CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.b. Bijlage 1 Aanpak Omgevingsplan Waddinxveen

Besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2026, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Ingekomen stukken5.932 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Een nieuw omgevingsplan in vijf stappen Aanpak voor het vormgeven van het omgevingsplan gemeente Waddinxveen

Datum: Auteur (s): Portefeuillehouder:

1 maart 2026 Deborah de Vries Wethouder Albert Kerssies

Inhoudsopgave Samenvatting...................................................................................................................................... 2 Hoofdstuk 1 Omzetten van het Omgevingsplan..................................................................................3 Paragraaf 1.1 Inleiding.................................................................................................................... 3

Paragraaf 2.1 De Omgevingswet..................................................................................................... 4 Paragraaf 2.2 Samenwerking.......................................................................................................... 6 Hoofdstuk 3 Hoe bereiken we dat?..................................................................................................... 7 Paragraaf 3.1 Stapsgewijs............................................................................................................... 7 Paragraaf 3.2 Stap 1 nieuwe initiatieven mogelijk maken...............................................................8 Paragraaf 3.3 Stap 2 regels in nieuwe structuur en systematiek plaatsen......................................9 Paragraaf 3.4 Stap 3 beleidsrijke wijziging milieuregels................................................................11 Paragraaf 3.5 Stap 4 nieuw beleid en regels uit bestaande verordeningen opnemen...................11 Paragraaf 3.6 Stap 5 beheerrondes invoeren................................................................................12 Paragraaf 3.7 Generale repetitie in 2031.......................................................................................13

Samenvatting De omgevingswet is in 2024 van kracht geworden en daardoor veranderen de instrumenten voor het omgevingsrecht. Dat brengt met zich mee dat de eerder geldende bestemmingsplannen (nu opgenomen in een tijdelijk omgevingsplan) vervangen moeten worden door één nieuw, digitaal en integraal afgestemd omgevingsplan. Dit omgevingsplan moet klaar zijn voor 1 januari 2032 en het is de bedoeling dat ook collega’s in en buiten de gemeentelijke organisatie meewerken aan dit nieuwe omgevingsplan. Deze aanpak voor een nieuw omgevingsplan in vijf stappen is daarom geschreven voor de adviseurs RO, maar met in het achterhoofd de informatie die collega’s (intern en extern) nodig hebben over hoe binnen Waddinxveen wordt gewerkt aan en met het omgevingsplan. Dit plan van aanpak geeft antwoord op de vraag welke stappen we tot 2032 nemen zodat de gemeente Waddinxveen klaar is om met het omgevingsplan, dat voldoet aan de regels van de Omgevingswet, te werken.

2

Het vormgeven van het omgevingsplan is een ingrijpende en tijdrovende verandering. Dit plan van aanpak bevat een strategie voor het maken van een nieuw omgevingsplan in vijf stappen. 1. Wijzigingen noodzakelijk voor het mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen en initiatieven worden in tijdelijke hoofdstukken in het omgevingsplan opgenomen. 2. Regels uit het tijdelijke omgevingsplan beleidsneutraal overzetten in een gekozen structuur en systematiek in de nieuwe software voor het nieuwe omgevingsplan. 3. Beleidsomvattende wijziging van de zogenaamde overgedragen milieuregels (bv bodem en geluid, veiligheid, klimaatadaptatie) uit de bruidsschat en op te nemen nieuwe milieuregels. 4. Nieuw beleid en regels die de fysieke leefomgeving kunnen veranderen uit geldende verordeningen opnemen in het omgevingsplan. 5. Invoeren en uitvoeren van geregelde actualiseringsrondes van het omgevingsplan (instructieregels hogere bestuurslagen verwerken; rectificaties; kaartwijzigingen en bopa vergunningen verwerken). Per stap beschrijven we hoe we te werk gaan en wordt aandacht geschonken aan hoe de samenwerking met anderen wordt gezocht. In de voorbereiding van een stap stemmen we met de betrokkenen af hoe het beste te werk kan worden gegaan. Hierbij hebben we de onderstaande planning bedacht.

Onderwerp 2026 2027 2028 wijziging/jaar vaststelling Initiatieven faciliteren Overzetten bestaande regels in structuur en systematiek Overgedragen en aanvullende milieuregels Opname regels geldende verordeningen en nieuw beleid Beheerrondes invoeren

Q3/4

2029

2030

2031

Q1

Q2 Q4 start

Deze stapsgewijze verandering moet leiden tot het nieuwe omgevingsplan waarmee de gemeentelijke organisatie per 1 januari 2032 kan werken.

Hoofdstuk 1 Omzetten van het Omgevingsplan Paragraaf 1.1 Inleiding Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (hierna Ow) in werking getreden. Een van de kerninstrumenten van de OW voor het gebruiken (benutten) en het beschermen van de leefomgeving is het omgevingsplan. Op het moment dat de Ow in werking trad zijn alle bestemmingsplannen en beheersverordeningen van de gemeente, aangevuld met een set regels uit vervallen regelgeving op het gebied van het omgevingsrecht vanuit het Rijk (de zo genaamde bruidsschat) opgegaan in een tijdelijk omgevingsplan. Tijdelijk, want het voldoet nog niet aan alle vereisten uit de Ow. Gemeenten moeten nu zelf zorgen dat het nieuwe omgevingsplan in 2032 voldoet aan de uitgangspunten van de Ow en de organisatie uitgerust is om te werken met het nieuwe omgevingsplan. Dit maakt dat de gemeente de volgende producten op orde moet hebben: 1. Een definitief omgevingsplan in de plansoftware waar op reguliere basis wijzigingen aan plaatsvinden; 2. Geïmplementeerde en beproefde werkprocessen voor hoe de adviseurs Ruimtelijke Ordening (RO) werken aan het wijzigen van het Omgevingsplan na 1 januari 2032. 3. Geïmplementeerde en beproefde samenwerkmethoden hoe na 1 januari 2032 wordt gewerkt aan afwegingen voor het omgevingsplan.

