CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.b Rapport Onderzoek en Plan van Aanpak Alternatieven Jeugdzorgplus Midden-Holland

Besluitvormende raadsvergadering 11 december 2024, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Ingekomen stukken12.764 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapport: Onderzoek en Plan van Aanpak Alternatieve zorgvormen Jeugdzorgplus MIDDEN-HOLLAND

Naam projectleider

Zainab Saberi, beleidsadviseur RWO

Leden projectteam

Zainab Saberi, Anouk Schepers (projectondersteuner) en Anke van der Landen (OZJ)

Naam opdrachtgever

Ministerie VWS en VNG

Documentversie

1.0

Datum

20 Juni 2024

Inhoud Inleiding.................................................................................................................................................3 Achtergrond..........................................................................................................................................4 Ambitie..................................................................................................................................................4 Belangrijkste uitkomsten.......................................................................................................................6 Ontwikkelingen 2018 t/m sept 2023 a.d.h.v. tijdslijn............................................................................9 Activiteiten overzicht sept 2023 – mrt 2024........................................................................................10 Resultaat activiteit 1. “Overzicht zorglandschap”............................................................................11 Resultaat activiteit 2. “Kwantitatief onderzoek Jeugdzorgplus”......................................................14 Resultaat activiteit 3. “Kwalitatief onderzoek”................................................................................20 Resultaat activiteit 4. “Evaluatie pilot projecten Past, IVT en de Break 2024”................................21 Resultaat activiteit 5.

“Uitkomsten Bijeenkomst zorglandschap “GTJ” (26-03-2024)......................22 Resultaat activiteit 6. “Evaluatie en bijstelling verblijf- en experttafel”...........................................23 Resultaten / Onderzoeksuitkomsten AEF rapport “Naar een toekomstbestendig jeugdhulpstelsel”..24 Conclusie.............................................................................................................................................26 Hoe verder werken aan onze ambities? Plan van aanpak ...................................................................29 Bijlage 1 Ambities 2018-2024 en regiovisie.................................................................................33 Bijlage 2: Overzicht en beschrijving zorgproducten.....................................................................34 Bijlage 3: Interview vragen voor kwalitatief onderzoek...............................................................39

2

Inleiding Op 27 november 2023 verscheen de tweede actualisatie van het bovenregionaal plan Jeugdzorgplus Zuid-West. In opdracht van de VNG en het ministerie van VWS actualiseren alle landsdelen hun bovenregionale plannen ‘af- en ombouw gesloten Jeugdzorg’ halfjaarlijks ten einde een update te geven. In het landsdeelplan Zuid-West, waar regio Midden-Holland een onderdeel van is, staat dat de vijf Jeugdzorgregio’s in het landsdeel ieder een plan opstellen voor het ontwikkelen van alternatieve vormen voor gesloten Jeugdzorg. De ontwikkelopdracht ‘Regionale alternatieven’ bestaat uit de onderdelen bovenregionale kennisdeling (ervaringen nieuw aanbod), monitoring en beleidscoördinatie & afstemming. Iedere regio pakt dit individueel op omdat het open zorgaanbod betreft met eigen contractafspraken. Er is door de regio Midden-Holland een kwalitatief en kwantitatief onderzoek uitgevoerd, waarin interne- en externe data (PCZW jaarrapportages) is geanalyseerd. Er is onderzoek gedaan naar de actuele stand van zaken en een prognose: welke alternatief aanbod is gestart, welke in voorbereiding en welke nog in planning in de regio en er heeft ook separaat onderzoek plaatsgevonden door het AEF, in opdracht van landsdeel Zuid-West. De uitkomsten van het AEF rapport ‘Naar een toekomstbestendig Jeugdzorgstelsel’, zijn ook meegenomen in dit rapport.

Input en overleg in het kader van dit rapport en het ontwikkelen van alternatieven voor jeugdzorgplus heeft plaatsgevonden tussen de samenwerkingspartijen in de jeugdzorg MiddenHolland. Beoogde opbrengst Dit rapport omvat een data-onderzoek naar het zorglandschap Jeugdzorgplus en Hoogspecialistisch in de regio Midden-Holland en een inventarisatie van de huidige alternatieven. Tevens de evaluatie en voorlopige resultaten van de onderzoeken naar- en de implementatie van de initiatieven die als alternatief zijn geïnitieerd om plaatsing in de jeugdzorgplus te verminderen en te voorkomen. Vanuit dat perspectief is een plan van aanpak opgesteld welke stappen worden ondernomen om de alternatieven voor jeugdzorgplus Midden-Holland verder te ontwikkelen.

3

Achtergrond Landelijk is bepaald dat in 2030 het aantal gesloten jeugdzorg plaatsingen ‘zo dicht mogelijk bij nul moet zijn’. Het wordt maatschappelijk niet acceptabel gevonden dat kinderen die niets strafbaars hebben gedaan worden opgesloten. Om de gesloten plaatsingen te kunnen afbouwen, moeten er alternatieven kunnen worden aangeboden die voldoen aan de zorg/begeleiding die de kinderen nodig hebben. Deze zorgt dient in veilige, stabiele, kindvriendelijke en thuisnabije woonplekken geboden te worden, waar kinderen onverdeelde, positieve aandacht krijgen. En waar niet, tot zo min mogelijk, wordt overgeplaatst. Hoe deze alternatieven de juiste vorm en inhoud te geven zodat deze voldoen aan de zorgvraag van de kinderen is nog niet zo gemakkelijk. Er moet gedacht worden aan de juiste mate van bescherming met daarbij passende begeleiding, zorg en behandeling en het betrekken van het eigen systeem. De regio Midden Holland is al vanaf 2018 actief met het vormgeven van alternatieven van residentiele zorg via het programma Gewoon Thuis Jeugd. Dit zijn alternatieven voor zowel open als gesloten verblijf en kent verschillende aandachtsgebieden. Via dit programma is er altijd gezamenlijk opgelopen met de betrokken aanbieders, gecertificeerde instelling (GI), lokale toegang, ervaringsdeskundigen en onderwijs.

En voor de gesloten Jeugdzorg verliep dit ook via de samenwerking op landsdeel niveau; Zuid-West (2019). Het landsdeel Zuid-West bestaat uit vijf regio’s (Haaglanden, Holland-Rijnland, Midden-Holland, Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Holland-Zuid), die overeengekomen zijn dat iedere regio een plan opstelt voor het ontwikkelen van alternatieve vormen voor gesloten Jeugdzorg. Iedere regio pakt dit individueel op, omdat het open zorgaanbod betreft met eigen contractafspraken. Vanaf 2018 hebben er dan ook verschillende activiteiten en initiatieven plaatsgevonden voor het vormgeven van de alternatieven, waarbij het centrale doel is het aantal plaatsingen in gesloten residentiele voorzieningen, “zo dicht mogelijk bij nul te brengen” en een afname in plaatsingen binnen open residentiele voorzieningen te realiseren door hiervoor passende alternatieven te bieden.

Ambitie Ambities Landelijk Jeugdzorgplus • •

In 2025 is jeugdzorgplus kleinschalig georganiseerd In 2030 moet het aantal gesloten jeugdzorg plaatsingen ‘zo dicht mogelijk bij nul zijn’

Ambitie landsdeel Zuid-West • • • •

Leeftijd 12-, gesloten naar 0 (omvorming naar 12- volledig ‘open’ 2023) 1-1-2024: Max. capaciteit 90 bedden in en voor Zuid-West + aanvullend hybride bedden (aanname ca. 45 o.b.v. capaciteit 1-1-2023) 1-1-2025: ambitie max. capaciteit naar 55 + aanvullend 45 hybride bedden (scenario’s ontwikkelen) Zikos naar 0 (VNG in the lead)

Ambitie van de regio Midden-Holland •

Zoveel mogelijk intensiveren van integrale ambulante hulp om uithuisplaatsingen te voorkomen of te verkorten en veiligheid te borgen.

4

• • • •

Zoveel mogelijk passende jeugdzorg bieden binnen de verblijfplaats van het kind en daarmee overplaatsingen voorkomen. Bij een uithuisplaatsing zoveel mogelijk inzetten op plaatsingen in kleinschalig, gezinsgericht en perspectief biedende voorzieningen, waar mogelijk in het eigen netwerk. Actief sturen op het terugdringen van het aantal en de duur van (gesloten) residentiële plaatsingen. Als initiatieven niet in de regio te bieden zijn i.v.m. schaalbaarheid, wordt er gebruik gemaakt van de alternatieven die bovenregionaal zijn ontwikkeld voor de doelgroep zonder vrijheidsbeperkende maatregelen.

