CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

26. Advies Verordening Sociaal Domein- PAR.pdf

Besluitvormende raadsvergadering 20 januari 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Verordening Sociaal Domein Gemeente Waddinxveen 20203.651 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies 26: Verordening Sociaal Domein 2020 Betreft: Verordening Sociaal Domein 2020 Gemeente Waddinxveen Datum: 02-02-2020

1. Inleiding Op 19 december 2019 heeft u ons de Verordening Sociaal Domein Waddinxveen 2020 voor advies gestuurd. Bij de verordening was een overzicht gevoegd met wijzigingen in deze verordening ten opzichte van de vorige uit 2018. Er zaten ook bijlagen bij de adviesaanvraag betreffende Reïntegratieregeling Waddinxveen 2020, beleidsregels Schuldhulpverlening, beleidsregels Sociaal Medische Indicatie, Beleidsregels Bijzondere Bijstand gemeente Waddinxveen 2020 en nadere regels WMO & Jeugd gemeente Waddinxveen 2020. In dit advies gaan wij in op de verschillende stukken. Over de stukken is ambtelijk overleg gevoerd. Dat heeft tot verduidelijking geleid. Er zijn ook technische vragen gesteld. De antwoorden daarop zijn bij dit advies betrokken. De verordening is in zijn algemeenheid goed leesbaar. Voorafgaand aan het advies op de stukken plaatsen we opmerkingen over de relatie van het sociaal beleidskader en de daarop gebaseerde verordening tot de drie wetten WMO, Jeugdwet en Participatiewet , samen de wetten sociaal domein. Vervolgens gaan we nader in op de evaluatie van de Participatiewet door het Sociaal Cultureel Planbureau. Verder hebben we ook opmerkingen betreffende de bij de aanvraag meegeleverde documenten “Nadere regels WMO en jeugd gemeente Waddinxveen 2020” en “Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Waddinxveen”

2. De wetten sociaal domein en de gemeentelijke verantwoordelijkheid De wetten sociaal domein zijn het uitgangspunt voor het sociaal beleid. Het beleidskader sociaal domein geeft het beleid van de gemeente binnen de bedoeling van de wetten weer, de verordening geeft de nadere invulling van het beleid en waar nodig de wetten sociaal domein. De verordening is dus enerzijds een nadere uitwerking van de opdracht aan en de rol van de gemeente zoals verwoord in de betrokken wetten en nader uitgewerkt in de memorie van toelichting. Anderzijds is er het vastgestelde Beleidskader sociaal domein met de verdieping waar het gaat om de interactie tussen gemeente en de inwoner en ook de vijf uitgangspunten. De verordening biedt de invulling van de uitvoering van beleidskader en wettelijke taken.

PAR Waddinxveen

1

02-02-2020

Advies 26: Verordening Sociaal Domein 2020 In de uitwerking van de verordening komt de essentie van het beleidskader niet (expliciet) terug en is er feitelijk sprake van verschillende wijze van uitwerking van deze interactie. Advies 1: Maak duidelijk dat de uitwerking van de verordening inhoudelijk is gebaseerd op enerzijds de betroken wetten en anderzijds het vastgestelde beleidskader. De grootste zorg van de gemeente is de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Gezien de veelvuldigheid waarmee wordt gemeld dat de inwoner zelf verantwoordelijk is, lijkt het erop dat de gemeente weinig vertrouwen heeft in de inwoner met betrekking tot het nemen van de eigen verantwoordelijkheid en deze zich snel wendt tot het loket van de gemeente. Advies 2: Maar duidelijk waarom de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner een belangrijk item vormt in de verordening en wat de achterliggende gedachte is. Daarnaast welke opvatting over de inwoner het vertrekpunt is voor de verordening en hoe dit zich verhoudt met de verdiepende inzichten uit het beleidskader sociaal domein. In de verordening wordt telkenmale als eerste en daarmee belangrijkste kernwaarde de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner genoemd. Het heeft er veel van weg dat de verantwoordelijkheid en rol van de gemeente bewust in de schaduw wordt gesteld van de verantwoordelijkheid van de inwoner.

