2. Concept-programmabegroting 2025 Groenalliantie Midden-Holland e.o.
Tekst van het document
Concept-programmabegroting 2025
Concept-programmabegroting 2025 Groenalliantie Midden-Holland e.o.
Versie DB 28 maart 2024
Concept-programmabegroting 2025
Inhoud 1. BESTUURLIJKE SAMENVATTING 3. PROGRAMMA INSTANDHOUDING GEBIEDEN 3.1. GEBIEDSBEHEER 3.1.1. BEHEERINFORMATIE 3.1.2. UITVOEREN TERREININSPECTIES 3.1.3. ONDERSTEUNING RECREATIE-, LANDSCHAPS- EN NATUURBEHEER 3.1.4. UITVOEREN TERREINBEHEER 3.1.5. OMGEVINGSCOMMUNICATIE 3.1.6. BEHEER VASTGOED EN GRONDEN 3.1.7. TOEZICHT EN HANDHAVING 3.1.8. VERGUNNINGEN, ONTHEFFINGEN EN TOESTEMMINGEN 3.2. MAATSCHAPPELIJKE BETROKKENHEID 3.2.1. VRIJWILLIGERS EN ACTIEF BURGERSCHAP 3.3. PLANNEN MAKEN 3.3.1. PLAN- EN PROJECTVOORBEREIDING 3.4. OVERHEAD 3.4.1. BESTUURSPRODUCTEN 3.4.1.1. ACCOUNTMANAGEMENT 3.4.1.2. BESTUURSADVIES 3.4.1.3. SECRETARIAAT 3.4.2. FINANCIËLE DIENSTEN 3.4.2.1. FINANCIEEL BELEID 3.4.2.2. PLANNING EN (PROJECT)CONTROL 3.4.3. JURIDISCHE DIENSTEN 3.4.3.1. AANSPRAKELIJKHEID 3.4.3.2. JURIDISCHE ONDERSTEUNING 3.4.3.3. PROCEDEREN 3.4.3.4. WOB-PROCEDURES 3.5. PROJECTENKREDIETEN 3.6. MUTATIES RESERVES 3.7. WAT GAAT HET KOSTEN 4. PARAGRAFEN 4.1 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING 4.2 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN 4.3 FINANCIERING 4.4 GRONDBELEID 4.5 BEDRIJFSVOERING 5. FINANCIËLE BEGROTING 6. BIJLAGEN
3 7 7 7 8 8 9 9 9 10 10 11 11 11 11 12 12 12 12 12 13 13 13 13 13 14 14 14 15 15 17 18 18 20 21 21 22 23 26
Concept-programmabegroting 2025 1. Bestuurlijke samenvatting In deze bestuurlijke samenvatting zijn voor het begrotingsjaar 2025 de speerpunten per programma benoemd. Deze punten zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk 3: Programmaplan en hoofdstuk 4: Paragrafen. In hoofdstuk 3 is ook beschreven wat onder de reguliere werkzaamheden valt. Bestuurlijke opgaven 2025 e.v. Het bestuur van de Groenalliantie heeft haar hoofdopgaven voor 2025 e.v. als volgt geformuleerd.
Uitvoeren Kerntaken •
•
De zorg voor beheer, (gebieds-)ontwikkeling, handhaving en communicatie Het primaire belang van de Groenalliantie is de bescherming van de belangen van natuur, recreatie en landschap conform de doelstelling in de Gemeenschappelijke regeling. De uitvoeringstaken van de Groenalliantie worden tussen 2019 en 2026 uitgevoerd door samenwerkingspartner Staatsbosbeheer. Dit maakt onderdeel uit van de op 12 december 2018 afgesloten samenwerkingsovereenkomst. Uitvoeren projecten Ontwikkelplan (follow-up programma Kwaliteitsimpuls) Het bestuur zet met het Ontwikkelplan Groenalliantie 2030 de koers uit voor de komende 10 jaar als vervolg op de omvangrijke en succesvolle Kwaliteitsimpuls Groenalliantie. Het Ontwikkelplan biedt, samen met de bijbehorende Investeringsagenda het handelingskader voor samenwerken met gebiedspartners aan nieuwe opgaven.
Duidelijke Planvorming en Kaderstelling •
Aan de slag met nieuwe ambities op het gebied van investeringen en maatschappelijke opgaven De Groenalliantie wil ook in de periode 2024-2025 blijven investeren in nieuwe projecten die recreatieve meerwaarde bieden. Dit gebeurt binnen de kaders van bovengenoemd Ontwikkelplan (2021), voorzien van de bijbehorende (dynamische) investeringsagenda. Naast gebiedsgerichte investeringen wil de Groenalliantie ook positief bijdragen aan maatschappelijke opgaven als bewegen, gezondheid, biodiversiteit, klimaatadaptatie en de energietransitie. De opgaven zoals benoemd in het Ontwikkelplan worden opgepakt en samen met gebiedspartners en maatschappelijke partijen uitgewerkt.
Samenwerken en coalities • Deelname aan diverse vormen van netwerksamenwerking op het niveau van het Groene Hart Groenalliantie wil ook in de komende tijd in de regio Midden Holland graag het effect van haar eigen handelen vergroten door de samenwerking te zoeken met andere gebiedspartijen en terreinbeheerders afhankelijk van hoe dit zich in relatie tot de provincie Zuid-Holland ontwikkelt. In aanvulling op de eigen gebiedsgerichte investeringen kan het hierbij bijvoorbeeld gaan om een gepaste bijdrage van Groenalliantie aan investeringen van derden in (recreatieve) verbindingen en transferia in en tussen de beheergebieden en hun omgeving. • Uitwerken en vormgeven van de horizontale samenwerking met Staatsbosbeheer In de samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer staat de afspraak, dat met Staatsbosbeheer in de periode tot 2026 wordt ingezet op de op- en uitbouw van een duurzame samenwerking teneinde elkaars doelstellingen nog verder te versterken. Hierbij hebben Partijen onder meer het oog op een optimale verdeling van natuur en recreatie, een onderlinge goede verbinding van netwerken en een optimale en efficiënte benutting van
Concept-programmabegroting 2025 middelen en capaciteit. Dit is vooral interessant bij aangrenzende eigendommen en bij combinaties van taken. Het Ontwikkelplan is hiervoor het plankader. Gebiedsadviescommissies Het Dagelijks Bestuur zal ook in 2025 haar voorgenomen plannen en investeringen voor advies voorleggen aan de gebiedsadviescommissie Groenalliantie. Deze advisering wordt betrokken bij de besluitvorming in het Algemeen Bestuur. Adviezen van de commissie moeten passen binnen de doelstelling van de Groenalliantie en haalbaar en betaalbaar zijn. Beheer, onderhoud en exploitatie gebieden Gebiedsbeheer Het product Gebiedsbeheer is gericht op het doen onderhouden van de natuur- en recreatiegebieden en de daarbij behorende beheertaken. Dit product wordt in 2025 onder verantwoordelijkheid van Staatsbosbeheer uitgevoerd. De voor 2025 geprognosticeerde uitgaven voor groot onderhoud zijn in de begroting vermeld (zie programma 3.1). Het Gebiedsbeheer is gebaseerd op de Meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) en het Terreinbeheermodel (TBM). In het voorjaar van 2024 wordt de 5-jaarlijkse herijking van het TBM afgerond en opgeleverd. Grondpositie en exploitatie Dit product is gericht op actief beheer van de grondpositie en exploitaties.
