CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bodemkwaliteitskaart

Besluitvormende raadsvergadering 11 oktober 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Nota bodembeheer en BKK60.143 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

OPDRACHTGEVER: OMGEVINGSDIENST MIDDEN-HOLLAND

BODEMKWALITEITSKAART ALPHEN AAN DEN RIJN, BODEGRAVENREEUWIJK, GOUDA, KRIMPENERWAARD, WADDINXVEEN EN ZUIDPLAS 23 DECEMBER 2022

WSP NEDERLAND B.V. RINGWADE 41 3439 LM NIEUWEGEIN +31 (0)88 910 20 00 wsp.com/nl-nlL

PROJECTNUMMER WAB021671 DOCUMENTNUMMER WAB021671.RAP001

COLOFON CONTACTPERSONEN OMGEVINGSDIENST MIDDEN-HOLLAND Bas de Jongh Norbert Paardekooper CONTACTPERSONEN WSP Karin Reezigt-Struijk Paul Karels

AUTORISATIE PROJECTNUMMER

DOCUMENTNUMMER

STATUS

WAB021671

WAB021671.RAP001

Definitief

OPGESTELD DOOR

FUNCTIE

DATUM

Karin Reezigt-Struijk

Adviseur

23 december 2022

COLLEGIALE TOETS DOOR

FUNCTIE

DATUM

Paul Karels

Adviseur

23 december 2022

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

PARAAF

PARAAF

WSP 23 december 2022 pagina 2/40

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Doelstelling

5

2

BODEMFUNCTIEKLASSENKAART

7

3

BODEMKWALITEITSKAART

9

3.1

Stap 1: Programma van eisen

9

3.2

Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden (1/2)

10

3.2.1

Deelgebieden standaard NEN5740-pakket en OCB’s

10

3.2.2

Deelgebieden PFAS-verbindingen

11

3.3

Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensbewerking

12

3.3.1

Selecteren beschikbare gegevens

12

3.3.2

Het samenvoegen van punt- en mengmonsters

12

3.3.3

Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet

13

3.3.4

Het opsporen van uitbijters

13

3.4

Stap 4: Indeling bodembeheergebied in deelgebieden PFAS-verbindingen

13

3.4.1

Werkwijze: interpolatiekaart

13

3.4.2

Resultaat: nieuwe deelgebieden PFAS-verbindingen

14

3.5

Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied NEN-stoffen en OCB’s (1/2)

15

3.5.1

Aantal en spreiding meetgegevens (1/2)

15

3.6

Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie NENstoffen en ocb’s

15

3.7

Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied (2/2)

15

3.7.1

Aantal en spreiding meetgegevens NEN-stoffen en OCB’s (2/2)

15

3.7.2

Aantal en spreiding meetgegevens PFASverbindingen

16

3.7.3

Splitsen van deelgebieden

16

3.8

Stap 6: Vaststellen definitieve deelgebieden / bodemkwaliteitszones

16

3.8.1

Bodemkwaliteitszones NEN-stoffen en OCB’s

16

3.8.2

Bodemkwaliteitszones PFAS-verbindingen

18

3.9

Stap 7: Karakteriseren bodemkwaliteitszones

19

3.9.1

Karakterisering zones NEN-stoffen en OCB’s

19

3.9.2

Karakterisering zones PFAS-verbindingen

22

3.10

Stap 8: Bodemkwaliteit

22

3.10.1

Inleiding

22

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 3/40

3.10.2 Kaart met uitgesloten locaties en gebieden

22

3.10.3 Ontgravingskaart

23

3.10.4 Generieke Toepassingskaart

26

3.11

Bijzondere omstandigheden

31

4

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

33

BRONVERMELDINGEN

39

OVERZICHT BIJLAGEN Bijlage 1A

— Begrippenlijst Bijlage 1B

— Toetsing bodemkwaliteits-klasse en ontgravingsklasse Bijlage 2

— Selectie dataset bodemkwaliteitskaart Bijlage 3

— Specificatie uitbijters Bijlage 4A

— Statistische parameters NEN 5740 bovengrond per bodemkwaliteitszone (waarden standaardbodem) Bijlage 4B

— Statistische parameters NEN 5740 ondergrond per bodemkwaliteitszone (waarden standaardbodem) Bijlage 4C

— Statistische parameters PFAS-verbindingen per bodemkwaliteitszone (waarden standaardbodem)

OVERZICHT KAARTBIJLAGEN Kaartbijlage 1 —

Bodemfunctieklassenkaart

Kaartbijlagen 2 —

Bodemkwaliteitszonekaart

Kaartbijlagen 3 —

PFAS-kaarten

Kaartbijlagen 4 —

Ontgravingskaarten

Kaartbijlagen 5 —

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

Toepassingskaarten generiek beleid

WSP 23 december 2022 pagina 4/40

1

INLEIDING

1.1

AANLEIDING

Sinds 2002 beschikken de gemeenten in de regio Midden-Holland over een Nota Bodembeheer en bijbehorende bodemkwaliteitskaart. Met beide instrumenten is het eenvoudiger om grond en bagger in de regio te hergebruiken. Vrijkomende grond en bagger hoeft dan niet te worden afgevoerd (wat hoge kosten met zich meebrengt), maar kan een nuttige bestemming krijgen voor het ophogen van gronden. Op deze wijze hebben de gemeenten de voorbije jaren al veel geld bespaard. Wettelijke basis voor het hergebruik van grond en bagger is het Besluit bodemkwaliteit [1]. Hierin is vastgelegd dat de geldigheid van een bodemkwaliteitskaart maximaal vijf jaar is. Iedere 5 jaar moet er dus een nieuwe bodemkwaliteitskaart worden opgesteld. De in 2016 opgestelde bodemkwaliteitskaart dient daarom geactualiseerd te worden met de sindsdien beschikbaar gekomen bodeminformatie. De gemeente Zoetermeer, onderdeel van de bodemkwaliteitskaart uit 2016, heeft haar bodemkwaliteitskaart reeds apart geactualiseerd en maakt daarmee niet langer deel uit van het beheergebied van de bodemkwaliteitskaart Midden-Holland. De gegevens van Zoetermeer moeten daardoor verwijderd worden. Tenslotte is in 2021 een aparte bodemkwaliteitskaart voor PFAS-verbindingen opgesteld. Deze aparte bodemkwaliteitskaart voor PFAS-verbindingen wordt ook geactualiseerd en in de nieuw op te stellen bodemkwaliteitskaart opgenomen.

De Omgevingsdienst Midden-Holland (hierna: de ODMH) heeft aan WSP opdracht gegeven voor het actualiseren van de bodemkwaliteitskaart, inclusief PFAS-verbindingen, voor alle gemeenten in de regio Midden-Holland: Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas (hierna ‘de gemeenten’; zie Figuur 1.1). Deze bodemkwaliteitskaart vormt samen met de bodemfunctieklassenkaart de basis voor het regionale grond- en baggerstromenbeleid. Het regionale gebiedsspecifieke beleid wordt geformuleerd in de Nota Bodembeheer.