3

Dit plan van aanpak geeft antwoord op de vraag welke stappen we tot 2032 nemen zodat de gemeente Waddinxveen klaar is om met het omgevingsplan dat voldoet aan de regels van de Omgevingswet te werken.

Hoofdstuk 2 Noodzakelijk om te weten Paragraaf 2.1 De Omgevingswet Aanleiding voor het invoeren van de Ow was de wens om tot eenvoudigere en samenhangende regels te komen op het gebied van het omgevingsrecht. Het vorige omgevingsrecht was versnipperd en verspreid over een groot aantal wetten en AMv’B’s, zoals bijvoorbeeld de Wet ruimtelijke ordening, Wet geurhinder en veehouderij, Wet geluidhinder, Wet natuurbescherming en het Activiteitenbesluit. De wens was om te komen tot een meer integrale wet waarin alle relevante factoren die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving samenkomen. Hiervoor had onze wetgever de volgende doelen: 1. vereenvoudiging en vermindering van regels (deregulering); 2. een samenhangende benadering (integraal) van de leefomgeving; 3. ruimte voor lokaal maatwerk en 4. betere en snellere wijziging van de juridische en besluitvorming. Continuïteit Het juridisch kader waarbinnen de Ow werkt is hetzelfde als onder de Wet ruimtelijke ordening. De Gemeentewet is nog steeds de wet waarin de raad als bevoegd gezag wordt aangewezen dat het omgevingsplan vaststelt en waarin de verhouding tussen de raad, het college en de organisatie wordt geregeld. Om rechtszekerheid te garanderen blijft de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) ook de leidende regelgeving voor de procedure die we moeten volgen om het omgevingsplan vast te stellen.

4

De grondslag voor het vaststellen van een wijziging van het omgevingsplan blijft, net als bij de bestemmingsplannen, de openbare uniforme voorbereidingsprocedure in afdeling 3.4 van de Awb (ook wel bekend als uitgebreide procedure). Het omgevingsplan moet net als bestemmingsplannen de juridische regels bevatten voor het beschermen en benutten grondgebied van de gemeente. Die juridische regels worden gekoppeld aan locaties op een (plan)kaart. Deze informatie moet voor iedereen te raadplegen zijn via het Omgevingsloket. Verandering De belangrijkste veranderingen die de doelen voor de Ow met zich meebrengen: Reikwijdte Het grootste verschil met bestemmingsplannen is dat het omgevingsplan een brede(re) reikwijdte heeft. In tegenstelling tot het bestemmingsplan kan en eigenlijk mag het omgevingsplan zich niet beperken tot planologische aspecten, maar betreft het de fysieke leefomgeving van de gemeente Waddinxveen. Het begrip fysieke leefomgeving is een kernbegrip uit de Ow. Van dit begrip is geen vast definitie opgenomen. Waar rekening mee moet worden gehouden is dat het begrip fysieke leefomgeving meer vlakken raakt dan dat tot nu voor ruimtelijke ordening het geval is geweest. Het bevoegd gezag bepaalt zelf wat nog meer onder de fysieke leefomgeving valt. Het omgevingsplan is dan niet meer alleen het domein van adviseurs RO.

Ook adviseurs voor andere onderwerpen die de fysieke leefomgeving raken, vergunningverleners, ketenpartners, toezichthouders en anderen worden meer bij de afwegingen voor het wijzigen van het omgevingsplan betrokken. Zo komen onderdelen van bijvoorbeeld de APV of andere verordeningen onder de invloedsfeer van de Ow te vallen. We hebben het dan over de regels uit bijvoorbeeld: de gemeentelijke kapverordening, erfgoedverordening en/of zoals gezegd de APV. Deze regels moeten ook een plek krijgen in het omgevingsplan. Ook kan het zo zijn dat nieuwe of andere onderwerpen of situaties aanleiding geven tot het moeten wijzigen van het omgevingsplan. Wat niet verandert is dat alle aspecten die van invloed kunnen zijn op een plaats of een situatie tegen elkaar (integraal) afgewogen moeten worden. Wat verandert is dat meer aspecten tegen elkaar afgewogen moeten worden. ETFAL De Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties (hierna ETFAL) is een ander kernbegrip in het stelsel van de omgevingswet. Het geeft een toetsingskader dat de het kader dat hoorde bij de oude term "goede ruimtelijke ordening" uit de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro) vervangt.