Er wordt constructief meegedacht met (uitbreidings-)wensen van gevestigde of nieuwe partijen, die zo nodig in een (aanvullende) overeenkomst worden vastgelegd. Op toevoeging van andere, nieuwe, commerciële functies wordt niet actief ingezet. Zie verder paragraaf 3.1. Toezicht en Handhaving Basisuitgangspunten voor de inzet van Toezicht & Handhaving (“T&H”): - de veiligheid van de gebruikers van de gebieden zo goed mogelijk waarborgen; - de eigendommen van het schap heel houden. De primaire inzet van T&H richt zich bij overtredingen op handhaving in de gebieden. Zie voor aandachtspunten per werkgebied paragraaf 3.1. Activiteiten waar een vergunning, ontheffing of toestemming voor is verleend worden gecontroleerd op naleving van de voorwaarden. Een goede wisselwerking met de boswachters beheer, ecologie en publiek is bij handhaving van groot belang. Een voordeel van de samenwerking met Staatsbosbeheer is, dat deze functies in één team zijn ondergebracht. Uitvoering vindt plaats aan de hand van het Handhavingsplan Staatsbosbeheer – Zuid-Holland. Hierin zijn prioriteiten vastgesteld voor de gebieden van de Groenalliantie. Door het toegenomen recreatieve gebruik van de gebieden, maar helaas ook het toegenomen vandalisme is de BOA-capaciteit met ingang van 2024 uitgebreid met 1 fte.
Communicatie Het bestuur wordt gefaciliteerd in het vertalen van haar ambities aan het publiek en het op een positieve wijze beïnvloeden van de publieke opinie. Daarnaast wordt ingezet op de promotie van de recreatiegebieden, de bestaande routenetwerken en andere voorzieningen van de Groenalliantie in en om de recreatiegebieden, zodat de bekendheid wordt vergroot, de ontwikkelingen van de kwaliteitsimpuls bekend zijn en het bezoek aan de gebieden wordt
Concept-programmabegroting 2025 gestimuleerd. Hiervoor zullen digitale communicatiemiddelen worden gebruikt, naast bijvoorbeeld advertenties in recreatieve bladen. Centraal hierin staat de boswachter publiek als gezicht van het gebied en aanspreekpunt voor vragen van omwonenden, recreanten, ondernemers, andere gebiedspartijen en media. Daarnaast worden indien relevant ook de communicatiekanalen van Staatsbosbeheer benut, zoals het boswachtersblog. Er zal in de communicatie in 2024 worden ingezet op gebiedseigen thema’s, bijvoorbeeld met excursies of informatieavonden. Doel hiervan is om de gebruiker en omwonenden bewust te maken van hetgeen er in de (vernieuwde) gebieden te beleven en te zien is. Tevens is dit een goede manier om de bezoekers het gevoerde beheer te laten zien en dit uit te kunnen leggen. Gestreefd wordt naar een zo hoog mogelijke mate van zichtbaarheid, aanspreekbaarheid en herkenbaarheid. De boswachter publiek is hét gezicht naar buiten toe. Ontwikkeling Groenalliantie wil haar gebieden duurzaam beheren en ontwikkelen. Het Ontwikkelplan (2021) geeft de richting en kaders aan voor het strategisch en tactisch handelen van het bestuur ten aanzien van investeringen, meerjarig beheer, omgang met maatschappelijke vraagstukken en samenwerking met andere partijen (waaronder de horizontale samenwerking met Staatsbosbeheer).
Het Ontwikkelplan is voorzien van een bijbehorende (dynamische) investeringsagenda. In 2025 zal een aanvang worden gemaakt met de herijking van de Investeringsagenda voor 2026-2030. In 2024 zijn en worden de volgende projecten opgestart: • Kwaliteitsimpuls entree Loetbos • Gemarkeerde wandelroutes • Speelplaats Boveneind Krimpenerhout • Fietsenstalling Goudse Hout • Omvormen speelpolder en verkenning hondenstrand • Revitalisering en uitbreiding bossen Financiële samenvatting Exploitatie Door onder meer gestegen rentebaten en huur- en pachtinkomsten is de begroting 2025 in evenwicht, zonder dat daarvoor de deelnemersbijdragen moeten worden verhoogd. Volgens de FKGR brief 2024 Midden-Holland is de maximaal toegestane index voor personeelslasten 11,1% en voor materiele lasten 3,7%. De indexering is met beleid en terughoudendheid toegepast, rekening houdend met de realisatie en trends van de afgelopen jaren. Zo is de personeelscomponent (dienstverlening Staatsbosbeheer) niet met de maximaal toegestane 11,1 % verhoogd, maar gebaseerd op de afgegeven tarieven voor 2024 en de geplande ureninzet. Door de deelnemersbijdragen niet al op de voorhand te indexeren wordt al deels tegemoetgekomen aan de zienswijzen van de betrokken gemeenten op de begroting 2024.
Hierin werd verzocht alvast vooruit te kijken naar het temperen van de deelnemersbijdragen en mee te denken over mogelijke bezuinigingen.
Concept-programmabegroting 2025 Daarnaast is de provinciale bijdrage op het niveau van € 1,6 mln. gehouden terwijl ook voor 2024 en 2025 een inflatiecompensatie tegemoet kan worden gezien. Waarbij rekening moet worden gehouden met een mogelijke reservering van circa 50% o.b.v. de provinciale bijdrage in het geval er een overschot ontstaat. Meerjarenperspectief Voor de jaren vanaf 2026 ontstaat een heel ander beeld als gevolg van het wegvallen van de boekjaarsubsidie van de Provincie Zuid-Holland (PZH). Hier komt de nieuwe beheerregeling recreatiegebieden voor in de plaats. Op basis van de tot nu toe bekende voorwaarden van de regeling kan het negatieve effect voor Groenalliantie oplopen tot ruim € 1,1 mln. op jaarbasis. De verwachting is dat dit voor in ieder geval de jaren 2026 tot en met 2028 zal moeten worden opgevangen uit de algemene reserve ter overbrugging van de periode die nodig is om weer te komen tot een sluitende meerjarenbegroting. Het dagelijks bestuur heeft voorgesteld om het overschot van begrotingsjaar 2023 (ruim € 700k) toe te voegen aan de te vormen egalisatiereserve provinciale bijdrage. Verder is voorgesteld om vanuit de algemene reserve nog eens € 400k toe te voegen. Met dit opgebouwde saldo van € 1,1 mln. is in ieder geval het risico afgedekt van het eerste begrotingsjaar (2026) waarin de verwachte terugval van de provinciale bijdrage wordt voorzien.
Dit wordt nader uitgewerkt in een notitie voor het bestuur waarbij alle reserves tegen het licht worden gehouden en om een gelabelde bestemmingsreserve te vormen voor de egalisatie van de afbouw provinciale bijdrage. Ook voor de jaren 2027 en 2028 moet rekening worden gehouden met een lagere bijdrage van in totaal € 2,2 mln. Dit risico is opgenomen in paragraaf 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Daarnaast speelt de herijking van het Terreinbeheermodel (TBM). De verwachting is dat de herijking (met name voor bos en asfalt) de indices die de afgelopen jaren zijn doorgevoerd in de begroting nog fors zullen overstijgen. Dit heeft een mogelijke verdere verhoging van de dotatie aan de voorziening groot onderhoud tot gevolg. Vermogenspositie De geprognotiseerde eindstand van de algemene reserve ultimo 2025 bedraagt € 1,6 mln. In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de meerjarenraming en de vermogenspositie.
2. Uitgangspunten Met ingang van 1 januari 2015 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd. Deze wetsaanpassing heeft onder meer gevolgen voor de indieningstermijn van de programmabegroting. De ontwerp-programmabegroting moet op 15 april voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar naar de deelnemers en de provincie Zuid-Holland gestuurd worden. De keuzes die het recreatieschap maakt uit de Producten en Diensten Catalogus van Staatsbosbeheer zijn leidend voor de begroting 2025. Het uitgangspunt voor de programmabegroting 2025 is het bestaande en aanvaarde beleid, zoals vastgelegd in de programmabegroting 2024, de najaarsrapportage 2023, de concept jaarrekening 2023, kredietmutaties en de besluiten van het Algemeen Bestuur tot 1 maart 2024. De opbrengsten uit huren, pachten, e.d. worden conform de actuele contracten bijgesteld. Ook worden eventuele nieuwe (externe) ontwikkelingen (bij bestaand beleid) meegenomen. De begroting Onderhoudskosten wordt gebaseerd op het meerjarenonderhoudsplan TBM.
