2. BP Zesde Tocht 2a, Waddinxveen, toelichting en regels, versie 29-08-2023
Tekst van het document
NL.IMRO.0627.ZesdeTochtweg2a-0401
Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen VASTGESTELD
29 augustus 2023
REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen HortiClean B.V. Beatrixlaan 1 2751 XT Moerkapelle
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 26 april 2022 6 maart 2023 23 mei 2023 29 augustus 2023
VERSIE 1e versie 2e versie 1e versie 1e versie
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
Toelichting
Toelichting
3
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
4
Toelichting
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 9
Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur
11 11
Hoofdstuk3
13
3.1 3.2 3.3
Planbeschrijving
Nieuwe situatie Verkeer en parkeren Beeldkwaliteit
13 14 15
Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
17 17 19 24 26
Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk en provincie 5.3 Beleid gemeente 5.4 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 5.5 Waterhuishouding
31 31 31 32 32 33
Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
35 35 44 47 49
Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan
51 51 51 51 53
Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid
55 55
Hoofdstuk9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Communicatie 9.3 Zienswijzen
57 57 57 57
Toelichting
5
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
Regels
59
Hoofdstuk1
Inleidende regels
60
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
60 65
Hoofdstuk2
Bestemmingsregels
66
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bedrijf Groen Water
66 69 70
Hoofdstuk3
Algemene regels
71
Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
71 72 73 74 75
Hoofdstuk4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
76 76 77
Bijlagen toelichting Bijlage 1
Beplantingsplan
Bijlage 2
Akoestischonderzoek industrielawaai
Bijlage 3
Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 4
Bodemonderzoek
Bijlage 5
Notitie stikstofberekeningen
Bijlage 6
Ecologisch onderzoek
Bijlage 7
Nota van beantwoording zienswijzen
Bijlage regels Bijlage 1
6
Staat van Bedrijfsactiviteiten
Inhoudsopgave
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op het bedrijfsperceel aan de Zesde Tochtweg 2a in Waddinxveen was voorheen loonbedrijf J.P. van Nieuwkoop en een hoveniersbedrijf gevestigd. HortiClean B.V. heeft de bedrijfsactiviteiten van het loonbedrijf in 2018 overgenomen. Het bedrijf is gespecialiseerd in teeltruimingen in de tuinbouw. Hierbij kan worden gedacht aan afvoer van gewas, kasdek reinigen, montage- en onderhoudswerk, verhuur materieel en levering van bijbehorend personeel. De locatie is gunstig voor haar is gelegen, omdat het grenst aan een glastuinbouwgebied: een belangrijke klant van HortiClean B.V. De vestiging van het aan de glastuinbouw gelieerde loonbedrijf is in strijd met het bestemmingsplan, omdat alleen bedrijven in milieucategorie 1 en 2 zijn toegestaan, terwijl het bedrijf onder milieucategorie 3.1 valt. Bij afwijking is vestiging mogelijk wanneer wordt aangetoond dat het bedrijf milieutechnisch inpasbaar is. In deze herziening van het bestemmingsplan wordt dit aangetoond. Gelijktijdig wordt een bedrijfswoning mogelijk gemaakt in het bebouwingslint. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een beschikbaar contingent in het kader van de ruimte-voor-ruimteregeling in verband met een sanering van een sierteeltbedrijf aan het Noordeinde 4 in Waddinxveen. Dit bestemmingsplan maakt de legalisatie van het aan de glastuinbouw verwante loonbedrijf en het oprichten van een bedrijfswoning planologisch mogelijk.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de Zesde Tochtweg in het westelijk gelegen buitengebied van Waddinxveen. Het gebied ten zuidwesten van de Zesde Tochtweg maakt onderdeel uit van de glasontwikkeling in de Zuidplaspolder. Het gebied ten noordoosten hiervan is in gebruik als akkerbouwgrond. In oostelijke richting begint verderop ter hoogte van de Plasweg de bebouwde kom van Waddinxveen. In noordwestelijke richting ligt Moerkapelle. Het plangebied is aangeduid in figuur 1.
Figuur 1: Situering plangebied (rood gestippeld omlijnd) en omgeving.
Toelichting
7
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan “Zuidplas Noord" "Parapluplan Archeologie en Parkeren"
Raadsbesluit 26 juni 2013 19 september 2018
Uitspraak ABRvS 9 juli 2014 n.v.t.
In het bestemmingsplan 'Zuidplas Noord' zijn de gronden ter plaatse bestemd voor "Bedrijf" (zie figuur 2). Bedrijven zijn toegestaan in de milieucategorieën 1 en 2, alsmede een hovenier in categorie 3 of hoger ter plaatse van de aanduiding 'hovenier (hv)'. Het loonbedrijf is groter dan 500 m², zodat er sprake is van een bedrijf milieucategorie 3.1. Op grond van artikel 6.5 (Algemene afwijkingsregels) kan het bevoegd gezag bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.1, onder a, ten behoeve van: a. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die zijn opgenomen in een naast hogere categorie dan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 6.1 onder a, indien deze gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 6.1, onder a, en die naar aard en omvang passen in het gebied; b. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die hoewel gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 6.1, onder a, en die naar aard en omvang passen in het gebied, niet in de Staat van bedrijfsactiviteiten wordt genoemd.
Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken, welke worden getoetst door een ter zake deskundige: geluid, geurproductie, stofuitworp, gevaar, de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking. De aanwezige bedrijfsbebouwing is voorzien van een bouwvlak. Een bedrijfswoning is uitgesloten. Om het oprichten van een bedrijfswoning en het kwartslag draaien van de bestaande bedrijfsloods achterop het perceel mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Gelijktijdig wordt de legalisatie van het loonbedrijf hierin meegenomen.
8
Toelichting
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
Figuur 2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan Zuidplas Noord (plangebied rood gestippeld omlijnd).
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Toelichting
9
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
10
Toelichting
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Ruimtelijke en functionele structuur
In het plangebied was tot enkele jaren geleden een hoveniersbedrijf gevestigd. Daarnaast maakte loonbedrijf J.P. van Nieuwkoop gebruik van de bedrijfsloods en het buitenterrein. Deze laatste activiteit valt onder milieucategorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, omdat het bedrijfsoppervlak groter is dan 500 m². Het plangebied grenst aan het glastuinbouwgebied. Ten noordwesten van het perceel staat aan de Zesde Tochtweg 2 een woning. Aan de overzijde van de Zesde Tochtweg liggen akkerbouwgronden. Sprake is van een gemengd gebied met wonen en werken. De loods achter de woning Zesde Tochtweg 2 is vanaf 2003 in gebruik door RAY-ON Interieur- en Afbouwbedrijf v.o.f.. Dit bedrijf beschikt alleen over de loods van 500 m². Buitenopslag vindt niet plaats. Het interieur- en afbouwbedrijf valt onder milieucategorie 2. Deze bedrijfsactiviteiten zijn in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. De woning Zesde Tochtweg 3.
Naastgelegen woning Zesde Tochtweg 2.
Akkerbouwgrond aan overzijde van de weg.
Glastuinbouwgebied Abr. Kroesweg.
Toelichting
11
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
12
Toelichting
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Nieuwe situatie
In de nieuwe situatie wordt een loonbedrijf gevestigd (feitelijk legalisatie van een al gevestigd bedrijf). Ten opzichte van de huidige functievreemde activiteit is dit een verbetering, omdat de nieuwe bedrijfsactiviteiten ten dienste worden uitgevoerd van hoofdzakelijk de glastuinbouw en sierteeltsector. In de bestaande bedrijfsbebouwing vindt opslag van materieel plaats. De loods heeft een oppervlakte van circa 850 m². Dit bedrijfsgebouw wordt een kwartslag gedraaid. Het buitenterrein wordt gebruikt voor opslag van materieel en stalling van vrachtauto's. Aan de voorzijde van het terrein worden zes parkeerplaatsen aangelegd met rondom groen. De dichtstbijzijnde woning van derden ligt op minimaal 20 m afstand van de perceelsgrens aan de Zesde Tochtweg 2. De toegangsweg naar het bedrijf ligt op 47 m afstand hiervan. Tussen deze weg en woning ligt grasland. Hier wordt een bedrijfswoning met bijbehorend erf mogelijk gemaakt door gebruik te maken van een beschikbaar contingent vanuit de ruimte voor ruimteregeling (sanering sierteeltbedrijf aan Noordeinde 4 in Waddinxveen). In figuur 3 is een verkavelingstekening opgenomen van de nieuwe situatie.
Figuur 3: Verkavelingstekening plangebied (indicatief).
Toelichting
13
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
Voorterrein met loods HortiClean.
Opslag achterzijde interieur- en afbouwbedrijf.
Voorterrein met hierachter locatie bedrijfswoning.
Perceel voor bedrijfswoning.
3.2
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied is vanaf de kernen Waddinxveen en Moerkapelle bereikbaar. De weg is een 60 km/uur zone. De functiewijziging zal geen toename van het verkeer genereren in vergelijking met het eerder gevestigde hoveniersbedrijf. De bedrijfswoning krijgt een eigen ontsluiting op de Zesde Tochtweg. De verkeersintensiteit van de Zesde Tochtweg is overigens laag.
De Zesde Tochtweg.
Inrit naar HortiClean B.V.
Parkeren Ieder plan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe wordt beantwoord in het parkeerbeleid van de gemeente Waddinxveen. In juli 2014 heeft de gemeente parkeerbeleid vastgesteld, zoals dat later is opgenomen in het paraplubestemmingsplan voor parkeren. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernorm van de richtlijnen van het CROW 2018 (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, publicatie
14
Toelichting
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
381). De regels voor parkeren zijn opgenomen in artikel 10.1 Parkeerregeling, waarbij de regels van het parapluplan zijn overgenomen. De parkeerkencijfers zijn opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1 Parkeerkencijfers Functies Woning, vrijstaand Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief
Norm buitengebied, matig stedelijk 2,8 per woning min. 0,8 pp per 100 m² max. 1,3 pp per 100 m²
Aandeel bezoekers waarvan 0,3 per woning 5%
Op het perceel staat een bedrijfsloods van HortiClean B.V. van 850 m². Dit betekent een parkeerbehoefte van afgerond 11 parkeerplaatsen. Op het buitenterrein is voldoende ruimte om de parkeerbehoefte op eigen terrein te vangen. Ook kan hier het rijdend materieel worden gestald. Voor de bedrijfswoning kunnen op eigen terrein minimaal drie parkeerplaatsen worden aangelegd, zodat kan worden voldaan aan de parkeerbehoefte. In artikel 10.1 van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.
