlofuren uit onregelmatig werken en beschikbaarheidsdienst kunnen nu in één keer door medewerkers worden omgezet in spaarverlof.
Bovenwettelijke verlof In 2022 is, bij de overgang van ADP naar AFAS (HRM), besloten de historische verlofsaldi van de kantoormedewerkers en de beroepsmedewerkers onder te brengen in het spaarverlof, omdat de verlofsaldi niet (meer) herleidbaar waren naar ontstaan (onder andere naar wettelijk c.q. bovenwettelijk). Dit betekent dat er binnen de VRHM geen sprake (meer) is van overmatige verlofsaldi (‘stuwmeren’) bij het bovenwettelijke verlof waarvoor een voorziening moet worden getroffen. Vanaf 2022 wordt het beleid rondom verlof-verjaring en het maximale verlof dat aan het einde van een kalenderjaar mag worden meegenomen naar een volgend jaar (jaargrens-overgangen) uitgevoerd.
Voorziening Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU) Ingaande 1 januari 2024 is een tijdelijke Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU) overeengekomen. Bij de RVU nemen medewerkers ontslag en volgt er een (maandelijkse) ontslagvergoeding die de exmedewerker in staat stelt om te overbruggen tot aan de AOW-leeftijd. De regeling geldt vanaf 1 januari 2024 waarbij o.a. de volgende voorwaarden gelden: • Je bereikt voor 1 januari 2029 de AOW-leeftijd. • Je hebt op het moment waarop je met RVU-ontslag gaat minimaal 40 jaar gewerkt bij de overheid (volgens ambtsjubileum), waarvan de laatste 10 jaar in dienst van een veiligheidsregio. • De afspraak over deelname aan de RVU moet uiterlijk 31 december 2025 zijn vastgelegd. • De duur van de RVU-uitkering is maximaal twee jaar (24 maanden). • De uitkering stopt uiterlijk op de datum dat je de AOW-leeftijd bereikt. • Bij deelname aan de regeling volgt ontslag. In een op te stellen vaststellingsovereenkomst verklaar je geen WW-uitkering aan te vragen.
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
Voorziening Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) Gouda
61
3.2 Onderhoud kapitaalgoederen
Onderhoudslasten kapitaalgoederen (bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)
Realisatie
Begroting
Begroting (in €)
2024
2025
2026
Meerjarenramingen 2027
2028
2029
Gebouwen Vervoersmiddelen Persoonlijke functionele uitrusting
1.159 1.161 97
981 875 190
981.000 898.500 195.000
981 899 195
981 899 195
981 899 195
Totaal Onderhoudslasten kapitaalgoederen
2.417
2.046
2.074.500
2.075
2.075
2.075
Meerjareninvesteringsplan (MJIP) Meerjareninvesteringsplan (bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)
Meerjarenramingen
Begroting (in €) 2026
2027
2028
2029
Nieuwbouw Renovaties Totaal Gebouwen
3.652.339 3.652.339
-
4.960 4.960
2.525 2.525
Voertuigen Bepakking Vaartuigen Containers en aanhangers Totaal Mobiliteit
1.943.000 488.000 620.000 3.051.000
3.550 725 300 4.575
1.360 1.360
6.550 230 6.780
Kleding Duikapparatuur Verbindingsmiddelen Totaal Persoonlijke Functionele Uitrusting
100.000 1.700.000 1.800.000
100 100
100 750 850
100 100
Informatie Technologie Totaal Informatiemanagement
173.350 173.350
533 533
357 357
315 315
Werkplaatsen en PPMO-baan Totaal Overig Brandweerzorg
100.000 100.000
185 185
-
211 211
8.776.689
5.393
7.527
9.931
Totaal Meerjareninvesteringsplan
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
Ten minste eens in de vier jaar wordt het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor gebouwen in eigendom geactualiseerd om de aanpassing van de jaarlijkse storting in de voorziening ‘groot onderhoud gebouwen’ vast te stellen. Bij begroting en jaarstukken doet het DB-verslag over voortgang van gepland onderhoud aan bedrijfsgebouwen en de financiële gevolgen van de actualisering van het MJOP. Brandweerkazernes komen zo veel mogelijk volledig in eigendom of er worden afspraken gemaakt om alleen de casco’s van kazernes te huren waarbij alle installaties in eigendom komen van de VRHM. De totale onderhoudslasten in 2026 worden begroot op €2 miljoen.
62
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
3.3 Financiering 3.3.1
Algemeen
Persoonlijke functionele uitrusting
3.3.2
De verwachting is dat in 2026 voor een bedrag van € 0,1 miljoen aan werkkleding geïnvesteerd wordt en €1,7 miljoen aan pagers en portofoons.
Twee elementen uit de ‘Wet Financiering decentrale overheden’ (FIDO) zijn de kasgeldlimiet en de renterisicovorm. De wet FIDO schrijft voor dat de toezichthouder vooraf geïnformeerd moet worden als de kasgeldlimiet drie op een volgende kwartalen wordt overschreden.