Concept-programmabegroting 2025 De begroting is daar waar van toepassing geïndexeerd voor 3,7% op materiele uitgaven volgens “De financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands Midden voor begrotingen 2025”. Voor personele lasten bedraagt de maximale index 11,1 %. De aanpassing van de dienstverlening Staatsbosbeheer is echter gebaseerd op de afgegeven tarieven 2024 en de geraamde ureninzet. Op basis van het voorzichtigheidsbeginsel, is de indexering niet toegepast op de baten. Voor de meerjarenraming 2026 tot en met 2028 is geen verdere indexering toegepast. De deelnemersbijdragen komen voor 2025 uit op omgerekend € 7,92 per inwoner (2024: € 7,92). De begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028 moeten, conform de uitgangspunten in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), structureel en reëel in evenwicht zijn. Dit houdt in dat structurele lasten kunnen worden gedekt met structurele baten. Als dit niet het geval zou zijn, zou de kans groot zijn dat er op termijn een begrotingstekort ontstaat. Zoals onder de financiële samenvatting is aangegeven voorzien we voor de jaren 2026 en verder een begrotingstekort als gevolg van het wegvallen van de provinciale boekjaarsubsidie. Dit wordt in eerste instantie gedekt uit de algemene reserve. De begroting 2025 bevat conform voorschriften in het BBV een meerjarenraming.
Zie hoofdstuk 5 financiële begroting.
3. Programma Instandhouding gebieden Het programma is opgebouwd uit de volgende onderdelen: -
Gebiedsbeheer Maatschappelijke betrokkenheid Plannen maken Overhead Algemene dekkingsmiddelen Projectkredieten Mutatie reserves
3.1.Gebiedsbeheer Door de toepassing van de producten- en dienstencatalogus wordt transparant welke inzet Staatsbosbeheer zal plegen bij de uitvoering van terreinbeheer. Er wordt expliciet zichtbaar gemaakt welke inzet Staatsbosbeheer pleegt ten behoeve van het verwerken van de beheerinformatie, uitvoeren van terreininspecties, ondersteuning van recreatie-, landschaps- en natuurbeheer, inzet van vrijwilligers en betrekken samenleving bij het (natuur)beheer. Ten opzichte van de bestaande situatie is sprake van intensiveren van terreininspecties. Hier geldt dat de kosten voor de baten uitgaan. Gerichter inspecteren moet bijdragen aan verhoging van de betrouwbaarheid van de beheerinformatie en kwaliteit van bestekvoorbereiding en opdrachtverlening bij de uitvoering. 3.1.1. Beheerinformatie Wat willen we bereiken Beheerinformatie levert inzicht in de beheerwerkzaamheden en kosten voor de komende jaren. Deze informatie is onmisbaar voor een goede beheervoorbereiding en -uitvoering in uw terreinen. Wat gaan we er voor doen Meten is weten. Daarom is het van belang dat de beheerinformatie inzichtelijk en op orde is. De
Concept-programmabegroting 2025 koppeling aan een Geografisch Informatie Systeem (GIS) aan het Terrein Beheer Model maakt data en kosten inzichtelijk, goed te beheren en te vergelijken. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld kaartmateriaal van de huidige en toekomstige inrichting, planningen, geografische gebiedsanalyses en beschrijvingen van kapitaalgoederen zoals wegen en paden, maar ook ‘kunstwerkpaspoorten’ voor bijvoorbeeld bruggen en steigers. 3.1.2. Uitvoeren terreininspecties
Wat willen we bereiken Het uitvoeren van inspecties leidt tot actuele, heldere beheerdata. Daarmee kan op de korte termijn de kwaliteit en veiligheid in de gebieden gewaarborgd worden en is op de langere termijn inzicht in de noodzakelijke investeringen. Wat gaan we er voor doen Door systematische visuele en technische inspecties te doen blijft er zicht op de onderhoudsstaat van de natuur- en recreatieterreinen. Zo kan er tijdig bijgestuurd worden. Inspecties stellen in staat dat: - de kwaliteit van het terrein te geborgd wordt; - de meerjarenplanningen groot onderhoud actueel gehouden wordt; - de veiligheid in het gebied (beter) gewaarborgd blijven; - er invulling gegeven wordt aan aantoonbaarheid (juridische aansprakelijkheid). 3.1.3. Ondersteuning recreatie-, landschaps- en natuurbeheer Wat willen we bereiken Beoogd wordt een natuurlijke en eigentijdse inrichting van de terreinen, met naast recreatieve mogelijkheden ook aandacht voor landschappelijke kwaliteit en vergroting van de biodiversiteit. Wat gaan we er voor doen Terreinbeheer is continu inspelen op nieuwe wettelijke kaders en op vragen en veranderend gebruik van stakeholders in en om de terreinen. Het is dan ook belangrijk om deze vraagstukken goed te volgen en aanpassingen te onderbouwen en te implementeren in het beheer.
Recreatieadviseurs, ecologen en landschapsarchitecten zetten hierbij hun kennis van zowel het recreatiegebruik en de natuur- en landschapswaarden van de gebieden als hun landelijke expertise in, zodat het beheer wordt ingericht vanuit een integraal perspectief. In het Ontwikkelplan Groenalliantie 2030 is veel aandacht voor de natuurwaarden en de biodiversiteit in de natuur- en recreatiegebieden. Deze natuurwaarden en biodiversiteit staan ook in de gebieden van de Groenalliantie onder druk mede door toenemende recreatieve drukte en klimaatverandering. Waar mogelijk gaat de Groenalliantie het beheer meer richten op behoud en ontwikkeling van natuurwaarden en biodiversiteit. Om aan bovenstaande invulling te geven is in het ontwikkelplan en de daarbij behorende investeringsagenda 2021- 2025, een voorziening ogenomen betreffende het op korte termijn uitvoeren van een aantal quick wins in zes gebieden van Groenalliantie.
Concept-programmabegroting 2025 3.1.4. Uitvoeren terreinbeheer Wat willen we bereiken Efficiënt en hoogwaardig terreinbeheer levert een duurzaam onderhouden recreatie- en natuurgebied op dat aansluit op de wensen van bezoekers, met faciliteiten die schoon, heel en veilig zijn. Daarnaast draagt het beheer bij aan natuurwaarden en biodiversiteit.
Wat gaan we er voor doen Binnen de kaders van wet- en regelgeving en met behoud van de landschappelijke kwaliteit wordt integraal en duurzaam terreinbeheer uitgevoerd. Verder wordt er op basis van Social Return gewerkt; en wordt ervaring in beheer, recreatie en biodiversiteit gedeeld. Uitvoering van het werk gebeurt op basis van het Terrein Beheer Model. Deze systematiek garandeert de kwaliteit van het beheer en maakt vervangingsinvesteringen voor dagelijks en groot onderhoud per jaar inzichtelijk. De meerjarige onderhoudsplanning geeft ook inzicht voor de lange termijn. 3.1.5. Omgevingscommunicatie Wat willen we bereiken Beoogd wordt een brede waardering voor de gebieden, heldere communicatie en samenwerking met belanghebbenden, gezamenlijke verantwoordelijkheid en begrip voor beheermaatregelen. Wat gaan we er voor doen Veel mensen voelen zich betrokken bij uw gebieden en willen graag meedenken en bijdragen aan het beheer van terreinen. Goed terreinbeheer betekent dus ook: communicatie en samenwerking met de omgeving en belanghebbenden. Er wordt gebruik gemaakt van diverse vormen van gebieds- en stakeholdercommunicatie, zoals participatie- en informatiebijeenkomsten, woordvoering, en (landelijke) online en offline communicatiekanalen. De boswachters zijn hierbij lokaal aanspreekpunt en monitoren wat er in de omgeving leeft.
Uiteraard worden ook landelijke expertise en netwerken ingezet. De Groenalliantie en Staatsbosbeheer willen bij omgevingsmanagement nauwer samenwerken. Daarbij zal Staatsbosbeheer de afhandeling van klachten en meldingen zoveel mogelijk zelf blijven verrichten omdat dit rechtstreeks voort komt uit de activiteiten van Staatsbosbeheer. De afstemming over de communicatiestrategie en verrichten van communicatie-uitingen via de diverse kanalen kan na afstemming ook via de deelnemende gemeenten worden uitgevoerd. De aan het schap deelnemende gemeenten en Staatsbosbeheer zullen afspraken over de taakverdeling bij omgevingsmanagement verder uitwerken. 3.1.6. Beheer vastgoed en gronden Bij economisch beheer is een onderscheid gemaakt in vier typen activiteiten: -
Operationeel beheer; Advisering; Aan- en verkopen; Projectgebonden activiteiten.