De gemeente moet ervoor zorgen dat in het omgevingsplan functies – zoals wonen, werken, recreatie en infrastructuur – en andere activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving toe te wijzen aan geschikte locaties in Waddinxveen. Het omgevingsplan regelt zo de gebruiksruimte: de binnen een gebied aanwezige juridische ruimte voor activiteiten en functies in de fysieke leefomgeving. De gebruiksruimte is bedoeld om activiteiten in de fysieke leefomgeving mogelijk te maken zonder dat de kwaliteit van die fysieke leefomgeving in het gedrang komt. De afweging bij het opstellen van regels draait het straks om de balans tussen het beschermen en het benutten van de fysieke leefomgeving. Hoewel regelmatig een ETFAL-afweging moet worden gemaakt bij het opstellen van BOPA’s of het wijzigen van het omgevingsplan, is het een nieuw begrip in het omgevingsrecht en daarom moet nog kennis en vaardigheid worden gekregen om ermee te kunnen werken. Ook is soms nog onduidelijk waar ETFAL precies aan moet voldoen, omdat het een ‘open norm’ is waarbij locaties en activiteiten bepalend zijn. Er is (nog) geen vaste, pasklare manier om tot een ETFAL te komen. Digitaal stelsel Het omgevingsplan is, naast een juridisch document, onder de Ow een digitaal plan dat elektronisch raadpleegbaar is via het landelijke Omgevingsloket.

Het omgevingsloket is onderdeel van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Iedere gemeente is dan ook aangesloten op het DSO.

5

Het Omgevingsloket omvat verschillende onderdelen die allemaal een stuk van het ruimtelijk vormingsproces voor hun deel nemen. Het onderdeel “Vergunningcheck” helpt initiatiefnemers uitzoeken of voor hun plan een omgevingsvergunning is vereist. Blijkt een omgevingsvergunning nodig dan kan die aangevraagd worden via het onderdeel “Aanvragen”. Het onderdeel “Regels op de kaart” vervangt de website ruimtelijkeplannen.nl en is het aangewezen platform waarop de gemeente haar omgevingsvisie en omgevingsplanregels publiceert en bekend maakt. De website stelt inwoners en ondernemers in staat om met één druk op de knop te zien welke regels voor een (hun) locatie gelden. Waar bij bestemmingsplannen nog zelf uitgezocht moest worden welk deel van een artikel van toepassing was, is dit straks in het nieuwe stelsel automatisch te zien bij het aanklikken van een locatie. Het is de taak van de gemeente om deze onderdelen aan de achterkant van het Omgevingsloket in te regelen en bij te houden. Wijzigingen worden in het vervolg dan ook grotendeels digitaal voorbereid, verwerkt en bekendgemaakt. Hiervoor is (op landelijk niveau) plansoftware ontwikkelt die het mogelijk maakt om juridische regels te koppelen aan locaties als werkingsgebied op de digitale kaart in het omgevingsloket. We noemen dit annoteren. Op de Regels op de kaart wordt dan te zien welke regels waar gelden.

Ook publicatie krijgt een andere vorm door de werking van het DSO. Een belangrijke verandering voor het bestuur zal vooral te zien zijn in de wijze waarop aanlevering van het omgevingsplan toonbaar wordt. Omdat plannen niet meer in analoge vorm worden opgemaakt, zou dat digitaal moeten gebeuren. Zeker in het begin zal lastig zijn om te zien welke wijziging wordt voorbereid. Hierom kiezen we om te werken met was/wordt overzichten. Bij ieder wijzigingsbesluit dat wordt aangeboden wordt een overzicht verzorgd waarin staat welke regels van het omgevingsplan wijzigen, wat de oude regels inhielden en wat de nieuwe regel inhoudt. Bij dat overzicht wordt een kaart verzorgd met daarop de locatie(s) waarop de regels van toepassing zullen zijn. Met deze ingrijpende wijzigingen wordt het vormen van het nieuwe omgevingsplan een ingewikkeld en tijdrovend proces. We kunnen niet alles tegelijk, daarom hebben we een aanpak gemaakt waarin we de werkzaamheden hebben opgedeeld in deelstappen. Hoofdstuk 3 gaat dieper op deze deelstappen in. Paragraaf 2.2 Samenwerking Samenwerking bij het omgevingsplan draait om integrale afstemming tussen verschillende overheidslagen (gemeenten, provincies, waterschappen), interne en externe ketenpartners en inwoners en ondernemers van de gemeente.

Elkaar op de juiste momenten in het proces weten te vinden en ieders input op de juiste manier tegen elkaar af te wegen. Betrokkenen Met betrokkenen bedoelen we de alle partijen die een rol spelen in het proces voor het komen tot een wijziging van het omgevingsplan. We hebben het dan over hogere bestuurslagen als het rijk en de provincie, de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, andere bevoegde gezagen, het MT/DT, projectleiders, (beleids)adviseurs intern en extern, de waterschappen en planbureaus. De gemeenteraad is zoals gezegd het bevoegd gezag voor het vaststellen van het omgevingsplan. Het college is verantwoordelijk voor het beheren van het omgevingsplan en het adviseren van de gemeenteraad over de noodzakelijke wijzigingen. Hogere bestuurslagen als het rijk en de provincie geven instructies voor het omgevingsplan waarmee de gemeente rekening moet houden. Het MT en het DT zijn de schakel tussen het bestuur en de directie en de uitvoerende afdelingen, met als doel een effectieve, efficiënte en resultaatgerichte gemeentelijke organisatie. We betrekken ze wanneer we hulp nodig hebben bij het rondkomen met middelen of inzet. Projectleiders/managers geven leiding aan projecten die strategisch en multidisciplinair van aard zijn. Zo begeleiden ze namens de gemeente ook ruimtelijke projecten die invloed (kunnen) hebben op de fysieke leefomgeving.