Relevante ontwikkelingen Gebouwen VRHM heeft zestien brandweerkazernes volledig in eigendom. Vanaf 2026 krijgt VRHM twee brandweerkazernes in volledig eigendom bij. De twee nieuwe brandweerkazernes vervangen twee locaties die in 2025 gehuurd worden. De nieuwe brandweerkazernes zullen ca. € 3,6 miljoen kosten. Bovenstaande investeringen zijn exclusief grond. Voor de investeringen die nodig zijn in verband met gebiedsontwikkeling van gemeenten, dienen nader afspraken nog over te worden gemaakt.
Mobiliteit
Informatiemanagement De geplande investeringen op het gebied van ICT hebben betrekking op de vervanging van laptops, tablets en mobiele telefoons. Daarnaast worden de brandweerkazernes voorzien van informatieschermen en het netwerk bij de brandweerkazernes van nieuwe firewallbeveiliging.
Overige Brandweerzorg Voor de werkplaats in Gouda wordt in 2026 diverse materialen aangeschaft voor het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO). De begrote kosten bedragen € 0,1 miljoen.
Kasgeldlimiet en renterisiconorm
Kasgeldlimiet De beperking van het risico wordt door de wetgever bepaald door het stellen van een maximum van 8,2% van het begrotingstotaal per 1 januari van het dienstjaar waarin kort geleend mag worden. De korte rente kan namelijk grote afwijkingen hebben binnen een jaar. In de onderstaande tabel is de limiet voor VRHM in meerjarig perspectief geplaatst.
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
In 2026 wordt geïnvesteerd in voertuigen en bepakkingen voor respectievelijk een bedrag van €1,9 miljoen en € 0,49 miljoen. Tevens zal VRHM in 2026 poederblusaanhangers, een CoPI-container en containers ten behoeve van duinbrandbestrijding aanschaffen. Het begrote bedrag hiervoor bedraagt € 0,62 miljoen.
De paragraaf Financiering geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en hoe rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend. Daarnaast wordt ingegaan op de wijze waarop VRHM inhoud geeft aan het Financieel Statuut. De doelstelling van de treasury functie is als volgt geformuleerd: • Het beheersen van de financiële risico’s zoals renterisico’s, liquiditeitenrisico’s en kredietrisico’s. • Het continu verzorgen van voldoende liquiditeit voor de organisatie. • Het minimaliseren van de rentekosten en het maximaliseren van de renteopbrengsten. • Het Financieel Statuut vormt het kader voor het uitvoeren van de treasury functie onder de voorwaarden. Geld op de rekening courant wordt per dag afgeroomd en uitgezet bij het Ministerie van Financiën op grond van de Regelgeving Schatkistbankieren voor decentrale overheden. Het aantrekken van leningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij meerdere financiële instellingen.
63
Realisatie
Begroting
Begroting (in €)
Meerjarenramingen
(bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Omvang van de begroting per 01-01 Toegestane kasgeldlimiet conform % BBV Toegestane kasgeldlimiet in €
73.432 8,2% 6.021
78.917 8,2% 6.471
79.884.800 8,2% 6.550.554
79.885 8,2% 6.551
79.885 8,2% 6.551
79.885 8,2% 6.551
Voor het jaar 2026 is de omvang van de begroting ca. €80 miljoen. Met de huidige omvang van de begroting per 1-1-2026 bedraagt de toegestane kasgeldlimiet €6,5 miljoen.
Kasgeldlimiet
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
(bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)
Kwartaal 1 2026
Kwartaal 2 2026
Kwartaal 3 2026
Kwartaal 4 2026
6.551 8,2% 5.341 -1.209
6.551 8,2% 6.250 -301
6.551 8,2% 6.250 -301
6.551 8,2% 6.000 -551
Kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet conform % BBV Gemiddeld netto vlottende schuld Ruimte of overschrijding
De laatste regel in bovenstaande tabel geeft aan hoeveel de overschrijding van de kasgeldlimiet volgens de prognose zal bedragen of hoeveel VRHM onder de toegestane kasgeldlimiet blijft. Een negatief bedrag duidt aan dat er sprake is van een onderschrijding, een positief bedrag betekent dat er sprake is van een overschrijding. Er wordt in het 2026 geen overschrijding van de kasgeldlimiet verwacht.
Renterisiconorm Het renterisico aangaande de renterisiconorm heeft betrekking op de contractuele renteherzieningen en de aflossingen op de vaste schuld (looptijd vanaf 1 jaar). Uit de tabel blijkt dat VRHM binnen de wettelijk vastgestelde renterisiconorm (20%) blijft. Dit monitoren wij voortdurend. Indien overschrijding dreigt, faseren wij de investeringen.