1.2

DOELSTELLING

Het doel van het aanpassen van de bodemfunctieklassenkaart is om de gebieden met de bodemfuncties ‘Industrie’ en ‘Wonen’ beter weer te geven. Om aan te sluiten bij de toekomstige Omgevingswet, is ook de functie ‘Landbouw/natuur’ onderscheiden1. Doel van het actualiseren van de bodemkwaliteitskaart [11] is om een actueel en dekkend beeld te krijgen van de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit in de regio Midden-Holland. Achterliggend doel is enerzijds het implementeren van de apart opgestelde bodemkwaliteitskaart voor PFAS-verbindingen [13] en het corrigeren van het bodembeheergebied voor de gemeente Zoetermeer. Anderzijds om gebruik te kunnen blijven maken van de mogelijkheden die het Besluit bodemkwaliteit [1] en de Omgevingswet (die naar verwachting op 1 juli 2023 inwerking treedt) biedt: — als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van vrijkomende grond en van de ontvangende bodem (hierdoor hoeven minder partijkeuringen en bodemonderzoeken te worden uitgevoerd wat een kosten- en tijdbesparende factor is bij grondverzet); — als bewijsmiddel bij klein grondverzet; — om eenduidig gebiedsspecifiek en milieuvriendelijk bodem(grondstromen)beleid te kunnen blijven uitvoeren; — om voor aangewezen gebieden vrijstelling van bodemonderzoek bij omgevingsvergunningsaanvragen (activiteit bouwen en/of activiteit ruimtelijke ontwikkeling) mogelijk te maken; 1

Zie document: Transitie nota bodembeheer en bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassenkaart naar het stelsel van de Omgevingswet, Bouwsteen Aanvullingsspoor bodem, Bodembeheer van de Toekomst, Uitvoeringsprogramma Bodem & Ondergrond, 23 december 2020.

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 5/40

— om mogelijk lokale verhoogde terugsaneerwaarden vast te stellen bij bodemsaneringen in het kader van de Wet bodembescherming[2] en het Besluit en de Regeling Uniforme Saneringen[3] [4] (in overleg met het bevoegd gezag Wet bodembescherming); — eventueel om onder de Omgevingswet te gebruiken bij de interpretatie van een eindsituatie onderzoek na het beëindigen van een bodembedreigende activiteit.

Figuur 1.1 Ligging 6 gemeenten waarvoor de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart wordt opgesteld

In deze rapportage staat beschreven hoe de bodemfunctieklassenkaart is aangepast, volgens welke werkwijze de bodemkwaliteitskaart is opgesteld en wat de resultaten zijn. Een toelichting op de in dit rapport gebruikte begrippen is opgenomen in bijlage 1.

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 6/40

2 BODEMFUNCTIEKLASSENKAART Op de bodemfunctieklassenkaart wordt de ligging van gebieden met de (toekomstige) bodemfuncties 'Industrie' en 'Wonen' aangegeven. Om aan te sluiten bij de toekomstige Omgevingswet, is ook de functie ‘Landbouw/natuur’ onderscheiden. De bodemfunctieklassenkaart wordt gebruikt voor het: — mede bepalen van de eisen waaraan de toe te passen grond moet voldoen (zie ook § 3.9.4); — vaststellen van terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen in het kader van de Wet bodembescherming en het Besluit en de Regeling Uniforme Saneringen. De eerder vastgestelde regionale bodemfunctieklassenkaart zijn op een aantal punten aangepast. Met de aanpassingen zijn de gebieden met de bodemfuncties ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ beter en regionaal eenduidiger weergegeven. De ODMH heeft aanpassingen aangeleverd voor het wijzigen van de bodemfunctiekaart. Hierbij hebben zij rekening gehouden met recente en toekomstige ontwikkelingen in het gebied, in samenspraak met de Ruimtelijke Ordening ambassadeurs van iedere gemeente. Daarnaast hebben zij ook een vergelijking uitgevoerd met de geldende bestemmingsplannen. In Tabel 2.1 is de indeling van gebruiksvormen gegeven die in de bodemfunctieklassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ vallen. Tabel 2.1 Indeling gebruiksvormen in bodemfunctieklassen BODEMFUNCTIEKLASSE

GEBRUIKSVORM

Industrie

— Rijkswegen en provinciale wegen inclusief de onverharde wegbermen (tot maximaal 10 meter vanaf de rand van de verharding). — Spoorwegen inclusief de onverharde spoorbermen (tot maximaal 10 meter vanaf de rand van de spoorrails). — (Toekomstige) industrie- en bedrijfsterreinen. — Rioolwater- en afvalwaterzuiveringsinstallaties. — Percelen in het buitengebied met de bestemming bedrijf of industrie.

Wonen

— — — — — — —

Stedelijke binnenstad. Huidige en toekomstige woonwijken. Lintbebouwing. Percelen in het buitengebied met de bestemming wonen. Woningen gelegen op industrieterreinen (voor zover aangewezen in het bestemmingsplan). Recreatie- en sportterreinen gelegen in of aangrenzend aan de bebouwde kommen. Alle recreatiewoningen, vakantie-/bungalowparken, campings en woonwagenlocaties.

Landbouw/natuur

— — — — —

Landbouw- en natuurgebieden. Volkstuinen en moestuinen. Recreatie- en sportterreinen in het buitengebied. Provinciale beschermingsgebieden zoals Natura2000 en Natuurnetwerk Nederland. Kassen.

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 7/40

Onder de onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinker- of asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook Figuur 2.1): — de erfgrens of; — de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of; — de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of; — als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos). Voor wegbermen langs dijkwegen en voor wegbermen gelegen in gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond worden toegepast.

Figuur 2.1 Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009)

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 8/40

3 BODEMKWALITEITSKAART De gezamenlijke bodemkwaliteitskaart is opgesteld volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten [5]. Er is gewerkt volgens het in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten opgenomen stappenplan. Hieronder zijn de verschillende stappen weergegeven, die in de volgende paragrafen nader worden toegelicht. In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat de stappen niet chronologisch gevolgd hoeven te worden. Wel is het noodzakelijk dat alle stappen terugkomen in de werkwijze bij het vervaardigen van de bodemkwaliteitskaart. Stap 1: Stap 2: Stap 3: Stap 4: Stap 5: Stap 6: Stap 7: Stap 8:

Opstellen programma van eisen. Vaststellen onderscheidende gebiedskenmerken. Gegevensverzameling en gegevensbewerking. Indelen bodembeheergebied in deelgebieden. Controle indeling van het bodembeheergebied. Verzamelen aanvullende informatie. Vaststellen bodemkwaliteitszones. Bodemkwaliteitskaart (kaart uitgesloten locaties/gebieden, ontgravingskaart en toepassingskaart).

3.1

STAP 1: PROGRAMMA VAN EISEN

Voor deze bodemkwaliteitskaart zijn de volgende definities vastgesteld: — Het beheergebied van de bodemkwaliteitskaart omvat het grondgebied van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas. — Van de volgende gebieden zijn geen gegevens meegenomen bij het opstellen van deze bodemkwaliteitskaart en daarom niet gezoneerd: • De Rijkswegen (inclusief wegbermen): A12 en A20. • De provinciale wegen (inclusief wegbermen): N11, N206, N207, N209, N210, N216, N219, N228, N456, N458, N469 en N470. • Spoorgebonden gronden, inclusief de (spoor)wegbermen (andere beheerorganisatie: NS/Prorail en HTM). • Waterbodems Rijkswateren, inclusief de uiterwaarden (buitendijks gebied) (ander bevoegd gezag: Rijkswaterstaat), met uitzondering van de drogere oevergebieden die zijn gedefinieerd en aangewezen in de Waterregeling [6] • Waterbodems overige wateren (ander bevoegd gezag: Hoogheemraadschap van Rijnland, Waterschap Stichtse Rijnlanden en Waterschap Schieland en de Krimpenerwaard). • Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging als gevolg van een lokale bron, inclusief locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen2 in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende3 en verwerkende bedrijven4, inzet blusschuim5 en secundaire bronnen6).

• (Voormalige) stortplaatsen (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart).

2

3 4

5

6

Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica. Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers), gebruik bestrijdingsmiddelen.

