2. Jaarverslag 2021
Tekst van het document
80.598 2.321
20.099 -728
- Dekking uit Investeringsreserve RP Werkbudget Groenalliantie
0
4.500
4.500
0
4.500
- Dekking uit Investeringsreserve KW Werkbudget Groenalliantie
0
5.000
5.000
0
5.000
143.365
9.500
631.949
503.078
128.871
Onttrekkingen aan reserves
Totaal
Resultaat
Resultaat
Het toegezegde krediet voor de Routenetwerken van € 100.000 is ingetrokken na afwijzing van de subsidie aanvraag.
26
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
4. Paragrafen 4.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het weerstandsvermogen weerspiegelt de mate waarin het schap in staat is middelen vrij te maken om de risico's die zich in de praktijk voordoen op te vangen zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd/ingekrompen moet worden. Conform de nota weerstandsvermogen wordt de ratio weerstandsvermogen berekend om te bepalen of het schap in staat is voldoende financiële middelen vrij te maken voor het dekken van de risico’s op het moment dat de risico’s zich voordoen. Voor de waardering van de toereikendheid van het weerstandsvermogen wordt de volgende tabel gehanteerd. Ratio weerstandsvermogen Waarderingscijfer Ratio weerstandsvermogen A > 2,0 B 1,4 < x < 2,0 C 1,0 < x < 1,4 D 0,8 < x < 1,0 E 0,6 < x < 0,8 F < 0,6
Risico’s
1.
Eindafrekening verstrekte subsidies
2.
Meerjarige dekking begroting na uittreding provincie Zuid-Holland
3.
Economische grondzaken
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Aard van het risico
Financiële omvang risico PM
Kans van optreden* H/M/L L
Impact (uitgaande van vier jaar) PM
Bij de eindafrekening van een project worden door subsidiegever niet alle gemaakte kosten vergoed. Financiering exploitatie tekort door uittreding provincie Zuid-Holland vanaf 2026. Incidenteel & structureel
PM
H
PM
PM
M
PM
De financiële impact wordt berekend door bij een hoog risico 80%, bij een gemiddeld risico 50% en bij een laag risico 20% van het bedrag van de financiële omvang te nemen.
27
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
Risico1: Subsidietoekenningen en –afrekeningen De Groenalliantie heeft enkele projecten lopen die deels gefinancierd worden door subsidiebijdragen. Subsidieverstrekkers letten bij de aanvraag, voortgangsrapportages en bij de definitieve afwikkeling scherp op de motivatie en inhoudelijke toelichtingen en onderbouwingen. Door onvoorziene omstandigheden kan het voorkomen dat het niet mogelijk is om binnen het gestelde budget te blijven of dat er niet subsidiabele kosten gemaakt moeten worden om het project toch uit te kunnen voeren. Het verkrijgen van subsidies en het naleven van subsidievoorwaarden (inhoudelijk, financieel en naleving van termijnen) geeft een risico. De omvang van de uitvoeringsplannen van de kwaliteitsimpuls wordt deels bepaald door de toekenning van subsidies. Het subsidierisico wordt ingeschat met kans van optreden Laag. Risico 2: Meerjarige financiering na uittreding provincie Zuid-Holland Voor de jaren tot en met 2025 zijn er voor de dekking van de exploitatie van Groenalliantie geen financiële zorgen te verwachten. De financiële continuïteit voor de exploitatie is t/m 2021 voor 100% en daarna t/m 2025 voor 90% geborgd. Van de 10% is echter de helft retour aan de schappen gekomen, onder voorwaarden dit bedrag te gebruiken voor doeltype wijziging en het onderzoeken/inzetten van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt en meer vrijwilligers.
Door de verhoging van de deelnemersbijdrage in 2022 wordt het begrotingstekort opgevangen dat met ingang van 2022 ontstaat. De afspraken met de provincie over haar uittreedvergoeding borgen de continuïteit van de huidige exploitatie van Groenalliantie tot en met 2025. De periode na 2025 vraagt om meer keuzes en maatregelen. Er worden momenteel gesprekken gevoerd op ambtelijk niveau. De provincie werkt aan een nieuwe beheerregeling die impact gaat hebben op de meerjarenbegroting. Hoe groot die impact gaat worden op de lopende bijdrage van € 1.644.685 is nog onduidelijk. Risico 3: Economische grondzaken Een algemeen risico van het zijn van grondeigenaar is bodemverontreiniging. Er kunnen milieuverontreinigingen aanwezig zijn die momenteel niet bij de Groenalliantie bekend zijn en waarvan de veroorzaker na ontdekking niet kan worden aangesproken. In een aantal gevallen kan het schap echter wel verantwoordelijk gehouden worden voor de kosten van sanering. De kosten hiervoor zullen pas bekend worden wanneer een dergelijke milieuverontreiniging wordt aangetroffen. Wanneer er nieuwe ontwikkelingen komen voor bestaande gebieden, zal nagegaan moeten worden of er vervuiling is. Indien er sprake is van vervuiling zal eerst een saneringsplan moeten worden opgesteld.
Als gevolg van de eerdere economische crisis is het niet uitgesloten dat een van de relaties van het schap om een canonverlaging vraagt. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat de inkomsten naar beneden bij gesteld moeten worden of dat de overeenkomst ontbonden moet worden en zo wenselijk naar een nieuwe relatie gezocht moet worden. Op gronden die in erfpacht met accessoir opstalrecht zijn uitgegeven is het de erfpachter toegestaan een opstal te vestigen op de in de erfpacht opgenomen percelen. Meerdere contracten bevatten een clausule die bepaalt dat bij beëindiging van het erfpacht- opstalakte door het recreatieschap, het recreatieschap verplicht kan worden de opstal tegen de dan geldende waarde over te nemen van de erfpachter. Dat betekent dat het recreatieschap in de toekomst mogelijk verplicht zou kunnen worden om bij het opzeggen van de erfpachtakte de opstallen over te nemen. De hieruit voortvloeiende liquiditeitsbehoefte kan vooruitziend niet op redelijke wijze bepaald worden.
28
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
COVID-19 (Corona) Zoals toegelicht in ‘Inleiding van de jaarrekening” hebben de Covid-19-uitbraak en maatregelen geleid tot een intensivering van het gebruik van de gebieden. Ook hebben een aantal ondernemers een beroep moeten doen op de steunmaatregelen van de overheid, omdat zij een groot deel van het jaar niet of bepekt open konden. Het is nog onbekend wat de gevolgen op de langere termijn zijn voor onze bedrijfsactiviteiten, maar de verwachting is dat de toenemende drukte en de daaruit voort vloeiende gevolgen ook in 2022 merkbaar is. De schaal en duur van deze pandemie blijven onzeker. De belangrijkste risico's zijn: •
• • •
•
•
Toeleveringsketen: Het risico op vertraging bij onze belangrijkste ketenpartners, de aannemers, is zeer beperkt. Zij kunnen de productiewerkzaamheden doorgang laten vinden. Voor de externe leveranciers geldt hetzelfde beeld. De aanbesteding van groot onderhoud asfalt heeft door capaciteitsproblemen bij het ingenieursbureau tot vertraging geleid. Omzet en resultaat: Vooralsnog wordt geen groot materieel effect op omzet en resultaat verwacht. Overheidssteun: De Groenalliantie valt – in tegenstelling tot haar deelnemers- vooralsnog niet onder de door de overheid aangekondigde steunmaatregelen. Financiering en liquiditeit: in de jaarrekening 2021 is onze financierings- en liquiditeitspositie van de onderneming opgenomen. Hieruit blijkt dat het risico dat de Groenalliantie onvoldoende in staat zijn aan haar korte termijn verplichtingen te voldoen, ook als rekening gehouden wordt met de gevolgen van Covid-19, klein is. Interne beheersing: De bestaande autorisaties, mandaatstructuur in onze financiële processen blijft gecontinueerd en zorgt ervoor dat het risico op fouten of fraude hiervan geen gevolgen ondervindt. Continuïteit: Zoals toegelicht in de jaarrekening zijn wij op dit moment niet van mening dat de gevolgen van het Covid-19-virus een materieel negatief effect zullen hebben op onze financiële conditie of liquiditeit van de Groenalliantie i.c.
er is geen sprake van een continuïteitsrisico.