Onder economisch beheer zijn inbegrepen de inzet voor operationeel beheer, advisering over grondbeleid en aan- en verkopen voor kleinere transacties (< 1 ha). Geen rekening is gehouden
Concept-programmabegroting 2025 met de inzet t.b.v. grotere aan- en verkopen. Daarvoor zullen, als die zich aandienen, afzonderlijk voorstellen aan het bestuur worden voorgelegd. Het sluiten van samenwerkings- en exploitatieovereenkomsten en ook de inzet voor tijdelijk beheer worden toegerekend aan de projecten waarvoor die inzet noodzakelijk is.
Wat willen we bereiken Professioneel vastgoed- en grondbeheer houdt voor u de (vermogens)positie op orde. U voldoet bovendien aan de rechten en plichten die het eigendom met zich meebrengt. Zorgvuldig en passend medegebruik draagt bij aan het recreatieaanbod én aan structurele inkomsten. Wat gaan we er voor doen De grondpositie (de gronden en vastgoed binnen het werkingsgebied) vormt de basis van elk natuur- en recreatiegebied. Duurzame borging van dit bezit vraagt om zorgvuldig beheer (goed rentmeesterschap). Daarmee wordt invulling gegeven aan verzoeken om medegebruik, bijvoorbeeld door erfpacht- of andere gebruiksovereenkomsten aan te gaan, inclusief de administratieve, financiële en juridische afwikkeling daarvan. Professioneel grond- en vastgoedbeheer is ook financieel van belang: de grond en gebouwen vormen immers uw kapitaal. 3.1.7. Toezicht en handhaving De dienstverlening met betrekking tot toezicht en handhaving is gericht op een zo efficiënt en effectief mogelijke inzet door het toepassen gebiedsrisicoanalyses en door gebied overschrijdende aansturing van BOA-capaciteit. Wat willen we bereiken Beoogd wordt een gebied aan te bieden waar mensen zich veilig en welkom voelen en waar de natuur wordt beschermd. Door naleving van de wet- en regelgeving blijft de kwaliteit van het gebied op orde en de recreatie- en belevingswaarde hoog.
Wat gaan we er voor doen Toezicht en handhaving bestaat uit vier onderdelen: - Gastheerschap voor de gebruikersgroepen; - Handhaving op geldende bepalingen en wetgeving; - Samenwerking met andere bevoegde toezichthouders (politie, gemeentelijke handhavers); - Vaartoezicht in waterrijke gebieden. De uitvoering van deze onderdelen door boswachters met boa-bevoegdheden, gebeurt o.a. gemeenten en andere toezichthouders. Hierbij wordt ingespeeld op de aard van het gebied en mogelijke probleemsituaties in de terreinen en/of op het water. 3.1.8. Vergunningen, ontheffingen en toestemmingen Wat willen we bereiken De gebieden bieden ruimte voor initiatieven van derden, zorgvuldig getoetst aan de andere belangen voor het terrein. Afspraken met partijen leggen we vast en communiceren we.
Concept-programmabegroting 2025 Wat gaan we er voor doen De gebieden worden regelmatig gebruikt door organisaties en particulieren voor het organiseren van activiteiten en evenementen. Dat is een maatschappelijke meerwaarde! Want naast het beschermen van natuur, zijn ook het beleven en benutten van terreinen belangrijke waarden. Maar niet alles kan en mag overal. Daarom is het nodig om heldere afspraken te maken over het gebruik van het gebied en de faciliteiten, zeker bij grote bezoekersaantallen. Dit wordt vastgelegd in de vorm van een vergunning (verlening door gemeenten), ontheffing of toestemming. Vanzelfsprekend op basis van de afspraken en doelstellingen die voor een terrein gelden.
3.2.Maatschappelijke betrokkenheid 3.2.1. Vrijwilligers en actief burgerschap Wat willen we bereiken Een zorgvuldige aanpak van vrijwilligerswerk en actief burgerschap leidt tot betrokkenheid, betekenis en plezier bij gebruikers en de omgeving van het gebied. De vrijwilligers werken mee aan excursies, jeugdactiviteiten en terreinbeheer, maar ook helpen zij bij monitoring, toezicht en handhaving en bij vragen, meldingen en klachten van bezoekers. Wat gaan we er voor doen Veel mensen voelen zich betrokken bij de gebieden en zetten zich er graag voor in. ‘Vrijwilligers en actief burgerschap’ is een essentieel product om hen hiervoor op een zorgvuldige, professionele manier ruimte te bieden en terreinen op eigentijdse wijze te beheren. Dat levert kwalitatief hoogstaand gebiedsbeheer op en bovendien draagvlak in de omgeving. Het bestaat uit o.a.: - professionele begeleiding inzet van vrijwilligers; - faciliteren en onderhouden van participatiegroepen; - samenwerken met bewonersplatforms, stichtingen en verenigingen.
3.3.Plannen maken Ten laste van dit budget wordt alleen de inzet van capaciteit benodigd voor het opstellen van een bestuursvoorstel gebracht. Dit voorstel heeft als doel het bestuur zich uit te laten spreken of men het gesignaleerde probleem wil oplossen of de kans wil benutten en bereid is daarvoor middelen beschikbaar te stellen. Zo’n voorstel behoort daarom inzicht te geven in welke kosten en opbrengsten aan een vervolg zijn verbonden. Op tal van plekken worden projecten uitgevoerd die moeten bijdragen aan het verbeteren en verder ontwikkelen van het recreatiegebied. De Groenalliantie en Staatsbosbeheer vinden het belangrijk dat tijdig een beheertoets (Beheerkostenberekening & Analyses) wordt uitgevoerd. 3.3.1. Plan- en projectvoorbereiding Wat willen we bereiken Beoogd wordt een advies dat de kwaliteiten en potentie van het gebied omschrijft. Onderdeel daarvan is een analyse van (potentiële) bezoekers. Daarnaast bevat het advies aanbevelingen voor mogelijke differentiatie tussen gebieden, beheer en investeringsmaatregelen.
Concept-programmabegroting 2025 Wat gaan we er voor doen Soms is het wenselijk om, voorafgaand aan een ontwikkelplan, te starten met een verkenning. Een ontwikkelplan met stevig draagvlak in de omgeving vraagt immers om grondige voorbereiding. Als basisinformatie voor een ontwikkelplan (of kleinere aanpassingen) in het gebied wordt een vraaganalyse van bezoek en omgeving gemaakt dat resulteert in een analyse van trends en kansen, en een advies.
3.4.Overhead 3.4.1. Bestuursproducten 3.4.1.1. Accountmanagement Wat willen we bereiken De accountmanager is een deskundig aanspreekpunt voor het recreatieschap en een opdrachtnemer voor uw bestuurlijke opdrachten. Wat gaan we er voor doen Met de bestuurlijk-juridische achtergrond en kennis organisatie fungeert de accountmanager als sparringpartner voor uw organisatie. Hij is opdrachtnemer voor uw bestuurlijke opdrachten, bewaakt de voortgang van de projecten en werkzaamheden die daaruit voortkomen en informeert u over de voortgang en de eindresultaten. 3.4.1.2. Bestuursadvies Wat willen we bereiken De bestuurssecretaris levert een effectieve ondersteuning en advisering van uw bestuur. Wat gaan we er voor doen De bestuurssecretaris is uw expert-sparringpartner. Hij adviseert en begeleidt uw bestuur en andere samenwerkingspartners. Met zijn/haar bestuurlijk-juridische achtergrond heeft hij/zij veel kennis van onder meer gemeenschappelijke regelingen. Hij/zij ondersteunt de uitvoering van bestuurlijke taken en besluitvormingsprocessen en denkt mee over bestuurlijke vraagstukken. Als rechterhand van het bestuur vertaalt de bestuurssecretaris uw besluiten naar concrete afspraken voor Staatsbosbeheer. 3.4.1.3.