Nergens wordt duidelijk wat die verantwoordelijkheid van de inwoner inhoudt en op basis waarvan de gemeente dus hulp, zorg en ondersteuning kan weigeren. En als er geen sociaal netwerk is wat doe je dan? Gezien de ontwikkelingen in het sociaal domein enerzijds en de discussie over de financiën anderzijds lijkt het erop dat het centraal stellen van de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner een “bezuinigingsmaatregel” is. Advies 3: Maak duidelijk wat de eigen verantwoordelijkheid inhoudt bij het beoordelen van een aanvraag en welke criteria worden gehanteerd bij het beoordelen van de mate van eigen verantwoordelijkheid. De wetten en nadere uitwerking in de memorie van toelichting vormen een opdracht aan de gemeente. De gemeente heeft een aantal onderwerpen nader uitgewerkt in het beleidskader sociaal domein. Bij de verdiepende inzichten gaat het om weerbarstigheid van begrippen als zelfredzaamheid, eigen kracht, de gevolgen van schaarste en de inzet van het (sociaal) netwerk van onder andere vrijwilligers. De verordening lijkt eerder een opdracht te zijn aan de inwoners om de eigen verantwoordelijkheid te nemen en niet een nadere invulling van de opdracht aan de gemeente zoals deze verankerd is de betrokken wetten.

Advies 4: Maak duidelijk dat de verordening een uitwerking is van de opdracht van het rijk aan de gemeente en dat bij de uitvoering daarvan de verdiepende inzichten en de uitgangspunten uit het beleidskader een integraal onderdeel zijn van de uitvoering van de wetten en dus het handelen binnen Wadwijzer en het Sociaal team.

PAR Waddinxveen

2

02-02-2020

Advies 26: Verordening Sociaal Domein 2020

3. De Participatiewet In november 2019 heeft het Sociaal Cultureel Planbureau een evaluatie uitgebracht over de Participatiewet. De uitkomsten van die evaluatie zijn zeer teleurstellend te noemen ten aanzien van de bedoelingen van de wet en zijn naar onze mening van belang voor de uitvoering van de bepalingen uit deze verordening. De reïntegratiekansen voor jong gehandicapten ( eerder geen doelgroep voor gemeentelijk beleid) blijken te zijn verbeterd, hun inkomenspositie daarentegen niet. De reïntegratie mogelijkheden van mensen die tot de WSW doelgroep behoorden zijn sterk afgenomen. De kansen voor klassieke bijstandsgerechtigden zijn er iets op vooruit gegaan ( van 7 naar 8 %). De kansen voor niet uitkeringsgerechtigden zijn hetzelfde gebleven, die waren beperkt en zijn het nog. Gemeenten slagen er niet in voldoende plaatsen beschut werk te realiseren. Bij de uitstroom zijn proefplaatsingen van groot belang. De voorzichtigheid aan de kant van de werkgevers vermindert daardoor. Een jobcoach blijkt een goed instrument te zijn. Overigens signaleert het SCP dat de regelgeving niet veel eenvoudiger geworden is, waardoor werkgevers niet gestimuleerd worden. Werkgevers blijken eerder bereid mensen met zichtbare beperkingen een kans te geven dan mensen met een sociaal psychische problematiek. Het opleggen van verplichtingen op de cliënt leidt niet tot grotere activering.

Voor de cliënt zijn er bij de invoering van de wet een aantal regelingen in voor hem ongunstige zin aangepast : lagere uitkering voor alleenstaande ouders, strengere maatregelen in het kader van arbeidsverplichtingen, gemeenten kunnen een tegenprestatie vragen, de langdurigheidstoeslag is vervangen door een slechtere individuele inkomenstoeslag, bijzondere bijstand wordt niet meer categoriaal toegepast, lagere uitkering bij misdragingen. Matching van een cliënt op een baan vraagt een goede regie. De cliënt heeft behoefte aan iemand die zijn situatie goed kent. Daarbij dient de klantmanager een goed beeld van de cliënt te hebben, SCP wijst ook op de gezondheidssituatie van de cliënt. De werkgever heeft behoefte een strakke regie van een klantmanager waar hij met zij vragen terecht kan en die hem helpt met de begeleiding van de cliënt. Van de cliënt wordt naast inzet ook openheid verwacht om tot een succesvolle matching te komen. De evaluatie van het SCP zal naar verwachting leiden tot nadere wijziging van regelingen, of aanvullende regelingen van de rijksoverheid, al dan niet in deze kabinetsperiode. De gesignaleerde problemen kunnen nu al leiden tot aanpassingen van regelingen op locaal niveau. Dat kan direct gevolgen hebben voor de betreffende onderdelen van de verordening sociaal domein Waddinxveen 2020.