Afhankelijk van de ontwikkeling die moet plaatsvinden kunnen interne (beleids)adviseurs stedenbouw, erfgoed, beheer, economie, verkeer, milieu, klimaatadaptatie en biodiversiteit, water, duurzaamheid (circulaire economie etc), communicatie, juridische zaken, financiën, maatschappelijke voorzieningen gevraagd worden om hun specialistische inzicht. Niet alleen beleidsadviseurs, maar ook andere 6

disciplines die adviseren binnen de gemeente. Denk bijvoorbeeld aan de adviseurs van communicatie en juridische zaken. Externe (beleids)adviseurs helpen en ondersteunen de gemeente met de uitvoering van taken en werken met de gemeente samen om de leefomgeving zo goed mogelijk te beschermen en benutten. Ze zijn geen onderdeel van de gemeente. Denk aan de ODMH voor milieu, veiligheidsregio voor de externe veiligheid en GGD voor gezondheid. Met ketenpartners bedoelen we de hogere bestuurslagen, externe adviseurs en uitvoerders en andere (semi-) overheidsorganisaties met wie de gemeente samen werkt aan de kwaliteiten van de fysieke leefomgeving. Plan- en adviesbureau’s helpen overheden en initiatiefnemers met adviezen en projecten over de fysieke leefomgeving en zo ook het maken van omgevingsplannen. Inwoners en ondernemers Een bijzondere en centrale rol in de samenwerking is weggelegd voor inwoners en ondernemers van de gemeente. Die willen we graag laten meedenken over de onderwerpen en inhoud van het omgevingsplan, maar we willen ze niet belasten met de taak om de juridische regels in het omgevingsplan te beoordelen. Daarom kiezen we ervoor om inwoners en ondernemers te betrekken bij de ideevorming in de voorbereidingsfase bij de stappen waarin beleidsrijke wijzigingen plaatsvinden.

Dat betekent ook dat wanneer er beleidsrijke veranderingen plaatsvinden aan het plan we participatie organiseren op de onderwerpen die wijzigen.

Hoofdstuk 3 Hoe bereiken we dat? Paragraaf 3.1 Stapsgewijs We werken stapsgewijs naar een nieuw omgevingsplan dat voldoet aan de uitgangspunten van de Ow en waar we in de gemeentelijke organisatie op de bedoelde manier van de Ow mee kunnen werken. De stappen in deze aanpak verschillen van elkaar, maar de procedure voor hoe een wijziging wordt vastgesteld en de partners waarmee we samenwerken veranderen niet. We per stap de aanpak aangepast aan het te halen resultaat en het bewaken van de toegankelijkheid voor de betrokkenen. We bouwen via de volgende vijf stappen aan het volmaken van het omgevingsplan, om de kennis en ervaring van de ene stap mee te kunnen nemen naar de volgende stap: 1. Wijzigingen noodzakelijk voor het mogelijk maken (faciliteren) van nieuwe initiatieven (zoals woningbouw) worden in tijdelijke hoofdstukken in het omgevingsplan opgenomen. 2. Regels uit het tijdelijke omgevingsplan beleidsneutraal overzetten in een gekozen structuur en systematiek in de nieuwe software voor het nieuwe omgevingsplan. 3. Beleidsrijke wijziging van de zogenaamde overgedragen milieuregels (bv bodem en geluid, veiligheid) uit de bruidsschat en op te nemen nieuwe milieuregels. 4. Nieuw beleid en regels die de fysieke leefomgeving kunnen veranderen uit geldende verordeningen opnemen in het omgevingsplan. 5.

Invoeren en uitvoeren van geregelde actualiseringsrondes van het omgevingsplan (instructieregels hogere bestuurslagen verwerken; rectificaties; kaartwijzigingen en bopa vergunningen verwerken). We werken met meer adviseurs tegelijk aan het wijzigen van het Omgevingsplan. Deze stappen zullen elkaar daarom overlappen en soms in de weg zitten. Voor de overzichtelijkheid hebben we ze op deze manier geordend. De werkelijkheid zal zijn dat veel van de werkzaamheden die bij een stap horen door elkaar zullen lopen en gecoördineerd moeten worden zodat ze elkaar niet in de weg zitten. Dat alles samen moet leiden tot een nieuw omgevingsplan waarmee en waaraan vanaf 2032 doorlopend gewerkt wordt. Hierbij hebben we de onderstaande planning bedacht. Onderwerp wijziging/jaar vaststelling Initiatieven faciliteren Overzetten bestaande regels in

2026

2027

Q3/4

Q1

2028

2029

2030

2031

7

structuur en systematiek Overgedragen en aanvullende milieuregels Opname regels geldende verordeningen en nieuw beleid Beheerrondes invoeren

Q2 Q4 start

In de volgende paragrafen staat per stap beschreven hoe we te werk gaan in die stap en wie we bij de stap betrekken. Per stap stemmen we in de voorbereiding met de betrokkenen af hoe het beste te werk kan worden gegaan. Paragraaf 3.2 Stap 1 nieuwe initiatieven mogelijk maken Aanpak In de tijd dat we werken aan het vormen van een nieuw omgevingsplan moeten nieuwe initiatieven kunnen blijven doorgaan. Wijzigingen noodzakelijk voor het mogelijk maken van ontwikkelingen (bv woningbouw) worden daarom in tijdelijke hoofdstukken in het omgevingsplan opgenomen. Elk hoofdstuk krijgt een eigen set regels en een eigen locatie toegewezen. Deze hoofdstukken worden later verwerkt in het definitieve omgevingsplan. Op die manier kunnen ontwikkelingen plaats blijven vinden en kunnen we tegelijkertijd zelf ongehinderd doorwerken om tot de beste structuur en systematiek voor ons omgevingsplan te komen. Gaandeweg doen we kennis en ervaring op hoe we op een later tijdstip de tijdelijke hoofdstukken het beste kunnen inpassen in de rest van het omgevingsplan. Als dat nodig is dan betrekken we een adviesbureau. Voor het vaststellen van de tijdelijke hoofdstukken doorlopen we dezelfde stappen als dat we voor de bestemmingsplannen hebben gedaan. Dit doen we aan de hand van de fasen herkenbaar uit de uitgebreide procedure. Deze stappen zijn toegelicht in paragraaf 2.2 van deze aanpak.