Ratio Weerstandsvermogen De ratio weerstandsvermogen wordt berekend om te bepalen of het schap in staat is voldoende financiële middelen vrij te maken voor het dekken van de risico’s op het moment dat de risico’s zich voordoen. Vooruitlopend op de voorgestelde resultaatbestemming bedraagt de Algemene Reserve op jaareinde € 3,0 mln. De hiervoor benoemde risico’s zijn nu nog lastig te kwantificeren, maar zijn lager dan € 3,0 mln. Daarmee is de ratio van het Weerstandsvermogen nu nog ruim voldoende. Kengetallen BBV In het BBV (=financiële regelgeving voor gemeenten, provincies, gemeenschappelijke regelingen) staat dat er in de jaarstukken enkele kengetallen moeten worden opgenomen. Normen: Netto schuldquote: < 90% is minst risicovol, 90-130% is neutraal, > 130% is meest risicovol. Solvabiliteitsratio: > 50% is minst risicovol, 20 - 50% is neutraal, < 20% is meest risicovol. Structurele exploitatieruimte: evenwicht ( 0 of positief).
29
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
De kengetallen staan in onderstaande tabel.
Kengetallen
netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsratio structurele exploitatieruimte
Rekening Begroting Rekening 2021 2021 2020 -211% -211% 85% 11%
-98% -201% nb -201% 56% 71% 0% 12%
Deze kengetallen geven enig inzicht in de financiële positie en de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de organisatie. De netto schuldquote geeft een beeld van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Bij de “netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen” worden ook de verstrekte leningen meegenomen. Een negatieve schuldquote geeft in feite aan dat er per saldo geen sprake is van een schuld. Ten opzichte van 2020 is de positie licht gestegen. De solvabiliteitsratio wordt berekend als het percentage van het totale eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen van het schap. Dit geeft inzicht in de mate waarin het schap in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Ten opzichte van 2020 is de solvabiliteitsratio verbeterd. Het kengetal “structurele exploitatieruimte” geeft aan of de structurele baten groter zijn dan de structurele lasten. Dit wordt in het kengetal als percentage van de totale baten uitgedrukt. Dit kengetal zegt in feite iets over het structurele jaarrekeningsaldo, d.w.z. zonder alle incidentele baten en lasten. Het percentage is positief, wat betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
4.2
Onderhoud kapitaalgoederen
Het goed onderhouden van de gebieden is een belangrijke taak voor het schap om duurzaam gebruik mogelijk te maken. Als basis voor het plannen van regulier- en groot onderhoud en vervangingsinvesteringen wordt het Terrein Beheer Model (TBM) gehanteerd. Dit model is gebaseerd op zogenaamde doeltypen (bijvoorbeeld speel- en ligweide, strand, bos of grasland) waarvoor een gestandaardiseerde inrichting met daarbij behorende onderhoudscycli en normkosten zijn bepaald. Het totaal aan oppervlaktes, stuks en lengte van de aanwezige doeltypes bepaalt met de cycli en de normkosten de geplande lasten voor meerjarig duurzaam onderhoud. De geplande lasten van groot onderhoud fluctueren van jaar tot jaar. Dit kan een direct en groot effect hebben op het jaarresultaat en daarmee op de jaarlijkse deelnemersbijdrage. Om dit ongewenste effect zoveel mogelijk te voorkomen heeft het schap ervoor gekozen om een egalisatievoorziening groot onderhoud in te stellen. Jaarlijks wordt een vastgestelde dotatie ten
30
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
laste van de exploitatie gebracht en de werkelijke onderhoudslasten worden ten laste van de voorziening verantwoord. Elk jaar worden de geplande lasten, de dotatie en de werkelijke kosten gemonitord. Ieder jaar wordt de dotatie opnieuw berekend en vastgesteld tenzij uit de monitoring volgt dat eerder een bijstelling nodig is. In 2019 heeft een nieuwe herijking plaatsgevonden, welke in 2020 doorgevoerd is. De onttrekking aan de voorziening Groot Onderhoud in 2021 bedraagt € 976.620 inclusief de personeelscomponent en exclusief (alleen materieel) € 793.047. Dit is inclusief de doorgeschoven werkzaamheden uit 2020. De werkelijke lasten zijn verantwoord op de Voorziening Groot Onderhoud. De prognose van 2021 was € 346.468 (alleen materieel). Het verschil tussen de prognose en de werkelijke lasten op basis van de materiele onttrekkingen bedraagt € 446.579 en is veroorzaakt door de volgende redenen: 1.
2. 3.
De beschikbare capaciteit is in 2021 ook ingezet is voor de afronding van een aantal projecten Groot Onderhoud dat doorgeschoven was uit 2020 voor € 538.000. Het betrof het uitvoeren van groot onderhoud aan Asfalt (€ 368k), Bos en Beplanting (€ 144k) en overigen (per saldo € 26k). Hogere opbrengsten houtafval. Overige verschuivingen en aanpassingen MJP-cyclus (per saldo).
+ € 538.000
-/- € 69.000 -/- € 22.000
Onderstaande tabel laat het verwachte verloop van de voorziening Groot Onderhoud zien (inclusief de personele component) voor de komende jaren. STAND VOORZIENING
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2.874.771
1.201.774
1.164.804
1.487.127
1.569.875
1.006.048
1.037.181
1.212.067
Dotatie
853.300
946.000
946.000
946.000
946.000
946.000
946.000
946.000
Vrijval
-1.549.677
Stand voorziening 1 januari
Onttrekking
-976.620
-982.970
-623.676
-863.252
-1.509.827
-914.867
-771.113
-872.331
Stand voorziening 31 decem ber
1.201.774
1.164.804
1.487.127
1.569.875
1.006.048
1.037.181
1.212.067
1.285.737
Nb: De onttrekking 2022 en 2023 is inclusief de vanuit 2021 doorgeschoven GO werken. Het meerjarig onderhoudsplan is gerelateerd aan het Terrein Beheer Model en de daarin opgenomen doeltypes. Sommige doeltypes kennen fluctuaties in de lasten en vragen een planning met een meerjarenperspectief. Deze doeltypes zijn ondergebracht in specifieke categorieën, zoals baggeren of asfalt. De meerjarenplanning Groot Onderhoud biedt voor de komende jaren (2021-2028) ook inzicht in de fluctuaties van de geplande lasten. Dit inzicht in de werkvoorraad stelt de organisatie in staat ruim op tijd op de benodigde capaciteit te sturen. Daarnaast zijn grote delen van dit werk uitbesteed aan derden en wordt goed gekeken of werkzaamheden kunnen worden gebundeld. Deze maatregelen minimaliseren de kans op capaciteitsproblemen.