Advies 5: Bezie de betreffende bepalingen van de verordening in hoofdstuk 3 en 7 in het licht van de evaluatie van het SCP en pas deze eventueel aan, zodat ze nog beter toegesneden zijn op reïntegratie. Geef daarbij ook aan op welke manier de gemeente haar werkwijze aanpast.

PAR Waddinxveen

3

02-02-2020

Advies 26: Verordening Sociaal Domein 2020

4.Verordening Sociaal domein gemeente Waddinxveen 4.1 Inleiding verordening sociaal domein (hoofdstuk 1) Bij 1.2 Uitgangspunten. Bij de uitgangspunten worden de organisatorische maatregelen gemist die de gemeente treft of heeft getroffen om de in 1.1.genoemde doelen te realiseren. Advies 6: Deze verordening bevat een weergave op hoofdlijnen van de organisatorische maatregelen ( waaronder bereikbaarheid en toegankelijkheid van de gemeentelijke organisatie voor hulpvragen) die de gemeente treft om de taken die de gemeente heeft op de terreinen van de verordening te realiseren. In par 2.1. zou het volgende kunnen worden toegevoegd om wat bij 1.2. wordt genoemd, te realiseren. Advies 7: Voeg toe dat de gemeente via o.a. de website, maar ook anderszins bekend maakt op welke wijze en op welke tijdstippen inwoners hulpvragen kunnen indienen bij de gemeente. Uitgangspunt daarbij is adequate (telefonische) bereikbaarheid op alle reguliere werkdagen.

Bij 1.3. Kernwaarden. Niet alleen de inwoner maar ook de gemeente hoort zich in te zetten op het bereiken van de doelen ( van de wetten). Advies 8: Vermeld dat de gemeente zich inzet op het bereiken van de doelen van de wetten. In een verordening die uitgaat van het inwonersperspectief horen onder de kernwaarden ook “persoonlijk maatwerk” en “behoorlijke bejegening“ een plaats te hebben. Advies 9: Voeg “persoonlijk maatwerk” en “behoorlijke bejegening” toe. Aan het begin van dit hoofdstuk worden als kernwaarden vermeld “De hulpvraag van de inwoner staat centraal” en “De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente kan samen met de inwoner zoeken naar een langdurige oplossing van de problemen, als het nodig is”. Hoe kan de hulpvraag centraal staan en vervolgens wordt gemeld dat de inwoner zelf verantwoordelijk is? Wordt de mate van centraal stellen van de hulpvraag afgewogen tegen de mate van zelf verantwoordelijkheid van de inwoner? De vraag die zich voordoet welke betekenis de kernwaarden hebben in de interactie tussen de gemeente en de inwoner.

Is het een willekeurige opsomming van kernwaarden of hebben deze betekenis in het handelen van de medewerker van Wadwijzer en Sociaal team en dus invloed op de behandeling van de hulvraag? Advies 10: Maak duidelijk welke betekenis de kernwaarden hebben en hoe deze worden geoperationaliseerd in de interactie tussen gemeente en inwoner en de betekenis voor het behandelen van de hulpvraag. Dit in relatie tot de vastgestelde verdiepende inzichten en de uitgangspunten uit beleidskader sociaal domein. Niet bij alle, maar wel bij sommige ‘Kernwaarden’ in de verordening wordt gesproken over “hulp bij zelfredzaamheid”. In het Beleidskader wordt gesproken over ‘samenredzaamheid’.

PAR Waddinxveen

4

02-02-2020

Advies 26: Verordening Sociaal Domein 2020 Advies 11: Spreek voortaan van ‘redzaamheid’ en hulp die nodig is als die redzaamheid tekort schiet. Zie ook het WRR-advies over ‘Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid’. Er zit een spanningsveld tussen uitgangspunt 1.2.1. “De regels zijn bedoeld om knelpunten van inwoners op te lossen” en 1.3.1 “Inwoners zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om genoemde doelen te realiseren en zetten zich ervoor in om deze doelen te bereiken”. Dit veronderstelt namelijk dat de burger zich meldt. Als een burger zich niet meldt en een knelpunt heeft, bestaat de kans dat het probleem niet wordt opgelost. Onderdeel van het probleem is dan ook dat men zich niet meldt. Advies 12: Geef aan op welke wijze met zorgmijders wordt omgegaan.