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
Kasgeldlimiet
64
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
Op basis van onderstaande tabel wordt getoond dat vanaf 2026 voldoende ruimte is om de nieuwe en bestaande langlopende leningen af te lossen.
Renterisiconorm
Begroting
Begroting (in €)
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Exploitatiebegroting 01-01 Renterisiconorm % Renterisiconorm Renteherzieningen Aflossingen bestaande leningen Aflossingen eerjareninvesteringsplan Renterisico
73.432 20% 14.686 -3.460 -3.460
79.310 20% 15.862 -3.770 -3.770
79.884.904 20% 15.976.981 -3.780.176 -3.780.176
79.885 20% 15.977 -4.175 -4.175
79.885 20% 15.977 -4.455 -4.455
79.885 20% 15.977 -4.735 -4.735
Ruimte onder de renterisiconorm
18.147
19.632
19.757.157
20.152
20.432
20.712
(bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)
3.3.3
Meerjarenramingen
Stand der leningen en financieringspositie
De leningenportefeuille dient ter financiering van de investeringen op het gebied van huisvesting en vervanging van het wagenpark.
Stand van de geldleningen
Meerjarenramingen
Realisatie
Begroting
Begroting (in €)
Leningenportefeuille per 01-01
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Bestaande leningen Stand per 1 januari Te betalen aflossingen Stand per 31 december
62.976 -3.460 59.515
59.515 -3.470 56.045
60.745.337 -3.480.176 57.265.161
61.965 -3.965 58.000
61.290 -4.185 57.105
61.335 -4.465 56.870
-
5.000 -300 4.700
5.000.000 -300.000 4.700.000
3.500 -210 3.290
4.500 -270 4.230
4.500 -270 4.230
62.976 -3.460 59.515
59.515 5.000 -3.770 60.745
60.745.337 5.000.000 -3.780.176 61.965.161
61.965 3.500 -4.175 61.290
61.290 4.500 -4.455 61.335
61.335 4.500 -4.735 61.100
(bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)
Meerjaren Investering Plan Stand per 1 januari Aan te trekken leningen Te betalen aflossingen Stand per 31 december Totaal overzicht geldleningen Stand per 1 januari Aan te trekken leningen Te betalen aflossingen Stand per 31 december
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
Realisatie
65
3.3.4
Rentetoerekening
Rentetoerekening
Begroting
Begroting (in €)
Renteresultaat
2025
2026
Externe rentelasten Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten
1.500
1.417.078
1.500
Doorbelaste rente Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen Vermogen Rente over Voorzieningen Rente over het Eigen Vermogen en Voorzieningen
(bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)
Meerjarenramingen 2027
2028
2029
1.417.078
1.562 1.562
1.595 1.595
1.552 1.552
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
1.500
1.417.078
1.562
1.595
1.552
Aan taakvelden toegerekende rente
-1.500
-1.417.078
-1.562
-1.595
-1.552
-
-
-
-
-
Renteresultaat op het taakveld Treasury
3.4 Bedrijfsvoering Vanaf paragraaf 2.2 ‘Programmaplan Meldkamer Brandweer’ wordt nader uiteengezet wat de doelen en prestaties zijn die de VRHM binnen de primaire processen wil realiseren. In paragraaf 2.8 worden de 12 ontwikkelopgaven nader toegelicht.
3.5 Verbonden partijen In deze paragraaf worden de partijen benoemd waarmee VRHM een bestuurlijke en financiële band heeft. Er is sprake van financieel belang als aan een verbonden partij middelen ter beschikking is gesteld die niet verhaalbaar zijn indien de verbonden partij failliet gaat (art. 1 lid c BBV). Er is sprake van een bestuurlijk belang in het geval van zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging, hetzij uit hoofde van stemrecht (art. 1 lid d BBV). In 2026 heeft VRHM twee verbonden partijen: • Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). • Expertisebureau Risicobeheer. Bij beide partijen ontbreekt het bestuurlijke belang. VRHM doet jaarlijks een bijdrage aan de hierboven genoemde partijen.
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
De VRHM heeft alleen rentelasten en deze worden volledig toegerekend aan de programmataken.
66
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
3.6 Monitoring en sturing op taakstellende bezuiniging Taakstellende bezuiniging in de begroting 2026 Veiligheidsregio Hollands Midden
Verdeling en implementatie van de taakstelling Onvermijdelijke meerkosten Bestaande uit extra kosten brandweeropleidingen voor vakbekwaamheid (€0,8 miljoen) en voor huisvesting (€0,3 miljoen). Dit vraagt om een goede opvolging van de mate waarin deze kosten voor vakbekwaamheid en huisvesting zich daadwerkelijk zullen voordoen in 2026 en verder. Zo is de verwachting dat ten aanzien van vakbekwaamheid sprake zal zijn van een ingroeimodel.