3.3
Beeldkwaliteit
Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat op grond van de Provinciale Omgevingsverordening een motivering, bij voorkeur vervat in een beeldkwaliteitsparagraaf, waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft. Deze paragraaf voorziet hierin. Landschappelijke hoofdstructuur omgeving en ruimtelijke relaties Het plangebied maakt onderdeel uit van de Zuidplaspolder. De landschappelijke identiteit van het gebied wordt bepaald door polderlinten, tochten en een laan. Het gaat hier om de Bredeweg en de Plasweg als (echte) polderlinten, de Vijfde en Zesde Tocht als tocht en de Beijerincklaan als de ‘oprijlaan’ van Waddinxveen. Langs de linten wordt gewoond en gewerkt. Kenmerkend voor deze linten zijn de veelal grote kavelstructuur op de aanliggende percelen. De inrichting van deze kavels bestaat uit een combinatie van woningen en schuren op het achtererf. Naarmate de linten dichter bij de bebouwde omgeving van Waddinxveen komen, wordt de bebouwing intensiever. Doordat de lanen en linten een beplantingstructuur hebben, vaak in de vorm van laanbeplantingen en kavelbeplantingen, vormen deze ‘lijnen in het landschap’ de kenmerkende grootschalige blokstructuur die ook op de kaart goed leesbaar is.
Handboek kwaliteit Zuidplaspolder (in relatie tot bedrijfswoning) Het plangebied maakt onderdeel uit van het ruimtelijk beleid van de Zuidplaspolder, zoals beschreven in de Intergemeentelijke Structuurvisie Zuidplas 2030. In het Handboek kwaliteit Zuidplaspolder (2008) zijn de ruimtelijke en milieutechnische ambities en richtlijnen opgenomen voor de ontwikkeling van de Zuidplaspolder. Dit Handboek is niet vastgesteld, maar dient wel als uitgangspunt bij toetsing van nieuwe plannen, zoals in dit geval een bedrijfswoning. Het Handboek bevat een omvangrijke set uitspraken over drie kwalitatieve aspecten, waarmee in de verdere planvorming voor de deelgebieden rekening moet worden gehouden: 1. duurzaamheid; 2. hoofdplanstructuur van de Zuidplaspolder; 3. kwaliteit in de deelgebieden. Het plangebied is aangeduid als 'lintzone' tussen bestaand en gepland glastuinbouw. De situering van de woning sluit aan op de bestaande, reeds gerealiseerde woningen in het aangrenzende gebied. Vanuit planologische overwegingen complementeert een vrijstaande woning een bestaand bebouwingslint aan de noordoostzijde van de Zesde Tochtweg. De voorgevel van de woning sluit aan op de naastgelegen woning op nummer 2. De tochten en lanen zijn uitgewerkt in profielen.
Voor de Zesde Tochtweg geldt dat er een afstand van 25 meter (vrijwaringszone) dient te worden aangehouden tussen kassen en woningen (figuur 4). De planontwikkeling voldoet aan de in het Handboek genoemde criteria, zodat inpassing mogelijk is.
Toelichting
15
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
Figuur 4: profiel Zesde Tochtweg. Groeninpassing bedrijfsperceel Vanaf zuidwestelijke richting is stalling van vrachtauto's en opslag van materieel zichtbaar en voelbaar zodra je het gebied passeert. Het is van belang hierbij het samenspel tussen beplanting, al dan niet structuur dragend op esthetisch verantwoorde wijze uit te voeren, zodat de gewenste beeldkwaliteit gaat ontstaan. Hierbij is het van belang de juiste balans te creëren tussen groenbeleving enerzijds en de bestaande bedrijfsbebouwing met opslag en stalling anderzijds. Om dit te realiseren wordt aan de zuidoostzijde een groenzone voorgestaan, zodat de bedrijfsactiviteiten enigszins worden afgeschermd. Ten behoeve hiervan wordt een 3,5 m brede plantstrook (boomsingel) aangebracht met onderbeplanting, bestaande uit streekeigen soorten ter afscherming van het loonbedrijf. Het landschapsinrichtingsplan is opgenomen in figuur 5. Het volledige beplantingsplan is opgenomen in Bijlage 1.
Figuur 5: Landschapsinrichtingsplan.
16
Toelichting
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.
De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen.
Toelichting
17
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
4.1.2 Barro Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de nieuwe Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze (14) belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met voorschriften voor de andere beleidskaders uit de SVIR, het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Het gaat hierbij onder andere om rijksvaarwegen, hoofdwegen en hoofdspoorwegen en Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op.
Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de nieuwe Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie.
Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Dit bestemmingsplan maakt een loonbedrijf mogelijk op een bestaand bedrijfsperceel waar bedrijven in milieucategorie 1 en 2, alsmede een hoveniersbedrijf in milieucategorie 3, zijn toegestaan. Feitelijk is hier sprake van voortzetting een bestaande bedrijfsactiviteiten. Per saldo vindt er geen uitbreiding plaats, zodat kan worden gesteld dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 24 augustus 2016, nr. 201506151). Samenvattend kan worden gesteld dat de gebruiksmogelijkheden van het bedrijfsperceel in milieucategorie 3.1 te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Verder wordt er een compensatiewoning mogelijk gemaakt. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is evenmin nader gedefinieerd in het Bro. Het moet gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Op grond van jurisprudentie is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. In paragraaf 4.2.2 wordt hierop ingegaan. Een verdere bespreking is dan ook niet nodig.