KPI’s die destijds hierbij zijn benoemd: •

• •

Gesloten Jeugdzorg: o -50% in 2024 = 14 plaatsen o 0 in 2030 Drie-milieuvoorzieningen: o -50% in 2024 = 14 plaatsingen Behandelgroep verblijf o -30% in 2024 = 46 plaatsingen

NB.(!) Bij bovenstaande cijfers moet vermeld worden dat deze zijn gesteld aan de start van het proces, rond 2018/2019. Het is niet duidelijk hoe deze cijfers tot stand zijn gekomen. De meetmethode, de bijbehorende definities van de onderliggende paramaters, de gebruikte bron voor het meten evenals de periode waarover destijds gemeten is, is niet te achterhalen. Als voorbeeld, zijn dit alle nieuwe plaatsingen in een kalenderjaar verkregen uit de data van Midden-Holland (zoals we het verderop in het rapport hebben gemeten) of zijn deze cijfers gebaseerd op de data van de plaatsing coördinator die andere factoren hanteert? Ook is inmiddels de definitie van “Kleinschalig verblijf” verandert; In 2018/2019 werd “kleinschalig verblijf” gezien als een woonvorm met een groepsgrootte van 5-8 personen, in de huidige definitie is de groepsgrootte aangepast naar 4 tot 6. Desalniettemin willen we deze KPI’s wel weergeven, om een compleet beeld neer te zetten.

5

Belangrijkste uitkomsten Landelijk is bepaald dat in 2030 het aantal gesloten jeugdzorg plaatsingen ‘zo dicht mogelijk bij nul moet zijn’. Vanaf 2018 zet de regio Midden-Holland middels het programma “Gewoon Thuis Jeugd” zich in om samen mogelijk te maken dat zoveel mogelijk kinderen/jongeren thuis kunnen blijven wonen en het aantal plaatsing in de jeugdzorgplus te minderen. Wat hebben we tot zover bereikt en hoe verder? De regio Midden-Holland heeft met haar ambitieuze transformatieprogramma GTJ sinds 2018 een divers alternatiefzorglandschap weten te creëren voor de complexe doelgroep van Jeugdzorgplus. Door middel van 11 diverse zorgalternatieven biedt de regio nu een breed scala aan passende hulp, waar voorheen onvoldoende van beschikbaar was en is hierin een voorloper geweest. Daarnaast heeft de regio dit jaar ook twee verblijfslocaties in eigen regio omgebouwd tot kleinschalig verblijf en twee crisisbedden verblijf in eigen regio volledig beschikbaar gesteld voor de inwoners van Midden-Holland. Hoewel de vraag van de doelgroep voortdurende doorontwikkeling vraagt en het transformatieprogramma de afgelopen jaren een wat minder stevige positie heeft gekend, heeft Midden-Holland getoond dat het mogelijk is om op regionaal niveau een toekomstbestendig zorgaanbod te realiseren.

Data onderzoek (op basis van twee indicatoren, namelijk aantal nieuwe plaatsingen binnen een kalenderjaar en gemiddelde doorlooptijd binnen een kalenderjaar) wijst uit dat met o.a. deze 11 alternatieven en andere vormen van jeugdzorg het aantal plaatsingen in de jeugdzorgplus van 2018 t/m 2023 is gedaald met ongeveer 71%, van 35 naar 10 plaatsingen. De overige residentiele voorzieningen laten na het eerste jaar (van 2018 op 2019) ook allemaal een sterke daling zien, daarna lichtere dalingen, een stabilisatie of zelfs een lichte stijging. Maar gemiddeld genomen zijn de plaatsingen (zoals hierboven benoemd) in alle residentiele voorzieningen in de jaren na 2018 gedaald. Een lichte stijging is m.n. van 2022 op 2023 te zien bij zowel de drie-milieuvoorzieningen als GGZ verblijf. Bij drie-milieuvoorzieningen was er een plaatsingsambitie van 14 genoemd voor het jaar 2024, wat met een aantal van 25 plaatsingen in 2023 aannemelijk is dat deze streven niet behaald zal worden. We zien binnen deze residentiele voorziening veel schommeling in zowel doorlooptijd als aantal nieuwe plaatsingen. Het is ook de vraag of een ambitie van daling in plaatsingen in deze voorziening gerealiseerd kan worden naast de gewenste daling in gesloten verblijf. De doelgroep moet immers ergens worden geholpen en het goed ontwikkelen van (ambulante) alternatieven heeft tijd en expertise nodig.

Een consequente daling zien we, naast de jeugdzorgplus ook bij de crisis plaatsingen. De verblijfsduur van de jeugdzorgplus is over de periode 2018 t/m 2023 ook gedaald van ongeveer 8 maanden naar 4,8 maand in 2023. De ambities zijn behaald (verblijfsduur < 6 mnd in 2024). Tevens zien we bij verblijfsduur (bijna) dezelfde ontwikkeling als bij het aantal plaatsingen; gemiddeld genomen is vanaf 2018 de verblijfsduur omlaag gegaan bij alle residentiele voorzieningen, op éen na en dat is crisis verblijf. Al zien we juist bij crisis verblijf dat de verblijfsduur de laatste 3 jaar enorm aan het afnemen is (meer dan gehalveerd). De cijfers van 2019 en 2020 halen dat gemiddelde erg omhoog waardoor het positieve effect van de afgelopen twee jaar vertekend. Iets meer ingezoomd op andere voorzieningen, zien we dat de verblijfsduur op “behandelgroep verblijf” in 2022 weer is toegenomen en in 2023 waarschijnlijk rond de 400 dagen uitkomt, waardoor we kunnen concluderen dat de verblijfsduur de laatste twee jaar weer is toegenomen na een periode van drie jaar afname. In GGZ verblijf zien we het laatste jaar weer een

6

behoorlijke daling (-30%). In 2023 verblijven jeugdigen in de GGZ verblijf gemiddeld 3 maanden t.o.v. 5 maanden in 2018. En in de crisis verblijf gemiddeld één maand t.o.v. een kleine 2 maanden in 2018. Bij drie-milieu stijgt de plaatsingsduur in 2023 naar gemiddeld 200 dagen. De toegenomen behandelduur in behandelgroepen verblijf en drie-milieuvoorzieningen kan mogelijk worden verklaard door een verschuiving in de doelgroep van Jeugdzorgplus naar deze locaties. De hogere complexiteit in zorgbehoefte van deze doelgroep sluit mogelijk nog onvoldoende aan op het huidige aanbod binnen de open residentiële voorzieningen. De gezinsgerichte verblijven (gezinshuizen en pleeggezinnen) welke een voorkeur hebben boven residentiele plaatsingen, laten in 2022 een significante toename zien van verblijfsduur en plaatsingen, gevolgd door een enorme afname in 2023. Een verklaring kan zijn dat er veel tijd en energie is gestoken in het verruimen van het aanbod in 2021, wat zijn vruchten heeft afgeworpen in 2022. De verklaring van de grote daling in 2023 kan zijn dat er onvoldoende aanbod is gerealiseerd of dat het aanbod niet passend is geweest voor de doelgroep. Ook bij deze voorziening is het nodig diepgaand onderzoek te doen naar de oorzaak hiervan. Alle residentiele voorzieningen blijven monitoring op de data nodig houden om te zien hoe het verloop in de komende jaren zal zijn.

Alhoewel dit hele mooie resultaten zijn, daar we zien dat de plaatsingen zijn gedaald, is er veel context en overige uitkomsten uit o.a. kwalitatief onderzoek toe te voegen aan deze cijfers. De belangrijkste zijn: 

Op basis van het uitgevoerde onderzoek, inclusief de bijeenkomst Gewoon Thuis Jeugd met alle betrokken partners in maart dit jaar, kan worden geconcludeerd dat er positiviteit en samenwerkingsbereidheid heerst om de verbinding tussen de betrokken partijen verder te versterken. Hierdoor kan de algehele effectiviteit van het programma worden vergroot. De geleerde lessen uit dit onderzoek bieden waardevolle inzichten om de kwaliteit van toekomstige ambities en bijbehorende prestatie-indicatoren te verbeteren. Door deze lessen mee te nemen, kan er een kwaliteitsslag worden gemaakt in de formulering van de nieuwe ambities en indicatoren. Alternatieven voor jeugdzorgplus, zowel de bestaande alternatieven als de alternatieven uit het transformatieprogramma kunnen nog beter inspelen op deze doelgroep. Het is een doelgroep met forse problematiek en de begeleiding/zorg van de alternatieve voorzieningen moet nog verder worden doorontwikkeld. Een versnelde en duurzame uitstroom uit residentiële voorzieningen kan mogelijk worden gerealiseerd door de Gewoon Thuis Jeugd alternatieven vaker en tijdiger in te zetten als afschalingsproduct na plaatsing. Op basis van het kwalitatief onderzoek blijkt namelijk dat deze alternatieven nog minimaal worden ingezet bij de uitstroom vanuit open of gesloten residentiële voorzieningen.