+ €1,1 miljoen
Versobering begroting Bestaande uit:
• Algemene aframing personeelsbegroting, rekening houdend met doorlopende vacatureruimte; • Algemene aframing lumpsumbudgetten; • Verminderen budget onderhoud brandweermaterieel en persoonlijke beschermingsmiddelen; • Aframing begroting Persoonlijke Functionele Uitrusting binnen de brandweerzorg; • Aframing crisisbeheersing (oefenprogramma en informatiemanagement); • Aframing bedrijfsvoering (vermindering en versobering van diverse budgetten). Ambitiekrimp Krimp ter grootte van €0,4 miljoen die nader zal worden ingevuld door de directeur VRHM, ten koste van primaire taken als planbeoordeling, toezicht, leerarbeidsplaatsen, voorbereiding op nieuwe risico’s en dreigingen en operationele voorbereiding voor een parate brandweer. Van deze €0,4 miljoen slaat €0,34 miljoen neer op de programmataak Brandweer en crisisbeheersing en €0,06 miljoen op de programmataak GHOR.
- €1,1 miljoen
- €0,4 miljoen
Het realiseren van deze taakstellende besparing zal periodiek worden gemonitord, waarbij directie en bestuur door middel van de tertiaalrapportages zullen worden geïnformeerd over de voortgang van realisatie van de taakstelling en de effecten hiervan voor de organisatie en haar activiteiten.
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
Het algemeen bestuur heeft besloten invulling te geven aan een taakstelling van €1,5 miljoen, waarvan €1,1 miljoen mag worden geherinvesteerd om onvermijdelijke meerkosten te dekken. Deze taakstellende bezuiniging vraagt om een forse inspanning van de veiligheidsregio en zal zijn weerslag hebben op de noodzakelijke doorontwikkeling van de bedrijfsvoering en de organisatie als geheel. Anderzijds is met dit besluit gekozen om geen brandweerkazernes of specialistische eenheden op te heffen.
67
4 Financiële begroting Onderstaand overzicht is een weergave van de baten en lasten (inclusief overhead) per programmataak binnen het programma Fysieke Veiligheid. De baten en lasten exclusief overhead staan vermeld in paragraaf 2.9.5, ‘kosten van overhead’.
Wat gaat het kosten?
Realisatie
Begroting
Begroting (in €)
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Baten programmataak fysieke veiligheid Gemeentelijke bijdrage Rijksbijdrage (BDUR) Rijksbijdrage (aanvullende BDUR) Overige bijdragen
-73.435 -59.727 -7.753 -1.746 -4.209
-79.310 -67.589 -8.009 -2.294 -1.418
-79.884.904 -68.763.504 -7.400.491 -2.429.909 -1.291.000
-79.885 -68.764 -7.400 -2.430 -1.291
-79.885 -68.764 -7.400 -2.430 -1.291
-79.885 -68.764 -7.400 -2.430 -1.291
Lasten programmataak fysieke veiligheid Programmataken Totaal Programmataken Meldkamer Brandweer Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Bevolkingszorg GHOR
70.432
79.859
80.453.504
80.138
80.561
80.240
45.206 1.283 35.923 7.254 746
52.843 1.517 38.955 9.006 889 2.477
54.013.546 1.557.400 40.134.800 8.962.100 903.200 2.456.046
54.014 1.557 40.135 8.962 903 2.456
54.014 1.557 40.135 8.962 903 2.456
54.014 1.557 40.135 8.962 903 2.456
Totaal Management & Ondersteuning Directie & Staf Bedrijfsvoering
25.226 4.626 20.600
27.016 5.329 21.687
26.439.958 4.906.864 21.533.094
26.124 4.907 21.217
26.547 4.907 21.640
26.226 4.907 21.320
Geraamd saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves
-3.003 -150
549 -549
568.600 -568.600
253 -253
676 -676
355 -355
Geraamd resultaat na bestemming VPB
-3.153 -
-
-
-
-
-
Geraamd resultaat
-3.153
-
-
-
-
-
(bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)
Meerjarenramingen
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
4.1 Overzicht van baten en lasten en toelichting
68
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
Overige bijdrage
De (ontwerp-)programmabegroting is opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het jaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
De overige bijdrage bestaan uit boekwinst op verkoop van vaste activa, bijdrage USAR, bijdrage STH en een bijdrage Complete Lijn Uitschakeling (25kV). De afname van de overige bijdragen in 2026 van €0,13 miljoen wordt veroorzaakt door de verkoopwinst van vaste activa en rentebaten. In het jaar 2026 neemt de opbrengst van verkoop van activa af. De rentebaten zullen in 2026 afnemen door het aflossingen van bestaande leningen.
Gemeentelijke bijdrage Voor het jaar 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 zijn de bestuurlijke uitgangspunten bepalend. In de gemeentelijke bijdragen van 2026 is de bijdrage voor de programmataak GHOR, als gevolg van de transitie van de GHOR Hollands Midden van Hecht naar de VRHM per 1 januari 2025, opgenomen.