4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De bestemmingswijziging betreft geen stedelijke ontwikkeling, zodat de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
18
Toelichting
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het Omgevingsprogramma zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit.
Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. In de Laag van de ondergrond maakt het plangebied onderdeel uit van een 'Veencomplex - Oude zeeklei'.
De ondergrond in deze droogmakerijen varieert van venig tot (oude zee)klei. In de Laag van
Toelichting
19
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
cultuur- en natuurlandschappen is het plangebied aangeduid als droogmakerijenlandschap (klei en veen). Droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. Ze hebben een duidelijke begrenzing door een ringdijk, ringvaart of oude hoge oeverlanden. Het landschap is visueel open (tenzij het is verstedelijkt), grootschalig en ligt gemiddeld enkele meters lager dan de omgeving. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige basisverkaveling. Ontginningsboerderijen liggen op regelmatige afstand langs de ontginningsweg. Elke droogmakerij heeft haar eigen ordening en maat; kavelgrootte en lengte-breedte-verhouding zijn uniek. Deze typerende opbouw is bepalend voor de manier van inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Als richtpunt voor droogmakerijen (klei) geldt dat nieuwe ontwikkelingen worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van doorzichten. Op de Laag van de stedelijke occupatie ligt het plangebied in een rand van het glastuinbouwgebied (figuur 6). Als richtpunt geldt onder andere dat ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap).
Op de Laag van de beleving is het plangebied niet specifiek aangeduid.
Figuur 6: Links Laag van de stedelijke occupatie en rechts uitsnede Kaart 11 Greenports van de Omgevingsverordening. Toetsing aan kwaliteitskaarten Deze planontwikkeling maakt een herbestemming mogelijk van een bestaand bedrijfsperceel met het toevoegen van een bedrijfswoning in het lint van de Zesde Tochtweg. In het bestemmingsplan Zuidplas Noord is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om een andere categorie bedrijf toe te staan, waarmee Gedeputeerde Staten eerder hebben ingestemd. Deze bestemmingswijziging geeft vanuit landschappelijk oogpunt een duurzame kwaliteitsverbetering van dit lint door onder andere een 3,5 m brede plantstrook (boomsingel) met streekeigen soorten aan te brengen, wat de beeldkwaliteit ten goede komt. Deze aanpassing valt onder de noemer inpassing. Conclusie De ontwikkeling valt onder de noemer inpassing, omdat dit bestemmingsplan enerzijds een herontwikkeling van een bestaand bedrijfsperceel maakt met een loonbedrijf en anderzijds het oprichten van een bedrijfswoning in het bebouwingslint. Deze functiewijziging/ -uitbreiding valt onder de noemer gebiedseigen ontwikkeling, die past bij de schaal en de maat van bestaande kenmerken van het gebied. De bestaande structuur en kwaliteiten van het gebied veranderen hierdoor nauwelijks. De richtpunten worden gerespecteerd. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie.
4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 1 april 2023 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht.
20
Toelichting
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeldop kaart 19 in bijlage II. In lid 3 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van een bedrijfswoning mogelijk.
Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Twee woningen die rechtstreeks mogelijk worden gemaakt zijn niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Verder wordt op het bestaande bedrijfsperceel een bedrijf in milieucategorie 3.1 mogelijk gemaakt, waar nu al bedrijven in milieucategorie 1 en 2 zijn toegestaan, alsmede een hoveniersbedrijf in milieucategorie 3. Per saldo vindt er geen uitbreiding plaats, zodat kan worden gesteld dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 24 augustus 2016, nr. 201506151). Toetsing aan de Ladder is niet nodig. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is deze bedrijfswoning met vervolgfunctie goed inpasbaar, omdat verrommeling wordt tegengegaan en het bedrijfsperceel landschappelijk wordt ingepast.
Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.
Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de
Toelichting
21
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. De planontwikkeling ligt aan de rand van het glastuinbouwgebied. Concentratiegebieden voor glastuinbouw kunnen qua belevingswaarde worden beschouwd als bedrijventerrein. Als richtpunt wordt onder meer aangehouden dat ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Sprake is van bestaand bedrijfsperceel, waarbij gezocht is naar een passende vervolgfunctie door een bedrijf toe te laten dat is gelieerd aan de glastuinbouw. De nieuwe woning past binnen de aanwezige lintstructuur. De wijziging is landschappelijk inpasbaar met een nieuwe groenstrook aan de zuidoostzijde. De ruimtelijke kwaliteit wordt hierdoor opgewaardeerd. De bestaande bebouwing past qua aard en schaal bij wat er al is in de omgeving. Deze kleinschalige ontwikkeling heeft nagenoeg geen ruimtelijke impact op de gebiedskwaliteiten. Dit betekent dat sprake is van ‘inpassing’, zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor deze onderdelen van het plan.
Glastuinbouwgebied In artikel 6.15, lid 1 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied, zoals verbeeld op kaart 11 in bijlage II, alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toelaat, alsmede de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking (figuur 6). In lid 4 is opgenomen dat in het bestemmingsplan de begrenzing van het glastuinbouwgebied in beperkte mate kan worden aangepast, rekening houdend met de lokale omstandigheden en bestaande bedrijven en functies, anders dan glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Toetsing aan glastuinbouwgebied In de Omgevingsverordening is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen die de gemeente de mogelijkheid biedt om maatwerk toe te passen. Het plangebied ligt aan een cultuurhistorisch waardevol bebouwingslint dat in het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplaspolder (zie paragraaf 4.3.1) is aangeduid als 'lintzone' tussen 'bestaand en gepland: glastuinbouw' waarmee de provincie heeft ingestemd.