Het integraal werken moet nog verder worden ontwikkeld met de huidige partijen, maar ook hierbij is het van belang andere sectoren of gebieden van zorg beter te betrekken of zelfs te verankeren in een integraal team. Het gaat met name om de sectoren onderwijs, volwassen GGZ en verslavingszorg. Om de integrale aanpak te bevorderen willen de zorgaanbieders graag een startplan maken met het gezin, waar alle disciplines in worden meegenomen. En de (proces) regie hierop te beleggen bij 1 instantie. En het liefst met een integrale indicatie/integraal gezinsbudget/gezinsbeschikking. Het zorglandschap, de omvang (het aantal) en de inhoud van de alternatieve jeugdzorgvoorzieningen zal (mogelijk) effectiever kunnen worden ingezet. Sommige voorzieningen lijken elkaar inhoudelijk te overlappen of teveel op afstand van elkaar en de

7

relevante partners te werken. Van belang is te verkennen hoe de verbinding en samenwerking verstevigd kan worden door middel van kennisdeling en best practices . De residentiele zorg ziet een gat in het zorg(woon)landschap, met name de groep die behoefte heeft aan een langdurige woonplek waar ze onvoorwaardelijk kunnen wonen, om te landen en vertrouwen op te bouwen en waar behandeling mogelijk is. Ook de mogelijkheid voor gezinshuizen voor 16+ en jeugdigen met zwaardere problematiek, zoals eetstoornissen, agressie en trauma’s moet verder onderzocht worden. Doorontwikkeling van de kleinschalige voorzieningen. Een nieuwe hybride woonvorm start in Q2 2024, deze zal moeten worden opgevolgd, geëvalueerd en bijgesteld om te waarborgen dat het een passend alternatief wordt. Ook de Mockingbird constructies lijken een positief resultaat te hebben. Er zijn sinds 2024 twee crisis verblijf plekken in de regio volledig beschikbaar gesteld voor jeugdigen uit Midden-Holland. De komende periode zal er gemonitord worden op instroomen uitstroomprofiel en doorlooptijd, zodat jeugdigen zo kort als mogelijk en zo lang als nodig hier verblijven en d.m.v. een alternatief weer terug naar huis kunnen. De bekendheid van de alternatieven zal vergroot moeten worden in de regio, zodat er (meer) gebruik van kan worden gemaakt en er vertrouwen kan groeien wanneer alternatieven daadwerkelijk passend zijn.

Ook op het gebied van processen en mens(kracht) zullen verbeteringen moeten plaatsvinden om te zorgen dat het alternatieve aanbod inhoudelijk een kans van slagen heeft. Denk hierbij aan: personeelstekort, wisselend personeel, (enorme) wachttijden voor de GGZ en toegang, indicaties/toeleidingen die (veel te) complex zijn, rollen en zorgproducten die niet duidelijk zijn voor de spelers in het zorglandschap en dat het nog steeds lastig blijkt om “elkaar te vinden”/ samen te werken. Er is toch nog een vorm van concurrentie gevoel aanwezig.

Om bovenstaande verder te ontwikkelen is er meer coördinatie nodig op alle activiteiten die daarbij van invloed en belang zijn. Daarom wordt er gepleit voor een programmamanager of een coördinator die een coördinerende rol vanuit de RWO in de regio oppakt. Punten die verder worden opgepakt in een plan van aanpak omvatten (zie ook hoofdstuk “plan van aanpak”): 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Nieuwe regiovisie en ambities benoemen Verbinding en samenwerking initiëren met de stuurgroep bovenregionaal Dataonderzoek: consistentie en doorontwikkeling Ontwikkelen digitaal platform met verdieping op de verschillende alternatieven Onderzoek naar mogelijke subsidies die de nodige doorontwikkelingen ondersteunen Ambities van inkoop integreren Verkennen mogelijkheden in samenvoegen van (sommige) alternatieven om versnippering en mogelijk overlap tegen te gaan en het alternatieve aanbod te versterken 8. Integraliteit van alternatieven jeugdzorgplus verhogen en verder ontwikkelen met o.a. onderwijs, GGZ en verslavingszorg 9. Doorontwikkelen op kwaliteit en effectiviteit van de alternatieven (waaronder open residentiële voorzieningen) 10. Verder onderzoek en inzet op kleinschalige voorzieningen 11. Verder onderzoek en verbetering van uitstroom (voorzieningen) jeugdzorgplus

8

12. Verder onderzoek naar andere woonvormen (bij uitstroom) waar de (oudere) doelgroep langdurig kan blijven, (waar duurzaam wonen het hoofddoel is, i.p.v. hoge frequentie van behandeling) 13. Recidive, onderzoek naar aantal en mogelijkheden tot verbetering 14. Doorontwikkeling van de verblijfs- en experttafel in een nieuwe vorm als de Verwijstafel, die zich positioneert als brugfunctie van de alternatieven.

9

Ontwikkelingen 2018 t/m sept 2023 a.d.h.v. tijdslijn Hieronder in overzicht, alle initiatieven die hebben plaatsgevonden van 2018 t/m sept 2023. In bijlage 2 is een korte beschrijving van de initiatieven opgenomen. 2018

Start Programma Gewoon Thuis Jeugd 2018-2021 (ambitie, zie bijlage 1) 2018

Expertteam met mandaat en zorgbemiddeling

2018

In VerbindingsTeam (IVT)

2018

Uitstroomprofielen Jongere uit verblijf bij 18 jaar

2018

Wooninitiatieven Julianastaete t.b.v. passende woonplekken jongeren

2019

Verblijfstafel (centrale toegang verblijfszorg jeugd)

2020

Woonzorgcoordinator 16-27 jaar

2020

MST / MDFT

2021

Regiovisie plan “Samen scherper aan Zuidwest de wind” 2021-2024 (ambitie, zie bijlage 1) Bovenregionaal Jeugdzorgplus en actualisaties (2021-2025)

2021

PAST (Pilot Ambulante Specialistische Jeugdzorg Thuis)

2021

Flex woningen Winterdijk (De Rietgors)

2022

Kleinschalig Behandelgroep verblijf Sequoia

2022

Avalon (dagbehandeling in eigen regio SGGZ)

2022

Mockingbird (versterking pleegzorg)

2022

Marathon (Ambulant jeugdzorgplus team), (pilot 2022)

22-23

AEF Rapport door Landsdeel Zuid-West “Naar een komstbestendig jeugdhulpstelsel”

2023

De Break (Harmonicavoorziening) in eigen regio

2023

Gezinsbehandeling (buiten regio)

2023

School2Care (buiten de regio)

2023

Kleinschalig behandelgroep verblijf in eigen regio

2024

Beschikbaarheid Twee crisisbedden verblijf in eigen regio

2024

2e consultatie Mockingbird (realisatietermijn Q2 2024)

2024

Hybride voorzieningen (realisatietermijn Q2 2024)

10

Activiteiten overzicht sept 2023 – mrt 2024

Activiteit

Wat

Bron

Wie

1.

Overzicht zorglandschap JZ+ en HoogSpecialistisch

RWO

Zainab Anke (OZJ)

2.

Kwantitatief onderzoek JZ+

Welke initiatieven zijn er, waar in het zorglandschap nemen ze een plek en voor welke doelgroep zijn ze bedoeld? Data-onderzoek naar de het zorglandschap JZplus en HS kwantitatieve gegevens, zoals De kpi’s voortvloeiend uit de ambitie gemeten is het instroomprofiel? Duur van gesloten opname? D.m.v. vooropgezette vragen in een open interview vorm, evaluatie van de alternatieven (zie bijlage 3).

 

Zainab Anke Anouk Data-analist RWO

Nov ’23 feb ‘24

Interviews met lokale toegangen, systeemgerichte zorgaanbieders, GI’s, expert- en verblijfstafel, zorgbemiddelaar  AEF onderzoek landsdeel Zuid-West  Profielen huidige plaatsingen JZ+ Met Enver en ASVZ als opdrachtnemer en penvoerder van de projecten PAST/IVT/de Break, evalueren en bespreken voortgang pilots richting besluitvorming 2024 Factsheets zorglandschap, PowerPoint met opgehaalde resultaten deelsessies

Zainab Anke Anouk

Novdec ‘23

Zainab Lies

Lopend

Zainab Anouk Moniek (Beleid RWO) Zorgaanbieders

26-03 2024

Notulen stuurgroep

Zainab inkooptea m stuurgroep

o.a. nov ‘23

3.