Uitgaven in lasten van de programmataken, directie & Staf en bedrijfsvoering
BDuR
VBP
De Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (aanvullende BDuR) neemt structureel ieder jaar toe. De aanvullende BDuR wordt ingezet voor de versterking van de crisisbeheersingsorganisatie, de versterking van de informatiepositie en het te realiseren landelijk knooppunt coördinatie Regio’s en Rijk (KCR2). Bij de begrote Brede Doeluitkering Rampenbestrijding is rekening gehouden met een taakstelling van 10%, oftewel €0,72 miljoen.
Vennootschapsbelasting is niet van toepassing.
De lasten in de (ontwerp-)programmabegroting 2026 nemen minimaal toe. Dit ligt aan het feit dat VRHM in 2026 invulling geeft aan een taakstelling van €1,5 miljoen.
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
Toelichting op de baten en lasten
69
4.2 Verdeling naar de verschillende taakvelden Een uniforme indeling van de (ontwerp-)programmabegroting in taakvelden wordt voorgeschreven om te komen tot een verbeterde interne sturing en betrouwbare informatie, onder andere op basis van externe vergelijkbaarheid. Realisatie
Begroting
Begroting (in €)
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Baten: fysieke veiligheid 0.4 Overhead 0.5 Treasury 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid
-73.435 -112 -824 -72.499 -
-79.310 -250 -79.060 -
-79.884.904 -200.000 -79.684.904 -
-79.885 -200 -79.685 -
-79.885 -200 -79.685 -
-79.885 -200 -79.685 -
Lasten: fysieke veiligheid 0.1 Bestuur 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.8 Onvoorzien 1.1 Crisisbeheersing en brandweerzorg 1.2 Openbare orde en veiligheid 8.3 Wonen en bouwen
70.432 107 15.236 1.411 53.644 34
79.859 55 16.919 1.640 61.245 -
80.453.504 56.800 15.981.594 1.640.400 62.774.710 -
80.138 57 15.698 1.640 62.743 -
80.561 57 15.682 1.640 63.182 -
80.240 57 15.682 1.640 62.861 -
Saldo voor bestemming: fysieke veiligheid Mutatie reserves: fysieke veiligheid 0.10 Mutaties Reserves
-3.003 -150
549 -549
568.600 -568.600
253 -253
676 -676
355 -355
Resultaat na bestemming: fysieke veiligheid VPB
-3.153 -
-
-
-
-
-
Resultaat na belasting: fysieke veiligheid
-3.153
-
-
-
-
-
(bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)
Meerjarenramingen
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
Taakveld
70
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
4.3 Geprognosticeerde balans en toelichting De geprognosticeerde begin- en eindbalans van de begrotingsjaren en in meerjarig perspectief geeft meer inzicht in de ontwikkelingen van de investeringen, het aanwenden van reserves en de financieringsbehoefte. Realisatie
Begroting
Begroting (in €)
2024
2025
2026
2027
2028
2029
(im) Materiële vaste activa met econ. nut Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar Totaal Vaste Activa
68.871 8.067 76.937
72.149 7.716 79.865
74.465.872 7.365.000 81.830.872
71.567 7.014 78.581
69.331 6.663 75.994
67.072 6.312 73.384
Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal Vlottende Activa
6.263 317 750 7.330
9.500 549 1.000 11.049
10.000.000 471.336 1.000.000 11.471.336
5.500 476 1.000 6.976
7.000 481 1.000 8.481
9.000 466 1.000 10.466
Totaal Activa
84.267
90.914
93.302.208
85.557
84.475
83.850
Eigen vermogen Algemene reserve (eigen vermogen) Bestemmingsreserve (eigen vermogen) Gerealiseerd resultaat (eigen vermogen) Voorzieningen Vaste schuld Totaal Vaste Passiva
9.297 1.125 5.019 3.153 7.771 59.515 76.583
7.051 1.775 5.276 7.080 60.745 74.876
6.455.203 1.575.000 4.880.203 6.513.000 61.965.161 74.933.364
6.222 1.375 4.847 5.946 61.290 73.458
5.719 1.375 4.344 5.379 61.335 72.433
5.537 1.375 4.162 4.812 61.100 71.449
Vlottende schuld Overlopende passiva Totaal Vlottende Passiva
6.547 1.137 7.684
6.500 9.538 16.038
6.000.000 12.368.844 18.368.844
6.000 6.099 12.099
1.000 11.041 12.041
3.000 9.401 12.401
Totaal Passiva
84.267
90.914
93.302.208
85.557
84.475
83.850
(bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)
Meerjarenramingen
Activa
Passiva
Toelichting op de balans
Materiële Vaste Activa
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.