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 9/40

•

Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). • De bodemlaag dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld. • Het grondwater. — De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de landbodem van het beheergebied voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte. — De gezamenlijke bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor • Het standaard NEN5740 stoffenpakket: barium (zie bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Hierbij zijn de bodemlagen vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden. • Bestrijdingsmiddelen (OCB); alleen voor de bodemkwaliteitszone met de boomkwekerijpercelen in de gemeente Alphen aan den Rijn. Hierbij is de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte onderscheiden. • PFAS-verbindingen7 vanwege het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie [7]. Hierbij zijn de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden. — De gegevens voor de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van de ODMH (d.d.

30 augustus 2022) waarin de bodemgegevens van de gemeenten worden geregistreerd en beheerd.

3.2 STAPPEN 2 EN 4: ONDERSCHEIDENDE GEBIEDSKENMERKEN EN INDELEN BODEMBEHEERGEBIED IN DEELGEBIEDEN (1/2) 3.2.1 DEELGEBIEDEN STANDAARD NEN5740-PAKKET EN OCB’S De basis van deze bodemkwaliteitskaart is het identificeren van deelgebieden met onderscheidende gebiedskenmerken. De verwachting is dat de kwaliteit tussen deelgebieden kan verschillen als gevolg van de verschillende gebiedskenmerken. Op basis van de bodemopbouw, de gebruikshistorie, de ontwikkeling van wijken of gebieden, de geomorfologie, het huidig gebruik en de verwachte bodemkwaliteit zijn de deelgebieden gedefinieerd. Binnen een deelgebied wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit). De deelgebieden voor deze bodemkwaliteitskaart zijn gebaseerd op de indeling in bodemkwaliteitszones in de bodemkwaliteitskaart van 2016. De gebieden die in de bodemfunctieklassenkaart zijn gewijzigd, zijn hierbij opnieuw beoordeeld en ingedeeld bij het voorlopige deelgebied waar ze het beste bij aansluiten. De oude bodemkwaliteitszone 1D, die alleen voorkwam in Zoetermeer, is komen te vervallen.

7

Het betreft minimaal de 30 PFAS-verbindingen op de lijst die is gepubliceerd op de website van Bodemplus: https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-baggerspecie-pfas-veldwerk-analysetoetsing/faq/welke-pfas-verbindingen-geanalyseerd/ Dit betreft de advieslijst van Bodemplus d.d. 12 juli 2019: https://www.bodemplus.nl/publish/pages/164708/1907012-pfas_-_advieslijst_tbv_tijdelijk_handelingskader_v4.pdf

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 10/40

De volgende voorlopige deelgebieden zijn onderscheiden: (zie de kaartbijlagen 2A en 2B): Tabel 3.1 Voorlopige indeling deelgebieden Voorlopig deelgebied

Voorlopig deelgebied

Bovengrond (0-0,5 m-mv)

Ondergrond (0,5-2,0 m-mv)

1A: Binnenstad Gouda 1B: Binnenstad Schoonhoven 1C: Kern Bodegraven 1E: Historische en oude bebouwing <1940 Alphen a/d Rijn 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard 3: Historische bebouwing zeekleipolders 4A: Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) 7: Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (hele regio) 8A: Lintbebouwing veenweidegebied 8B: Lintbebouwing Oude Rijn 9: Lintbebouwing op toemaakdek 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard 12: Lintbebouwing zeekleipolders 13: Oude industrie 14: Lichte industrie en bedrijven 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen 16: Buitengebied zeekleipolders incl rand 17: Buitengebied toemaakdek 18: Buitengebied boomkwekerijen 19: Buitengebied overig

1A: Binnenstad Gouda 1B: Binnenstad Schoonhoven 1C: Kern Bodegraven 1E: Historische en oude bebouwing <1940 Alphen a/d Rijn 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard 3: Historische bebouwing zeekleipolders 4A: Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) 7: Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (hele regio) 8A: Lintbebouwing veenweidegebied 8B: Lintbebouwing Oude Rijn 9: Lintbebouwing op toemaakdek 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard 12: Lintbebouwing zeekleipolders 13: Oude industrie 14: Lichte industrie en bedrijven 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen 16 t/m 19: Buitengebied

3.2.2 DEELGEBIEDEN PFAS-VERBINDINGEN In 2020/2021 is voor PFAS-verbindingen een aanvullende bodemkwaliteitskaart [13] opgesteld waarbij het beheergebied (excl. de gemeente Zoetermeer) is verdeeld in drie PFAS-zones. De grenzen van deze zones verschillen van de grenzen van de reguliere bodemkwaliteitszones. In tegenstelling tot de stoffen van het standaard NEN5740 pakket, die voornamelijk afhankelijk zijn van de gebruikshistorie van het gebied, is verspreiding door de lucht een belangrijke bron voor PFAS-verbindingen. Er is daarvoor gekozen voor een aparte gebiedsindeling voor PFASverbindingen. Omdat in tussentijd meer gegevens beschikbaar gekomen zijn wil de ODMH de destijds gemaakte indeling evalueren en indien nodig wijzigen. De indeling in deelgebieden voor PFAS-verbindingen wordt vooral bepaald door de ligging van bronlocaties in combinatie met de overheersende windrichting en de resulterende atmosferische depositie. De PFAS-verwerkende industrie in Dordrecht is hierbij de grootste bron. Het beheergebied is daarom bij de eerder opgestelde aanvullende bodemkwaliteitskaart op basis van globale ligging ten opzichte van deze bron verdeeld in drie gebieden van zuid naar noord.

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 11/40

Tabel 3.2 Indeling deelgebieden PFAS-verbindingen zoals opgenomen in eerder opgestelde aanvullende BKK PFAS Voormalige deelgebied

Voormalig deelgebied

Bovengrond (0-0,5 m-mv)

Ondergrond (0,5-2,0 m-mv)

A Zuidelijke deel beheergebied met als noordgrens de Hollandsche IJssel B Middelste deel beheergebied tussen Hollandsche IJssel en snelweg A12 C Noordelijke deel beheergebied met als zuidgrens de snelweg A12

A Zuidelijke deel beheergebied met als noordgrens de Hollandsche IJssel B Middelste deel beheergebied tussen Hollandsche IJssel en snelweg A12 C Noordelijke deel beheergebied met als zuidgrens de snelweg A12

Voor de vervolgstappen en de nieuwe indeling voor PFAS-verbindingen is deze indeling grotendeels losgelaten en op basis van de beschikbare gegevens een nieuwe indeling gemaakt. Hier wordt verder op ingegaan in paragraaf 3.4.

3.3 STAP 3: GEGEVENSVERZAMELING EN GEGEVENSBEWERKING 3.3.1 SELECTEREN BESCHIKBARE GEGEVENS GEGEVENS STANDAARD NEN5740-PAKKET EN OCB’S De gegevens voor de bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van de ODMH (d.d. 30 augustus 2022) waarin de bodemgegevens van de gemeenten worden geregistreerd en beheerd. De ODMH beoordeelt bij ontvangst van ieder bodemonderzoek of deze bruikbaar is voor de BKK. Dit doet zij aan de hand van verschillende factoren: locatie(historie), (voormalig) bedrijfsactiviteiten, gemeten gehalten, aangetroffen bijmengingen, etc. De gegevens uit het bodeminformatiesysteem zijn door de ODMH zelf geselecteerd voordat deze aan WSP zijn aangeleverd. Deze gegevens hebben betrekking op rapporten die beschikbaar zijn gekomen na het opstellen van de vorige bodemkwaliteitskaart en betreffen rapporten vanaf 1 januari 2017. Daarnaast zijn de gegevens van de bodemkwaliteitskaart van 2016 gebruikt, voor zover deze te relateren waren aan rapporten vanaf 1 januari 2007. Omdat de gemeente Zoetermeer deel uitmaakte van de vorige bodemkwaliteitskaart, maar niet meer van de nieuwe bodemkwaliteitskaart, zijn de gegevens met ligging in de gemeente Zoetermeer uit de dataset verwijderd. GEGEVENS PFAS-VERBINDINGEN In 2020/2021 is er een dataset samengesteld op basis van voor dit doel verzamelde gegevens door middel van veldwerk.