Kwalitatief onderzoek JZ+

4.

Evaluatie pilot projecten Past, IVT en de Break

Gesprekken voortgang effectiviteit

5.

Bijeenkomst zorglandschap “GTJ”

6.

Verblijfsexpert tafel

Verbinden, reflecteren en kennisdelen. Terugkoppeling van kwantitatiefen kwalitatief onderzoek. En (belangrijkste) vraagstukken die voortvloeien uit onderzoeken d.m.v. deelsessies bespreken. Evaluatie en bijstelling

en

over en

Rapportages ECZ interne data regiogemeenten AEF onderzoek landsdeel Zuidwest rapport benoemen

Wanneer Okt ‘23

11

12

Resultaten Activiteiten sept 2023 – mrt 2024 Resultaat activiteit 1. “Overzicht zorglandschap”

13

In het hoofdstuk “Ontwikkelingen 2018-2024” staan alle alternatieve jeugdzorgvormen genoemd die in die periode hebben plaatsgevonden. In de factsheet hierboven zijn deze grotendeels visueel weer terug te zien. De volgende resultaten qua zorgaanbod zijn bereikt passend bij de ambities genoemd in de regiovisie ‘Samen scherper aan de wind’ (2021-2024), zie hoofdstuk “ambitie” en bijlage 1. Ambitie 1.

Zoveel mogelijk intensiveren van integrale ambulante hulp om uithuisplaatsingen te voorkomen of te verkorten en veiligheid te borgen. Verschillende zorgproducten zijn hiervoor ontwikkeld of geïntensiveerd. 

 

Ambitie 2.

Zoveel mogelijk passende Jeugdzorg bieden binnen de verblijfplaats van het kind en daarmee overplaatsingen voorkomen. 

Ambitie 3.

In de regio Midden-Holland is een integraal intensief ambulant team opgericht met actieve inzet van het netwerk; “InVerbinding team (IVT)”. Aan InVerbinding in Midden-Holland nemen in ieder geval deel: Enver; Pameijer; Kwintes; ASVZ; Parnassia; Viersprong. Het InVerbindingsteam wordt gekoppeld aan het bestaande Factteam van de regio. In de uitrol van InVerbinding zetten we breed in om professionals en verwijzers op te leiden in deze methodiek en de JIM (Jouw Ingebracht Mentor) aanpak. Daarbij is gericht aandacht voor de aansluiting op en van het onderwijs. Daarnaast zijn MST / MDFT contractueel aangepast zodat ze meer binnen de regio zijn in te zetten. PAST is ontwikkeld. PAST is een integrale ambulante levensloopjeugdzorg (gericht op zowel opvoeding, verzorging, huishouden als maatschappelijke taken), waarmee verergering van de problematiek getracht wordt te voorkomen.

Het opzetten van een expert- en verblijfstafel. Hier worden multidisciplinair complexe jeugdcasuïstiek besproken en bij de verblijfstafel is er o.a. een centraal overzicht op aanmeldingen en verblijfsduur. Ook zal er gekeken worden waar een kind wordt geplaatst om overplaatsingen zoveel mogelijk te minimaliseren. Er wordt zoveel als mogelijk binnen de verblijfsplaats, daarna regionaal en als laatste optie bovenregionaal gezocht naar passende zorg. Het is niet mogelijk om alle vormen van zorg in de verblijfplaats, of zelf regionaal aan te bieden. Dit heeft te maken met de schaalbaarheid van een zorgproduct.

Bij een uithuisplaatsing zoveel mogelijk inzetten op plaatsingen in kleinschalig, gezinsgericht en perspectief biedende voorzieningen, waar mogelijk in het eigen netwerk. 

 

Er is een harmonicavoorziening, de Break, (ambulante hulp in combinatie met mogelijkheid van logeren) binnen de regio geïntroduceerd als aansluiting op de integrale ambulante zorg en de integrale verblijfsvoorzieningen. Daarnaast zijn er twee locaties met kleinschalig verblijf in de regio gerealiseerd. Waarbij een maximale groepsgrootte van 6 wordt aangehouden. Hybride voorzieningen: Een hybride groep is een groep waarin jongeren geplaatst kunnen worden met een Machtiging Gesloten Jeugdhulp (MGJ), een voorwaardelijke Machtiging Gesloten Jeugdhulp of een geschorste Machtiging Gesloten Jeugdhulp. De groep wordt gekenmerkt door een open leefklimaat. De hybride groepen zijn voornamelijk bedoeld voor jongeren tussen 12 en 18 jaar.

14

  Ambitie 4.

Actief sturen op het terugdringen van het aantal en de duur van (gesloten) residentiële plaatsingen. 

 Ambitie 5.

In het geval van crisis zijn er twee crisisbedden in de regio waar (kortdurend) gebruik van kan worden gemaakt. Voor versterking van pleegzorg is er Mockingbird ontwikkeld, en is er een 2 e Mockingbird gepland in Q2 2024.

Het opzetten van een expert- en verblijfstafel. Hier worden multidisciplinair complexe jeugdcasuïstiek besproken en bij de verblijfstafel is er o.a. een centraal overzicht op aanmeldingen en verblijfsduur. Vanuit het expertise centrum complexe zorg van Jeugdbescherming West is een coördinatie op de verblijfszorg opgezet, in combinatie met wachtlijstbeheer.

Als initiatieven niet in de regio te bieden zijn i.v.m. schaalbaarheid, wordt er gebruik gemaakt van de alternatieven die bovenregionaal zijn ontwikkeld voor de doelgroep zonder vrijheidsbeperkende maatregelen. Voor sommige soorten zorg moet er bovenregionaal worden samengewerkt, m.n. voor de schaalbaarheid van deze initiatieven. De volgende alternatieven zijn bovenregionaal: 

Gezinsbehandeling. De gezinsbehandeling richt zich op gezinnen met kinderen tussen de 0 en 18 jaar, waarbij ouders moeilijkheden ervaren in de opvoeding van hun kind(eren) met de daarbij horende opvoedvraagstukken. Met de gezinsbehandeling van Horizon wordt het hele gezin intern behandeld. Zij wonen tijdelijk op één van de Horizon-locaties Prisma in Harreveld, Antonius in Castricum en Zorgboerderij de Mentinkberg in Winterswijk School2care. School2Care is een speciale school voor voortgezet onderwijs. Deze school is er voor jongeren die problemen hebben op drie niveaus: thuis, op school en in de vrije tijd. School2Care kan een alternatief zijn om uithuisplaatsing te voorkomen. Je verblijft, indien nodig, van acht tot acht uur op school en krijgt hier zowel zorg als onderwijs aangeboden. Marathon voorziening.

15

Resultaat activiteit 2. “Kwantitatief onderzoek Jeugdzorgplus”

16

17

Resultaten kwantitatief onderzoek De factsheets zijn gemaakt d.m.v. input uit eigen onderzoek van regiodata van Midden-Holland en met resultaten van het AEF rapport op landsdeel niveau. Hieronder staan tabellen weergegeven die een deel van de informatie weergeeft. Het is niet onze insteek om deze informatie leidend te laten zijn, of dat het als “enige waarheid” wordt gezien. Data geeft een bepaald inzicht, maar behoeft ook veel uitleg over context en definitie van meten. Hierna wordt aangegeven hoe onderstaande data is verkregen. Plaatsingsjaarberekening De data van gesloten plaatsingen is verkregen met de definitie “Het jaar waarin een cliënt geplaatst wordt, is het beginjaar van de 1 e afgegeven indicatie binnen de geselecteerde diensten van een set indicaties die elkaar opvolgen met een gat van maximaal 30 dagen ertussen”. Voorbeelden: een cliënt start in 2022 en heeft in 2023 een indicatie aansluitend (dus binnen 30 dagen na de einddatum van de indicatie ervoor) nog een indicatie, dan is de plaatsing enkel in 2022. Indien het traject in 2023 start en meer dan 30 dagen na afsluiting vorige indicatie dan is er een plaatsing in 2022 en 2023.

Doorlooptijd(verblijfsduur) Per plaatsing (gedefinieerd zoals hierboven) wordt de begindatum van de eerste indicatie in de set aansluitende indicaties afgetrokken van de einddatum van de laatste indicatie in de set aansluitende indicaties. Hierbij is steeds enkel de tijd binnen de indicaties meegenomen, de eventuele tijd tussen de indicaties (die binnen een set de 30 niet kan overschrijden) is niet meegenomen. Opmerkingen: 

de einddatum van een indicatie kan in de toekomst liggen. Er wordt voor de doorlooptijd dan ook aangenomen dat de zorg geleverd wordt tot betreffende einddatum in de toekomst en dat er daarna geen vervolgindicatie meer volgt.