Betrokkenen Ook degenen die betrokken zijn bij het wijzigen van een bestemmingplan worden in deze stap betrokken bij het wijzigen van het omgevingsplan ten behoeve van een initiatief. Projectleiders of initiatiefnemers zelf zullen het proces voor een nieuw initiatief begeleiden en een inventarisatie maken voor de stappen en uitgangspunten als voorbereiding voor het initiatief. Het is ook de projectleider of initiatiefnemer die een planbureau inschakelt voor het voorbereiden en maken van een (tijdelijk) hoofdstuk voor het omgevingsplan. Bovendien verzorgen zij in veel gevallen de inwonersparticipatie. Aan de hand van de inventarisatie van de uitgangspunten maakt een planbureau een ontwerp voor een tijdelijk hoofdstuk. Het kan zijn dat de uitvoering van participatie ook bij een bureau wordt neergelegd. De adviseurs RO zijn aanspreekpunt voor welke regels in acht moeten worden genomen bij het vaststellen van de uitgangspunten voor de wijziging. Ook zijn zij schakel tussen de projectleider of initiatiefnemer en de zogenaamde ketenpartners. Daarnaast verzorgen zij de besluitvorming en publicatie. Hiervoor zorgen zij dat de wijziging op de juiste manier terecht komt in de plansoftware. De adviseurs RO controleren het ontwerp en controleren of de ETFAL juist heeft plaatsgevonden.

Ten behoeve van deze controle leggen ze het ontwerp voor aan vakadviseurs voor inhoudelijke controle per onderwerp. Afhankelijk van de ontwikkeling die moet plaatsvinden kunnen adviseurs stedenbouw, erfgoed, beheer, economie, verkeer, milieu, klimaatadaptatie en biodiversiteit, water, communicatie, juridische zaken, financiën, maatschappelijke voorzieningen gevraagd worden om hun specialistische inzicht. Voor de toetsbaarheid van de regels vragen we de mening van de vergunningverleners en voor de uitvoerbaarheid van de op te nemen regels hebben we de expertise nodig van de afdelingen beheer en toezicht en handhaving. 8

Deze inzichten worden door de adviseurs RO tegen elkaar afgezet en waar mogelijk met elkaar verenigd. Lukt dat niet dan moeten keuzes gemaakt worden welke regels voorrang krijgen. Een deel van de onderwerpen waar advies op wordt gevraagd is in onze gemeente uitbesteedt aan de ODMH. Die zal dan op de betreffende onderwerpen gevraagd worden te adviseren. Zo ontstaat een nieuwe set met regels die de adviseurs RO via het besluitvormingsproces voor voorleggen aan het college van burgemeester en wethouders. Wanneer het college akkoord is wordt de ontwerpwijziging ter inzage gelegd zodat belanghebbenden hun zienswijze kunnen geven. Na het verzamelen en verwerken van ingediende zienswijzen worden eventueel wijzigingen aangebracht aan in de ontworpen regelset. Dit gebeurt in een samenwerking van de adviseurs RO, de projectleider en het planbureau. Wanneer dat naar tevredenheid is aangepast kan het omgevingsplan worden aangeboden aan de gemeenteraad ter vaststelling. De raad stelt de definitieve versie van het gewijzigde omgevingsplan vast, waarna het nog eens ter gepubliceerd. Als een belanghebbende in beroep gaat tegen de vaststelling van het omgevingsplan dan wordt de gemeente vertegenwoordigd door de juridisch adviseurs van de ODMH. De ODMH handelt namens de gemeente bezwaar en beroep af.

Paragraaf 3.3 Stap 2 regels in nieuwe structuur en systematiek plaatsen Aanpak In deze stap inventariseren we welke regels in Waddinxveen waar gelden door de regels van het tijdelijke omgevingsplan te bestuderen, ordenen naar functies en activiteiten en in de structuur van het nieuwe Omgevingsplan. Er zijn nog geen inhoudelijke veranderingen in de regels in deze stap. We noemen dit beleidsneutraal. De nieuwe structuur wordt opgebouwd in de nieuwe plansoftware. We leren dus gaandeweg met de nieuw software werken. We hanteren hiervoor de volgende uitgangspunten. Uitgangspunten We concentreren ons eerst op de juridische tekst (planregels) en locaties op de kaart (geometrie). We starten met het maken van een set met juridische houdbare regels. We koppelen de juridische tekst aan locaties op de kaart. We maken nog geen toepasbare regels en annoteren alleen locaties, functies en activiteiten. Dit stelt ons in staat om eerst bekend te raken met de wisselwerking tussen de regels en de locaties op de kaart. Het is noodzakelijk om een beeld te krijgen van de beheersbaarheid van de locaties die straks allemaal onderdeel uitmaken van het nieuwe, meer digitaal georiënteerde, omgevingsplan. Functies & activiteiten: Voor een ordelijke structuur zien we het belang van een combinatie van functies en activiteiten.