Deze zelfde data is ook nu weer gebruikt, maar aangevuld met gegevens van diverse andere onderzoeken uit het bodeminformatiesysteem van de ODMH. Deze dataset is aangeleverd op 30 augustus 2022. Door al deze gegevens aan de dataset toe te voegen wordt deze veel groter en kan er een betere interpretatie worden gedaan met betrekking tot de spreiding en kwaliteit.

3.3.2 HET SAMENVOEGEN VAN PUNT- EN MENGMONSTERS De dataset voor deze bodemkwaliteitskaart bestaat uit meng- en puntmonsters met meetgegevens. De landelijke IPO Werkgroep Achtergrondgehalten heeft onderzocht wat de invloed is van het meenemen van zowel punt- als mengmonsters op de berekening van percentielwaarden van de meetgegevens [8]. De resultaten laten zien dat percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van zowel punt- als mengmonsters, vrijwel identiek zijn aan percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van alléén mengmonsters. Er bestaan daarom geen praktische bezwaren tegen het berekenen van de bodemkwaliteit uit een bestand met

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 12/40

meetgegevens, afkomstig van zowel punt- als mengmonsters. In dit project zijn de meetgegevens van de mengmonsters éénmaal meegenomen.

3.3.3 HET VERVANGEN VAN WAARDEN BENEDEN DE DETECTIELIMIET Bij analyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wel waardevolle informatie voor de bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyseresultaten is de methode van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen. De opgegeven detectielimiet van een bepaalde stof verschilt van rapport tot rapport. Verhoogde detectielimieten komen voor bij verstoringen in de grond(meng)monstermatrix. Daarnaast zijn de detectielimieten in de loop der jaren lager geworden doordat nauwkeuriger analyseapparatuur beschikbaar is gekomen.

3.3.4 HET OPSPOREN VAN UITBIJTERS Ondanks dat er representatieve meetgegevens zijn geselecteerd, kan er sprake zijn van uitschieters in de dataset: extreem hoge of lage gehalten als gevolg van bijvoorbeeld typefouten tijdens de invoer, onbetrouwbare analyses of lokale verontreinigingen door lokale bronnen die niet als zodanig in het bodeminformatiesysteem zijn aangegeven. Hierbij worden vaak bij meerdere stoffen in hetzelfde monster relatief hoge gehalten aangetroffen. Per deelgebied en per stof zijn met een visuele methode (scatterplots) extreme gehalten gemarkeerd. In bijlage 1 is verder toegelicht wat een uitbijter is. Voor de extreme gehalten is nagegaan of deze tot een lokale bron, type- of meetfout zijn te herleiden. In die situaties zijn de analyseresultaten uit de dataset verwijderd of aangepast. In bijlage 3 staat een overzicht van de uiteindelijk verwijderde uitbijters.

3.4 STAP 4: INDELING BODEMBEHEERGEBIED IN DEELGEBIEDEN PFAS-VERBINDINGEN 3.4.1 WERKWIJZE: INTERPOLATIEKAART Op basis van alle gegevens in de dataset blijkt PFOA verreweg de meest bepalende PFAS-verbinding te zijn in het beheergebied. Met name in de bovengrond komen licht tot matig verhoogde gehaltes aan PFOA voor. Daarnaast komen er in mindere mate ook voor PFOS licht verhoogde gehaltes voor, deze liggen verspreid in het beheergebied. De overige PFAS-verbindingen komen slechts incidenteel licht verhoogd voor. Alle waarnemingen voor PFOA zijn op kaart weergegeven. Om de gehaltes goed met elkaar te kunnen vergelijken is een correctie toegepast voor het organisch stofgehalte van de monsters. De op kaart weergegeven gehaltes zijn deze naar standaardbodem gecorrigeerde gehaltes. De gehaltes zijn getoetst aan de klassegrenzen uit het Handelingskader. Op de kaart is te zien dat er voor PFOA er een duidelijke clustering aanwezig is van de verhoogde gehaltes, met name in het oostelijk deel van de gemeente Krimpenerwaard. Daarom is er voor PFOA een interpolatiekaart gemaakt, om dit nog beter zichtbaar te krijgen.

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 13/40

Op basis van de gecorrigeerde gehaltes is met interpolatiemethode ‘IDW’ het tussenliggende gebied ingekleurd. De methode ‘IDW’ is een vorm van interpolatie waarbij een bepaalde weging wordt toegepast op basis van afstand tot de meetpunten. De kaart met de getoetste waarnemingen in de bovengrond en het resultaat van de interpolatie is opgenomen in kaartbijlage 3A.

3.4.2 RESULTAAT: NIEUWE DEELGEBIEDEN PFAS-VERBINDINGEN Aan de hand van de interpolatiekaart is in overleg met de ODMH is een nieuwe gebiedsindeling voor PFASverbindingen bepaald. In de bovengrond is alleen voor PFOA een duidelijk patroon in verhoogde gehalten te zien. Voor de overige PFAS-verbindingen voldoen de gehalten ruimschoots aan de norm voor de klasse landbouw/natuur. In ondergrond is eerst apart gekeken naar bodemlaag 0,5-1 m-mv omdat hier mogelijk nog de meeste verhoogde gehalten kunnen worden gemeten. In deze bodemlaag komen voor enkele PFAS-verbindingen incidenteel overschrijdingen voor ten opzichte van de achtergrondwaarde, maar deze bodemlaag is in zijn geheel te classificeren als landbouw/natuur. Vanuit de ODMH is de wens uitgesproken om het grondverzetbeleid voor PFAS zo veel mogelijk te integreren in dat voor de overige stoffen. Daarom is besloten het ondergronddeelgebied voor PFAS uit te breiden met het traject 1-2 m-mv, dat dezelfde kwaliteit heeft. Op basis van dit resultaat is in overleg met de ODMH besloten om alleen het verspreidingspatroon van PFOA te gebruiken om de nieuwe PFAS-deelgebieden te begrenzen, en alleen in de bovengrond onderscheid te maken in meerdere deelgebieden. In de bovengrond resulteert dit in 3 deelgebieden. In de ondergrond is 1 deelgebied onderscheiden voor het hele beheergebied.

Het oostelijk deel van de gemeente Krimpenerwaard is hierbij aangewezen als deelgebied 1, waarin regelmatig verhoogde gehaltes aan PFOA voorkomen. Dit deelgebied wordt voor PFOA ingedeeld in de klasse wonen/industrie. Dit gebied betreft het oostelijke deel van de gemeente Krimpenerwaard met de woonkernen Schoonhoven, Ammerstol, Bergambacht, Stolwijk, Vlist en Haastrecht inclusief de lint- en dijkbebouwingen en het buitengebied in dit deel van de gemeente. Het resterende deel van het beheergebied wordt ingedeeld in klasse landbouw/natuur. Dit zijn de deelgebieden 2 en 3. Deelgebied 2 is hierbij de zone in het midden van het beheergebied, grenzend aan deelgebied 1, en betreft het resterende, westelijke deel van de gemeente Krimpenerwaard, het zuidelijke deel van de gemeente Zuidplas, een kleine stukje van de gemeente Waddinxveen, de gehele gemeente Gouda en het zuidelijke deel van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk. In dit gebied komen incidenteel nog hogere gehalten PFOA voor, al voldoen deze gemiddeld genomen nog altijd aan de norm voor de klasse landbouw/natuur. Deelgebied 3 is het resterende noordelijke deel van het beheergebied. Dit gebied is het minst beïnvloed door de atmosferische depositie vanuit Dordrecht.