Secretariaat Wat willen we bereiken Het ambtelijk secretariaat zorgt ervoor dat de vergaderingen goed voorbereid en professioneel verlopen, dat de daarbij behorende vergaderstukken tijdig beschikbaar zijn en dat de archivering op orde is. Wat gaan we er voor doen De ambtelijke secretaris verzorgt de planning, organisatie, voorbereiding, verslaglegging en archivering van de bestuursvergaderingen. Met gedegen kennis van bestuurlijk-juridische
Concept-programmabegroting 2025 processen bewaken de ambtelijk secretaris dat voldaan wordt aan de vereisten en bepalingen die onder meer de Wet Gemeenschappelijke Regelingen stelt. 3.4.2. Financiële diensten 3.4.2.1. Financieel beleid Wat willen we bereiken Beoogd wordt een solide financieel beleid dat voldoet aan juridische en financiële vereisten, verordeningen, notities en kaders. Wat gaan we er voor doen Zorgvuldig terreinbeheer en -ontwikkeling vraagt om zorgvuldig budgetbeheer. De beschikbare middelen zijn immers bedoeld om de doelen en visie te realiseren voor uw gebieden. Door kennis, ervaring en netwerk worden de terreinen zo efficiënt mogelijk beheerd. Er wordt een intern inkoop- en beleidskader opgesteld, (Europese) aanbestedingen worden begeleid, contracten worden opgesteld, rapportages voor verantwoording en accountantscontrole worden verzorgd, en de verzekeringsportefeuille wordt gecoördineerd. Uiteraard volgens de wettelijke vereisten. En op onderwerpen wordt financieel advies gegeven. 3.4.2.2. Planning en (project)control Wat willen we bereiken Een Planning & Control-cyclus (P&C) is een wettelijke vereiste. En het geeft daarnaast kader en sturing aan het bestuur en biedt ondersteuning om de doelstellingen te bereiken.
Wat gaan we er voor doen Deze P&C begint met het plannen van de jaarlijkse activiteiten (begroting) en eindigt met het vaststellen van het jaarresultaat en het samenstellen van de jaarrekening. Met ingang van het verslagjaar 2023 is daar de rechtmatigheidsparagraaf bijgekomen. Administratie (de vastlegging van financiële handelingen) maakt vanzelfsprekend onderdeel uit van P&C. Met de najaarsrapportage wordt de uitvoering van activiteiten bewaakt en wordt er voor gezorgd dat de bedrijfsvoering ‘in control’ blijft. Indien nodig wordt het voorgenomen beleid of de activiteiten en processen bijgesteld. Uiteraard binnen het extern kader van Gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), fiscale wetgeving en andere wet- en regelgeving. 3.4.3. Juridische diensten 3.4.3.1. Aansprakelijkheid Wat willen we bereiken Beoogd wordt een beperking van aansprakelijkheidsprocedures, - risico’s en -kosten. Efficiënte afhandeling van klachten voorkomt bovendien eventuele beroepsprocedures bij de Nationale Ombudsman.
Concept-programmabegroting 2025 Wat gaan we er voor doen Terreineigendom en -beheer brengen juridische verantwoordelijkheden met zich mee. Gezorgd wordt voor een onderbouwde afwijzing of toewijzing van claims, voor de (financiële) afhandeling ervan, of claims worden doorgestuurd naar de verantwoordelijke partij. Omgekeerd wordt gezorgd voor aansprakelijkheidstelling van derden bij schade aan de terreinen. Bij klachten op grond van de Algemene wet bestuursrecht wordt gezorgd voor correspondentie met de directe toezichthouder (Politie en OM), worden hoorzittingen voorbereid en worden beslissingen opgesteld. Verder worden beroepen van klagers bij de Nationale Ombudsman afgehandeld. In bezwaarprocedures wordt gezorgd voor de hoorzittingen en worden beslissingen op bezwaar opgesteld. 3.4.3.2. Juridische ondersteuning Wat willen we bereiken Beoogd wordt een goede en snelle juridische ondersteuning ter voorkoming en beperking van imagoschade en allerhande risico’s. Wat gaan we er voor doen Voor effectief beheer en ontwikkeling van terreinen is een solide juridische basis onmisbaar. Daarom wordt vorm gegeven aan tal van overeenkomsten in het kader van beleid en uitvoering van beheer, waaronder de samenwerking met derden (private en publieke partijen). Dat gebeurd onder andere door adviseren, beoordelen en/of opstellen van overeenkomsten. 3.4.3.3.
Procederen Wat willen we bereiken Het voorkomen van een onnodige gerechtelijke procedure spaart tijd en geld. In die gevallen waarin geprocedeerd moet worden, wordt een vlotte en correcte afhandeling van de procedure beoogd en draagt zodoende bij aan een besparing van kosten en komt uw imago ten goede. Wat gaan we er voor doen Mochten conflicten met derden tot juridische procedures leiden, dan wordt er geprocedeerd als verweerder, eisende partij, gedaagde of belanghebbende en zijn de juristen het aanspreekpunt voor de advocaat. Ook worden collega’s bijgestaan in juridische procedures, bijvoorbeeld als zij slachtoffer zijn van een delict of een ongeval. Als het nodig is, wordt er opgetreden als gemachtigde in een gerechtelijke procedure. 3.4.3.4. WOO-procedures Wat willen we bereiken Gestreefd wordt naar een snelle en correcte afhandeling van WOO-procedures. Wat gaan we er voor doen WOO-verzoeken worden in behandeling genomen. Ook kan een zienswijze opgesteld worden op een WOO-verzoek dat door derden wordt behandeld en waarin het recreatieschap derdebelanghebbende bent. Cruciaal hierbij is dat over de gevraagde informatie (documenten) beschikt kan worden.
Concept-programmabegroting 2025 3.5.Projectenkredieten Er zijn bij het opstellen van deze conceptbegroting nog geen veranderingen bekend m.b.t. de lopende kredieten per 31-12-2023 zoals opgenomen in de jaarstukken 2023. Bij de najaarsrapportage 2024 zal een geactualiseerd inzicht worden gegeven inclusief de eventueel vastgestelde aanvragen die ingediend worden voor de komende bestuursvergaderingen.
3.6. Mutaties reserves Voor de jaren 2023 – 2028 is in onderstaande tabel het verwachte verloop van het eigen vermogen opgenomen.
Algemene reserve De onttrekkingen 2024 zijn gebaseerd op het saldo van de lopende kredieten t/m 2023, de aangevraagde kredieten van het DB 28-03-2024, de toevoeging van € 400k aan de egalisatiereserve provinciale bijdrage en de toevoeging aan de Provinciale reserve aandeel overschotten 2022 en 2023 (€ 450k). De onttrekking in 2028 is de toevoeging aan de Egalisatiereserve provinciale bijdrage ter dekking van de mogelijk benodigde onttrekking van € 2,2 mln.
Concept-programmabegroting 2025 Investeringsreserve Groenalliantie De onttrekkingen 2024 zijn gebaseerd op het saldo van de lopende kredieten t/m 2023 en de kredieten in aanvraag DB 28-03-2024. Het saldo per 31-12-2025 is beschikbaar voor de Investeringsagenda 2026-2030 vanuit het Ontwikkelplan en nieuwe investeringsaanvragen. Investeringsreserve Groen voor iedereen De onttrekkingen 2024 zijn gebaseerd op het saldo van de lopende kredieten t/m 2023 en de kredieten in aanvraag DB 28-03-2024. Reserve kwaliteitsimpuls recreatiegebieden KW Vooruitlopend op het bestuursvoorstel herschikking reserves wordt dit vooralsnog onbeklemde saldo toegevoegd aan de egalisatiereserve provinciale bijdrage. Reserve Vervangingsinvesteringen Deze reserve is bedoeld om toekomstige vervangingen van bruggen en steigers met een investering van meer dan € 50.000 te financieren. De mutaties betreffen de jaarlijkse structurele toevoeging (oorspronkelijk € 173k) vanuit de programmabegroting. Vanaf 2024 wordt de jaarlijkse toevoeging mogelijk afgeroomd met € 115 ten gunste van de voorziening Groot onderhoud. Provinciale reserve De toevoeging 2024 betreft het verwachte aandeel van de provincie uit de overschotten 2022 en 2023 (€ 100k resp € 350k). Aan de provincie Zuid-Holland wordt voorgesteld het saldo van de reserve toe te voegen aan de te vormen Egalisatiereserve provinciale bijdrage (onttrekking 2027).