Investeringen met economisch nut worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Bij VRHM is er alleen sprake van investeringen met economisch nut. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. De afschrijving start in het kalenderjaar na ingebruikname van de activa, conform regelgeving in de financiële vordering. Door de geplande investeringen in 2025 neemt de waarde van de materiële vaste activa toe in 2026.
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
Geprognosticeerde balans per 31-12
71
Materiële vaste activa (bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)
Begroting
Begroting
Verminderingen Vermeerderingen (desinvestering en (investeringen) afschrijvingen)
1-1-25
31-12-25
1-1-26
Verminderingen Vermeerderingen (desinvestering en (investeringen) afschrijvingen)
31-12-26
Gronden en terreinen Gebouwen Mobiliteit ICT-middelen Overige mat. vaste activa
2.160 24.901 29.635 888 11.286
6.681 879 4.043
1.241 4.602 264 219
2.160 23.661 31.714 1.503 13.110
2.160 23.661 31.714 1.503 13.110
3.652 3.051 173 1.900
1.236 2.835 264 2.125
2.160 26.077 31.930 1.413 12.885
Totaal
68.870
11.603
8.325
72.149
72.149
8.777
6.460
74.466
In het boekjaar 2026 neemt de boekwaarde van de materiële vaste activa toe door geplande investeringen in het boekjaar 2025. In paragraaf 3.2 wordt meer informatie verstrekt over het MJIP.
Materiële vaste activa (bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)
Meerjarenraming
1-1-27
VerminderinVermeerderingen (desingen (investe31-12-27 vestering en ringen) afschrijvingen)
1-1-28
VerminderinVermeerderingen (desingen (investe31-12-28 vestering en ringen) afschrijvingen)
1-1-29
VerminderinVermeerderingen (desingen (investe31-12-29 vestering en ringen) afschrijvingen)
Gronden en terreinen Gebouwen Mobiliteit ICT-middelen Overige mat. vaste activa
2.160 26.077 31.930 1.413 12.885
4.575 533 100
- 2.160 2.160 1.302 24.776 24.776 3.354 33.151 33.151 319 1.627 1.627 3.131 9.854 9.854
4.960 1.360 357 850
- 2.160 2.160 1.312 28.423 28.423 4.010 30.501 30.501 243 1.740 1.740 4.198 6.506 6.506
2.525 6.780 315 100
- 2.160 1.179 29.769 5.122 32.159 235 1.820 5.442 1.164
Totaal
74.466
5.208
8.107 71.567 71.567
7.527
9.763 69.331 69.331
9.720
11.979 67.072
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
Het verloop van de materiële vaste activa:
72
1 2 3 4 5
Soort activum
Jaren
Gronden en terreinen Gebouwen Vervoermiddelen Overige bedrijfsmiddelen
5-40 5-15 5-20
Financiële Vaste Activa Overige uitzettingen met een rente typische looptijd van korter dan één jaar of van één jaar of langer worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Uitzettingen < 1 jaar en overlopende activa Vorderingen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht.
Liquide middelen Liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen.
Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat voornamelijk uit reserves. Het begrote eigen vermogen neemt in 2026 af door dotaties aan de algemene – en bestemmingsreserve.
Vaste schuld De vaste schuld neemt in de meerjarenraming jaarlijks toe. Dit wordt veroorzaakt door aanvullende leningen door VRHM.
Vlottende schuld De vlottende schuld van VRHM blijft in de meerjarenraming jaarlijks gelijk.
Overlopende passiva De overlopende passiva heeft betrekking op verplichtingen die in het jaar 2026 worden opgebouwd en in het volgend jaar tot betaling komen. De overlopende passiva neemt vanaf 2026 af. Verplichtingen bij VRHM worden op basis van de huidige begroting in datzelfde jaar nagekomen en afgelost.