Ten opzichte van de geldende bestemming 'Bedrijf' brengt deze bestemmingswijziging vanuit een goede ruimtelijke ordening een kwaliteitsverbetering met zich mee, omdat een bedrijfswoning het lint versterkt en er een groenstrook wordt aangelegd. Daarbij komt dat de (toekomstige) gebruiksmogelijkheden van het achterliggende glastuinbouwgebied niet in de weg staan, omdat de bedrijfswoning op voldoende afstand komt te staan van glasopstanden. Bovendien is het perceel te klein om hier een (volwaardig) glastuinbouwbedrijf te kunnen exploiteren. Tegen deze achtergrond kan gebruik worden gemaakt van de in lid 4 opgenomen afwijkingsregeling. Risico'svan klimaatverandering In paragraaf 6.2.8a (Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 6.27a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.4.3 (duurzaamheid) wordt ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan.
Resumé Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 lid 1 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (ruimtelijke kwaliteit); het plan niet in strijd is met de regels van glastuinbouwgebied, omdat gebruik kan worden gemaakt van de in de Verordening opgenomen afwijkingsbevoegdheid als genoemd in artikel 6.15, lid 4. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen.
22
Toelichting
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
4.2.3 Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas De provincie Zuid-Holland heeft voor Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Dit gebiedsprofiel is op 16 december 2014 vastgesteld. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Ontstaansgeschiedenis In de 19e eeuw werd de Zuidplas drooggelegd. De drooglegging startte met de aanleg van de 23 kilometer lange, U-vormige ringvaart.
Maar liefst 30 molens en twee stoomgemalen werden ingezet om de Zuidplas leeg te malen, via de ringvaart naar de Oude IJssel. De Zuidplaspolder werd ruimtelijk ingedeeld volgens een gridpatroon met een raster van 800 x 800 meter. Dit grid werd verder verfijnd aan de hand van een rationeel verkavelingspatroon met kavels van 40 x 800 meter. Het rechthoekige netwerk van wegen, tochten en kavels is georiënteerd op de lijn tussen de kerken van Moerkapelle en Moordrecht. De polder wordt begrensd door de Kleikade in Waddinxveen en een U-vormige ringvaart. De dorpen liggen aan de ringvaart. Overige bebouwing is van oorsprong gekoppeld aan de linten. Deze vormen ook nu nog belangrijke structuurdragers, maar voor het huidige gebruik zijn ze vaak te krap gedimensioneerd. Grofweg tussen de A12 en A20 bevindt zich een complex van kreekruggen waarvan het reliëf nog zichtbaar is. De Zuidplaspolder is strategisch gelegen in de Randstad en staat onder grote ontwikkelingsdruk. Dit uit zich in stedelijke uitbreiding van de dorpen, ontwikkeling van bedrijventerreinen en glastuinbouw, doorsnijdende infrastructuur en een toenemende versnippering. Project Zuidplaspolder In het project Zuidplaspolder is in een gezamenlijk gebiedsproces gewerkt aan een integrale ontwikkeling van de Zuidplas. In paragraaf 4.3.1 wordt hierop nader ingegaan.
Nieuwe ontwikkelingen moeten aansluiten op de bestaande structuren en cultuurhistorische waarden. Er wordt ruimte gegeven aan een mix van functies, gestuurd op landschappelijke inpassing. De gebiedspartijen hebben in 2008 de ruimtelijke en milieutechnische ambities voor de gebiedsontwikkeling vastgelegd in het Handboek Kwaliteit Zuidplaspolder, dat is geactualiseerd in het Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder (2014). Ambities De onderliggende verkavelingsstructuur van agrarische landschap met zeer rationeel verkavelingspatroon vormt de basis voor de ambities van het gebied. De restanten nog open polderlandschap brengen openheid en rust en vormen zo een bijzondere kwaliteit die gekoesterd zou moeten worden. Daarnaast vormt het verkavelingspatroon met zijn verschillende richtingen, maat en schaal de logica van het landschap. Bij het ordenen van ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied moet daarom de verkavelingstructuur als uitgangspunt worden genomen. Versterking van de hoofdstructuur van de polder is mogelijk, waardoor er ruimte is voor een gevarieerde ontwikkeling. De linten vormen hiertoe belangrijke structuurdragers van de polder. Deze kunnen worden benut en uitgebouwd als landschappelijk raamwerk voor nieuwe ontwikkelingen. De hier relevant zijnde ambitie voor de droogmakerij is dat de bebouwing gekoppeld blijft aan de linten. Erven worden groen ingepast.