De cijfers van de doorlooptijden van 2023 zijn een ondergrens . De data zijn begin 2024 opgehaald en in die periode waren niet alle traject afgerond en hadden we nog niet alle indicaties binnen over 2023. Aannemelijk is dan ook dat de uiteindelijke gemiddelde doorlooptijd van in 2023 geplaatste cliënten hoger ligt dan in de tabellen zijn opgenomen, wanneer alle (her)indicaties afgegeven zijn en trajecten afgerond zijn.

Volgens de beschikbare gegevens is het meest logisch om zich voornamelijk te richten op de cijfers vanaf 2021 bij het beoordelen van het effect van de alternatieven voor jeugdzorgplus. Dit omdat de meest prominente alternatieven vanaf deze periode van start zijn gegaan.

18

Gezin- en pleeg

Jaar 2018 2019 2020 2021 2022 2023

Doorlooptijd 1385 887 762 781 1528 503

mutatie jaar over mutatie jaar over Nieuwe jaar doorlooptijd jaar plaatsingen plaatsing per plaatsingsjaar per plaatsingsjaar 458 0% 0% 121 -36% -74% 115 -14% -5% 138 2% 20% 200 96% 45% 48 -67% -76%

3 milieu

Jaar 2018 2019 2020 2021 2022 2023

Doorlooptijd 319 257 486 146 145 199

mutatie jaar over mutatie jaar over Nieuwe jaar doorlooptijd jaar plaatsingen plaatsing per plaatsingsjaar per plaatsingsjaar 22 0% 0% 14 -20% -36% 8 89% -43% 22 -70% 175% 16 0% -27% 25 38% 56%

Behandelgroep verblijf

Jaar 2018 2019 2020 2021 2022 2023

Doorlooptijd 396 348 322 236 414 338

mutatie jaar over mutatie jaar over Nieuwe jaar doorlooptijd jaar plaatsingen plaatsing per plaatsingsjaar per plaatsingsjaar 75 0% 0% 35 -12% -53% 35 -8% 0% 42 -27% 20% 44 75% 5% 27 -18% -39%

GGZ verblijf

Jaar 2018 2019 2020 2021 2022 2023

Doorlooptijd 158 146 149 89 141 98

mutatie jaar over mutatie jaar over Nieuwe jaar doorlooptijd jaar plaatsingen plaatsing per plaatsingsjaar per plaatsingsjaar 54 0% 0% 35 -7% -35% 30 2% -14% 36 -40% 20% 31 58% -14% 35 -30% 13%

19

Crisis verblijf

Jaar 2018 2019 2020 2021 2022 2023

Doorlooptijd 53 118 145 61 52 34

mutatie jaar over mutatie jaar over Nieuwe jaar doorlooptijd jaar plaatsingen plaatsing per plaatsingsjaar per plaatsingsjaar 43 0% 0% 29 123% -33% 31 23% 7% 31 -58% 0% 23 -15% -26% 22 -35% -4%

Jeugdzorgplus

Jaar 2018 2019 2020 2021 2022 2023

Doorlooptijd 240 278 157 119 306 170

mutatie jaar over mutatie jaar over Nieuwe jaar doorlooptijd jaar plaatsingen plaatsing per plaatsingsjaar per plaatsingsjaar 35 0% 0% 23 16% -34% 23 -44% 0% 13 -24% -43% 12 158% -8% 10 -44% -17%

Jeugdzorgplus Na het eerste jaar (2018) zijn de plaatsingen behoorlijk gedaald, wat vanaf 2021 lijkt te stabiliseren tot licht afneemt. Het doel van max. 14 plaatsingen in 2024 is behaald en hopend dat de daling verder inzet door de geboden alternatieven. Al is het aantal plaatsingen met 71% gekrompen, we zien wel (in o.a. onderzoek AEF) dat de doelgroep niet is geslonken maar op andere plekken in de jeugdzorg terecht komt. De plaatsingen in drie-milieuvoorzieningen is heel licht toegenomen, maar kan niet de volledige verplaatsing van de jeugdzorgplus doelgroep verklaren. Wel blijkt uit de stapelingen (-gegevens) dat extra behandeling en begeleiding binnen de open residenties zijn toegenomen wat ook kan verklaren dat de doelgroep jeugdzorgplus met zwaardere problematiek meer vraagt dan het regulier hulpaanbod. De verblijfsduur voor de Jeugdzorgplus neemt sinds 2018 geleidelijk af, maar kent een piek in 2022. Dit is m.n. te verklaren uit 1 jeugdige die een verblijfsduur heeft van 801 dagen (ononderbroken), waardoor het gemiddelde op zo’n kleine groep meteen fors omhoog gaat. Nb. De verblijfsduur in 2023 is hier 170 dagen, in de factsheet 4,8 maand. Hier zit een verschil in doordat in dit tabel (170 dgn) wordt gerekend met de doorlooptijd voor alle cliënten die in 2023 geplaatst zijn.

Bij het getal van 4,8 maanden is de gemiddelde doorlooptijd voor alle cliënten die in 2023 hun traject beëindigd hebben berekend. De laatste definitie wordt ook gehanteerd door de plaatsing coördinator ZuidWest. Beide getallen zijn onder de beoogde 6 maanden wat het doel was. Dat is positief te noemen.

20

Crisis verblijf Nieuwe plaatsingen binnen een jaar nemen af vanaf 2018. Eerst een sterke afname van 2018 naar 2019 (-33%), daarna een stabilisatie, daarna in 2022 wederom een sterkere afname (-26%). De verblijfsduur neemt de eerste 2 jaar (2019 en 2020) enorm toe (meer dan verdubbeling), waar na deze in 2021 en de jaren daarna afneemt. GGZ verblijf De nieuwe plaatsingen nemen het eerste jaar, van 2018 naar 2019 enorm af (-35%), waarna ze de jaren daarna fluctuerend zijn, met in het laatste jaar (2023) weer een lichte toename. De doelgroep jeugdzorgplus is er nog steeds al worden hun in steeds mindere mate gesloten geplaatst. Dit maakt dat de doelgroep zich verspreidt over de andere voorzieningen, zoals GGZ verblijf waar hoog-specialistische zorg wordt geleverd. We zien wel dat de verblijfsduur gemiddeld gezien afneemt vanaf 2019, met een flinke verhoging in 2022, waarna deze (mogelijk) weer iets daalt. Behandelgroep verblijf Ook bij behandelgroep verblijf zien we na het eerste jaar (2019) iets meer dan een halvering van het aantal nieuwe plaatsingen (-53%), ook daarna schommelt het wat; neemt een beetje toe waarna het in 2023 weer afneemt. Verblijfsduur neemt in 2022 weer toe en mogelijk zet dit voort naar een schatting van 400 dagen in 2023 (338 dagen staat in het tabel, maar deze zal hoger uitvallen).

 

Drie-milieuvoorzieningen De verblijfsduur van de drie-milieuvoorzieningen zijn toegenomen in 2023. Met daarbij ook als opmerking, het cijfer van 2023 is een ondergrens. Er zijn 25 plaatsingen geweest in 2023. Dit is een lichte stijging t.o.v. 2018 en 2022. De cijfers laten m.n. een wisselend beeld zien, met gemiddeld genomen wel een afname van plaatsingen sinds 2018. Toch was er een plaatsingsambitie van 14 genoemd, wat niet is behaald. We zien binnen deze residentiele voorziening veel schommeling in zowel doorlooptijd als aantal nieuwe plaatsingen. Het vraagt daarom verder onderzoek om te duiden wat de oorzaak is van de schommelingen en stijging van de indicatoren. Het is dus ook de vraag of de ambitie van 14 plaatsingen gerealiseerd kan worden naast een daling van plaatsingen gesloten verblijf. De doelgroep moet immers ergens worden geholpen. De vraag is wel of dit het juiste alternatief is voor de doelgroep jeugdzorgplus. Gezinsgericht verblijf (gezinshuizen en pleeggezinnen) De gezinsgerichte verblijven (gezinshuizen en pleeggezinnen), laten in 2022 een significante toename zien van verblijfsduur en plaatsingen, gevolgd door een enorme afname in 2023. Een verklaring kan zijn dat er veel tijd en energie is gestoken in het verruimen van het aanbod in 2021, wat zijn vruchten heeft afgeworpen in 2022.