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 14/40

3.5 STAP 5: CONTROLE INDELING VAN HET BODEMBEHEERGEBIED NEN-STOFFEN EN OCB’S (1/2) 3.5.1 AANTAL EN SPREIDING MEETGEGEVENS (1/2) De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt de volgende minimale eisen aan het aantal en de spreiding van meetgegevens per deelgebied: — Per deelgebied zijn voor alle stoffen ten minste 20 meetgegevens beschikbaar. — De meetgegevens liggen voldoende verspreid over het deelgebied: • Voor aaneengesloten deelgebieden bij een systematische indeling in 20 vakken zijn in tenminste 10 vakken één of meer meetgegevens beschikbaar. • Voor elk niet-aaneengesloten deel van een deelgebied zijn ten minste 3 meetgegevens beschikbaar. Na het samenstellen van de dataset voor de bodemkwaliteitskaart en het voorbewerken van de gegevens bleek dat een aantal deelgebieden niet aan de voornoemde minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten voldeden. Daarom is stap 6 uitgevoerd.

3.6 STAP 6: VERZAMELEN AANVULLENDE INFORMATIE NEN-STOFFEN EN OCB’S Voor het deelgebied met boomkwekerijen waren er onvoldoende gegevens voor bestrijdingsmiddelen in de dataset aanwezig. Voor de overige deelgebieden waren er ook enkele delen van niet-aaneengesloten deelgebieden waar onvoldoende gegevens beschikbaar waren. In overleg met de ODMH is daarom besloten om uit de vorige bodemkwaliteitskaart meer gegevens mee te nemen. De gegevens die te relateren waren aan rapporten tussen 1 januari 2002 en 1 januari 2007 zijn toegevoegd aan de dataset. Dit zorgt niet alleen voor een groter aantal waarnemingen, maar ook voor een betere spreiding van de gegevens voor alle deelgebieden.

3.7 STAP 5: CONTROLE INDELING VAN HET BODEMBEHEERGEBIED (2/2) 3.7.1 AANTAL EN SPREIDING MEETGEGEVENS NEN-STOFFEN EN OCB’S (2/2) Een overzicht van het aantal analysewaarden per stof per bodemkwaliteitszone staat in bijlage 5 (kolom ‘N’). Voor het grootste deel voldoen de deelgebieden aan de eisen die de Richtlijn stelt aan het aantal waarnemingen en de spreiding van de waarnemingen. Conform de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten dienen voor ieder niet-aaneengesloten deel van een deelgebied tenminste drie waarnemingen beschikbaar te zijn. Voor het merendeel van de deelgebieden wordt deze eis gehaald. Er zijn echter enkele relatief kleine gebieden waarvoor deze eis niet wordt gehaald. Het zou een onevenredig zware inspanning eisen en daardoor financieel onverantwoord zijn om met gemeenschapsgeld in elk klein afzonderlijk gebied 3 waarnemingen te verkrijgen. Hoewel de dataset door het beschikbaar komen van in de afgelopen jaren uitgevoerde bodemonderzoeken nog verder is aangevuld zijn er nog steeds niet-aaneengesloten delen van deelgebieden waarvoor formeel niet aan deze eis voldaan wordt. Omdat de eis van minimaal 20 waarnemingen per

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 15/40

zone wel ruimschoots wordt behaald (in de meeste zones zelfs meer dan 100 waarnemingen voor de kritische stoffen) word de betrouwbaarheid voor de kleine afzonderlijke deelgebieden als voldoende beschouwd. Bovendien zijn de gebieden dermate klein dat er niet veel grondverzet zal zijn, zodat risico’s van ongewenst grondverzet te verwaarlozen zijn.

3.7.2 AANTAL EN SPREIDING MEETGEGEVENS PFAS-VERBINDINGEN Een overzicht van het aantal analysewaarden per stof per bodemkwaliteitszone staat in bijlage 5 (kolom ‘N’). De PFASdeelgebieden voldoen ruimschoots aan de eisen die de Richtlijn stelt aan het aantal waarnemingen en de spreiding van de waarnemingen. In de bovengrond zijn er voor PFOAsom en PFOSsom 242 waarnemingen beschikbaar, in de ondergrond zijn dit er ruim 150 (circa 110 in de laag van 0,5 tot 1,0 m-mv en circa 40 in de laag van 1,0 tot 2,0 m-mv). Voor de overige PFASverbindingen variëren de aantallen, maar zijn dit er circa 125 in de bovengrond en circa 100 in de ondergrond.

3.7.3 SPLITSEN VAN DEELGEBIEDEN Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van WSP bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer zware metalen en minerale olie een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben en de stofgroepen polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) een variatiecoëfficiënt hoger dan 2. Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering met hogere of lagere gehalten. De overzichten van de variatiecoëfficiënten staan in de bijlagen 4 (kolom ‘VC’). Hieruit blijkt, dat bij veel deelgebieden voor één of meer zware metalen, minerale olie, OCB, PFAS, en/of PAK sprake is van een hoge variatiecoëfficiënt. De locaties waar de relatief hoge waarden zijn vastgesteld vertonen binnen de deelgebieden zelf geen ruimtelijke clustering. De relatief hoge variatiecoëfficiënten geven daarmee geen aanleiding tot het splitsen van deelgebieden.

3.8 STAP 6: VASTSTELLEN DEFINITIEVE DEELGEBIEDEN / BODEMKWALITEITSZONES 3.8.1 BODEMKWALITEITSZONES NEN-STOFFEN EN OCB’S De indeling in voorlopige deelgebieden is gebaseerd op de indeling in bodemkwaliteitszones in de vorige bodemkwaliteitskaart. Hoewel er enkele voorlopige deelgebieden zijn die op basis van bodemkwaliteit verglijkbaar zijn, heeft de Omgevingsdienst aangegeven geen noodzaak te zien in het samenvoegen van deze deelgebieden. Deze deelgebieden verschillen namelijk in gebiedskenmerken zoals historisch gebruik. De voorlopige deelgebieden worden daarom ook de definitieve deelgebieden. In Tabel 3.3 is een overzicht gegeven van de definitieve deelgebieden die op basis van kwaliteit en bodemfunctie zijn gedefinieerd en waarmee de uiteindelijke bodemkwaliteitskaart is opgesteld.

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 16/40

Tabel 3.3 Definitieve deelgebieden NEN-stoffen en OCB’s Definitief deelgebied

Definitief deelgebied

Bovengrond (0-0,5 m-mv)

Ondergrond (0,5-2,0 m-mv)

1A: Binnenstad Gouda 1B: Binnenstad Schoonhoven 1C: Kern Bodegraven 1E: Historische en oude bebouwing <1940 Alphen a/d Rijn 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard 3: Historische bebouwing zeekleipolders 4A: Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) 7: Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (hele regio) 8A: Lintbebouwing veenweidegebied 8B: Lintbebouwing Oude Rijn 9: Lintbebouwing op toemaakdek 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard 12: Lintbebouwing zeekleipolders 13: Oude industrie 14: Lichte industrie en bedrijven 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen 16: Buitengebied zeekleipolders incl rand 17: Buitengebied toemaakdek 18: Buitengebied boomkwekerijen (inclusief OCB’s) 19: Buitengebied overig

1A: Binnenstad Gouda 1B: Binnenstad Schoonhoven 1C: Kern Bodegraven 1E: Historische en oude bebouwing <1940 Alphen a/d Rijn 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard 3: Historische bebouwing zeekleipolders 4A: Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) 7: Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (hele regio) 8A: Lintbebouwing veenweidegebied 8B: Lintbebouwing Oude Rijn 9: Lintbebouwing op toemaakdek 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard 12: Lintbebouwing zeekleipolders 13: Oude industrie 14: Lichte industrie en bedrijven 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen 16 t/m 19: Buitengebied

De definitieve deelgebieden worden de bodemkwaliteitszones van de gemeenten. Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte (aangeduid met codering ‘B’) en de bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte (aangeduid met codering ‘O’) (zie ook de kaartbijlagen 2).