Nieuwe ontwikkelingen zijn passend bij de grote maat en rationele opzet van de droogmakerij. Het lint dient als structuurdrager van de hoofdstructuur te worden versterkt. Eenheid en de typerende opbouw van de polder dient herkenbaar te worden gehouden. Toetsing planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas Het kenmerkende landschap van het lint is nog altijd herkenbaar. Het contrast tussen het
Toelichting
23
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
bedrijfsperceel en het behoud van het lint met een (bedrijfs)woning zorgt ervoor dat deze structuurdrager beleefbaar blijft (het lint blijft het lint). Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud van de lintstructuur, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). Bestaande kwaliteiten niet worden aangetast. Conclusie Deze planontwikkeling is in overeenstemming met het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas, omdat de ontwikkeling een bijdrage levert aan het behouden en/of versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het waardevolle lint.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas Het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP) is een gezamenlijk plan van thans de drie Zuidplas gemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. Het ISP is onder bestuurlijke regie van de Stuurgroep driehoek RZG tot stand gekomen, dat wil zeggen in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het ISP is een uitwerking van de vastgestelde Interregionale Structuurvisie (2004). Het plan geeft inzicht over de ontwikkelingen in de Zuidplas tot 2030, waarbij het accent ligt op de periode 2010-2020. Het streven is om het ISP binnen deze periode in fasen uit te werken en uit te voeren. Het ISP is voor de gemeenten in de Zuidplas de basis voor het ruimtelijk beleid. De gemeentebesturen moeten zich bij het maken van bestemmingsplannen houden aan wat in het ISP staat. Voor burgers en organisaties komen uit het ISP geen juridisch bindende gevolgen voort. Dat gebeurt pas na de vaststelling van bestemmingsplannen. Aan het ISP kunnen dan ook door burgers en bedrijven niet direct rechten worden ontleend. Het ISP is door de gemeenteraad van Waddinxveen op 1 februari 2006 vastgesteld.
Het ISP omvat: Een inrichtingsschets voor de Zuidplaspolder op schaal 1:25.000 De hoofdstructuur voor groen, water en verkeer Aantallen te bouwen woningen Aantallen hectares voor bedrijventerreinen en glastuinbouw Een visie op de financiering Een visie op de ontwikkelingsorganisatie Een fasering van het programma. Het plangebied Zuidplas bestaat globaal uit de Zuidplaspolder, de bovenlanden langs de Hollandsche IJssel, de Eendragtspolder, de Tweemanspolder, Polder de Wilde Veenen en een zone ten westen van Waddinxveen. Het betreft het grondgebied van de Zuidplasgemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. De belangrijkste richtinggevende uitspraken voor het ruimtelijk beleid in de Zuidplas, zoals geformuleerd in de Interregionale Structuurvisie (vanuit de lagenbenadering) zijn voor zover betrekking op het noordelijke gebied: Droogmakerijen (zoals de Zuidplas) lenen zich beter voor intensieve verstedelijking dan de veenweidegebieden. Uitbreiding van de groenstructuur is in de Zuidvleugel nodig. De Rottewig vormt met de Eendragtspolder, de Tweemanspolder en Polder de Wilde Veenen met het Bentwoud een robuuste groene as. Aan de zuidkant wordt de groenstructuur gecompleteerd met de Krimpenerwaard, de Hollandsche IJssel en Hitland en het restveengebied van de Zuidplas. Conclusie De plankaart (figuur 7) kent drie lagen: 'groenblauw casco', 'infranetwerk' en 'occupatie'.
Het plangebied is hierin aangeduid als 'lintzone' tussen bestaand en gepland glastuinbouw. De situering van de bedrijfswoning sluit aan op bestaande, reeds gerealiseerde woningen in het aangrenzende gebied.
24
Toelichting
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
Figuur 7: Plankaart ISP. Plangebied met gele stip aangeduid. 4.3.2 Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder In het Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder (2014) zijn de ruimtelijke en milieutechnische ambities en richtlijnen opgenomen voor de ontwikkeling van de Zuidplaspolder. Dit document is vastgesteld door het bestuur van de ROZ en dient als inspiratie bij toetsing van nieuwe aanvragen door de gemeenten. Het Handboek bevat een omvangrijke set uitspraken over drie kwalitatieve aspecten, waarmee in de verdere planvorming voor de deelgebieden rekening moet worden gehouden: 1. duurzaamheid 2. hoofdplanstructuur van de Zuidplaspolder 3. kwaliteit in de deelgebieden Een belangrijk uitgangspunt bij uitwerking van de plannen is het principe van 'Linten, lanen en tochten'. Het stelsel van 'Linten, lanen en tochten' is sinds de voorstudies uit 2004 van de bureaus H+N+S en Palmboom-Van de Bout het belangrijkste structurerende element in de Zuidplaspolder. Het door hen geschetste principe van verdubbelde groene linten in noord-zuidrichting en brede tochten in oostwest-richting zorgde voor een herkenbare structuur, waarbinnen allerlei variaties in ruimtelijke en programmatische zin denkbaar zouden zijn. Het lint Zesde Tochtweg maakt onderdeel uit van het polderlandschap. Het lint heeft een gemengd karakter met glastuinbouw, wonen en werken.