De verklaring van de grote daling in 2023 kan zijn dat er onvoldoende aanbod is gerealiseerd of dat het aanbod niet passend is geweest voor de doelgroep. Ook bij deze voorziening is het nodig diepgaand onderzoek te doen naar de oorzaak hiervan.

21

Resultaat activiteit 3. “Kwalitatief onderzoek” Hieronder in de factsheet staan eerst de voornaamste knelpunten benoemd die uit het kwalitatief onderzoek naar voren kwamen. Deze zijn onderverdeeld in Product, Process & People. In de witte wolk worden de dromen weergegeven die hoofdzakelijk werden benoemd. In Bijlage 3 zijn de interview vragen toegevoegd. Onder de factsheet worden de positieve punten benoemd.

22

Daarnaast werden de volgende positieve punten genoemd, te weten: 

  

Algemeen: De integrale samenwerking wordt meer en meer gestimuleerd, meer contact met collega-aanbieders met gezamenlijke doelstellingen. Visie uitgangspunten helpen hierbij om hier gezamenlijk in op te trekken. Experttafel: Fijn dat alle aanbieders bij elkaar zitten / Verschillende disciplines denken mee wat fijn is / Het geeft ook hoop naar ouders / Betrokkenheid is hoog vanuit de tafel / Er wordt regelmatig contact gezocht om af te stemmen hoe het verloopt over de tijd / Zorgbemiddelingsrol is wel goed en wordt vaak geraadpleegd. IVT: Er worden belangrijke anderen binnen het netwerk gepositioneerd om iets te betekenen in het gezin / Er is een systeemtherapeut verbonden die naast het individuele gedeelte ook het systemische stuk kan oppakken / Snelle start / Goed in het coachen van de JIM / De inzet van de JIM’s wordt als zeer positief ervaren en is in lijn met de doelstellingen van de gemeenten (continuatie van ondersteuning vanuit het netwerk van de klant als hulpverlening stopt) / voor 18+ een goede overgang. PAST: Meerdere positieve ervaringen na gebruik; waarbij het echt helpend was en de samenwerking goed verliepen / De resultaten van de hulp, de deskundigheid van medewerkers en afstemming tijdens het hulpverleningstraject, de toeleiding en communicatie / Integraal, zo voorkom je echt veel. Het kan echt het verschil maken voor een gezin.

De Break: Ouders komen door deze inzet op adem / Product is passend, ouders beter in hun vel / Dit was echt een gat in het zorgaanbod / Kan goed worden ingezet voor voorkomen uithuisplaatsing, voor afschaling en ambulantisering. Marathon: Hands on. Goede eerste ervaringen. Begrijpen de doelgroep goed. Werken met medewerkers uit geslotenheid. Mockingbird: Samenwerking met gemeente, Jeugdbescherming en wijkteams is soepel verlopen. Sequoia: Behandelgroepen Enver kunnen echt meer dan vroeger qua behandeling. Ze denken meer out of the box. Kleine aanbieders kunnen te weinig kwaliteit leveren. Graag sturen op grote aanbieders om gezamenlijk passend en genoeg verblijf te bieden. Anders kleinere alleen in onder aanneming.

Resultaat activiteit 4. “Evaluatie pilot projecten Past, IVT en de Break 2024” De pilot projecten zijn d.m.v. kwalitatief en kwantitatief onderzoek, op basis van een aantal indicatoren, waaronder instroomprofiel, doorlooptijd, andere jeugdhulp tijdens inzet alternatief en uitstroomprofiel. Dit zal geëvalueerd worden en op basis hiervan wordt er een besluit genomen op vervolg en eventuele doorontwikkeling voor de pilots in 2025. Evaluatie kan worden teruggelezen in een separaat rapport hierover.

23

Resultaat activiteit 5. “Uitkomsten Bijeenkomst zorglandschap “GTJ” (26-03-2024) Deelsessie: “Integrale aanpak”: Hoe maken we de zorg werkelijk integraal? -

-

Een startplan maken met gezin, waar alle disciplines worden meegenomen (1 gezin, 1 plan met regisseur). In plan wordt ook prioritering aangegeven en dit plan wordt geëvalueerd en bijgesteld waar nodig. Integrale indicatie, integraal gezinsbudget, gezinsbeschikking (niet voor elk kind een heel traject doorlopen) Online omgeving voor professionals om elkaar te vinden, mogelijk in de vorm van een leernetwerk Zoek elkaar op, om tips en tops te delen, met elkaar te leren en elkaar te consulteren.

We zijn geen concurrenten van elkaar, maar kunnen elkaar wel versterker in het belang van de jeugdige en zijn/haar gezin. Bij crisis en/of uithuisplaatsing altijd eerst screenen of er sprake is van thuiszittersproblematiek. Een jeugdige die nog wel structureel onderwijs volgt heeft een grote slagingskans om vanuit huis geholpen te worden en een uithuisplaatsing brengt dan grotere schade met zich mee, doordat onderwijsbehoud in gevaar komt.

Deelsessie: “GTJ alternatieven voor uitstroom en afschaling”: Hoe kunnen alternatieven van GTJ ook ingezet worden als optie voor afschaling en uitstroom zodat tijdiger en duurzamer terugkeer naar huis mogelijk is? -

-

-

Vóór uit huisplaatsing eerst een ambulant alternatief inzetten. Toch uithuisplaatsing? Dan parallel aan deze plaatsing altijd ambulante zorg inzetten om (ook) veranderingen in de thuissituatie en het systeem te weeg te brengen (Nb. Dit vraag wel iets van bureaucratie in stapelingen en administratie. Dit kost geld op korte termijn maar betaalt zich uit op de lange termijn). Bij een selecte doelgroep binnen HS, met dusdanige problematiek dat je van te voren al kan inschatten dat er vroeg of laat een crisis komt met alle gevolgen van dien, dient er op voorhand al een compleet zorgpad uitgestippeld te worden, met

(proces)regie hierop beleggen bij 1 persoon. Hierdoor voorkom je onnodige overplaatsingen en dat je “iemand kwijt raakt in het systeem”. Ook bij uitstroom hebben ze continuïteit nodig. Pijlers benoemen, procesregie beleggen en onderwijs inschakelen. Note: Sturen op dalende cijfers zegt nog niks over de kwaliteit en effectiviteit ervan. Hoe weten we of de afname ook van kwalitatieve een duurzame aard is? Of krijgen we een boemerang effect? Tijdens een Jeugdzorgplus traject wil je na een bepaalde tijd opnieuw kijken of een Gewoon Thuis Jeugd product ingezet kan worden om de zorg af te schalen.

Deelsessie: “Kennen en kiezen alternatieven”: Wat is er nodig om de alternatieven beter bekend te laten zijn? -

-

Droom – Met meerdere aanbieders vanuit één team werken voor specialistische zorg. Samen een traject laten slagen. Niet vooraf beslissen wat er nodig is voor hoelang. Eenvoudiger kunnen beschikken (voor de alternatieven) en hybride kunnen beschikken met ruimte voor een product voor consultatie en advies om als aanbieder met elkaar mee te kunnen

Een website/een online platform met de alternatieven die geboden worden zoals de zorglandschapskaart en met filmpjes, informatie en contactgegevens over de alternatieven. Dit zorgt voor toegankelijkheid, zichtbaarheid en bekendheid. Meer sturen op de doelen, minder op de inhoud

24

denken. Werken vanuit vertrouwen in aanbieders, dat zij juist handelen. Niet beschikken voor bepaald product van bepaalde duur, maar laat aanbieder uitzoeken wat en wie passend is en hoe lang er bepaalde zorg nodig is tijdens een traject – maatwerk

Het organiseren van een infomarkt, voor gemeentes en aanbieders om elkaar te leren kennen

Resultaat activiteit 6. “Evaluatie en bijstelling verblijf- en experttafel” Eind 2023 hebben er gesprekken/(overleg) plaatsgevonden met de stuurgroep, waaronder zorgbemiddelaars en samenwerkende jeugdzorgpartners in Midden-Holland. -

-

Per 1 januari 2024 wordt er gestart bij de Experttafel Midden-Holland met ervaringsdeskundigen aan de tafel. Bij de Experttafel is men gestart om de perspectieven zo goed mogelijk uit te breiden, daarbij was ervaringsdeskundigheid een wens. Per 1 januari 2025 worden de verblijfstafel en experttafel bij elkaar gevoegd nadat er verder is verkend en ontwikkeld om verder te verbeteren.