31
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
4.3 Financiering Kasgeldlimiet Tot het kasgeld behoren alle vlottende schulden < 1 jaar, de contante gelden in kas, de uitgaande gelden < 1 jaar en de tegoeden/schulden rekening-courant. Doel van de kasgeldlimiet is het beperken van de renterisico’s op de korte schuld. De korte schuld is bedoeld voor de lopende uitgaven en zodoende is de limiet gekoppeld aan het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is bij ministeriele regeling vastgesteld op 8,5% van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. Er is voldaan aan de kasgeldlimiet, aangezien er per saldo geen sprake is van een kortlopende schuld. Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een limiet aan het renterisico over de lange termijn financiering. Het renterisico is het geldbedrag aan leningen dat in een bepaald jaar aan renteherziening en herfinanciering onderhevig is. Het renterisico mag maximaal 20% van het begrotingstotaal per 1 januari van het betreffende kalenderjaar bedragen. De renterisiconorm benadrukt het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en de renterisico’s. De renterisiconorm is voor de Groenalliantie niet van toepassing, aangezien er geen sprake is van opgenomen geldleningen, ook voor de komende 4 jaren zijn geen geldleningen verwacht.
Schatkistbankieren Bij het schatkistbankieren wordt dagelijks het saldo bij een vastgesteld drempelbedrag overgeboekt op een bankrekening ten gunste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist. Omgekeerd kan het saldo ook worden aangevuld ten laste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist. Voor het schap zijn de benodigde overeenkomsten met het Rijk afgesloten. Zie verder het overzicht in de toelichting op de balans, onderdeel Schatkistbankieren. EMU saldo De berekening van het EMU-saldo is op transactiebasis. Dit betekent dat de daadwerkelijke betaling van belang is. De berekeningswijze is vergelijkbaar met het kasstelsel, dat voor het Rijk van toepassing is. De decentrale overheden, waaronder gemeenschappelijke regelingen, voeren echter een administratie uit op basis van het baten-lastenstelsel. Dit stelsel is voor de decentrale overheden verplicht op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten). Het EMUsaldo wordt berekend door, afhankelijk van de kasmutatie, bij het exploitatiesaldo enkele posten op te tellen of af te trekken.
32
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
Berekening EMU-saldo 2021 (* € 1.000) Om sch r ijv in g T el l in g
Ja a r st u kken
Ex ploit a t iesa ldo v óór t oev oeg in g a a n c.q. on t t r ek k in g u it r eser v es A fsch r ijv in g en t lv de ex ploit a t ie
+/+
1 .6 5 7
+/+
64
Br u t o dot a t ies a a n de post v oor zien in g en t en la st e v a n de ex ploit a t ie
+/+
-1 .6 7 4
In v est er in g en in (im )m a t er iële v a st e a ct iv a die op de ba la n s w or den g ea ct iv eer d Ba t en u it bijdr a g en v a n a n der e ov er h eden , de Eu r opese Un ie en ov er ig en , die n iet op de ex ploit a t ie zijn v er a n t w oor d en n iet a l in m in der in g zijn g ebr a ch t op in v est er in g en in (im )m a t er iële v a st e a ct iv a A a n k oop v a n g r on d en u it g a v en a a n bou w -, w oon r ijp m a k en La st en op ba la n spost V oor zien in g en v oor zov er deze t r a n sa ct ies m et der den bet r effen V er w a ch t e boek w in st bij v er k oop effect en en v er w a ch t e boek w in st bij v er k oop (im )m a t er iële v a st e a ct iv a A a n deel in EMU-sa l do
-/-
348
+/+
0
-/-
0
-/-
0
-/-
-301
33
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
4.4
Grondbeleid
Binnen het bestaande grondbeleid staan de volgende uitgangspunten centraal: - Grond is een middel en geen doel; - Bij en met de inzet van grond wordt financiële optimalisatie nagestreefd; - Bij en met de inzet van grond wordt samenwerking met gebiedspartijen gezocht; - Hoewel de Groenalliantie zelf geen grond- of opstalexploitaties voert, heeft zij in haar aanpak een actieve houding. Hierbij stuurt zij – in samenwerking met de andere gebiedspartijen – actief op programmering, kostenbeheersing en opbrengstoptimalisatie; - De Groenalliantie werkt innovatief en extern gericht, zoekt naar nieuwe verbanden en geeft waar mogelijk ruimte aan nieuwe technologieën en duurzame toepassingen; - De Groenalliantie zet in op risicomanagement dat past bij het specifieke risicoprofiel. Daarbij geldt dat de Groenalliantie in beginsel niet risicodragend deelneemt in gebieds- en vastgoed)ontwikkelingen en niet zelf grond- of opstalexploitaties voert, en - Bij de inzet van grond en vastgoed werkt het schap transparant en marktconform. Financieel Naast het algemene uitgangspunt van financiële optimalisatie is de inzet vooral gericht geweest op het behoud van het huidige niveau van inkomsten in de schapsbegroting. Ten aanzien van de financiële positie van de op schapsgronden gevestigde ondernemingen wordt verwezen naar hetgeen onder Covid-19 is vermeld in paragraaf 3.1
4.5
Bedrijfsvoering
Groenalliantie is een bestuurlijke organisatie en heeft geen eigen personeel in dienst. Uitvoering van de eigen kerntaken vereist derhalve een derde uitvoerende partij. Dit is Staatsbosbeheer. De samenwerking is eind 2018 verlengd tot en met 2025. Bij de samenwerkingsovereenkomst hoort een volmacht- en mandaatlijst. In het afgelopen jaar heeft de professionalisering van het opleidingstraject zich voornamelijk gericht op de regelgeving omtrent BTW en VPB. Hiervoor zijn door een extern deskundige partij cursussen gegeven om het kennisniveau van de medewerkers te vergroten. Zodoende wordt geborgd dat de kennis en kunde binnen de organisatie up-to-date blijft. De personele component van de dienstverlening door Staatsbosbeheer in 2021 blijkt uit de volgende tabel. Productomschrijving
Beheer, onderhoud en exploitatie gebieden
Ontwikkeling
Gebiedsbeheer Economisch beheer Regelgeving & handhaving Communicatie Planvorming & gebiedsontwikkeling Bestuursproducten Juridische ondersteuning & advisering Financiën
620.000 24.700 172.300 104.000
Subtotaal
921.000
212.800
Dienstverlening in uitgaven voorziening Groot Onderhoud Dienstverlening in uitgaven kredieten
183.571 16.062
122.350
Totaal
Algemene dekkingsmiddelen
Overhead
258.400 9.400 101.800
620.000 24.700 172.300 104.000 212.800 258.400 9.400 101.800
369.600
1.503.400
116.359
183.571 254.771
212.800
-
Totaal
1.941.742
34
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
JAARREKENING 2021
35
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
5.1
Balans per 31 december 2021
ACTIVA
31 december 2021