Egalisatiereserve provinciale bijdrage Deze nog te vormen reserve is bedoeld om de teruggang in de provinciale boekjaarsubsidie op te kunnen vangen voor de verwachte overgangsperiode van 3 jaren (2026-2028). Deze bedraagt, uitgaande van het slechtste scenario, circa € 1,1 mln. op jaarbasis. Vooruitlopend op het bestuursvoorstel herschikking reserves worden de saldi van de reserve kwaliteitsimpuls (€ 260k) en van de provinciale reserve (€ 850k) toegevoegd (2027). In 2028 wordt het saldo opgehoogd met € 1,1 mln. vanuit de algemene reserve. Afschrijvingsreserve De afschrijvingsreserve dekt toekomstige afschrijvingslasten van materiele activa met maatschappelijk nut. De afschrijvingsreserve wordt gevoed bij activering van projecten door overheveling vanuit de investeringsreserve. De jaarlijkse onttrekking betreft de reële afschrijvingslast in dat jaar.
Concept-programmabegroting 2025 3.7.Wat gaat het kosten Lasten Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2024
Begroting 2025
Saldo Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Pe rsone e l
885.278
980.000
1.212.600
0
0
0
885.278
980.000
1.212.600
Mate rie e l
2.176.156
2.425.300
2.577.800
620.224
520.300
554.000
1.555.932
1.905.000
2.023.800
Totaal Ge bie dsbe he e r
3.061.434
3.405.300
3.790.400
620.224
520.300
554.000
2.441.210
2.885.000
3.236.400
Pe rsone e l
52.436
44.400
59.000
0
0
0
52.436
44.400
59.000
Totaal Maatschappe lijke be trokke nhe id
52.436
44.400
59.000
0
0
0
52.436
44.400
59.000
Pe rsone e l
63.059
194.200
71.000
0
0
0
63.059
194.200
71.000
Totaal Planne n make n
63.059
194.200
71.000
0
0
0
63.059
194.200
71.000
Pe rsone e l
201.904
220.200
225.000
0
0
0
201.904
220.200
225.000
Mate rie e l
1.410
8.000
2.000
0
0
0
1.410
8.000
2.000
Totaal Be stuurlijke die nste n
203.314
228.200
227.000
0
0
0
203.314
228.200
227.000
Pe rsone e l
172.852
207.000
203.000
0
0
0
172.852
207.000
203.000
Mate rie e l
46.688
30.500
32.500
288.032
120.000
320.000
-241.344
-89.500
-287.500
Totaal Financië le die nste n
219.540
237.500
235.500
288.032
120.000
320.000
-68.492
117.500
-84.500
Pe rsone e l
10.240
22.900
12.000
0
0
0
10.240
22.900
12.000
Mate rie e l
0
1.000
1.100
0
0
0
0
1.000
1.100
Totaal Juridische die nste n
10.240
23.900
13.100
0
0
0
10.240
23.900
13.100
Totaal Onde rste uning
433.094
489.600
475.600
288.032
120.000
320.000
145.062
369.600
155.600
0
0
0
3.447.530
3.448.000
3.448.000
-3.447.530
-3.448.000
-3.448.000
3.610.023
4.133.500
4.396.000
4.355.786
4.088.300
4.322.000
-745.763
45.200
74.000
320.607
0
0
158.771
0
0
161.836
0
0
Saldo van bate n e n laste n
3.930.630
4.133.500
4.396.000
4.514.557
4.088.300
4.322.000
-583.927
45.200
74.000
Totaal mutatie re se rve s
173.000
58.000
58.000
291.875
103.200
132.000
-118.875
-45.200
-74.000
4.103.630
4.191.500
4.454.000
4.806.432
4.191.500
4.454.000
-702.802
0
0
Programma Instandhouding Ge bie de n
Baten Realisatie 2023
Onde rste uning - Be stuursproducte n
Totaal Alge me ne midde le n Saldo ge wone be drijfsvoe ring Totaal kre die te n
Saldo
Concept-programmabegroting 2025 | Bijlagen 4. Paragrafen 4.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het weerstandsvermogen weerspiegelt de mate waarin het schap in staat is middelen vrij te maken om de risico's die zich in de praktijk voordoen op te vangen zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd/ ingekrompen moet worden. Conform de nota weerstandsvermogen wordt de ratio weerstandsvermogen berekend om te bepalen of het schap in staat is voldoende financiële middelen vrij te maken voor het dekken van de risico’s op het moment dat de risico’s zich voordoen. Voor de waardering van de toereikendheid van het weerstandsvermogen wordt de volgende tabel gehanteerd. Ratio weerstandsvermogen Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 < x < 2,0 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Risicoanalyse Risico’s
1.
2.
3.
4.
Meerjarige dekking begroting na uittreding provincie Zuid-Holland
Aard van het risico
Financiering exploitatie tekort door uittreding provincie Zuid-Holland vanaf 2026. Renterisico’s De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan 1 jaar. Specifieke risico’s op In de bedrijfsvoering van projecten, inkoop, het recreatieschap bijdragen derden etc. kunnen zich risico’s voordoen op specifieke onderdelen. Dit kunnen ook risico’s betreffen m.b.t. subsidies. Niet gekwantificeerde Hier wordt uitgegaan van risico's 2% van de structurele inkomsten.
Financiële omvang risico
Impact (meerjarig)
€ 1,1 mln.
Kans van optreden* H/M/L H
n.v.t.
n.v.t.
€0
Niet kwantificeerbaar
L
€0
€ 64.000
n.v.t.
€ 64.000
€ 2,2 mln.
*De financiële impact wordt berekend door bij een hoog risico 80%, bij een gemiddeld risico 50% en bij een laag risico 20% van het bedrag van de financiële omvang te nemen.
Risico 1: Meerjarige financiering na uittreding provincie Zuid-Holland
Concept-programmabegroting 2025 | Bijlagen De jaren tot en met 2025 zijn er voor de dekking van de exploitatie van Groenalliantie geen financiële zorgen te verwachten. De financiële continuïteit voor de exploitatie is t/m 2021 voor 100% en daarna t/m 2025 voor 90% geborgd. Van de 10% is echter de helft retour aan de schappen gekomen, onder voorwaarden dit bedrag te gebruiken voor maatregelen doeltype wijziging en het onderzoeken/inzetten van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt en meer vrijwilligers. Door de verhoging van de deelnemersbijdrage in 2022 is het begrotingstekort opgevangen dat met ingang van 2022 ontstaat. De periode na 2025 vraagt naar verwachting om meer keuzes en maatregelen. Vooralsnog gaan wij uit van een lagere bijdrage op jaarbasis van circa € 1,1 mln. Omdat dit een concreet bedrag is wordt dit risico op 100% gewaardeerd. Voor het begrotingsjaar 2026 dekken wij het tekort van 1,1 mln. uit de reserves. Wij verwachten in de twee jaren na 2026 de begroting weer op orde te hebben, zodat het totale risico voor nu wordt ingeschat op € 2,2 mln. Dit risico wordt gedekt door de egalisatiereserve provinciale bijdrage. Risico 4: Niet gekwantificeerde risico’s Hier wordt uitgegaan van 2% van de structurele inkomsten. Voor dit beleid volgt het schap het rijksbeleid voor gemeenten.