25

Resultaten / Onderzoeksuitkomsten AEF rapport1 “Naar een toekomstbestendig jeugdhulpstelsel” Eind 2022 heeft het AEF een rapport opgeleverd aangaande jeugdzorgplus, met onderstaande uitkomsten. Deze uitkomsten zijn voor het gehele landsdeel Zuid-West en niet specifiek gemaakt naar onze regio Midden-Holland. Verklaring voor de afname van de jeugdigen in JeugdzorgPlus  

Er is geen reden om te concluderen dat de doelgroep kleiner is geworden. Wel stroomt deze minder vaak in JeugdzorgPlus. Dat is niet zozeer omdat rechters machtigingen minder vaak afgeven, maar omdat de aanvragen ervoor minder vaak gedaan worden. Dit omdat er een scherpere afweging gemaakt wordt voor welke jeugdigen een gesloten plaatsing echt nodig is. De mogelijke drijvers hierachter zijn divers en moeilijk om precies vast te stellen (mogelijk per persoon verschillend). Meest voor de hand liggend is de invloed van het maatschappelijke debat over het minimaliseren van het aantal gesloten plaatsingen. Ook plausibel zijn de verminderde beschikbaarheid van bedden en het beschikbaar zijn van alternatieven. We zien geen aanleiding om te concluderen dat dit tot een grotere toestroom naar JJI’s of LTA-aanbod leidt.

Bestaan van en eisen aan alternatieven 

Een deel van de jeugdigen die voorheen naar JeugdzorgPlus gegaan zouden zijn, komt nu in ander aanbod terecht. Dat is deels aanbod dat zich als alternatief profileert, deels bestaand open aanbod. Er zijn nog onvoldoende passende alternatieven (zowel in aard als in omvang). Ook kan het open aanbod deze jongeren met moeite aan. Het leidt daarbovenop soms tot situaties waarvan de vraag is of het alternatief te verkiezen is boven JeugdzorgPlus. Er zijn bouwstenen geïdentificeerd vanuit het perspectief van jeugdigen. Er zijn ook ideeën over hoe alternatief aanbod eruit zou kunnen zien. Er is echter geen breed gedeeld beeld over wat de benodigde alternatieven zijn.

Verklaring voor de afname van de jeugdigen in JeugdzorgPlus 

  

1

Er is een groep jeugdigen waarvoor een bepaalde mate van geslotenheid nodig blijft: jeugdigen waar sprake is van een stevige onveiligheid voor zichzelf en/of anderen, in combinatie met het ontbreken van behandelmotivatie en/of onttrekkend gedrag. De inschatting van de omvang van deze groep gaat met een grote bandbreedte gepaard, omdat het van een groot aantal factoren afhangt of dit behaald kan worden. Er zijn verschillende manieren hoe aan deze geslotenheid invulling gegeven kan worden, waarbij op dit moment onbekend is in hoeverre ze werken en voor wie. Gemeenten moeten hierin een richting kiezen: zij moeten keuzes maken over het te ontwikkelen alternatieve aanbod, hoe zij invulling willen geven aan het aanbod dat een gesloten karakter zal blijven kennen en de manier waarop zij van de huidige naar de beoogde situatie willen bewegen.

https://rijswijk.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/View/e0157474-cbcf-4ea5-867e-017cdfe12075

26

Daarnaast bleek 

 

Ook uit de cijfers dat het aantal aanmelding van 12-/12+ was gestegen. Zij passen niet bij de populatie van de groepen. Hier is verder onderzoek voor nodig en eventuele bijstelling van het huidige aanbod. Ook een substantiële toename van agressie onder de jongeren die in zorg komen. Er zal naar gekeken moeten worden waar dit vandaan komt en/of hoe hiermee om te gaan. Het AEF wijst op twee groepen jongeren in de gesloten hulp voor wie het ontwikkelen van open zorgaanbod als zeer complex wordt ingeschat en wat dus extra aandacht behoeft. Dit betreft: o Jongeren die een Langdurig Intensief Verblijf (LIV) nodig hebben Deze groep jongeren heeft veelal een combinatie van gedrags-, hechtings- en/of psychiatrische problematiek. Het karakter van hun problematiek is langdurig. Deze jongeren hebben onvoldoende perspectief en stromen moeilijk door naar een geschikte vervolgplek. Wanneer de machtiging gesloten jeugdzorg stopt, verdwijnen zij uit beeld. Daarom is voor deze groep een langdurige en stabiele woonplek van belang. Zij hebben, naast de juiste zorg, dus een langdurige woonplek nodig. o Jongeren wier problematiek te complex is voor ambulante behandeling in de GGz of voor verblijf in reguliere/open LVB voorzieningen. De complexiteit van de problematiek uit zich in:  a.

Co-morbiditeit van gedrag en psychiatrische problematiek, bijvoorbeeld een jongere die gediagnosticeerd is met een Autisme Spectrum Stoornis (ASS) en daarnaast seksueel overschrijdend gedrag vertoont. Of een jongere met een stemmingsstoornis die als onderdeel daarvan zeer agressief gedrag laat zien.  b. Suïcidaliteit of ernstige automutilatie in combinatie met een gebrek aan bedden in de ggz.  c. Behandeling onttrekkend of -vermijdend gedrag. Gesprekspartners geven aan dat dit zich bijvoorbeeld voor doet bij verslavingsproblematiek, waardoor dit niet behandeld wordt. Verslaving is vaak een contra-indicatie voor behandeling in de ggz of verblijf in open voorzieningen.

27

Conclusie Landelijk is bepaald dat in 2030 het aantal gesloten jeugdzorg plaatsingen ‘zo dicht mogelijk bij nul moet zijn’. Vanaf 2018 zet de regio Midden-Holland middels het programma “Gewoon Thuis Jeugd” zich in om samen mogelijk te maken dat zoveel mogelijk kinderen/jongeren thuis kunnen blijven wonen en het aantal plaatsingen in de jeugdzorgplus te minderen. In 2021 heeft de regio de ambities van het programma “gewoon thuis jeugd” doorontwikkeld en bestendigd in de regiovisie ‘Samen scherper aan de wind’. De doorontwikkelde ambities zijn als volgt beschreven:    

Zoveel mogelijk intensiveren van integrale ambulante hulp om uithuisplaatsingen te voorkomen of te verkorten en veiligheid te borgen. Zoveel mogelijk passende jeugdzorg bieden binnen de verblijfplaats van het kind en daarmee overplaatsingen voorkomen. Bij een uithuisplaatsing zoveel mogelijk inzetten op plaatsingen in kleinschalig, gezinsgericht en perspectief biedende voorzieningen, waar mogelijk in het eigen netwerk. Actief sturen op het terugdringen van het aantal en de duur van (gesloten) residentiële plaatsingen

Midden-Holland heeft sinds 2018 met het transformatieprogramma “Gewoon Thuis Jeugd” inmiddels 11 alternatieven gerealiseerd. Daarnaast heeft de regio recent een kleinschalige behandelgroep verblijf en crisis verblijf beschikbaar gesteld in eigen regio om deze doelgroep ook in eigen regio hulp te kunnen verlenen en hiermee onderwijs en het sociale netwerk zoveel mogelijk intact te houden. Verder biedt de regio deze doelgroep verschillende alternatieven aan die bovenregionaal zijn gerealiseerd en zich buiten de regio bevinden. Daarnaast is er vanaf het najaar van 2023 een overzicht van het zorglandschap gecreëerd, er heeft kwantitatief en kwalitatief onderzoek plaatsgevonden, de drie pilot projecten zijn geëvalueerd en er heeft een grote bijeenkomst plaatsgevonden met alle samenwerkingspartners in deze regio. Plaatsingen We zien dat door alle ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden de plaatsingen in de jeugdzorgplus van 35 naar 10 zijn gegaan (2018 vs. 2023), dit is een daling van 71%. Dit is meer dan beoogd (14 plaatsingen). Daarnaast wordt gezien dat het gemiddeld aantal plaatsingen vanaf 2019 (t/m 2023) is afgenomen in alle residentiele voorzieningen. Bij de driemilieuvoorzieningen en GGZ verblijf wordt het laatste jaar (2023) een lichte toename gezien.