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 17/40

Ook worden de bodemkwaliteitszones opnieuw opeenvolgend genummerd. De nieuwe codering is hieronder in Tabel 3.4 opgenomen. Tabel 3.4 Bodemkwaliteitszones NEN-stoffen en OCB’s Definitief deelgebied

Zone

Bovengrond (0-0,5 m-mv)

Definitief deelgebied

Zone

Ondergrond (0,5-2,0 m-mv)

1A: Binnenstad Gouda 1B: Binnenstad Schoonhoven 1C: Kern Bodegraven 1E: Historische en oude bebouwing <1940 Alphen a/d Rijn 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard 3: Historische bebouwing zeekleipolders 4A: Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord + oost) 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) 7: Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (hele regio) 8A: Lintbebouwing veenweidegebied 8B: Lintbebouwing Oude Rijn 9: Lintbebouwing op toemaakdek 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard 12: Lintbebouwing zeekleipolders 13: Oude industrie 14: Lichte industrie en bedrijven 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen 16: Buitengebied zeekleipolders incl rand 17: Buitengebied toemaakdek 18: Buitengebied boomkwekerijen (inclusief OCB’s) 19: Buitengebied overig

B1 B2 B3 B4 B5 B6 B7 B8 B9 B10 B11 B12 B13 B14 B15 B16 B17 B18 B19 B20 B21 B22 B23

1A: Binnenstad Gouda 1B: Binnenstad Schoonhoven 1C: Kern Bodegraven 1E: Historische en oude bebouwing <1940 Alphen a/d Rijn 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard 3: Historische bebouwing zeekleipolders 4A: Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord + oost) 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) 7: Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (hele regio) 8A: Lintbebouwing veenweidegebied 8B: Lintbebouwing Oude Rijn 9: Lintbebouwing op toemaakdek 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard 12: Lintbebouwing zeekleipolders 13: Oude industrie 14: Lichte industrie en bedrijven 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen

O1 O2 O3 O4

16 t/m 19: Buitengebied

O20 t/m 23

O5 O6 O7 O8 O9 O10 O11 O12 O13 O14 O15 O16 O17 O18 O19

3.8.2 BODEMKWALITEITSZONES PFAS-VERBINDINGEN De indeling in deelgebieden voor PFAS-verbindingen is ook de indeling in definitieve bodemkwaliteitszones voor PFAS-verbindingen. Tabel 3.5 Bodemkwaliteitszones PFAS-verbindingen PFAS-zone

Beschrijving ligging gebied

Bovengrond (0-0,5 m-mv)

PFAS-zone 1 PFAS-zone 2 PFAS-zone 3

Oostelijk deel Krimpenerwaard Westelijke deel Krimpenerwaard, zuidelijke deel Zuidplas, zuidelijk deel Waddinxveen, gehele gemeente Gouda, zuidelijk deel Bodegraven-Reeuwijk Noordelijk deel Zuidplas, noordelijke deel Waddinxveen, noordelijk deel Bodegraven-Reeuwijk, gehele gemeente Alphen aan den Rijn

Ondergrond (0,5-2,0 m-mv)

PFAS-zone ondergrond

Gehele beheergebied

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 18/40

De ligging en begrenzing van de PFAS-zones in de bovengrond zijn opgenomen in kaartbijlage 3B. De PFAS-zone van de ondergrond is opgenomen in kaartbijlage 3C. De reguliere BKK-zones krijgen een extra toevoeging in hun codering om aan te geven in welke PFAS-zone het betreffende deel van de zone ligt. In Tabel 3.6 is hiervan een overzicht opgenomen: Tabel 3.6 Ligging reguliere BKK-zones NEN-stoffen in combinatie met PFAS-zones Bodemkwaliteitszone NEN-stoffen Bovengrond (0-0,5 m-mv)

B1 Binnenstad Gouda B2 Binnenstad Schoonhoven B3 Kern Bodegraven B4 Historische en oude bebouwing <1940 Alphen a/d Rijn B5 Historische bebouwing Krimpenerwaard B6 Historische bebouwing zeekleipolders B7 Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop B8 Uitbreidingen 1940-1990 (noord + oost) B9 Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) B10 Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (hele regio) B11 Lintbebouwing veenweidegebied B12 Lintbebouwing Oude Rijn B13 Lintbebouwing op toemaakdek B14 Lintbebouwing Krimpenerwaard B15 Dijkbebouwing Krimpenerwaard B16 Lintbebouwing zeekleipolders B17 Oude industrie B18 Lichte industrie en bedrijven B19 Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen B20 Buitengebied zeekleipolders incl rand B21 Buitengebied toemaakdek B22 Buitengebied boomkwekerijen (inclusief OCB’s) B23 Buitengebied overig

Deel in PFAS-zone 1 2 B1-2 B2-1 B5-1 B5-2 B6-2 B7-2 B8-2 B9-1 B9-2 B10-1 B10-2 B11-1 B11-2 B13-2 B14-1 B14-2 B15-1 B15-2 B16-2 B17-1 B17-2 B18-1 B18-2 B19-1 B19-2 B20-2 B21-2 B23-1 B23-2

3 B3-3 B4-3 B6-3 B7-3 B8-3 B9-3 B10-3 B11-3 B12-3 B13-3 B16-3 B17-3 B18-3 B19-3 B20-3 B21-3 B22-3 B23-3

3.9 STAP 7: KARAKTERISEREN BODEMKWALITEITSZONES 3.9.1 KARAKTERISERING ZONES NEN-STOFFEN EN OCB’S De gemiddelde gehalten van de bodemkwaliteitszones (zie bijlage 4, kolom 'Gem') zijn getoetst aan de normen uit de Regeling bodemkwaliteit [10] (hierna ‘de Regeling’). De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden, AW2000), Wonen of Industrie. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is voor de bodemkwaliteitsklasse minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie ook § 3.10.3 en bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’). In Tabel 3.7 is aangegeven in welke bodemkwaliteitsklasse iedere bodemkwaliteitszone valt. In de bijlagen 4 zijn de gespecificeerde beoordelingen weergegeven. De bodemkwaliteitsklasse wordt samen met de bodemfunctieklasse gebruikt voor het bepalen van de toepassingseis (zie § 3.10.4).