31 december 2020
Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
3.831.088 3.831.088
3.611.937 3.611.937
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd < dan 1 jaar Overige vorderingen
8.687.400 497.832 8.171.592 17.976
9.008.205 290.592 8.707.213 10.400
Liquide middelen Banksaldi
68.199 68.199
71.860 71.860
Overlopende activa De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
14.004
28.503
-
-
14.004
28.503
12.600.691
12.720.505
Totaal
PASSIVA
Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat Voorzieningen Onderhoudsegalisatievoorzieningen Voorzieningen van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden Vlottende passiva Netto-vlottende schulden rentetypische looptijd < 1 jaar Overige schulden Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal
31 december 2021
31 december 2020
10.694.119 2.502.807 6.533.046 1.658.266
9.036.890 2.790.149 6.067.495 179.246
1.303.651 1.201.774
2.983.925 2.874.771
101.877
109.154
111.517 111.517
64.288 64.288
491.404
635.402
50.320
24.065
440.646
610.615
438
722
12.600.691
12.720.505
36
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
3.2
Overzicht van baten en lasten 2021
Programma
Rekening 2020
Primitieve Begroting na Rekening 2021 begroting 2021 wijziging 2021
Resultaat
Lasten Programma Beheer, Onderhoud en Exploitatie Programma Ontwikkelingen Algemene dekkingsmiddelen Overhead Totaal lasten
2.640.210 214.700 1.387 385.735 3.242.032
2.897.500 212.800 51.700 419.900 3.581.900
2.861.700 278.800 1.100 395.400 3.537.000
1.238.095 278.343 171 385.538 1.902.147
1.623.605 V 457 V 929 V 9.862 V 1.634.853 V
Baten Programma Beheer, Onderhoud en Exploitatie Programma Ontwikkelingen Algemene dekkingsmiddelen Overhead Totaal baten
792.443 3.276.774 4.069.217
458.400 3.296.500 3.754.900
488.400 3.296.500 3.784.900
512.297 3.296.474 3.808.771
23.897 V 26 N 23.871 V
Saldo gewone bedrijfsvoering
827.185
173.000
247.900
1.906.623
1.658.723 V
Kredieten Lasten kredieten Baten kredieten (bijdragen derden) Saldo kredieten
96.518 104.472 7.954
9.500 (9.500)
267.956 (267.956)
303.548 54.153 (249.395)
35.592 N 54.153 V 18.561 V
Totaal saldo van baten en lasten
835.139
163.500
(20.056)
1.657.229
1.677.285 V
2.775.589 2.119.697 (655.893)
173.000 9.500 (163.500)
834.059 854.115 20.056
734.059 735.096 1.037
100.000 V 119.019 N 19.019 N
179.246
-
-
1.658.266
1.658.266 V
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo toevoegingen en ontrekkingen aan reserves
Gerealiseerd resultaat
Het overzicht van lasten en baten is als volgt opgebouwd: Reguliere lasten en baten bedrijfsvoering Dit onderdeel betreft de exploitatielasten en –baten van de structurele activiteiten. Dit zijn de jaarlijks min of meer in dezelfde vorm terugkerende activiteiten. Op basis van deze informatie kunnen meerjarige trends en ontwikkelingen worden geschetst. Diverse lasten en baten bedrijfsvoering In tegenstelling tot de reguliere lasten en baten komen deze exploitatielasten en -baten slechts incidenteel voor door de aard hiervan en/of de oorzaak. Het gaat hierbij om o.a. de effecten van periodieke herzieningen van voorzieningen, de financiële consequenties van uitspraken op beroeps- en bezwaarschriften die niet voorzien kunnen worden en terugontvangen bedragen. Deze zaken, welke niet zijn begroot, worden separaat gepresenteerd om de vergelijkbaarheid over de jaren heen eenvoudiger te maken. Kredieten De kredieten hebben betrekking op uitgaven gerelateerd aan activiteiten die zorgen voor veranderingen in de natuur- en recreatiegebieden, zoals investeringen met maatschappelijk nut in de openbare ruimte. Deze uitgaven worden gedekt vanuit bijdragen derden (subsidies, bijdragen) en/of onttrekkingen aan de algemene of bestemmingsreserves.
37
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Dit onderdeel omvat alle mutaties (stortingen en onttrekkingen) in de reserves.
38
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
5.3
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften, die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de wet Normering, bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector daarvoor geven. Voor zover niet anders vermeld, worden de activa en passiva gepresenteerd in afgeronde bedragen van € 1 . Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Baten en lasten worden verantwoord tot hun brutobedrag. Balans Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de daarop verrichte lineaire afschrijvingen. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht.
De afschrijvingen geschieden op basis van de verkrijgings- of aanschaffingsprijs en de geschatte economische levensduur. De afschrijving op het actief start per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het jaar van aanschaf c.q. volledige egalisatie van de investering. De volgende richtlijnen zijn grotendeels gehanteerd voor de afschrijvingstermijnen: - gronden en terreinen geen afschrijving - bedrijfsgebouwen 25, 30 of 35 jaar - grond- weg- en waterbouwkundige werken 10-35 jaar - machines, apparaten en installaties 4,5,6,7,10 of 15 jaar - overige materiele vaste activa afhankelijk van de gebruiksduur Het BBV onderscheidt de navolgende investeringen: - Investeringen met economisch nut - Investeringen met maatschappelijk nut in de openbare ruimte
39
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
Investeringen met economisch nut Investeringen hebben een economisch nut wanneer ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Investeringen met economisch nut boven € 25.000 worden geactiveerd. Investeringen met maatschappelijk nut in de openbare ruimte Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut moeten door gewijzigde regelgeving per 1 januari 2018 worden geactiveerd. De richtlijn is dat Investeringen met maatschappelijk nut boven € 25.000 per component worden geactiveerd. Indien investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden geactiveerd, vindt de afschrijving hiervan eveneens lineair plaats. Door de invoering van de nieuwe systematiek blijven verschillen bestaan in de wijze waarop mag worden afgeschreven op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die voor het begrotingsjaar 2019 zijn gedaan. Om inzicht te geven in het deel van de activa dat wel vergelijkbaar is qua systematiek is in het verloopoverzicht in de toelichting op de balans aangegeven welk bedrag volgens de nieuwe systematiek is verantwoord en welk deel volgens een andere systematiek. In 2020 zijn er nog geen maatschappelijk nut investeringen afgeschreven. Gronden uitgegeven in erfpacht Voor de in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs.