4.2 De Hulpvraag (hoofdstuk 2) In hoofdstuk 2 worden de stappen beschreven van melding tot beslissing. Bij 2.2. wordt aangegeven dat het gesprek resulteert in een Ondersteuningsplan. De inhoud kan wel strakker en minder vrijblijvend geformuleerd worden. Het plan is immers van toepassing op alle terreinen van het sociaal domein. Laat het daarom bij ieder terrein/hoofdstuk terug komen en vul het specifiek voor dat terrein in. Het gaat ten slotte over niet vrijblijvende afspraken over persoonlijke inzet en hulp van de gemeente en de onderlinge relatie. Advies 13: Geef duidelijk aan wat er in het ondersteuningsplan wordt opgenomen en geef dit bij ieder terrein/hoofdstuk aan.

Verdere opmerkingen met betrekking tot de opzet en inhoud van hoofdstuk 2: 

Niet duidelijk is of dit een beschrijving is van het proces en de stappen daarbinnen of eerder een werkinstructie is. Stap 4 bijvoorbeeld is niet beschreven als stap in het proces maar in termen van het resultaat. De opzet van het hoofdstuk maakt het voor de inwoner moeilijk te doorgronden hoe de interactie met de gemeente verloopt.

Het ondersteuningsplan wordt binnen zes weken gestuurd naar de inwoner. Het besluit met betrekking tot de aanvraag wordt binnen acht weken na het ontvangen van de aanvraag genomen. De totale doorlooptijd vanaf melding tot en beslissing is daarmee veertien weken.

Bij het onderdeel advisering (2.3.3) kan de gemeente gebruik van maken een deskundige als de medewerker van de gemeente niet hierover beschikt. De kosten van de inhuur kan de gemeente in rekening brengen bij de inwoner als het advies aantoont dat hulp-op-maat nodig is. Niet duidelijk is op basis van welke bepaling in de betrokken wetten de gemeente hiertoe het recht heeft.

De stap 4 waar het gaat over de beslissing met als product een beschikking wordt geen melding gemaakt van het feit dat de inwoner beroep kan aantekenen tegen het besluit van de gemeente.

Advies 14: a) Vorm hoofdstuk 2 om tot een proces beschrijving met daarbinnen een verdere specificatie van de producten die het resultaat van de onderkende stappen in het proces. b) Haal de dubbellingen uit de beschrijving die onder andere ontstaan omdat niet proces centraal staat maar inhoud en proces door elkaar lopen. PAR Waddinxveen

5

02-02-2020

Advies 26: Verordening Sociaal Domein 2020 c) d)

Maar duidelijk waarop het proces in twee stukken in geknipt en dat het terecht dat de inwoner mogelijk 14 weken moet wachten op een beslissing. Maak van stap vier een beschrijving van het proces met als stappen het nemen van het besluit, het aantekenen van beroep als mogelijke stap en tenslotte het afwikkelen van het beroep.

In dit hoofdstuk wordt niet duidelijk wat de gemeente in de aanbieding heeft als het gaat om hulp, ondersteuning en zorg. In het hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de gang van zaken voor maatwerk. Er wordt niet aangegeven op welke manier de hulpvrager ondersteuning kan krijgen vanuit bijvoorbeeld Wadwijzer en de cliënten ondersteuner. Advies 15: Geef een opsomming van te verkrijgen hulp en zorg en geef aan op welke wijze de hulpvrager ondersteuning kan krijgen.

In 2.2.2. wordt ingegaan op de inhoud van het gesprek. In deze tekst wordt te veel in het midden gelaten wat de hulpvrager van de gemeente mag verwachten en bovendien welke tijd hiermee is gemoeid. Praktijk met mensen met bijvoorbeeld problematische schulden is dat zij bijvoorbeeld door een incassobureaus sterk onder druk worden gezet en dat zij daardoor sterk behoefte hebben aan duidelijkheid over hoe het nu verder gaat. Advies 16: Voeg toe: “De medewerker maakt aan het einde van het gesprek duidelijk welke vervolgstappen ( inhoud en termijnen) zullen worden gezet, wat daarbij zo concreet mogelijk geformuleerd van de hulpvrager wordt verwacht ( inhoud en termijnen). Deze afspraken worden als regel schriftelijk bevestigd. Als daartoe aanleiding bestaat wordt direct een vervolgafspraak gemaakt”.