Per onderwerp bekijken we of iets beter als activiteit of als functie past, verplichte activiteiten/functies niet meegerekend. Functies kunnen ingedeeld worden naar gebiedstypen (bv ambtsgebied), beschermde locaties/objecten (bv monumenten) en functies op perceelniveau (vroegere bestemmingen). Welke functies waar horen wordt in hoofdlijnen aangewezen in de omgevingsvisie. Activiteiten zijn de handelingen die een wijzigingen van de fysieke leefomgeving met zich meebrengen (bijvoorbeeld bouwen). Deze kunnen gereguleerd worden door algemene regels, verboden, geboden. Eerst beleidsneutraal/arm per gebied dan beleidsrijk We streven ernaar eerst een zo volledig mogelijke set regels, met zo min mogelijk beleidsverandering, neer te leggen voor het heel grondgebied van de gemeente Waddinxveen. We doen dat door gebieden aan te wijzen die dezelfde soort activiteiten en functies herbergen. We wijzen deelgebieden aan en per deelgebied stellen we een set beleidsvrije regels op en leggen die voor ter besluitvorming. Beleidsvrij omdat we slechts de regels overzetten die ook in het tijdelijke omgevingsplan zijn opgenomen. We hanteren vooralsnog de volgende deelgebieden: a. De bebouwde kom; b. Polder Bloemendaal; 9

c. Onderweg (Agrarisch) en de Bredeweg (glastuinbouw); d. Noordeinde (Agrarische bedrijven en bedrijfswoningen) + Verlengde Bentwoudlaan + rest buitengebied; e. Ten Oosten Gouwe (polder + lintbebouwing), Distripark + Coenecoop (Bedrijvigheid); f. De omgeving van de G. van Doort-Kroonweg (Glastuinbouw + agrarisch en groenzone Vredenburgh). Dit omdat we denken op de gekozen deelgebieden veelal soortgelijke functies en activiteiten toe te kunnen passen. Op de kaart is de verdeling van deze gebieden ingetekend (gebiedsbegrenzing van de gekozen gebieden is nog globaal aangegeven en kan nog veranderen).

Wanneer de regels naar tevredenheid zijn overgezet van het tijdelijke omgevingsplan naar de nieuwe structuur kan het ontwerp verder behandeld worden volgens de fasen en de stappen van de uit de uitgebreide procedure in paragraaf 2.2 van deze aanpak. Betrokkenen De adviseurs RO zijn de aangewezen adviseurs die werken aan deze overzetting. Tenslotte zijn zij degenen die in het vervolg de wijzigingen van het omgevingsplan zullen begeleiden. Zij doen dit onder begeleiding van de omgevingsplanjurist en in samenwerking met een GIS adviseur voor het beheer van de locaties in de software. De planjurist controleert of het plan en juridisch sluitend is. De GIS adviseur vult de locaties en beheert deze in de plansoftware. Deze samenwerking wordt ondersteund door de senior adviseur RO en de manager van de afdeling ruimte. In de tijd die we nodig hebben om de regels naar tevredenheid over te zetten naar de juiste delen van het nieuwe omgevingsplan kunnen we beginnen met het informeren met de inwoners en de ondernemers van de gemeente. We kondigen online en in de krant aan dat de gemeente zich voorbereid om beleidsrijke wijzigingen aan het omgevingsplan door te voeren. Daarnaast geven we informatie over hoe belanghebbenden in de toekomst hun mening kunnen geven over inhoudelijke wijzigingen. Hiervoor organiseren we twee informatiebijeenkomsten.

In deze stap vinden nog geen beleidsrijke wijzigingen plaats. Dat betekent dat bij deze stap nog geen onderzoeken hoeven te worden uitgevoerd en nog geen participatie hoeft te worden gehouden op de onderwerpen die de rechtspositie van inwoners of ondernemers veranderen.

10

Paragraaf 3.4 Stap 3 beleidsrijke wijziging milieuregels Aanpak De eerste echte beleidsomvattende wijziging zien we in stap 3 voor de zogenaamde overgedragen milieuregels (bv bodem en geluid, veiligheid, klimaatadaptatie) uit de bruidsschat en eventueel op te nemen nieuwe milieuregels. Hiervoor inventariseren we welke regels er gelden en of die regels de fysieke leefomgeving voldoende benutten en beschermen of dat ze aangevuld, verwijderd of veranderd moeten. Voor deze wijziging werken we nauw samen met de adviseurs van de Omgevingsdienst Midden Holland, Veiligheidsregio en de GGD. We onderzoeken ook of en zo ja, welke, onderzoeken en rapportages noodzakelijk zijn. Aan de hand van de inventarisatie stellen we een set met regels met een bijbehorende motivering en toelichting op. Deze set wordt ter controle gestuurd naar de adviseurs die hebben meegedacht over de inhoud en voorgelegd aan de ketenpartners. Voor de zekerheid bekijken we met de adviseurs die niet betrokken lijken te hoeven worden of de onderwerpen van hun expertise niet onevenredig geraakt worden Ook moet rekening worden gehouden met veranderde rechtspositie van onze inwoners en ondernemers wanneer nieuwe regels in werking treden. In deze stap wordt daarom ook uitgebreidere inwonersparticipatie georganiseerd.