De lintzone kan herkenbaar blijven door continue bebouwingsafstanden en door een duidelijke grens te bewaren tussen de wereld van de lintbebouwing zelf en de achterliggende bouwvelden. Eén van de richtinggevende principes is het handhaven van het huidige polderwegprofiel in het lint waardoor zij ook voor langzaam verkeer aantrekkelijk kan blijven of worden (als toekomstige ontwikkelingen afwaardering mogelijk maken). Op het bedrijfsperceel is een loonwerkersbedrijf met buitenopslag gevestigd. In het lint wordt een
Toelichting
25
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
landschappelijk in te passen (bedrijfs)woning gerealiseerd met aan de zuidoostzijde groenafscherming. Per saldo is sprake van een ruimtelijke kwaliteitswinst.
een
Conclusie Deze ontwikkeling maakt een (bedrijfs)woning in een bebouwingslint mogelijk. Het plan past bij de korrelgrootte en oriëntatie op deze tochtweg. De planontwikkeling voldoet aan de in het Ambitiedocument genoemde criteria, zodat inpassing mogelijk is zoals in dit bestemmingsplan wordt voorgestaan.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 12 oktober 2022 de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 vastgesteld. Bij het opstellen van de omgevingsvisie zijn inwoners, bedrijven en andere organisaties betrokken. Waarom een Omgevingsvisie? Waddinxveen is in de afgelopen jaren flink gegroeid. Er wonen nu met meer dan 31.000 mensen in de gemeente. Tot 2050 wordt er (vanwege de lopende nieuwbouwprojecten) een flinke groei van de bevolking verwacht ten opzichte van 2020. Dit betekent nog al wat. Er zijn voldoende passende, betaalbare en toekomstbestendige woningen nodig. Om niet in de knel te komen met de maatschappelijke voorzieningen (zoals onderwijs, sport en zorg) of te maken te krijgen met vastlopend verkeer, is het van belang om goed na te denken over hoe Waddinxveen er in de toekomst uit moet zien. Hoe biedt de gemeente ook over 20 tot 30 jaar een mooie en prettige omgeving om te wonen, werken en onze vrije tijd door te brengen? Tegelijkertijd wil de gemeente de natuur en biodiversiteit beschermen en herstellen terwijl we blijven recreëren in het landschap. Ook heeft de gemeente een grote klimaatopgave waar zij zich hard voor wil maken. Daarnaast veranderen de maatschappelijke verhoudingen en de rol van de overheid. Inwoners en bedrijven nemen steeds vaker zelf het initiatief om maatschappelijke en economische vraagstukken op te pakken.
De vraagstukken zijn groot en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Ze vragen samen meer ruimte dan zomaar beschikbaar is. De koers hiervoor wordt uitgezet in de omgevingsvisie. Ambities voor de toekomst De ontwikkeling van Waddinxveen heeft zich altijd gekenmerkt door een krachtdadige houding ten opzichte van de omstandigheden van haar omgeving. De historie laat zien dat het landschap van Waddinxveen altijd is veranderd door - en naar de hand is gezet van - haar inwoners, om in te spelen op de ontwikkelingen die op haar afkwamen. Ook nu komen er grote ontwikkelingen op haar af. En ook nu moet de gemeente, net als in het verleden, de moed hebben om ingrijpende keuzes te maken. Zo kan de brug (tegen wil en dank toch medebepalend voor de identiteit van Waddinxveen) worden geslagen tussen verleden en toekomst, tussen stad en land, tussen landschappen (hoog en laag, nat en droog) en tussen mensen onderling. Het credo 'Waddinxveen; bruggen bouwen richting de toekomst' wordt verder uitgewerkt langs drie pijlers: 'Veelzijdig polderlandschap', 'Goed leven tussen stad en land' en 'Innovatieve knoop aan de Gouwe'. De belangrijkste ruimtelijke ingrepen zijn weergegeven op de integrale visiekaart Waddinxveen 2050 (figuur 8). De arceringen en icoontjes op de kaart zijn indicatief en de locaties liggen nog niet overal vast.
26
Toelichting
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
Figuur 8: Integrale visiekaart Waddinxveen 2050. Koers per deelgebied Op basis van de algemene koers, die voor de gemeente als geheel geldt, is per specifiek deelgebied een koers beschreven. Hierbij worden de gewenste gebiedskwaliteiten benoemd en zoveel mogelijk concrete ontwikkelingen. Waar relevant geeft de gemeente aan of kleinere locaties in dat deelgebied nog een afwijkende opgave hebben. De volgende deelgebieden worden onderscheiden: Woonwijken (Woonkern); Gouweplein centrum Waddinxveen en Sleutelkwartier (Woonkern); Bedrijventerreinen (Bedrijvigheid); Glastuinbouwgebieden (Bedrijvigheid) Polders Achterof en Zuidplas; Veenweidegebied: Polder Bloemendaal & de Voorofsche polder); Recreatiegebieden Bentwoud, Gouwebos en 't Weegje (Buitengebied). Glastuinbouwgebieden (Bedrijvigheid) Het glastuinbouw gebied in Waddinxveen bestaat uit de Bredeweg (inclusief Glasparel) en de Van Dort Kroonweg. Glasparel+ is in ontwikkeling. De glastuinbouw is hoofdverbruiker van het aardgas in Waddinxveen. Met behulp van Warmte Kracht Koppeling (WKK) installaties wordt het aardgas omgezet in warmte voor het verwarmen van de kas, elektriciteit voor de verlichting van de kas en CO2 voor de groei van de planten. Het deelgebied Bredeweg bestaat uit relatief nieuw glas met middelgrote tot grote bedrijven en relatief veel bloementeelt. Ook de verkaveling is redelijk tot goed.