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 19/40

Tabel 3.7 Bodemkwaliteitsklasse per bodemkwaliteitszone en bodemlaag Bodemkwaliteitszone

Bodemkwaliteitsklasse

Bovengrond (0-0,5 m-mv)

B1 Binnenstad Gouda B2 Binnenstad Schoonhoven B3 Kern Bodegraven B4 Historische en oude bebouwing <1940 Alphen a/d Rijn B5 Historische bebouwing Krimpenerwaard B6 Historische bebouwing zeekleipolders B7 Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop B8 Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) B9 Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) B10 Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (hele regio) B11 Lintbebouwing veenweidegebied B12 Lintbebouwing Oude Rijn B13 Lintbebouwing op toemaakdek B14 Lintbebouwing Krimpenerwaard B15 Dijkbebouwing Krimpenerwaard B16 Lintbebouwing zeekleipolders B17 Oude industrie B18 Lichte industrie en bedrijven B19 Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen B20 Buitengebied zeekleipolders incl rand B21 Buitengebied toemaakdek B22 Buitengebied boomkwekerijen (inclusief OCB’s) B23 Buitengebied overig

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

Wonen Industrie Wonen Wonen Industrie Industrie Wonen Wonen Wonen Landbouw/natuur Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Industrie Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Wonen Wonen

WSP 23 december 2022 pagina 20/40

Tabel 3.7 Bodemkwaliteitsklasse per bodemkwaliteitszone en bodemlaag (vervolg) Bodemkwaliteitszone

Bodemkwaliteitsklasse

Ondergrond (0,5-2,0 m-mv)

O1 Binnenstad Gouda O2 Binnenstad Schoonhoven O3 Kern Bodegraven O4 Historische en oude bebouwing <1940 Alphen a/d Rijn O5 Historische bebouwing Krimpenerwaard O6 Historische bebouwing zeekleipolders O7 Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop O8 Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) O9 Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) O10 Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (hele regio) O11 Lintbebouwing veenweidegebied O12 Lintbebouwing Oude Rijn O13 Lintbebouwing op toemaakdek O14 Lintbebouwing Krimpenerwaard O15 Dijkbebouwing Krimpenerwaard O16 Lintbebouwing zeekleipolders O17 Oude industrie O18 Lichte industrie en bedrijven O19 Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen O20 t/m 23 Buitengebied

Industrie Industrie Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur Wonen Wonen Wonen Landbouw/natuur Industrie Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur

Controle saneringscriterium In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een controle op het saneringscriterium nodig is. Bij een overschrijding is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. Deze situatie komt voor in vier bodemkwaliteitszones in de bovengrond en vijf in de ondergrond (zie Tabel 3.8). Tabel 3.8 Bodemkwaliteitszones met P95 > interventiewaarde voor één of meer stoffen Bodemkwaliteitszone

Stof

95-percentielwaarde (in mg/kg ds)

Interventiewaarde Wbb (in mg/kg ds)

Lood Zink Lood Lood

748 1212 757 584

530 720 530 530

Lood

665

530

Lood Koper Lood Lood

1315 217 994 553

530 190 530 530

Lood Lood

547 581

530 530

Bovengrond (0-0,5 m-mv)

B1 Binnenstad Gouda B2 Binnenstad Schoonhoven B4 Historische en oude bebouwing <1940 Alphen a/d Rijn B13 Lintbebouwing op toemaakdek Ondergrond (0,5-2,0 m-mv)

O1 Binnenstad Gouda O2 Binnenstad Schoonhoven O4 Historische en oude bebouwing <1940 Alphen a/d Rijn O6 Historische bebouwing zeekleipolders O12 Lintbebouwing Oude Rijn

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 21/40

Conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten dient voor deze zones een risicobeoordeling uitgevoerd te worden om na te gaan of er voor die stoffen mogelijk sprake is van risicio’s bij het betreffende bodemgebruik. In de regionale Nota bodembeheer wordt hier verder op ingegaan en wordt voor de betreffende zones beschreven welke consequenties dit heeft voor het grondverzet.

3.9.2 KARAKTERISERING ZONES PFAS-VERBINDINGEN De gemiddelde gehalten van de PFAS-bodemkwaliteitszones (zie bijlage 4, kolom 'Gem') zijn getoetst aan de normen uit het Handelingskader. In bijlage 4C is een compleet overzicht opgenomen van de statistische parameters voor PFASverbindingen. De PFAS-zones zijn op basis van PFOA(som) geclassificeerd en ingedeeld in de volgende kwaliteitsklassen: Tabel 3.9 Indeling in kwaliteitsklasse PFAS-verbindingen PFAS-zone

Kwaliteitsklasse PFOA

Bovengrond (0-0,5 m-mv)

PFAS-zone 1 PFAS-zone 2 PFAS-zone 3

Wonen/Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur

Ondergrond (0,5-2,0 m-mv)

PFAS-zone ondergrond

Landbouw/natuur

3.10 STAP 8: BODEMKWALITEIT 3.10.1 INLEIDING De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. 2. 3.

Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. De ontgravingskaart. De toepassingskaart.

In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de hoofdkaarten.

3.10.2 KAART MET UITGESLOTEN LOCATIES EN GEBIEDEN In het beheergebied van de regio Midden-Holland is een aantal locaties en gebieden uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Een specificatie van de uitgezonderde gebieden is aangegeven in § 3.1. De ligging van de uitgesloten locaties en gebieden is vanwege het dynamische karakter niet op de kaarten weergegeven.

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 22/40

3.10.3 ONTGRAVINGSKAART De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een voor de bodemkwaliteitskaart niet uitgesloten locatie/gebied. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De ontgravingskwaliteit is net als de bodemkwaliteitsklasse gebaseerd op het gemiddelde gehalte van een bodemkwaliteitszone (zie de bijlagen 4, kolom 'Gem') en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling. Om het standstill-principe voor de bodemkwaliteit op gebiedsniveau te kunnen waarborgen, is de toetsing voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ voor het bepalen van de ontgravingskwaliteit strenger dan voor het bepalen van de bodemkwaliteit. De toetsingsmethodiek is verder toegelicht in bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’. In bijlage 1B wordt dit verschil in toetsing schematisch toegelicht.

NEN-STOFFEN EN OCB’S In Tabel 3.10 is de te verwachten ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone aangegeven. De ontgravingskaart per bodemlaag is opgenomen in de kaartbijlagen 4. De kleuren in Tabel 3.10 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaartbijlagen.

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 23/40

Tabel 3.10 Verwachte ontgravingsklasse NEN-stoffen en OCB’s per bodemkwaliteitszone Verwachte ontgravingsklasse NEN-stoffen en OCB’s

Klasse-bepalende stof

P95 > I

B1 Binnenstad Gouda

Industrie

Lood, Zink

Ja

B2 Binnenstad Schoonhoven

Industrie

Koper, Lood, Zink, PCB

Ja

B3 Kern Bodegraven

Wonen

Kwik, Lood, Zink, PAK

Nee

B4 Historische en oude bebouwing < 1940 Alphen a/d Rijn

Industrie

Zink

Ja

B5 Historische bebouwing Krimpenerwaard

Industrie

Koper, Zink, PAK

Nee

B6 Historische bebouwing zeekleipolders

Industrie

Zink, PAK

Nee

B7 Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop

Wonen

Kwik, Lood, Zink, PAK

Nee

B8 Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost)

Wonen

Kwik, Lood, Zink, PAK

Nee

B9 Uitbreidingen 1940-1970 (zuid+west)

Wonen

Kwik, Lood, Zink, PAK

Nee

B10 Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (hele regio)

Landbouw/natuur

-

Nee

B11 Lintbebouwing veenweidegebied

Industrie

Zink, PAK

Nee

B12 Lintbebouwing Oude Rijn

Industrie

Zink

Nee

B13 Lintbebouwing op toemaakdek

Industrie

Lood, Zink

Ja

B14 Lintbebouwing Krimpenerwaard

Wonen

Kwik, Lood, Molybdeen, Zink, Nee PAK

B15 Dijkbebouwing Krimpenerwaard

Industrie

Zink

Nee

B16 Lintbebouwing zeekleipolders

Industrie

Zink, PAK

Nee

B17 Oude industrie

Industrie

PCB

Nee

B18 Lichte industrie en bedrijven

Wonen

Kwik, Lood, PCB, PAK

Nee

B19 Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen

Landbouw/natuur

-

Nee

B20 Buitengebied zeekleipolders incl rand

Landbouw/natuur

-

Nee

B21 Buitengebied toemaakdek

Industrie

Koper

Nee

B22 Buitengebied boomkwekerijen (inclusief OCB’s)