Gronden in eeuwig durende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde. Eventuele afkoopsommen voor voortdurende contracten zijn verwerkt onder de langlopende schulden en vervallen naar rato van afkoopperiode vrij ten gunste van het resultaat. Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen De banksaldi worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa (nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen) worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen Dit betreft de Algemene Reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat. Voorzieningen De onderhoudsegalisatievoorzieningen zijn gebaseerd op een meerjarenraming van het uit te voeren grootonderhoud aan de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen die is opgenomen in het jaarverslag is het beleid ter zake nader uiteengezet. De voorzieningen van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
40
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
Vaste schulden met een rente typische looptijd van één jaar of langer, de netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar en de overlopende passiva Deze posten worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
41
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
5.4
Toelichting op de balans
Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut De boekwaarde van de investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut had het volgende verloop: Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
Boekwaarde 1-1-2021
Gronden en Terreinen Krimpenerwaard Gronden en Terreinen Reeuwijkse Plassen
643.784 372.969
1.800 0
0 0
0 0
0 0
0 0
645.584 372.969
Grond- weg- en waterbouwkundige werken KW Grond- weg- en waterbouwkundige werken RP
189.421 74.765
0 0
0 0
50.494 13.009
0 0
0 0
138.927 61.756
0 1.399.866 4.286 313.542
0 -64.145 64.145 0
0 0 0 0
0 41.903 2.737 20.903
0 0 0 0
0 0 0 0
428.525
43.946 1.293.818 65.693 721.164
105.837 32.946 474.521
197.713 112.179 250.317
0 0 0
0 0 0
75.263 0 138.550
0 0 0
-43.946 0 -428.525
184.341 145.125 157.765
3.611.937
562.010
0
129.046
213.813
0
0
3.831.088
Investeringen
Extra afschrijvingen
Afschrijvingen
Bijdrage van derden
Afwaarderingen
Afgeronde activa
Boekwaarde 31-12-2021
Ten laste van Afschrijvingsreserve: Grond- weg- en waterbouwkundige werken GA Grond- weg- en waterbouwkundige werken KW Overige materiële activa KW Grond- weg- en waterbouwkundige werken RP activa in bewerking: Grond- weg- en waterbouwkundige werken GA Grond- weg- en waterbouwkundige werken KW Grond- weg- en waterbouwkundige werken RP
43.946
Van de gronden die in eigendom zijn van de Groenalliantie (totaal 775,72 hectaren) is een deel uitgegeven in erfpacht, met name aan exploitanten. Dit leidt jaarlijks tot erfpachtopbrengsten. Met deze exploitanten zijn langdurige erfpachtcontracten afgesloten. Activa in bewerking waarvan de bewerking is afgerond en welke in gebruik wordt genomen, wordt gepresenteerd naar de categorie Grond-, weg- en waterbouwkundige werken en overige activa. Deze presentatie is te zien in de kolom “afgeronde activa”. De afschrijving op het afgeronde actief start per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het jaar van afronding bewerking en ingebruikname. Vlottende activa Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan een jaar Vorderingen op openbare lichamen Debiteuren Totaal
2021 497.832 497.832
2020 290.592 290.592
De vorderingen in 2021 zijn vooral de doorbelasting van het 4e kwartaal 2021 aan de deelnemers in het schap. Een voorziening voor dubieuze debiteuren – op openbare lichamen of regulier – werd niet nodig geacht.
42
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar. 2021 8.171.592 8.171.592
Uitzettingen in 's Rijks schatkist < 1 jaar
2020 8.707.213 8.707.213
Decentrale overheden zijn verplicht om hun overtollige middelen in 's Rijks schatkist aan te houden. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag, afhankelijk van het begrotingstotaal, dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Met ingang van 1 juli 2021 zijn de voorwaarden verruimd. Het drempelbedrag vanaf 1 juli is gelijk aan 2% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 mln. Indien het begrotingstotaal hoger is dan € 500 mln. is de drempel gelijk aan € 10 mln. plus 0,2% van het begrotingstotaal dat de € 500 mln. te boven gaat. De drempel is nooit lager dan € 1 mln. (tot 1 juli 2021 € 250k) Voor het recreatieschap Groenalliantie geldt de drempel van € 1 mln. In de praktijk is het hele jaar het drempelbedrag van € 250k gehanteerd. Hieronder zijn de bedragen weergegeven die op kwartaalbasis in de schatkist zijn aangehouden en de drempel die van toepassing was. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar Drempelbedrag
250 Kwartaal 1
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
250 Kwartaal 2
1000 Kwartaal 3
1000 Kwartaal 4
140
118
126
143
110
132
874
857
-
-
-
-
Overige vorderingen Debiteuren Per saldo
2021 17.976 17.976
2020 10.400 10.400
Een voorziening voor dubieuze debiteuren – op openbare lichamen of regulier – werd niet nodig geacht. Liquide middelen Banksaldi Bank Nederlandse Gemeenten
2021 68.199 68.199
2020 71.860 71.860
Het banksaldo is de stand ultimo van het jaar. Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen 43
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
2021 235 496 842 12.431 14.004
Door te berekenen kosten SBB Nog te ontvangen bedragen Nog te ontvangen bedragen - zakelijke lasten BCF Totaal
2020 258 15.419 589 12.237 28.503
De post BCF betreft de nog door te belasten compensabele btw aan de deelnemers in het schap.
Vaste passiva Eigen vermogen Het verloop van de reserves in 2021 wordt in het hierna volgende overzicht weergegeven. Stand per 1-1-2021 Algemene Reserve Bestemmingsreserves Investeringsreserve GA Investeringsreserve RP Investeringsreserve KW Reserve vervangingsinvesteringen GA Reserve vervangingsinvesteringen KW Reserve vervangingsinvesteringen RP Reserve kwaliteitsimpuls KW Provinciale reserve Totaal Bestemmingsreserves Afschrijvingsreserve Totaal
Bestemming resultaat 2020
Toevoegingen 2021
Onttrekkingen 2021
179.246
0
-466.588
2.502.807
420.159 0 0 313.900 0 0 0 0 734.059 472.470 1.206.529
-158.702 -435.789 -80.945 0 0 0 0 0 -675.436 -65.543 -1.207.567
899.079 578.547 1.804.906 524.600 85.400 22.000 260.335 233.558 4.408.425 2.124.620 9.035.852
2.790.149 637.622 1.014.336 1.885.851 210.700 85.400 22.000 260.335 233.558 4.349.802 1.717.693 8.857.644
0 179.246
Stand per 31-12-2021
ALGEMENE RESERVE GA De algemene reserve heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers. Saldo 1 januari Bij: bestemming resultaat Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december
Specificatie onttrekkingen: a. naar Provinciale reserve conform 1e begrotings wijziging b. conform AB besluiten Kredieten - Actualisatie Grondprijsbrief - Speelvoorziening Lansingh-Zuid Totaal onttrekkingen
2021 2.790.149 179.246 466.588 2.502.807
2020 2.758.011 437.238 405.100 2.790.149
102.170 317.989 2.483 43.946 466.588
44
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
BESTEMMINGSRESERVES Provinciale reserve a) Vanuit de boekjaarsubsidie is vanuit PZH vastgesteld dat van het positieve resultaat een deel naar de reserve Provinciale gelden gaat.
Saldo 1 januari Bij: Bestemming resultaat Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december
2021 233.558 0 0 233.558
2020 0 230.070 96.265 92.777 233.558
b) Investeringsreserve GA Het doel van de investeringsreserve is het dekken van de kosten van de afschrijvingen van nieuwe investeringen. Saldo 1 januari Bij: Bestemming resultaat Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december Specificatie toevoegingen a. conform AB besluit a. conform 1e begrotingswijziging Kredieten - Sanitaire voorz. GA Realisatie
2021 637.622 0 430.666 169.209 899.079
2020 393.125 169.497 75.000 0 637.622
317.989 102.170 10.507
Totaal toevoegingen
430.666
Specificatie onttrekkingen: Kredieten - Hondenbeleid - Ontwikkelplan Groenalliantie - GA Handelingskader Energieopwekking - Sanitair voorziening GA planuitwerking - Biodiversiteit Goudse Hout - Grondaankoop perceel Loetbos
44.020 80.599 2.321 1.001 16.062 25.206
Totaal onttrekkingen
169.209
c) Investeringsreserve compartiment RP Het doel van de investeringsreserve is het dekken van de kosten van de afschrijvingen van nieuwe investeringen.