Hiervoor wordt in de voorbereiding samen met de afdeling communicatie een plan gemaakt hoe deze participatie moet plaatsvinden. Wanneer de regels naar tevredenheid zijn overgezet van het tijdelijke omgevingsplan naar de nieuwe structuur kan het ontwerp verder behandeld worden volgens de fasen en de stappen van de uit de uitgebreide procedure in paragraaf 2.2 van deze aanpak. Voordat we aan stap 4 beginnen, evalueren we wat we in stappen 2 en 3 anders hadden kunnen doen en nemen dat mee. Betrokkenen Om een compleet beeld te krijgen betrekken we allereerst de beleidsadviseurs voor milieu, duurzaamheid en water. Op het gebied van milieu voert de ODMH veel taken uit. Hierom wordt de OMDH gevraagd te adviseren en mee te denken over de vormgeving en inhoud van de regels. Daarnaast raadplegen we de veiligheidsregio over de regels voor externe veiligheid en de GGD over gezondheid. Voor de zekerheid bekijken we met de adviseurs voor stedenbouw, wonen, economie en verkeer of de regels over deze onderwerpen niet onevenredig geraakt worden. Aan de hand van de inventarisatie maken we een ontwerp voor het wijzigen van deze regelset. Voor de toetsbaarheid vragen we de mening van de vergunningverleners en voor de uitvoerbaarheid van de op te nemen regels hebben we de expertise nodig van de afdelingen beheer en toezicht en handhaving.

Waar meer regels gesteld worden, moet ook meer gecontroleerd worden. Daarom wordt de besluitvorming aandacht besteed aan welk effect het opnemen van nieuwe regels op de inzet van de afdelingen vergunningverlening, beheer en toezicht en handhaving zal hebben. Het is natuurlijk ook zo dat het laten vervallen van regels gevolgen heeft. Als dat zo is wordt dat ook vermeld. Om rekening te houden met de veranderde rechtspositie van onze inwoners en ondernemers wanneer nieuwe regels in werking treden. In deze stap wordt daarom ook uitgebreidere inwonersparticipatie georganiseerd. Voor het maken van een geschikt plan raadplegen we de afdeling communicatie. De inwoners en ondernemers zelf worden gevraagd deel te nemen aan de participatie via een van de kanalen die de gemeente beschikbaar heeft. Uiteindelijk ontstaat een set milieuregels die past bij de gemeente Waddinxveen en die behandeld wordt als wijziging van het omgevingsplan volgens de fasen en de stappen van de uit de uitgebreide procedure in paragraaf 2.2 van deze aanpak. Paragraaf 3.5 Stap 4 nieuw beleid en regels uit bestaande verordeningen opnemen Aanpak We maken een overzicht van beleidsonderwerpen en regels uit al geldende verordeningen moeten worden overgezet in het omgevingsplan. In deze stap komen niet alleen onderwerpen die activiteiten

11

toestaan of verbieden aan bod, maar ook de onderwerpen die niet standaard zien op planologische vraagstukken, zoals de regels voor kostenverhaal. We inventariseren per beleidsonderwerp of verordening welke regels gelden en welke moeten worden overgezet. We maken de afweging of die regels de fysieke leefomgeving voldoende benutten en beschermen of dat ze aangevuld, verwijderd of veranderd moeten worden voordat ze opgenomen worden. Aan de hand van de inventarisatie maakt een planbureau een ontwerp voor een set met regels op. Deze set wordt ter controle gestuurd naar de adviseurs die hebben meegedacht over de inhoud en voorgelegd aan de ketenpartners. Ook moet rekening worden gehouden met veranderde rechtspositie van onze inwoners en ondernemers wanneer nieuwe regels in werking treden. In deze stap wordt daarom ook uitgebreidere inwonersparticipatie georganiseerd. Hiervoor wordt in de voorbereiding samen met de afdeling communicatie een plan gemaakt hoe deze participatie moet plaatsvinden. Zo ontstaat per onderwerp een nieuwe set met regels die behandeld wordt als wijziging van het omgevingsplan volgens de fasen en de stappen van de uit de uitgebreide procedure in paragraaf 2.2 van deze aanpak. We kiezen er nu voor om per onderwerp steeds een aparte procedure te voeren.

We gaan ervan uit dat door het opdoen van kennis en ervaring we straks meerdere onderwerpen kunnen behandelen in één procedure. Aan hand van de ervaring die we opdoen in stap 2 en 3 moeten we de aanpak van deze stap in de toekomst wellicht aanpassen. Betrokkenen Aan de hand van de inventarisatie maken we een ontwerp voor het wijzigen (of we vragen een planbureau dit te doen). Om een compleet beeld te krijgen betrekken we de beleidsadviseurs die betrokken horen te zijn bij een onderwerp. Voor de zekerheid bekijken we met de adviseurs die niet inhoudelijk over een onderwerpen adviseren of hun onderwerp niet onevenredig geraakt wordt. Om rekening te houden met de veranderde rechtspositie van onze inwoners en ondernemers wanneer nieuwe regels in werking treden. In deze stap wordt daarom ook uitgebreidere inwonersparticipatie georganiseerd. Voor het maken van een geschikt plan raadplegen we de afdeling communicatie. De inwoners en ondernemers zelf worden gevraagd deel te nemen aan de participatie via een van de kanalen die de gemeente beschikbaar heeft Aan de hand van de inventarisatie maakt een planbureau een ontwerp voor een set met regels en locaties op. Eventueel wordt participatie ook uitgevoerd door het bureau.