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
De gehanteerde afschrijvingstermijnen (op basis van de lineaire afschrijvingsmethode) bedragen in jaren:
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
73
De incidentele onttrekkingen hebben betrekking op de dekking van het als gevolg van de overname van de Meldkamer Leiden Zuid en lasten ten behoeve van WWB. Incidentele baten en lasten (bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)
Realisatie
Begroting
Begroting (in €)
2024
2025
2026
Meerjarenramingen 2027
2028
2029
Exploitatiebaten: Dekking uit reserves Reserve resterende exploitatielasten
-150 -150
-536 -536
-428.000 -428.000
-163 -163
-150 -150
-150 -150
Incidentele baten en lasten Kapitaalslasten Meldkamer BrW Lasten ten behoeve van WWB Saldo Structurele baten en lasten
150 150
536 150 386 -
428.000 150.000 278.000 -
163 150 13 -
150 150
150 150
-
-
-
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
4.4 Incidentele baten en lasten
74
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
5 Bijlagen Bijdrage 2025 volgens programmabegroting 2025
Gemeente
Aantal inwoners 1-1-2024
Brandweerzorg en crisisbeheersing
Meldkamer BrW
Bevolkingszorg
Alphen aan den Rijn Bodegraven-Reeuwijk Gouda Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Krimpenerwaard Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Waddinxveen Zoeterwoude Zuidplas
114.966 36.569 75.758 22.822 29.168 66.966 57.785 130.108 27.736 23.447 29.501 45.734 25.948 38.470 25.625 34.000 9.732 47.843
8.128.304 2.745.327 5.855.893 1.562.605 2.143.198 4.392.351 3.953.891 12.788.554 2.169.902 1.718.521 1.924.399 3.479.252 1.762.453 2.570.460 1.816.722 2.073.424 703.775 3.192.401
185.768 59.071 122.535 36.530 46.487 108.366 93.875 206.768 44.997 38.054 47.935 73.504 41.887 62.654 41.756 53.040 15.363 76.436
104.761 33.312 69.102 20.600 26.215 61.111 52.939 116.603 25.375 21.460 27.032 41.451 23.622 35.332 23.547 29.911 8.664 43.105
Eindtotaal
842.178
62.981.432
1.355.026
764.142
Brandweerzorg en crisisbeheersing
Meldkamer BrW
Bevolkingszorg
382.555 8.801.388 121.646 2.959.356 252.338 6.299.868 75.226 1.694.961 95.731 2.311.631 223.160 4.784.988 193.318 4.294.023 425.798 13.537.723 92.662 2.332.936 78.366 1.856.401 98.713 2.098.079 151.367 3.745.574 86.259 1.914.221 129.024 2.797.470 85.988 1.968.013 109.226 2.265.601 31.638 759.440 157.405 3.469.347
8.311.089 2.776.169 5.950.301 1.596.210 2.217.974 4.437.690 3.984.864 13.175.480 2.179.658 1.734.670 1.954.116 3.565.130 1.792.144 2.604.617 1.838.297 2.167.467 735.841 3.271.664
196.241 62.421 129.315 38.956 49.788 114.307 98.636 222.087 47.344 40.023 50.357 78.065 44.292 65.666 43.740 58.036 16.612 81.665
106.728 33.949 70.329 21.187 27.078 62.167 53.644 120.785 25.749 21.767 27.387 42.457 24.089 35.713 23.789 31.564 9.035 44.415
348.438 8.962.496 110.833 2.983.371 229.607 6.379.552 69.169 1.725.521 88.402 2.383.242 202.960 4.817.124 175.134 4.312.279 394.330 13.912.682 84.062 2.336.812 71.063 1.867.522 89.411 2.121.271 138.610 3.824.262 78.643 1.939.167 116.595 2.822.591 77.664 1.983.491 103.047 2.360.113 29.496 790.984 145.002 3.542.746
2.790.420 67.891.020
64.293.381
1.437.551
781.830
2.552.467 69.065.228
GHOR*
Totale bijdrage 2025
Geïndexeerde bijdrage 2026 GHOR
Totale bijdrage 2026
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
5.1 Overzicht inwonersbijdrage per gemeente
75
5.2. EMU-saldo Centraal Bureau voor de Statistiek
Berekening EMU-saldo
Algemene gegevens: Overheidslaag:
Gemeenschappelijke Regeling
Berichtgevernaam:
Veiligheidsregio Hollands Midden
Berichtgevernummer:
050676
Jaar:
2026
Omschrijving
1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) 2. Mutatie (im)materiële vaste activa 3. Mutatie voorzieningen
2025
2026
2027
x € 1000,-
x € 1000,-
x € 1000,-
Volgens realisatie tot en met sept. 2025, aangevuld met raming resterende periode
Volgens begroting 2026
Volgens meerjarenraming in begroting 2027
-536
-428
-163
10.859
8.777
5.393
-691
-567
-576
100
100
100
-12.186
-9.872
-6.232
4. Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) 5. Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa Berekend EMU-saldo
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden
76
1 2 3 4 5
5.3
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
Overzicht bijdrage Slachtofferhulp per gemeente Bijdrage Slachtofferhulp Nederland 2026
Aantal inwoners 1-1-2024
Alphen aan den Rijn Bodegraven-Reeuwijk Gouda Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Krimpenerwaard Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Waddinxveen Zoeterwoude Zuidplas
114.182 36.308 75.316 22.453 28.573 66.607 57.700 127.089 27.657 23.390 29.463 45.179 25.746 38.510 25.665 32.601 9.443 46.981
114.966 36.569 75.758 22.822 29.168 66.966 57.785 130.108 27.736 23.447 29.501 45.734 25.948 38.470 25.625 34.000 9.732 47.843
32.699 10.398 21.569 6.430 8.183 19.075 16.524 36.395 7.920 6.698 8.438 12.938 7.373 11.028 7.350 9.336 2.704 13.454
225 75 127 106 170 103 24 865 23 16 11 159 58 -11 -11 401 83 247
32.924 10.473 21.695 6.536 8.353 19.178 16.548 37.260 7.943 6.715 8.448 13.097 7.431 11.017 7.338 9.737 2.787 13.701
889 283 586 176 226 518 447 1.006 214 181 228 354 201 297 198 263 75 370
33.813 10.755 22.281 6.712 8.579 19.695 16.995 38.266 8.157 6.896 8.677 13.451 7.632 11.314 7.537 10.000 2.862 14.071
Eindtotaal
832.863
842.178
238.513
2.668
241.181
6.512
247.692
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
Indexatie: 2,70 %
Aantal inwoners 1-1-2023
Gemeente
Mutatie o.b.v. aantal inwoners
Bijdrage Slachtofferhulp NL op basis van wijziging van het aantal inwoners
Bijdrage Slachtofferhulp Nederland 2025
77
5.4 Overzicht naar IV-3 rapportage Begroting 2026 (in €)
Ec. Cat.