Het rijk stelt voor gemeenten de minimale buffer van de algemene reserve op 2% van de som van de structurele inkomsten. Dit bedrag is daarmee het minimaal gewenste/benodigde weerstandsvermogen voor niet gekwantificeerde risico's. Ratio Weerstandsvermogen De ratio weerstandsvermogen wordt berekend om te bepalen of het schap in staat is voldoende financiële middelen vrij te maken voor het dekken van de risico’s op het moment dat de risico’s zich voordoen. Op basis van de mutaties reserves (3.6) bedraagt de Algemene Reserve ultimo 2025 € 1,6 mln. De gekwantificeerde risico’s bedragen € 0,1 mln (exclusief risico provinciale bijdrage, gedekt door de egalisatiereserve). Daarmee is de ratio van het Weerstandsvermogen 1,5. Dit komt overeen met waarderingscijfer B, ruim voldoende. Kengetallen BBV In het BBV (=financiële regelgeving voor gemeenten, provincies, Gemeenschappelijke Regelingen) staat dat er in de jaarstukken enkele kengetallen moeten worden opgenomen. Normen: Netto schuldquote: < 90% is minst risicovol, 90-130% is neutraal, > 130% is meest risicovol. Solvabiliteitsratio: > 50% is minst risicovol, 20 - 50% is neutraal, < 20% is meest risicovol. Structurele exploitatieruimte: evenwicht ( 0 of positief). De kengetallen staan in onderstaande tabel.
Kengetallen
netto schuldquote solvabiliteitsrisico structurele exploitatieruimte
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
-129,0 0 83% 0%
-139,0 0 91% 0%
-107,0 0 90% -34%
-75,0 0 88% -37%
Deze kengetallen geven enig inzicht in de financiële positie en de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de organisatie.
Concept-programmabegroting 2025 | Bijlagen De netto schuldquote geeft een beeld van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Een negatieve schuldquote geeft in feite aan dat er per saldo geen sprake is van een schuld. De solvabiliteitsratio wordt berekend als het percentage van het totale eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen van het schap. Dit geeft inzicht in de mate waarin het schap in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal “structurele exploitatieruimte” geeft aan of de structurele baten groter zijn dan de structurele lasten. Dit wordt in het kengetal als percentage van de totale baten uitgedrukt. Dit kengetal zegt in feite iets over het structurele jaarrekeningsaldo, d.w.z. zonder alle incidentele baten en lasten.
4.2 Onderhoud kapitaalgoederen Het goed onderhouden van de gebieden is een belangrijke taak voor het schap om duurzaam gebruik mogelijk te maken. Als basis voor het plannen van regulier- en groot onderhoud en vervangingsinvesteringen wordt het Terrein Beheer Model (TBM) gehanteerd. Dit model is gebaseerd op zogenaamde doeltypen (bijvoorbeeld speel- en ligweide, strand of bos) waarvoor een gestandaardiseerde inrichting met daarbij behorende onderhoudscycli en normkosten zijn bepaald. Het totaal aan oppervlaktes, stuks en lengte van de aanwezige doeltypes bepaalt met de cycli en de normkosten de geplande lasten voor meerjarig duurzaam onderhoud. De geplande lasten van groot onderhoud fluctueren van jaar tot jaar. Dit kan een direct en groot effect hebben op het jaarresultaat en daarmee op de jaarlijkse deelnemersbijdrage. Om dit ongewenste effect zoveel mogelijk te voorkomen heeft het schap ervoor gekozen om een egalisatievoorziening groot onderhoud in te stellen. Jaarlijks wordt een vastgestelde dotatie ten laste van de exploitatie gebracht en de werkelijke onderhoudslasten worden ten laste van de Voorziening verantwoord. Jaarlijks worden de geplande lasten, de dotatie en de werkelijke kosten gemonitord. Elk jaar wordt de dotatie opnieuw berekend en vastgesteld tenzij uit de monitoring volgt dat eerder een bijstelling nodig is.
In 2023 wordt gestart met de nieuwe herijking die in het TBM 2024 zal worden doorgevoerd. Onderstaande tabel laat het verwachte verloop van de voorziening Groot Onderhoud zien voor de komende jaren.
Nb: De onttrekking vanaf 2024 is inclusief de vanuit 2023 doorgeschoven GO werken. Vanaf 2033 ontstaat mogelijk een negatief saldo. Dit kan worden voorkomen door t.z.t. de dotatie voor vervangingsinvesteringen met € 123.000 omlaag te brengen en dit bedrag toe te voegen aan de dotatie voorziening groot onderhoud.
Concept-programmabegroting 2025 | Bijlagen Uit een eerdere analyse is gebleken dat de dotatie aan de vervangingsinvesteringsreserve met genoemd bedrag omlaag kan. De meerjarenplanning Groot Onderhoud biedt voor de komende jaren (2023-2032) ook inzicht in de fluctuaties van de geplande lasten. Dit inzicht in de werkvoorraad stelt de organisatie in staat ruim op tijd op de benodigde capaciteit te sturen.
4.3 Financiering Kasgeldlimiet Tot het kasgeld behoren alle vlottende schulden < 1 jaar, de contante gelden in kas, de uitgaande gelden < 1 jaar en de tegoeden/ schulden rekening-courant. Doel van de kasgeldlimiet is het beperken van de renterisico’s op de korte schuld. De korte schuld is bedoeld voor de lopende uitgaven en zodoende is de limiet gekoppeld aan het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,2% van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. Bij dit schap wordt voldaan aan de kasgeldlimiet, aangezien er per saldo geen sprake is van een kortlopende schuld. Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een limiet aan het renterisico over de lange termijn financiering. Het renterisico is het geldbedrag aan leningen dat in een bepaald jaar aan renteherziening en herfinanciering onderhevig is. Het renterisico mag maximaal 20% van het begrotingstotaal per 1 januari van het betreffende kalenderjaar bedragen. De renterisiconorm benadrukt het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en de renterisico’s. De renterisiconorm is voor dit schap niet van toepassing, aangezien er geen sprake is van opgenomen geldleningen. Ook voor de komende 4 jaren worden geen geldleningen verwacht.
Schatkistbankieren Bij het schatkistbankieren wordt dagelijks het saldo bij een vastgesteld drempelbedrag overgeboekt op een bankrekening ten gunste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist. Omgekeerd kan het saldo ook worden aangevuld ten laste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist. Voor het schap zijn de benodigde overeenkomsten met het Rijk afgesloten.
4.4
Grondbeleid
Binnen het bestaande grondbeleid staan de volgende uitgangspunten centraal: - Grond is een middel en geen doel; - Bij en met de inzet van grond wordt financiële optimalisatie nagestreefd; - Bij en met de inzet van grond wordt samenwerking met gebiedspartijen gezocht; - Hoewel de Groenalliantie zelf geen grond- of opstalexploitaties voert, heeft zij in haar aanpak een actieve houding. Hierbij stuurt zij – in samenwerking met de andere gebiedspartijen – actief op programmering, kostenbeheersing en opbrengstoptimalisatie;
Concept-programmabegroting 2025 | Bijlagen -
-
De Groenalliantie werkt innovatief en extern gericht, zoekt naar nieuwe verbanden en geeft waar mogelijk ruimte aan nieuwe technologieën en duurzame toepassingen; De Groenalliantie zet in op risicomanagement dat past bij het specifieke risicoprofiel. Daarbij geldt dat de Groenalliantie in beginsel niet risicodragend deelneemt in gebiedsen vastgoed)ontwikkelingen en niet zelf grond- of opstalexploitaties voert, en Bij de inzet van grond en vastgoed werkt het schap transparant en marktconform.
Financieel Naast het algemene uitgangspunt van financiële optimalisatie is de inzet vooral gericht geweest op het behoud van het huidige niveau van inkomsten in de schapsbegroting, zulks in relatie tot de met eigendom/erfpacht samenhangende kosten.
4.5
Bedrijfsvoering
Groenalliantie is een bestuurlijke organisatie en heeft geen eigen personeel in dienst. Uitvoering van de eigen kerntaken vereist derhalve een derde uitvoerende partij. Dit is Staatsbosbeheer. De samenwerking is eind 2018 verlengd tot en met 2025. Bij de samenwerkingsovereenkomst hoort een volmacht- en mandaatlijst. De personele component van de dienstverlening door Staatsbosbeheer in 2025 blijkt uit de volgende tabel.