In 2.3.3.2 wordt de gemeente de mogelijkheid geboden kosten voor advisering bij de inwoner in rekening te brengen als met dit advies aangetoond kan worden dat hulp-op-maat nodig is. De gemeente is toch gehouden de hulpvraag afdoende te behandelen. Het vragen van een bijdrage aan de inwoner past daar niet in. Advies 17: schrap 2.3.3.2 of geef aan in welke situaties en op basis van welke wet een bijdrage wordt gevraagd.

4.3 Werk en Participatie (hoofdstuk 3) Het ondersteuningsplan kan worden toegespitst op het traject naar werk, zowel betaald werk als onbetaald werk. Noem het een persoonlijk participatieplan. Uitgangspunt is dat de gemeente de hulpvrager echt wenst te kennen in termen van zijn/haar ambitie, houding, kennis, kunde en belemmeringen. Op deze basis kunnen de wederzijdse inspanningen ( de treden op de ladder naar werk) en de wederzijdse rechten en plichten worden beschreven en regelmatig besproken. Daarover worden regelmatig voortgangsgesprekken gevoerd. Zo ontstaat een portfolio dat ook werkgevers en vrijwilligersorganisaties nodig hebben voor hun bijdrage aan het participatieproces. Door deze werkwijze kun je sturen op commitment, vertrouwen, respect en maatwerk. Zo geef je ook een fundament aan verschillende verbeterpunten in de Eindevaluatie van het SCP en aan aanbeveling 3 in het WRR rapport “Het betere werk”

PAR Waddinxveen

6

02-02-2020

Advies 26: Verordening Sociaal Domein 2020 Advies 18: Neem in het ondersteuningsplan, wat hier persoonlijk participatieplan kan worden genoemd op wat de ambities van de hulpvrager zijn, zijn houding, kennis , kunde en belemmeringen. Bij de kernwaarden staat “betaald werk gaat voor onbetaald werk en inkomensondersteuning van de gemeente. Dit vraagt verduidelijking. Vrijwilligerswerk kan heel goed een van de stappen zijn op weg naar betaald werk. En ook kan vrijwilligerswerk voor sommigen niet ook een zinvol perspectief zijn, mogelijk zelfs een eindstation met maatschappelijk nut? De constatering van het SCP zoals boven genoemd dat de baankansen van ( voorheen de WWB-ers) laag waren voor de invoering van de Participatiewet (7%) en dat sindsdien zijn gebleven ( 8 %). Veel mensen hebben een heel forse afstand tot de arbeidsmarkt. Advies 19: Verduidelijk de vierde kernwaarde op blz. 12. In par 3.5.1 wordt gesproken over de tegenprestatie. In lid 1 2e zin wordt gesproken over het opleggen van een tegenprestatie. Het ligt voor de hand dat mensen die zicht hebben op een betaalde baan juist geen tegenprestatie krijgen opgelegd. De verplichtingen etc. zijn al vastgelegd in het persoonlijk participatieplan. Advies 20: Geef aan dat mensen die een grote kans op een baan hebben in principe geen tegenprestatie wordt opgelegd.

4.4 Wonen in een veilige en gezonde omgeving (hoofdstuk 5) In artikel 5.2.2. Wordt verwezen naar de handleiding indicatiestelling hulp bij het huishouden van KPMG. Advies 21: Voeg de handleiding indicatiestelling hulp bij het huishouden als bijlage bij de verordening.

4.5 Vervoer naar school (hoofdstuk 6) In 6.4 wordt in lid 7 aangegeven dat als ouders meerdere kinderen tegelijk vervoeren de gemeente slechts eenmaal de kilometervergoeding betaalt. Advies 22: Geef aan dat het hier gaat om meerdere kinderen uit hetzelfde gezin. Poolen van kinderen uit andere gezinnen moet worden gestimuleerd.

4.6 Inkomen en schulden (hoofdstuk 7) In par 7.3. wordt ingegaan op de Individuele Studietoeslag. Er wordt de indruk gewekt dat de hoogte door de landelijke overheid wordt vastgesteld. Dat is niet het geval. Het rijk wil wel dat de verschillend tussen gemeenten worden ingedamd. Maar het vaststellen van de hoogte is een gemeentelijke bevoegdheid. Het bedrag is sinds 2015 gelijk gebleven. Advies 23: Indexeer de uitkering Individuele Studietoeslag.