45.446.174
1.1
Materieel Duurzame goederen Ingeleend personeel Overige goederen en diensten Inkomensoverdrachten
1.945.800 18.123.715 -
3.2 3.5.1 3.8 4.3.x
Totaal:
63.569.889
Verhouding:
Bedragen
Procenten
Arbeid Materieel
45.446.174 20.069.515
69,4% 30,6%
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
Arbeid Salarissen en sociale lasten
78
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
5.5 Ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage op basis van de Cebeon-norm
Verschil Jaar
Uitgekeerd
T.o.v. vj
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
€ 64,8 € 71,8 € 73,7 € 73,8 € 76,1 € 78,1 € 80,3
€ 7,0 € 1,9 € 0,2 € 2,2 € 2,1 € 2,1
Cumulatief
€ 8,9 € 9,1 € 11,3 € 13,4 € 15,5
Gem. bijdragen
Verschil t.o.v. uitgekeerd
€ 56,0 € 62,6 € 67,9 € 69,1
-€ 8,8 -€ 9,2 -€ 5,8 -€ 4,8
Uitgekeerde gemeentelijke bijdragen BrW & CB zoals opgenomen in septembercirculaire 2024 (bedragen x €1.000)
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
Onderstaand wordt de ontwikkeling van de Cebeon-norm voor de periode 2023-2029 op basis van de septembercirculaire gemeentefonds 2024 weergegeven. Er wordt een vergelijking gemaakt ten opzichte van de septembercirculaire van 2024 en de gemeentelijk bijdragen. De uitgekeerde gemeentelijke bijdragen blijven ruim € 4,8 miljoen onder de Cebeon-norm. Met andere woorden, gemeenten ontvangen meer uit het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Crisisbeheersing en Brandweer dan de bijdrage die aan VRHM voor de programmataken wordt uitgekeerd.
79
5.6 Lijst met afkortingen Algemeen Bestuur
MJIP
Meerjareninvesteringsplan
ACB
Adviseurs crisisbeheersing
MJOP
Meerjarenonderhoudsplan
B&R
Brandweer en Rampenbestrijding
OTO
Opleiden, trainen en oefenen
BDuR
Brede Doeluitkering Rampenbestrijding
OVD-G
Officier van Dienst Geneeskundig
BGC
Bevolkingszorg Gemeentelijke Crisisbeheersing
PIOFACH
Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Algemene zaken, Communicatie en Huisvesting
BrW
Brandweer
PPMO
Periodiek Preventief Medisch Onderzoek
CaCo
Calamiteiten Coördinator
PTSS
Post-traumatische stress-stoornissen
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
RAV
Regionale Ambulance Voorziening
CF
Coördinerend Functionaris
RBP
Regionaal Beleidsplan
College van B&W
College van burgemeester en wethouders
RIN
Risico Index Natuurbranden
COA
Centraal Orgaan opvang asielzoekers
ROAZ
Regionaal Overleg Acute Zorgketen
DB
Dagelijks Bestuur
RRP
Regionaal Risicoprofiel
DBA
Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties
SOC
Security Operations Center
FIDO
Financiering decentrale overheden
STH
Specialisme Technische Hulpverlening
FKGR
Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen
UKB
Uniformering Kwaliteit Bevolkingszorg
FLO
Functioneel leeftijdsontslag
USAR
Urban Search And Rescue team
GHOR
Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de regio
VIK
Veiligheidsinformatieknooppunt
GRIP
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure
VRHM
Veiligheidsregio Hollands Midden
GSE
Gevaarlijke stoffen eenheden
Wvr
Wet veiligheidsregio’s
HM
Hollands Midden
WWB
Wendbare en Weerbare Bedrijfsvoering
ICT
Informatie- en Communicatietechnologie
ZRP
Zorgrisicoprofiel
IV
Informatievoorziening
KCR2
Knooppunt voor de coördinatie tussen Rijk en veiligheidsregio’s
LMS
Landelijke Meldkamer Samenwerking
LPO
Loon- en prijsontwikkeling
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
AB
80
(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029
81