In de Glasparel is nog zo'n 70 hectare beschikbaar voor glastuinbouwontwikkeling (bestemd maar nog niet gerealiseerd glas). Een deel daarvan is in beeld als alternatieve locatie voor te verplaatsen bedrijven vanuit de Noordkade (vanwege de transformatie naar woon-werkgebied). Toetsing planinitiatief Op de visiekaart maakt het plangebied onderdeel uit van 'glastuingebied' in een bestaand lint (figuur 9). Er is sprake van een bestaand loonbedrijf waar een bedrijfswoning mogelijk wordt gemaakt in het
Toelichting
27
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
bebouwingslint. De landschappelijke kwaliteiten in het bebouwingslint worden hierdoor opgewaardeerd. Gelijktijdig wordt een duurzame herinrichting van het bedrijfsperceel mogelijk gemaakt doordat de achterste loods bij vervanging een kwartslag kan worden gedraaid. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de koers voor Glastuinbouw, omdat er sprake is van een aan de glastuinbouw gelieerd loonbedrijf. Bij uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie. In paragraaf 4.4.3 wordt hierop ingegaan. Conclusie De Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 heeft een hoog abstractieniveau, waarin ontwikkelingen niet op perceelsniveau zijn beschreven. Het plangebied ligt in een bebouwingslint van een glastuinbouwgebied aan de Zesde Tochtweg. Om een duurzame herinrichting van het aan de glastuinbouw gelieerde bedrijfsperceel mogelijk te maken is een aanpassing van het bouwvlak binnen het plangebied nodig. Het toevoegen van een bedrijfswoning versterkt het bebouwingslint. De planontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie.
Figuur 9: Uitsnede Kaart 'Glastuinbouw'. Plangebied zwart omkaderd. 4.4.2 Mobiliteitsplan 2013-2020 De gemeenteraad heeft op 26 juni 2013 het Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020 vastgesteld. Het mobiliteitsplan vervangt de verkeersvisie Waddinxveen uit 2006 en de second opinion uit 2007. In het mobiliteitsplan staan ambities: een optimaal bereikbaar Waddinxveen, verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers, stimuleren van het fietsgebruik en het optimaal benutten van het openbaar vervoer. Het doel van het mobiliteitsplan is om deze vier ambities te realiseren. Hiervoor is een routeboek opgesteld. Dit routeboek bestaat uit beleidskaders die gebruikt worden bij diverse (integrale) ontwikkelingen en maatregelen waarmee de grootste knelpunten aangepakt kunnen worden. Het mobiliteitsplan is een sectorale uitwerking van de in oktober 2012 vastgestelde “Structuurvisie Waddinxveen 2030”. In het mobiliteitsplan staan geen detailuitwerkingen. Hiervoor worden, waar relevant, aparte plannen gemaakt.
28
Toelichting
bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a, Waddinxveen
Conclusie De Zesde Tochtweg kan worden aangemerkt als gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom. De verkeersintensiteit op deze weg is laag. De ontsluiting vindt plaats op de Zesde Tochtweg. Ten opzichte van de bestaande planologische situatie heeft deze planontwikkeling nagenoeg geen verkeersaantrekkende werking, omdat er alleen een (bedrijfs)woning wordt toegevoegd. 4.4.3 Duurzaamheid De gemeenteraad heeft op 13 december 2017 de Woonvisie vastgesteld. Het doel van deze Woonvisie is richting te geven aan het beleid rondom wonen en de woningmarkt in Waddinxveen. Deze richting bestaat uit een hoofddoelstelling en vier pijlers die hier vorm aan geven. Pijler 3 heeft betrekking op duurzaamheid. Duurzaamheid is een belangrijk thema. Bij woonbeslissingen wordt duurzaamheid steeds vaker meegenomen door kopers/bewoners. Duurzaamheid speelt zowel een rol in de bestaande woningvoorraad als in de nieuwbouw. Door duurzaam te bouwen of woningen te verduurzamen, wordt bijgedragen aan energiebesparing in woningen. Duurzaamheid is echter meer dan energiebesparing. Het draagt ook bij aan voorkomen van uitputting van grondstoffen, een beter woon- en leefklimaat, een gezond binnenmilieu en gezondheid van bewoners. In de duurzaamheidsvisie is een tweetal ambities op het gebied van duurzaamheid en wonen opgenomen.
Het gaat om het stimuleren van duurzame nieuwbouw en verduurzaming van de bestaande voorraad. Duurzaam bouwen heeft ook een positieve weerslag op de leefbaarheid van de woningen en de woonomgeving en op de betaalbaarheid, woonlasten worden lager. Klimaatadaptie/ risico's van klimaatverandering Het klimaat in Nederland verandert. Het KNMI verwacht hogere temperaturen, nattere winters, hevigere regenbuien en kans op drogere zomers. Dit heeft gevolgen voor de stedelijke omgeving, bijvoorbeeld door meer wateroverlast, grondwaterproblemen en hittestress. Landelijk zijn deze problemen geadresseerd in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. Overheden kunnen hierbij gebruik maken van het stappenplan “weten, willen en werken” om het proces naar een klimaatbestendige inrichting vorm te kunnen geven. De gevolgen van de risico's van klimaatverandering zijn beoordeeld voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte. Hierbij is gebruik gemaakt van de klimaateffectatlas van Zuid-Holland. Wateroverlast door overvloedige neerslag In het plangebied is er op de Kaart Wateroverlast geen knelpunt voor wateroverlast. Bij nieuwbouw is het zaak het vloerpeil zo te kiezen dat het water bij regenval niet naar binnen loopt. Er zijn geen verder maatregelen nodig om wateroverlast tegen te gaan.