Dit algemene beeld (gemiddeld een algehele afname) oogt positief, maar daar moet wel een kanttekening bij worden geplaatst; Het is met name in het eerste jaar, van 2018 op 2019 waar overal een sterke daling plaatsvindt, in de jaren daarna lichtere dalingen, een stabilisatie of soms zelfs een lichte stijging. Het beeld is niet stabiel en schommelt. De meest voornaamste alternatieven zijn geïmplementeerd rond 2021. En vanaf dat jaar is meer een stabilisatie te zien of lichte stijging in plaatsingen, behalve bij de jeugdzorgplus en crisis verblijf, deze laten tot zover een meer blijvende dalende trend zien en bij driemilieu een iets meer stijgende trend. Er wordt ook ingeschat dat de residentiele voorzieningen (minus jeugdzorgplus) worden ingezet voor de doelgroep van de jeugdzorgplus. Uit kwalitatief onderzoek en de bijeenkomst van alle samenwerkende partijen blijkt wel dat begeleiding/zorg in die voorzieningen nog verder kunnen worden doorontwikkeld zodat ze nog beter inspelen op de behoefte van de doelgroep jeugdzorgplus. En dit niet alleen bij de verblijfsvoorzieningen, maar ook bij de intensieve ambulante zorg. Deze alternatieven worden (soms) “te licht qua zorg” ingeschat, en dat ze (nog) niet altijd inhoudelijk op deze doelgroep zijn ingericht. Voor de ambulante zorg kunnen we dat (nog) niet onderbouwen met bijvoorbeeld cijfers van plaatsingen of verblijfsduur.

De hiervoor beschreven situatie zegt enkel iets over de cijfers niet over de kwaliteit of effectiviteit van zorg. Zowel

28

verblijfsvoorzieningen als ambulante initiatieven moeten verder onderzocht worden op effectiviteit en doelmatigheid (betreft de doelgroep jeugdzorgplus). Verblijfsduur De verblijfsduur (doorlooptijd) van de jeugdzorgplus laat zien dat deze in 2021 op het laagste punt zat, het jaar daarna neemt deze fors toe waarna hij weer afneemt. De factsheet geeft aan dat de verblijfsduur in 2023 4,8 mnd is. Dit is ruim onder de 6 maanden die was beoogd. We zien in kwalitatief onderzoek, dat de uitstroom lastig is. Wachtlijsten en/of zorg die niet goed aansluit(en); er is niet altijd passend aanbod. Hier moet verder onderzoek naar worden gedaan en aanpassingen in aanbod voor uitstroommogelijkheden. Daarnaast wijst data-onderzoek door het PCZW uit dat 25% van de gesloten geplaatste jongeren terugvalt (recidieven). En ruim 75% stroomt in vanuit de open residentiele voorzieningen. Tevens zien we bij de verblijfsduur van de andere residentiele voorzieningen (bijna) dezelfde ontwikkeling als bij het aantal plaatsingen; gemiddeld genomen is vanaf 2018 de verblijfsduur omlaag gegaan bij alle residentiele voorzieningen, op éen na en dat is crisis verblijf. Al zien we juist bij crisis verblijf dat de verblijfsduur de laatste 3 jaar enorm aan het afnemen is (meer dan gehalveerd).

De cijfers van 2019 en 2020 halen dat gemiddelde erg omhoog waardoor het positieve effect van de afgelopen twee jaar vertekend. Ook zien we specifieker dat de verblijfsduur een nogal wisselend beeld zien; bij drie-milieuvoorzieningen neemt deze in 2021 in eerste instantie heel erg af (-70%), waarna deze in 2023 weer toeneemt (+38%). Hier is niet direct een verklaring voor. We zien dat de verblijfsduur op “behandelgroep verblijf” sinds 2022 weer toeneemt en in 2023 waarschijnlijk rond de 400 uitkomt, waardoor we kunnen concluderen dat de verblijfsduur de laatste twee jaar weer is toegenomen na een periode van drie jaar afname. Bij GGZ verblijf zien we in 2022 ook een behoorlijke toename. Daar dit beide (behandelgroep verblijf en GGZ verblijf) hoog-specialistische voorzieningen zijn, wordt ook aangenomen dat de doelgroep van jeugdzorgplus zich hiernaar toe heeft bewogen i.v.m. de aard van de problematiek. En omdat de vraagstukken (zwaardere problematiek) bij deze doelgroep van hoog-specialistische aard zijn, heeft dit mogelijk ook de duur van deze verblijfsvoorzieningen (licht) doen toenemen. Daarnaast blijkt uit kwalitatief onderzoek dat de uitstroom vanuit de jeugdzorgplus ook lastig is omdat er niet altijd passend aanbod is en de gerealiseerde alternatieven worden nog onvoldoende als afschaalproduct ingezet.

Ook wijst het AEF rapport op twee groepen jongeren waarvoor het ontwikkelen van open zorgaanbod als zeer complex wordt ingeschat en wat dus extra aandacht behoeft, dit betreft; jongeren die langdurig intensief verblijf nodig hebben door veelal een combinatie van gedrags-, hechtings- en/of psychiatrische problematiek. En Jongeren wiens problematiek te complex is voor ambulante behandeling in de GGZ of voor verblijf in reguliere/open LVB voorzieningen. Gezinsgericht verblijf (gezinshuizen en pleeggezinnen) Specifiek willen we nog even aandacht geven aan de cijfers van gezinsgericht verblijf (gezinshuizen en pleeggezinnen). We zien van 2022 op 2023 een sterke daling in plaatsingen in de gezin/pleeg voorzieningen, wat niet als positief kan worden geoormerkt, omdat één van de ambities is om zoveel mogelijk in te zetten op kleinschalige, gezinsgerichte voorzieningen en dit daar een optie van is. Daarnaast zien we juist een enorme toename van plaatsingen (en verblijfsduur) van 2021 naar 2022 (+45%). Een verklaring kan zijn dat er veel tijd en energie is gestoken in het verruimen van het aanbod in 2021, wat zijn vruchten heeft afgeworpen in 2022. De verklaring van de grote daling in 2023 kan zijn dat er onvoldoende aanbod is gerealiseerd of dat het aanbod niet passend is geweest voor de doelgroep.

Ook bij deze voorziening is het nodig diepgaand onderzoek te doen naar de oorzaak hiervan. Vanuit kwalitatief onderzoek kan er worden aangegeven dat de voorziening

29

Mockingbird erg wordt gewaardeerd. Er wordt aangegeven dat de samenwerking goed verloopt. Een 2e mockingbird wordt gestart in Q2 2024. Ook worden in de interviews andere soorten van (kleinschalig-) verblijf genoemd als een aanvulling, te weten; woonplekken voor complexe problematiek (waar ze onvoorwaardelijk kunnen blijven), plekken waar traumasensitief wordt gewerkt, zonder directe doelen en meer gezinshuizen voor jeugdigen 16+. Ook zou er voor uitstroom van/en de oudere doelgroep jeugdzorgplus gekeken kunnen worden naar andere woonplekken, mogelijk ook in samenwerking met woningcorporaties. Crisis Uit kwalitatief onderzoek (eind 2023) komt naar voren dat er een gebrek aan crisisplekken wordt ervaren, m.n. avond en weekend. Er zijn sinds 2024 twee crisisplekken verblijf beschikbaar gemaakt in de regio. Samen met de betrokken aanbieder wordt intensief gemonitord en gecommuniceerd met verwijzers om dit aanbod tijdig en passend in te zetten en bij crisis jeugdigen minder buiten de regio te hoeven plaatsen. AEF rapport Specifiek wordt er nog in het AEF rapport benoemd dat het aantal aanmelding van 12-/12+ eind 2023 was gestegen binnen landsdeel Zuid-West. Zij passen niet bij de populatie van de groepen. Mocht uit data blijken dat dit ook geldt voor de geplaatste jeugdigden uit Midden-Holland, dan wordt dit als aandachtspunt meegenomen in het plan van aanpak.

Tevens wordt er in het AEF onderzoek benoemd dat er een substantiële toename is van agressie onder de jongeren die in zorg komen. Er zal naar gekeken moeten worden hoe dat zich in MiddenHolland ontwikkelt, een onderzoek naar profielen (die meer de overhand nemen) in MiddenHolland. Overige punten voor effectiever zorg Overige punten die werden aangegeven tijdens kwalitatief onderzoek om de zorg effectiever en doeltreffende te maken zijn; - het integreren van de volwassen GGZ bij de jeugdzorg. Problemen kunnen contextueel of – systemisch van aard zijn, waardoor het vroegtijdig betrekken van volwassen (GGZ-) zorg helpend en effectief kan zijn. - Om de integrale aanpak te bevorderen willen de zorgaanbieders graag een startplan maken met het gezin, waar alle disciplines in worden meegenomen. En de (proces) regie hierop te beleggen bij 1 persoon. En het liefst met een integrale indicatie/integraal gezinsbudget/gezinsbeschikking. - De residentiele zorg ziet een gat in het zorg- (/woon)landschap, met name de groep die behoefte heeft aan een langdurige woonplek waar ze onvoorwaardelijk kunnen wonen, om te landen en vertrouwen op te bouwen en waar behandeling mogelijk is. Overige conclusies De hoeveelheid aan alternatieven lijkt voldoende te zijn, maar het zorgaanbod kan nog beter inspelen op de doelgroep.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14839306/2