45
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
Saldo 1 januari Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december
2021 1.014.336 0 435.789 578.547
2020 706.440 334.958 27.062 1.014.336
Specificatie toevoegingen : a. conform 2e begrotingswijziging Totaal toevoegingen
0
Specificatie onttrekkingen: Kredieten -I-Bijdrage Daghaven Twaalfmorgen -Voorlopig Ontw. Hoofdentree t Weegje -Beeldtaal Kwaliteitsimpuls GA -VO Bos, grasladen en paden Gouwebos -VO Entree Goudse Hout -Speel- en avonturenzone RH -Extra kwaliteitsmaatregelen RP -San. voorz. GA planuitwerking
36.000 107.541 75.349 6.357 116.198 45.556 39.282 9.506
Totaal onttrekkingen
435.789
d) Investeringsreserve compartiment KW Het doel van de investeringsreserve is het dekken van de kosten van de afschrijvingen van nieuwe investeringen. Saldo 1 januari Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december
2021 1.885.851 0 80.945 1.804.906
Specificatie onttrekkingen: Gereed Kwaliteitsimpuls Krimpenerhout/Loetbos naar afschr. Res Kredieten - Beeldtaal Kwaliteitsimpuls GA - Verkenning horeca Loetbos
75.349 5.596
Totaal onttrekkingen
80.945
2020 2.707.109 0 821.258 1.885.851
e) Reserve Kwaliteitsimpuls KW Het doel van deze reserve is het dekken van kosten voor Kwaliteitsimpuls in het recreatiegebied Krimpenerwaard. Saldo 1 januari Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december
2021 260.335 0 0 260.335
2020 795.141 0 534.806 260.335
f) Reserve vervangingsinvesteringen GA Het doel van deze reserve is het dekken van de kosten van vervangingsinvesteringen. 46
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
Saldo 1 januari Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december
2021 210.700 313.900 0 524.600
Specificatie toevoegingen: a. conform programma begroting a. conform 1e begrotings wijziging
173.000 140.900
Totaal toevoegingen
313.900
2020 0 210.700 0 210.700
Specificatie onttrekkingen:
g) Reserve vervangingsinvesteringen compartiment RP Het doel van deze reserve is het dekken van de kosten van vervangingsinvesteringen. Saldo 1 januari Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december
2021 22.000 0 0 22.000
2020 22.000 0 0 22.000
a) Reserve vervangingsinvesteringen compartiment KW Het doel van deze reserve is het dekken van de kosten van vervangingsinvesteringen. Saldo 1 januari Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december
2021 85.400 0 0 85.400
2020 85.400 0 0 85.400
h) Afschrijvingsreserve Deze reserve is ingesteld ter dekking van de toekomstige afschrijvingslasten van de investeringen met maatschappelijk nut.
47
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
Saldo 1 januari Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december
2021 1.717.693 472.471 65.543 2.124.621
Specificatie toevoegingen: Kredieten - Voorlopig Ontw. Hoofdentree t Weegje - Beeldtaal Kwaliteitsimpuls GA - VO Bos, grasladen en paden Gouwebos - VO Entree Goudse Hout - Speel- en avonturenzone RH - Extra kwaliteitsmaatregelen RP - Speelvoorziening Lansingh-Zuid
95.647 150.697 6.357 105.629 45.556 43.946 24.639
Totaal toevoegingen
472.471
Specificatie onttrekkingen a. conform afschrijvingstaat RP a. conform afschrijvingstaat KW
20.903 44.640
Totaal onttrekkingen
65.543
2020 334.958 1.717.693 334.958 1.717.693
HET GEREALISEERDE RESULTAAT Het gerealiseerde resultaat
2021 1.658.266 1.658.266
2020 179.246 179.246
48
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
Voorzieningen Het verloop van de voorzieningen in 2021 wordt in het hierna volgende overzicht weergegeven.
Voorziening voor Groot Onderhoud Voorziening afkoopsommen Totaal
Stand per
Toevoegingen
Vrijval
Onttrekkingen
Stand per
1-1-2021
2021
2021
2021
31-12-2021
2.874.771
853.300
-1.549.677
-976.620
1.201.774
109.154
0
0
-7.277
101.877
2.983.925
853.300
-1.549.677
-983.897
1.303.651
a) ONDERHOUDSEGALISATIEVOORZIENINGEN a) Voorziening Groot onderhoud Het doel van deze voorziening is het gelijkmatig verdelen van de lasten van groot onderhoud over de jaren. Hiertoe wordt jaarlijks een gelijkblijvende dotatie ten laste van de exploitatie gebracht. De werkelijke Groot onderhoudskosten worden direct ten laste van de voorziening verantwoord.
Saldo 1 januari Bij: Toevoegingen Af: Aanwendingen Saldo 31 december
2021 2.874.771 853.300 2.526.297 1.201.774
Specificatie toevoegingen: dotatie conform primaire programmabegroting dotatie conform 1e begrotings wijziging
841.500 11.800
Totaal toevoegingen
853.300
Specificatie aanwendingen: - Groot onderhoud - Vrijval voorziening Groot onderhoud
976.620 1.549.677
Totaal aanwendingen
2.526.297
2020 3.034.622 841.500 1.001.351 2.874.771
b) VOORZIENINGEN VAN DERDEN VERKREGEN MIDDELEN DIE SPECIFIEK BESTEED MOETEN WORDEN b) Voorziening afkoopsommen In de jaarstukken 2015 is een afkoopsom verwerkt ten behoeve van toekomstig onderhoud voor het fietspad Hillekade. Deze afkoopsom is opgenomen in de Voorziening afkoopsommen.
49
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
Saldo 1 januari Bij: Toevoegingen Af: Aanwendingen Saldo 31 december
2021 109.154 0 7.277 101.877
2020 116.431 0 7.277 109.154
Specificatie toevoegingen: afkoopsom fietspad Hillekade e.o. Totaal toevoegingen
0
Specificatie aanwendingen: - vrijval voorziening afkoopsom
7.277
Totaal aanwendingen
7.277
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar c) Overige schulden Crediteuren Totaal
2021 111.517 111.517
2020 64.288 64.288
De post crediteuren betreft de leveranties van diensten van derden. Overlopende passiva d) Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume Nog te ontvangen facturen Nog te ontvangen facturen - dienstverlening SBB Accountantskosten Totaal
2021 3.910 38.760 7.650 50.320
2020 11.957 11.957 12.108 24.065
e) De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren De specificatie van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen bedragen is als volgt:
50
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
Project
Saldo
Ontvangen
1-1-2021
bedragen
Vrijgevallen, bestede of terugbetaalde bedragen
Saldo 31-12-2021
Gemeente Nederlek Gemeente Nederlek, afkoopsom meeronderhoud randen Uitkijktoren Loetbos Voorlopig ontwerp Twaalfmorgen VO bos, graslanden en paden Gouwebos VO entree Goudse Hout Reeuwijkse Hout Avonturenroute Extra kwaliteits-maatregelen RP Voetpad Lansingh Zuid Hindernisbaan Gouwebos Bootcamp Krimpenerhout Kwaliteitsimpuls GA Fase 2 en 3
42.916 11.669
0 0
42.916 5.833
0 5.836
0 1.986 30.601 0 8.055 0 0 0 0 515.388
42.916 0 0 0 0 0 27.296 40.000 36.534 0
186 1.986 30.601
21.029 294 255 205.560
42.730 0 0 0 0 0 6.267 39.706 36.279 309.828
Totaal
610.615
146.746
316.715
440.646
8.055
Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen Langlopende verplichtingen De meerjarige contracten zijn geïnventariseerd. Het betreft voornamelijk contracten voor groot onderhoud en meerjarige bestekken voor regulier onderhoud (bv hygiëne, gras en water). De belangrijkste resterende verplichtingen (> € 100.000) per eind 2021 voor dit schap zijn: ▪ Bestek regulier onderhoud hygiëne tot en met 2022 in totaal € 155.976. ▪ Bestek regulier onderhoud gras en water tot en met 2022 in totaal € 715.000. ▪ Samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer tot 2026 € 5.764.000. Gebeurtenissen na balansdatum Het COVID-19 (Corona) virus heeft voor de jaarrekening 2021 geen grote financiële gevolgen en de organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. We bewaken de liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren.