Industrie

β-HCH, Heptachloor

Nee

B23 Buitengebied overig

Wonen

Kwik, Lood, Molybdeen, PAK Nee

Bodemkwaliteitszone Bovengrond (0-0,5 m-mv)

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 24/40

Tabel 3.10 Verwachte ontgravingsklasse NEN-stoffen en OCB’s per bodemkwaliteitszone (vervolg) Verwachte ontgravingsklasse NEN-stoffen en OCB’s

Klasse-bepalende stof

P95 > I

O1 Binnenstad Gouda

Industrie

Koper, Lood, Zink

Ja

O2 Binnenstad Schoonhoven

industrie

Koper, Lood, Zink, PCB

Ja

O3 Kern Bodegraven

Wonen

Kwik, Lood, PAK

Nee

O4 Historische en oude bebouwing < 1940 Alphen a/d Rijn

Wonen

Kwik, Lood, Zink, PAK

Ja

O5 Historische bebouwing Krimpenerwaard

Wonen

Kwik, Lood, Molybdeen, PAK Nee

O6 Historische bebouwing zeekleipolders

Industrie

PAK

Ja

O7 Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop

Wonen

Kwik, Lood, Zink, PAK

Nee

O8 Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost)

Landbouw/natuur

-

Nee

O9 Uitbreidingen 1940-1970 (zuid+west)

Wonen

Kwik, Lood, PAK

Nee

O10 Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (hele regio)

Landbouw/natuur

-

Nee

O11 Lintbebouwing veenweidegebied

Wonen

Kwik, Lood, Molybdeen, PAK Nee

O12 Lintbebouwing Oude Rijn

Wonen

Kwik, Lood, PCB, PAK

Ja

O13 Lintbebouwing op toemaakdek

Wonen

Koper, Kwik, Lood, Molybdeen, PAK

Nee

O14 Lintbebouwing Krimpenerwaard

Landbouw/natuur

-

Nee

O15 Dijkbebouwing Krimpenerwaard

Industrie

Koper, PAK

Nee

O16 Lintbebouwing zeekleipolders

Wonen

Kwik, Lood, PAK

Nee

O17 Oude industrie

Industrie

Minerale olie

Nee

O18 Lichte industrie en bedrijven

Landbouw/natuur

-

Nee

O19 Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen

Landbouw/natuur

-

Nee

O20 t/m 23: Buitengebied

Landbouw/natuur

-

Nee

Bodemkwaliteitszone Ondergrond (0,5-2,0 m-mv)

Grondverzet volgens het generieke beleidskader Het al dan niet mogen verrichten van grondverzet van een niet-verdachte locatie zonder partijkeuringen is volgens het generieke bodembeleidskader afhankelijk van de volgende zaken: • Grondverzet zonder partijkeuring is toegestaan als de gemiddelde waarden van alle stoffen in de bodemkwaliteitszone van herkomst voldoen aan de toepassingseis in de zone van toepassing. • Als sprake is van een specifiek locatie-/partijonderzoek op de te ontgraven locatie, dat volgens de criteria in het Besluit bodemkwaliteit als bewijsmiddel mag dienen, dan kan geen gebruik worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel, maar wordt gebruik gemaakt van de onderzoeksresultaten. • De partij dient te worden ontgraven uit één laag waarop de ontgravingskaart van toepassing is. Als de partij afkomstig is uit meerdere (diepere) lagen van de ontgravingskaart dient de ontgraving op deze laaggrenzen te worden afgestemd. Als een partij gemengd wordt ontgraven uit verschillende lagen is het ter beoordeling aan

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 25/40

de Omgevingsdienst Midden-Holland of de bodemkwaliteitskaart kan dienen als bewijsmiddel of dat de toe te passen partij moet worden gekeurd. PFAS-VERBINDINGEN Ook de verwachte ontgravingskwaliteit voor de PFAS-zones zijn op basis van PFOA(som) bepaald. In Tabel 3.11 is per PFAS-zone opgenomen wat de verwachte ontgravingsklasse voor PFOA is: Tabel 3.11 Verwachte ontgravingsklasse PFAS-verbindingen per PFAS-zone PFAS-zone

Ontgravingsklasse PFOA

Bovengrond (0-0,5 m-mv)

PFAS-zone 1 PFAS-zone 2 PFAS-zone 3

Wonen/Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur

Ondergrond (0,5-2,0 m-mv)

PFAS-zone ondergrond

Landbouw/natuur

3.10.4 GENERIEKE TOEPASSINGSKAART De generiek toepassingskaart is opgesteld aan de hand van de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld (zie bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem’). Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan. NEN-STOFFEN EN OCB’S In

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 26/40

Tabel 3.12 is de toepassingseis voor de stoffen uit het NEN-pakket volgens het generieke kader van het Besluit per bodemkwaliteitszone aangegeven. In kaartbijlage 5 staat per bodemlaag aangegeven welke toepassingseis er geldt. De kleuren in tabel 3.4 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage 1 (bodemfunctieklassenkaart) en de kaartbijlagen 5 (toepassingskaart).

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 27/40

Tabel 3.12 Toepassingseisen NEN-stoffen en OCB’s per combinatie (voorkomende) bodemfunctie- en bodemkwaliteitsklasse in de bovengrond conform het generieke kader van het Besluit.

VOORKOMENDE BODEMKWALITEITSZONE BODEMFUNCTIES*

TOEPASSINGSEIS NENSTOFFEN GENERIEK KADER BESLUIT BODEMKWALITEITSKLASSE BODEMKWALITEIT

Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte B1 Binnenstad Gouda

Wonen

Wonen

Wonen

B2 Binnenstad Schoonhoven

Wonen

Industrie

Wonen

B3 Kern Bodegraven

Wonen

Wonen

Wonen

B4 Historische en oude bebouwing < 1940 Alphen a/d Rijn

Wonen

Wonen

Wonen

B5 Historische bebouwing Krimpenerwaard

Wonen

Industrie

Wonen

B6 Historische bebouwing zeekleipolders

Wonen

Industrie

Wonen

B7 Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop

Wonen

Wonen

Wonen

B8 Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost)

Wonen

Wonen

Wonen

B9 Uitbreidingen 1940-1970 (zuid+west)

Wonen

Wonen

Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

B10 Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (hele regio)

Wonen

B11 Lintbebouwing veenweidegebied

Industrie

B12 Lintbebouwing Oude Rijn

Landbouw/natuur

Wonen Industrie Wonen

B13 Lintbebouwing op toemaakdek

Wonen

Wonen

Wonen

B14 Lintbebouwing Krimpenerwaard

Wonen

Wonen

Wonen

B15 Dijkbebouwing Krimpenerwaard

Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

B16 Lintbebouwing zeekleipolders

Industrie Wonen

WAB021671 - Bodemkwaliteitskaart WAB021671.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Midden-Holland

WSP 23 december 2022 pagina 28/40

Tabel 3.12 Toepassingseisen NEN-stoffen en OCB’s per combinatie (voorkomende) bodemfunctie- en bodemkwaliteitsklasse in de bovengrond conform het generieke kader van het Besluit. (vervolg)

VOORKOMENDE BODEMKWALITEITSZONE BODEMFUNCTIES*

TOEPASSINGSEIS NENSTOFFEN GENERIEK KADER BESLUIT BODEMKWALITEITSKLASSE BODEMKWALITEIT

Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte B17 Oude industrie

Industrie Wonen

B18 Lichte industrie en bedrijven

Industrie

B19 Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen

Industrie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13188692/2