In par 7.5. Bijdrage voor maatschappelijke kosten worden niet genoemd de Bijdrage schoolkosten en de Rotterdampas. Advies 24: Noem de Rotterdampas en de Bijdrage schoolkosten in deze paragraaf. De bijdrage voor mensen met een chronische ziekte of beperking van € 150 is enkele jaren niet geïndexeerd. PAR Waddinxveen

7

02-02-2020

Advies 26: Verordening Sociaal Domein 2020 Advies 25: Indexeer de bijdrage voor mensen met chronische ziekte of beperking.

4.7 De vorm van hulp (Hoofdstuk 8) In 8.2. wordt de schuldhulpverlening niet genoemd. Dat is een omissie. In de praktijk van de schuldhulpverlening komt het voor dat een renteloze lening wordt verstrekt aan de schuldenaar bijvoorbeeld om daarmee een dreigende woninguitzetting te voorkomen. De lening die de schuldenaar ontvangt wordt vervolgens in het schuldenoverzicht en de daarop gebaseerde schuldenregeling meegenomen. Artikel 24 van de “beleidsregels bijzondere bijstand Waddinxveen regelt dit. Advies 26: Voeg bij de afkortingen boven dit artikel WGS toe en vermeld dat slechts in zeer dringende redenen aan inwoners met problematische schulden bijzondere bijstand wordt verleend in de vorm van een geldlening.

4.8 Inwoners en gemeente in gesprek (hoofdstuk 10) De PAR geeft gevraagd en ongevraagd advies over voorstellen van het college. De PAR kan ook eigen adviezen geven. Er zijn ook organisaties in Waddinxveen die belangen behartigen van groepen inwoners. Op het sociaal domein zijn dat onder meer de Ouderenbonden, het Platform Gehandicapten Waddinxveen en het Platform Sociaal Waddinxveen. Het is gewenst dat met hen regelmatig overleg gevoerd wordt vanuit hun rol als belangenbehartiger van groepen inwoners bij beleidsvorming. Dat kan voordat de PAR om advies wordt gevraagd. Advies 27: Betrek belangenbehartigers bij de beleidsvorming op sociaal domein.

In art 10.3.2. wordt gesproken over de mogelijkheid dat cliënt zijn klacht of bezwaar toelicht. Er staat echter ook bij dat dat niet gebeurt als voor de gemeente overduidelijk is dat een toelichting geen enkele zin heeft. Hier maakt de gemeente een tussen afweging over de procedure. Advies 28: Schrap de mogelijkheid dat de cliënt geen toelichting kan geven als de gemeente dat net nodig vindt.

PAR Waddinxveen

8

02-02-2020

Advies 26: Verordening Sociaal Domein 2020

5. Nadere regels WMO en jeugd gemeente Waddinxveen 2020 Betreft: B&W1905313_2_1.docx.pdf - Nadere regels Wmo en Jeugd In artikel 6 wordt aangegeven welke kosten voor de aanvrager zijn en welke kosten voor de gemeente. Op dit moment worden de kosten van de parkeerkaart door de aanvrager betaald. De kosten van de medische keuring worden echter door de gemeente betaald, tenzij de keuring uitwijst, dat een cliënt geen recht heeft op een gehandicaptenparkeerkaart. Nu wordt voorgesteld dat de cliënt in het vervolg 100% van de keuring gaat betalen, ook als de uitkomst positief is. Advies 29: Bezie de wenselijkheid dat de cliënt de medische kosten betaalt. Indien dit het gevel is voer dan een overgangsperiode in, waarin het keuringsbedrag stapsgewijs betaald moet gaan worden.

6. Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Waddinxveen Betreft: B&W1905313_Beleidsregels schuldhulpverlening versie 11122019_1.docx.pdf - Bijlage 6 Beleidsregels schuldhulpverlening In artikel 5 wordt aangegeven dat de gemeente kan bepalen dat de inwoner geen schuldhulpverlening krijgt als hij conform lid h niet langer in Waddinxveen woont. Om terugval te voorkomen is bij verhuizing een goede overdracht naar een nieuwe gemeente van groot belang. Advies 30: Zeg iets over de overdracht naar een nieuwe gemeente.

7. Tot Slot Dit advies is opgesteld door een werkgroep bestaande uit individuele PAR-leden, de Diaconie, PSW, PGW en VAC. Wij vertrouwen u met het bovenstaande van advies te hebben voorzien en zijn gaarne bereid tot nader overleg.

Hoogachtend, Aad van Holsteijn, Voorzitter PAR www.par-waddinxveen.nl

PAR Waddinxveen

9

02-02-2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9444036/1