51
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
5.5
Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2021
Programma 1 – Beheer, onderhoud en exploitatie gebieden Programma Beheer, onderhoud en exploitatie Rekening 2020 Primitieve Begroting na Rekening 2021 gebieden begroting 2021 wijziging 2021 Lasten Inrichting, beheer en exploitatie Communicatie Regelgeving en Handhaving Totaal lasten
Resultaat
2.410.791 75.420 154.000 2.640.210
2.578.400 146.600 172.500 2.897.500
2.565.200 124.000 172.500 2.861.700
939.882 125.913 172.300 1.238.095
1.625.318 V 1.913 N 200 V 1.623.605 V
Regelgeving en Handhaving Totaal baten
792.443 792.443
458.400 458.400
488.400 488.400
512.297 512.297
23.897 V 23.897 V
Saldo gewone bedrijfsvoering
(1.847.767)
(2.439.100)
(2.373.300)
(725.799)
1.647.501 V
16.000 (16.000)
16.062 (16.062)
62 N 62 N
(2.389.300)
(741.860)
1.647.440 V
16.000 16.000
16.062 16.062
62 V 62 V
(2.373.300)
(725.799)
1.647.501 V
Baten Inrichting, beheer en exploitatie Communicatie
Kredieten Lasten kredieten Baten kredieten (bijdragen derden) Saldo kredieten
2.930 (2.930)
Totaal saldo van baten en lasten
(1.850.697)
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo toevoegingen en ontrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
(2.439.100)
2.930 2.930 (1.847.767)
(2.439.100)
Het saldo is € 1.647.501 voordelig. Dit wordt vrijwel volledig veroorzaakt door de vrijval voorziening voor groot onderhoud van € 1.549.677. Verder is geen gebruikt gemaakt van de ingroeiregeling (€ 70.000). Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de programmaverantwoording. Incidentele baten Omschrijving uitbet.SNL beheervergoeding 2020 Diversen
Realisatie 2021 7.152 4.991
Incidentele lasten Begroting 2021 na wijziging Omschrijving
Realisatie 2021
Begroting 2021 na wijziging
16.061
16.000
16.061
16.000
7.000 3.000
Kredieten -
Kredieten - Biodiversiteit Goudse Hout
Onttrekkingen aan reserves Investeringsreserve, - Biodiversiteit Goudse Hout
Toevoegingen aan reserves 10.511
16.000
Totaal Saldo
22.654 6.593
26.000 Totaal 10.000
52
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
Programma 2 – Ontwikkeling Programma Ontwikkelingen
Rekening 2020
Primitieve Begroting na Rekening 2021 begroting 2021 wijziging 2021
Resultaat
Lasten Planvorming & gebiedsontwikkeling Totaal lasten
214.700 214.700
212.800 212.800
278.800 278.800
278.343 278.343
Baten Planvorming & gebiedsontwikkeling Totaal baten
-
-
-
-
Saldo gewone bedrijfsvoering
(214.700)
(212.800)
(278.800)
(278.343)
457 V
Kredieten Lasten kredieten Baten kredieten (bijdragen derden) Saldo kredieten
25.223 104.472 79.249
-
140.166 (140.166)
204.567 54.153 (150.414)
64.401 N 54.153 V 10.248 N
Totaal saldo van baten en lasten
(135.451)
(212.800)
(418.966)
(428.757)
9.791 N
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo toevoegingen en ontrekkingen aan reserves
477.958 255.709 (222.249)
-
206.166 206.166
215.957 215.957
9.791 V 9.791 V
Gerealiseerd resultaat
(357.700)
(212.800)
(212.800)
(212.800)
0V
457 V 457 V -
De baten en lasten komen overeen met de daarvoor begrote bedragen. De kosten betreffende kredieten worden gedekt door de onttrekking aan reserves. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de programmaverantwoording. Incidentele baten Omschrijving
Realisatie 2021
Kredieten - Bijdragen derden, zie tabel kredieten in programmaverantwoording Onttrekkingen aan reserves - Algemene reserve - Investeringsreserve RP, dekking kredieten - Investeringsreserve KW, dekking kredieten - Investeringsreserve GA, dekking kredieten - Afschrijvingsreserve Totaal Saldo
Incidentele lasten Begroting 2021 na wijziging Omschrijving Afschr. tlv reserve
54.153
Kredieten 0 - Diverse kredieten, zie tabel in programmaverantwoording programma 2
17.128 31.969 1.956 55.895 65.543
Toevoegingen aan reserves 2.483 - Investeringsreserve RP 10.000 1.230 126.453 66.000
226.644
206.166 Totaal
Realisatie 2021
Begroting 2021 na wijziging
65.543
66.000
216.621
140.166
282.164 55.520
206.166
53
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen
Rekening 2020
Primitieve Begroting na Rekening 2021 begroting 2021 wijziging 2021
Resultaat
Lasten Deelnemersbijdrage Overige structurele lasten Totaal lasten
1.387 1.387
51.700 51.700
1.100 1.100
171 171
929 V 929 V
Baten Deelnemersbijdrage Overige structurele baten Totaal baten
1.407.500 1.869.274 3.276.774
1.427.200 1.869.300 3.296.500
1.427.200 1.869.300 3.296.500
1.427.200 1.869.274 3.296.474
26 N 26 N
Saldo gewone bedrijfsvoering
3.275.387
3.244.800
3.295.400
3.296.303
903 V
Kredieten Lasten kredieten Baten kredieten (bijdragen derden) Saldo kredieten
-
-
-
-
-
Totaal saldo van baten en lasten
3.275.387
3.244.800
3.295.400
3.296.303
903 V
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo toevoegingen en ontrekkingen aan reserves
2.222.631 1.717.693 (504.938)
173.000 (173.000)
313.900 (313.900)
313.900 (313.900)
-
Gerealiseerd resultaat
2.770.449
3.071.800
2.981.500
2.982.403
903 V
Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de programmaverantwoording. Incidentele baten Omschrijving
Realisatie 2021
Incidentele lasten Begroting 2021 na wijziging Omschrijving
-
-
Kredieten -
Kredieten -
Onttrekkingen aan reserves Totaal Saldo
Toevoegingen aan reserves 0 - Vervangingsinvesteringsreserve GA 0
0 Totaal
Realisatie 2021
Begroting 2021 na wijziging
313.900
313.900
313.900 313.900
313.900 313.900
54
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
Overzicht Overhead Overhead
Rekening 2020
Primitieve Begroting na Rekening 2021 begroting 2021 wijziging 2021
Resultaat
Lasten Bestuurlijke aangelegenheden Totaal lasten
385.735 385.735
419.900 419.900
395.400 395.400
385.538 385.538
Baten Bestuurlijke aangelegenheden Totaal baten
-
-
-
-
Saldo gewone bedrijfsvoering
(385.735)
(419.900)
(395.400)
(385.538)
9.862 V
Kredieten Lasten kredieten Baten kredieten (bijdragen derden) Saldo kredieten
68.365 (68.365)
9.500 (9.500)
111.790 (111.790)
82.919 (82.919)
28.871 V 28.871 V
Totaal saldo van baten en lasten
(454.100)
(429.400)
(507.190)
(468.457)
38.733 V
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo toevoegingen en ontrekkingen aan reserves
75.000 143.365 68.365
9.500 9.500
520.159 631.949 111.790
420.159 503.078 82.919
100.000 V 128.871 N 28.871 N
Gerealiseerd resultaat
(385.735)
(419.900)
(395.400)
(385.538)
9.862 V