Volgens de FKGR brief 2024 Midden-Holland is de maximaal toegestane index voor personeelslasten 11,1%, toe te passen over de begroting 2025. Gezien de realisatie en trends van de afgelopen 2 jaar zijn voor 2025 de gerealiseerde uitgaven van 2023 geïndexeerd met 11,1% afgerond op duizendtallen met uitzondering van: • Toezicht en Handhaving Hier is al akkoord op gegeven om de capaciteit uit te breiden met 1 Fte.
Concept-programmabegroting 2025 | Bijlagen • Uitvoeren en begeleiden Terreinbeheer Dit is gerelateerd aan de materiële uitgaven voor regulier onderhoud met een taakstellende norm van maximaal 30%. Na eliminatie van het effect van deze twee uitzonderingen bedraagt het totaalbedrag 2025 € 1.565.500, circa € 100k lager dan de begroting 2024 van vergelijkbare omvang en circa 11% hoger dan de realisatie 2023. Zo leggen we niet op de voorhand een te grote claim op de begroting. Daarnaast starten we in 2025 met de herijking van de Product Diensten Catalogus (PDC) die wordt vertaald in nieuwe afspraken en budgetten voor de dienstverlening (Samenwerkingsovereenkomst) van Staatsbosbeheer. Bij de Najaarsrapportage 2025 kan bepaald worden of alsnog bijstelling nodig is.
5. Financiële begroting Staat van baten en lasten over 202 5 Programma Instandhouding Gebieden
Lasten Begroting 2024 Begroting 2025
Baten Begroting 2024 Begroting 2025
Saldo Begroting 2024 Begroting 2025
Personeel
980.000
1.212.600
0
0
980.000
1.212.600
Materieel
2.425.300
2.577.800
520.300
554.000
1.905.000
2.023.800
Totaal Gebiedsbeheer
3.405.300
3.790.400
520.300
554.000
2.885.000
3.236.400
Personeel
44.400
59.000
0
0
44.400
59.000
Totaal Maatschappelijke betrokkenheid
44.400
59.000
0
0
44.400
59.000
Personeel
194.200
71.000
0
0
194.200
71.000
Totaal Plannen maken
194.200
71.000
0
0
194.200
71.000
Personeel
220.200
225.000
0
0
220.200
225.000
Materieel
8.000
2.000
0
0
8.000
2.000
Totaal Bestuurlijke diensten
228.200
227.000
0
0
228.200
227.000
Personeel
207.000
203.000
0
0
207.000
203.000
Materieel
30.500
32.500
120.000
320.000
-89.500
-287.500
Totaal Financiële diensten
237.500
235.500
120.000
320.000
117.500
-84.500
Personeel
22.900
12.000
0
0
22.900
12.000
Materieel
1.000
1.100
0
0
1.000
1.100
Totaal Juridische diensten
23.900
13.100
0
0
23.900
13.100
Totaal Ondersteuning
489.600
475.600
120.000
320.000
369.600
155.600
0
0
3.448.000
3.448.000
-3.448.000
-3.448.000
4.133.500
4.396.000
4.088.300
4.322.000
45.200
74.000
0
0
0
0
0
0
Saldo van baten en lasten
4.133.500
4.396.000
4.088.300
4.322.000
45.200
74.000
Totaal mutatie reserves
58.000
58.000
103.200
132.000
-45.200
-74.000
4.191.500
4.454.000
4.191.500
4.454.000
0
0
Ondersteuning - Bestuursproducten
Totaal Algemene middelen Saldo gewone bedrijfsvoering Totaal kredieten
Saldo
Concept-programmabegroting 2025 | Bijlagen
Meerjarenbegroting Recreatieschap Groenalliantie Meerjarenraming 2025-2028
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2025
2026
2027
2028
Gebiedsbeheer Maatschappelijke betrokkenheid Plannen maken Ondersteuning-Bestuursproducten
3.790.400 59.000 71.000 475.600 4.396.000
3.790.400 59.000 71.000 475.600 4.396.000
3.790.400 59.000 71.000 475.600 4.396.000
3.790.400 59.000 71.000 475.600 4.396.000
554.000 320.000 1.644.700
554.000 320.000
560.000 240.000
560.000 160.000
1.803.300 4.322.000
544.700 1.803.300 3.222.000
600.000 1.803.300 3.203.300
600.000 1.803.300 3.123.300
Saldo lasten minus baten
74.000
1.174.000
1.192.700
1.272.700
Toevoeging reserve vervangingsinvesteringen Onttrekking afschrijvingsreserve Onttrekking egalisatiereserve Provinciale bijdrage
58.000 132.000
Saldo toevoeging en onttrekking reserves
-74.000
58.000 132.000 1.100.000 -1.174.000
58.000 132.000 pm -74.000
58.000 132.000 pm -74.000
0
0
1.118.700
1.198.700
Lasten uit gewone bedrijfsvoering Gebiedsbeheer Treasury (rentebaten) Provinciale boekjaarsubsidie * Nieuwe beheerregeling recreatiegebieden * Deelnemersbijdragen
Baten uit gewone bedrijfsvoering
Resultaat
* Provinciale boekjaarsubsidie / Nieuwe beheerregeling recreatiegebieden Vanaf het begrotingsjaar 2026 vervalt de boekjaarsubsidie provincie Zuid-Holland. Deze wordt vervangen door de nieuwe subsidieregeling beheer recreatiegebieden. Uitgaande van het slechtste scenario betekent dit voor Groenalliantie een teruggang in de algemene middelen van € 1,1 tot € 1,2 mln. Dit risico is opgenomen onder paragraaf 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing, waarbij rekening wordt gehouden met een mogelijke claim op de reserves van € 2,2 mln. Algemene middelen De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten en de boekjaarsubsidie van de Provincie Zuid-Holland. Recreatieschap Groenalliantie Algemene middelen
Begroting
Begroting
Realisatie
2025
2024
2023
Deelnemersbijdragen Provinciale boekjaarsubsidie
1.803.300 52% 1.644.700 48% 3.448.000
1.803.300 52% 1.644.700 48% 3.448.000
1.706.300 49% 1.741.230 51% 3.447.530
Totaal algemene middelen
De verdeling over de deelnemende gemeenten is als volgt:
Concept-programmabegroting 2025 | Bijlagen
Meerjarenbalans
Toelichting op de uiteenzetting van de financiële positie: De uitgangspunten, die bij het samenstellen van deze begroting zijn gehanteerd, zijn vermeld in hoofdstuk 2 van deze begroting. De geprognosticeerde balanscijfers lichten we hierna op hoofdlijnen toe. Materiële vaste activa De afname in de materiële vaste activa betreft de jaarlijkse afschrijvingen. Vlottende activa De vlottende activa is bepaald door het verschil te nemen tussen het “totaal passiva per jaar” minus het totaal van de materiële vaste activa. Eigen vermogen Deze is gebaseerd op de tabel uit 3.6 Mutaties reserves. Voorzieningen • Groot onderhoud: De voorziening Groot Onderhoud is noodzakelijk om de duurzame instandhouding van de gebieden te garanderen. Regulier onderhoud kent een jaarlijkse cyclus. Groot onderhoud heeft een cyclus groter dan één jaar. Voor het verrichten van groot onderhoud is deze voorziening beschikbaar. Het doel van deze voorziening is de lasten van groot onderhoud gelijkmatig over de jaren te verdelen. • Afkoopsommen: In 2016 is een afkoopsom van de Provincie Zuid-Holland ontvangen ten behoeve van toekomstig onderhoud voor het fietspad Hillekade. Deze afkoopsom valt in 20 jaar vrij ten gunste van de exploitatie. Vlottende passiva De vlottende passiva zijn in de meerjarenraming constant gehouden.
Concept-programmabegroting 2025 | Bijlagen
Reserves Verloopoverzicht 2025-2028:
Voor de toelichting wordt verwezen naar onderdeel 3.6 Mutaties reserves.
6. Bijlagen Bijlage “Bedragen per taakveld”