Voor de toetsbaarheid van de regels vragen we de mening van de vergunningverleners en voor de uitvoerbaarheid van de op te nemen regels hebben we de expertise nodig van de afdelingen beheer en toezicht en handhaving. Waar meer regels gesteld worden, moet ook meer gecontroleerd worden. Daarom wordt de besluitvorming aandacht besteed aan welk effect het opnemen van nieuwe regels op de inzet van de afdelingen vergunningverlening, beheer en toezicht en handhaving zal hebben. Het is natuurlijk ook zo dat het laten vervallen van regels gevolgen heeft. Als dat zo is wordt dat ook vermeld. Paragraaf 3.6 Stap 5 beheerrondes invoeren Aanpak Waar onder het oude omgevingsrecht vooral nieuwe ontwikkelingen en initiatieven aanleiding waren voor wijziging van bestemmingsplannen is daar onder de Ow een nieuwe aanleiding bij gekomen. Na de vaststelling van het definitieve omgevingsplan in 2032 blijft een belangrijk deel van de werkzaamheden aan het omgevingsplan het up-to-date houden van de regels en locaties op de kaart. Dat kan zijn aan de hand van ontwikkelingen of initiatieven, maar dat kan ook naar aanleiding van veranderend beleid of regelgeving van hogere bestuurslagen of de verplichting om bopa-vergunningen binnen 5 jaar na verlening op te nemen in het omgevingsplan (tenzij ze tijdelijk zijn). We herkennen hierin steeds terugkerende veranderingen in de fysieke leefomgeving. 12

Daarom lijkt het efficiënt en productief om (twee) jaarlijks terugkerende beheer- of wijzigingsronden in te voeren die elkaar stelselmatig opvolgen. Op die manier wordt het omgevingsplan van de gemeente Waddinxveen zo actueel mogelijk gehouden. We inventariseren welke regels veranderen of opgenomen moeten worden en het effect van die regels om de rest van het omgevingsplan. Aan de hand van de inventarisatie maakt een planbureau een ontwerp voor een set met regels op. Deze set wordt ter controle gestuurd naar de adviseurs die hebben meegedacht over de inhoud en voorgelegd aan de ketenpartners. Ook moet rekening worden gehouden met veranderde rechtspositie van onze inwoners en ondernemers wanneer nieuwe regels in werking treden. In deze stap wordt daarom ook uitgebreidere inwonersparticipatie georganiseerd. Hiervoor wordt in de voorbereiding samen met de afdeling communicatie een plan gemaakt hoe deze participatie moet plaatsvinden. Bij iedere beheerronde doorlopen we de fasen en de stappen van de uitgebreide procedure in paragraaf 2.2 van deze aanpak. Betrokkenen Aan de hand van een inventarisatie stelt de verantwoordelijke adviseur RO een overzicht van uitgangspunten op voor een wijziging van het omgevingsplan. Om een compleet beeld te krijgen betrekken we de beleidsadviseurs die betrokken horen te zijn bij een onderwerp.

Voor de zekerheid bekijken we met de adviseurs die niet inhoudelijk over een onderwerpen adviseren of hun onderwerp niet onevenredig geraakt wordt. Als de rechtspositie van inwoners of ondernemers verandert worden zij betrokken via participatie. Voor het maken van een geschikt plan raadplegen we de afdeling communicatie. De inwoners en ondernemers zelf worden gevraagd deel te nemen aan de participatie via een van de kanalen die de gemeente beschikbaar heeft Een planbureau krijgt de opdracht voor het ontwerpen van een set met regels en locaties op. Eventueel wordt participatie ook uitgevoerd door het bureau. Voor de toetsbaarheid van de regels vragen we de mening van de vergunningverleners en voor de uitvoerbaarheid van de op te nemen regels hebben we de expertise nodig van de afdelingen beheer en toezicht en handhaving. Waar meer regels gesteld worden, moet ook meer gecontroleerd worden. Daarom wordt de besluitvorming aandacht besteed aan welk effect het opnemen van nieuwe regels op de inzet van de afdelingen vergunningverlening, beheer en toezicht en handhaving zal hebben. Het is natuurlijk ook zo dat het laten vervallen van regels gevolgen heeft. Als dat zo is wordt dat ook vermeld. Paragraaf 3.7 Generale repetitie in 2031 Het laatste jaar van de overgangsperiode (vooralsnog is dat 2031) houden we rekening met de uitloop van de laatste fase(n) van de transitie.

Daarnaast gebruiken we dat jaar voor het optimaliseren van werkprocessen, samenwerkingsmogelijkheden en werkafspraken. Zo verwachten we dat vanaf 1 januari 2032 een bestendige manier van werken met het definitieve omgevingsplan is ontstaan. Met het gereedkomen van het nieuwe omgevingsplan breekt dan een nieuw stadium aan voor het werken met de Omgevingswet. We weten dan meer van het werken met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties waarbij het evenwicht tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving centraal staat. We hebben meer inzicht in de werkzaamheden RO-ers zich eigen moeten maken om de coördinatie van verschillende wijzigingen aan één omgevingsplan soepel te laten verlopen. We hebben voldoende ervaring met het werken in de software die hoort bij het DSO en hebben daar voldoende kennis uit opgedaan om te weten hoe de software reageert op wijzigingen.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17109343/1