9.862 V 9.862 V -
Het voordelige saldo van € 9.862 wordt veroorzaakt door lagere uitgaven voor bestuursvergaderingen en overige bestuurlijke aangelegenheden. In 2021 is voornamelijk digitaal vergaderd. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de programmaverantwoording. Incidentele baten Omschrijving
Realisatie 2021
Kredieten -
Onttrekkingen aan reserves - Algemene reserve GA - Investeringsreserve GA , dekking kredieten - Investeringsreserve RP, dekking kredieten - Investeringsreserve KW, dekking kredieten
Totaal Saldo
Incidentele lasten Begroting 2021 na wijziging Omschrijving Kredieten Ontwikkelplan Groenalliantie GA Handelingskader Energieopwekking I-Werkbudget Groenalliantie
420.159 63.216 0 0
Toevoegingen aan reserves 520.159 - Investeringsreserve GA 102.290 4.500 5.000
483.375
631.949 Totaal
Realisatie 2021
Begroting 2021 na wijziging
79.549 2.320 0
100.697 1.593 9.500
420.159
520.159
502.028 18.653
631.949
55
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
Overzicht van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Toevoegingen reserves
Omschrijving programma Programma Beheer, onderhoud en exploitatie Programma Ontwikkeling Algemene dekkingsmiddelen Overhead Totaal Onttrekkingen reserves
Omschrijving programma
Raming mutaties reserves begrotingsjaar na wijziging Lasten Waarvan (toevoeging structureel reserve)
Realisatie mutaties reserves begrotingsjaar Lasten Waarvan (toevoeging structureel reserve)
0 477.958 313.900 520.159
0 0 0 0
0 0 313.900 420.159
0 0 0 0
1.312.017
0
734.059
0
Raming mutaties reserves begrotingsjaar na wijziging Baten Waarvan (onttrekking structureel reserve)
Realisatie mutaties reserves begrotingsjaar Baten Waarvan (onttrekking structureel reserve)
Programma Beheer, onderhoud en exploitatie Programma Ontwikkeling Algemene dekkingsmiddelen Overhead
16.000 206.166 0 631.949
18.982 0 0 0
10.511 172.489 0 483.375
18.982 0 0 0
Totaal
854.115
18.982
666.375
18.982
56
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semi publieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de op Staatsbosbeheer van toepassing zijnde regelgeving. In 2021 is op basis van de afgesloten dienstverleningsovereenkomsten en mandaatregeling, dhr. Thijsen, directeur Staatsbosbeheer, topfunctionaris volgens de WNT. Hij is in loondienst bij Staatsbosbeheer. De in onderstaande tabellen opgenomen bezoldigingen (kosten) zijn niet als zodanig in rekening gebracht bij het Natuur- en Recreatieschap. De inzet (dienstverlening) valt namelijk onder de samenwerkingsovereenkomst met het Natuur- en Recreatieschap en de hiermee samenhangende kosten zijn conform de begroting 2021 in rekening gebracht bij het Natuur- en Recreatieschap Het bezoldigingsmaximum in 2021 is € 209.000,-. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband.
57
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
1a Leidinggevende topfunctionaris met dienstbetrekking Gegevens 2021 bedragen x € 1
S. Thijsen
Functiegegevens
Directeur Staatsbosbeheer
Aanvang en einde functievervulling in 2021
01-01 / 31-12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
Dienstbetrekking?
Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
184.971
Beloningen betaalbaar op termijn
23.638
Subtotaal
208.609
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
209.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
Bezoldiging
208.609
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
Gegevens 2020 bedragen x € 1
S. Thijsen
Functiegegevens
Directeur Staatsbosbeheer
Aanvang en einde functievervulling in 2020
01-01 / 31-12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
Dienstbetrekking?
Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
193.240
Beloningen betaalbaar op termijn
22.747
Subtotaal
215.987
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
201.000
Bezoldiging
215.987
Op de bezoldiging van de heer S. Thijsen is het overgangsrecht op basis van artikel 7.3 WNT van toepassing. Daarin is opgenomen dat vanaf 01 januari 2019 een stapsgewijze afbouw zal plaatsvinden tot maximaal 100 % van het bezoldigingsmaximum op 1 januari 2022. Behalve de heer S. Thijsen zijn er geen topfunctionarissen conform de WNT met dienstbetrekking die in 2021 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2021 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WOPT (Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens) of de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden.
58
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
1 b. Topfunctionarissen met een bezoldiging van €1.700 of minder NAAM TOPFUNCTIONARIS
FUNCTIE
DUUR DIENSTVERBAND
Dhr. C. A. Oskam Dhr. O. Wagner Dhr. T. van Vugt Dhr. C. Derickx Dhr. W. Tempel Mevr. C.J.M. Schippers
Voorzitter AB lid Plv. voorzitter DB lid AB lid DB lid
Dhr. J. Vente Dhr. L. de Wit Dhr. M. Kortleven Mevr. H. Niezen
Penningmeester AB lid AB lid AB lid
Heel 2021 Heel 2021 Heel 2021 Heel 2021 Heel 2021 Heel 2021 aangesteld, maar eind 2021 voor werkzaamheden vervangen door het AB lid vanwege langdurig verlof Heel 2021 Heel 2021 Heel 2021 Heel 2021, maar afwezig in december
In de kolom "duur van het dienstverband" is de duur van het bestuurslidmaatschap vermeld. De genoemde vergoedingen zijn over 2021 nihil en liggen dus onder de daarvoor gestelde wettelijke grens van € 209.000,-. Samenstelling van het bestuur in het verslagjaar Leden Dagelijks Bestuur Naam Dhr. C.A. Oskam Dhr. T. van Vught
Gemeente / organisatie Bodegraven-Reeuwijk Gouda
Dhr. J. Vente Mevr. C.J.M. Schippers Dhr. C. Derickx
Krimpenerwaard Waddinxveen Krimpen aan den IJssel
Leden Algemeen Bestuur Gemeente Krimpen aan den IJssel Waddinxveen
Naam Dhr. C. Derickx Dhr. W. Tempel Mevr. C.J.M. Schippers Dhr. M. Kortleven
Bodegraven-Reeuwijk
Dhr. C.A. Oskam Dhr. O. Wagner
Krimpenerwaard
Dhr. L. de Wit Dhr. J. Vente Dhr. T. van Vugt Mevr. H. Niezen
Gouda
Functie Voorzitter Waarnemend Voorzitter Penningmeester
59
Jaarstukken 2021 |Jaarrekening
5.6
Verdeling naar taakvelden
Verdeling taakvelden
lasten 2021
baten 2021
saldo 2021
- Overhead - Treasury - Overige baten en lasten - Openbaar groen en (openlucht) recreatie
385.538 171 734.059 1.819.986
735.096 2.435.724
385.5381711.037 615.738
0.11 - Resultaat van de rekening baten en lasten
-
1.427.200
1.427.200
2.939.754
4.598.020
1.658.266
0.4 0.5 0.8 5.7
Totaaltelling lasten en baten
60