2. Beantwoording tehnische vragen nav commissie 29 juni 22
Tekst van het document
Vragen CDA Fixi 29622
Wat is het % van die 69 % dat in 2 dagen opgelost is? -De 69% gaat over de terugkoppeling op de melding. Dit zegt dus niet dat de melding in 2 dagen is opgelost of afgehandeld. -Opgelost is geen status in Fixi en kunnen we niet op monitoren, we krijgen veel meldingen die niet opgelost kunnen/moeten worden. Afgehandeld is wel een status, in 2021 was de gemiddelde afhandeltijd 14 dagen.
Welke stappen gaat u zetten om tot een percentage van 98 % te komen en wanneer denkt u die 98 % bereikt te hebben? -We zijn momenteel bezig met een evaluatie van het gebruik van Fixi waar in we alle stappen in het proces onder de loep nemen. Hierin nemen we ook de servicenorm onder de loep.
(Ook WeWa heeft vragen over fixi gesteld. Het begrip afhandelen en oplossen is voor hen en ons niet duidelijk. In de vraag van Wewa staat dat de meldingen binnen 2 weken opgelost en afgehandeld worden. In uw antwoord spreekt u alleen over 2 dagen en hebt u het niet over oplossen. Kunt u dit toelichten?) -Fixi is een meldsysteem. Dit is bedoeld om de gemeente te attenderen op iets wat mis is in de openbare ruimte. Een gat in de stoep, een lichtmast die niet brand, een overvolle prullenbak. etc. De gemeente heeft geen verplichting om op een melding te acteren of te antwoorden. Wel heeft gemeente Waddinxveen voor meldingen een servicenorm in het leven geroepen. Deze luidt: U kunt 24 uur per dag via het formulier ‘meldingen openbare ruimte’ op onze website een melding openbare ruimte doen. Als u dat wilt, ontvangt u binnen 2 werkdagen een terugkoppeling van ons wat er met uw melding gebeurt. Dit betekent niet dat we binnen 2 dagen de melding oplossen. We beoordelen de melding op urgentie en geven binnen 2 werkdagen een terugkoppeling. Op deze terugkoppeling scoorden we afgelopen jaar 69%
Wat is het gemiddelde aantal dagen, van de 31 % meldingen die niet binnen 2 dagen afgehandeld zijn, dat nodig is om die 31 % af te handelen? -Dit is niet te monitoren. Wij monitoren of het binnen of buiten de norm valt, soms worden meldingen binnen 2 dagen beantwoord maar vallen ze wel buiten de norm. Zie ook het antwoord op de vraag hierna. Omdat de afhandeltijden/ duur tot de melding is opgelost heel wisselende termijnen hebben is monitoren niet haalbaar. Daarmee zouden we proberen appels met peren te vergelijken. Door ziekte, vacatures en andere afwezigheid lukt het ook niet altijd om binnen twee werkdagen te reageren opeen melding. Vandaar dat het percentage 69% is.
Laatste vraag
Wat is de langste tijd die een melder moet wachten op een oplossing op een melding: spreken we dan over 3 maanden of over een jaar?
-Dit is lastig te zeggen, op bepaalde meldingen die we krijgen word bijvoorbeeld een toezegging gedaan dat iets in de wintermaanden wordt uitgevoerd, als we deze meldingen in het voorjaar krijgen blijft een melding dus een half jaar openstaan. Voorbeelden hierbij zijn: een boom kabinet eerder gekapt worden dan buiten het broedseizoen. Als er een lantaarnpaal kapot is, moet er soms een nieuwe worden besteld, daar kan ook tijd overheen gaan. Als de afhandeling / oplossing van een melding meegenomen kan worden bij een regulier onderhoudsproject of via reguliere onderhoudscontracten wordt het daar meegenomen en dat kan ook een aantal maanden duren. Als we ieder geval individueel oplossen, zijn de kosten hoger, omdat ze dan niet binnengekomen onderhoudscontract passen, maar als meerwerk in rekening worden gebracht. Alleen bij gevaarlijke situaties schakelen we buiten dit soort reguliere werkzaamheden om.
Hierbij de antwoorden op de technische vragen van WeWa over de boa’s. In de beantwoording zijn vraag 1 en 2 samengenomen.
1. Hoe is dit gegaan? 2. Op welke manier? Door de eigen waarneming van de boa’s en via de informatiebronnen zoals FIXI en rapportages van de wijk/jeugdagent zijn de locaties in beeld gebracht waar jongeren elkaar regelmatig ontmoeten en/of sprake is van door de omgeving ervaren overlast. Door gericht te surveilleren op deze locaties is er contact gelegd met de jeugd. Zoals in de jaarrekening wordt aangegeven is er daarbij aandacht geweest voor het opbouwen van vertrouwen en de bekendheid van de boa’s.
3. Met welke jeugd? Dit betreft met name de jeugd waarover in 2021 meldingen van overlast zijn binnengekomen, maar ook jeugd die elkaar op een ontspannen wijze opzoekt in de vrije tijd. De jeugd bestaat voornamelijk uit jongeren tussen de 14 en 18 jaar afkomstig uit Waddinxveen.
4. En wat is de vervolgstap? Met de structurele uitbreiding in 2022 van het aantal boa’s naar 4 zijn we als gemeente beter in staat om het toezicht en handhaving verder door te ontwikkelen. Dat betekent wat betreft de jeugd het verder versterken van de contacten met de jeugd, onder andere in nauwe samenwerking met het jeugd- en jongerenwerk. Maar ook door het geven van voorlichting op scholen.
Vragen D66 De OAB middelen zijn dit jaar niet volledig uitgegeven. Het antwoord op de technische vragen hierover van CDA en PCW riepen bij ons meer vragen op. 1. Waarom zijn deze middelen ingezet voor de taalklas van vluchtelingen? 2. Is hiervoor niet een aparte pot geld beschikbaar?
3. Wat is de reden dat de gelden in 2021 niet volledig zijn benut? 4. En, wat gaat de wethouder eraan doen om te zorgen dat alle kinderen gelijke kansen krijgen door het beschikbare budget volledig te laten benutten?
Antwoord: 1. Er zijn nog geen middelen ingezet voor de Taalklas. Er staat wel een bedrag voor geboekt. Financiering verloopt via het Rijk per vier leerlingen. Om de Taalklas rendabel te houden heeft deze minimaal 12 leerlingen nodig. Indien het aantal leerlingen hieronder zakt springt de gemeente (voor schooljaar 2022-2023) bij. Het gaat dus om een garantiestelling. De OAB ligt dan voor de hand. Vluchtelingenkinderen krijgen namelijk een jaar lang taalonderwijs omdat ze zonder taalonderwijs een te grote (onderwijs)achterstand hebben om in het reguliere onderwijs mee te draaien. Sommige kinderen zijn zelf nog niet naar school geweest, en hebben intensieve begeleiding nodig om op termijn te kunnen functioneren in een klas. 2. Financiering voor de Taalklas gaat via het Rijk. De garantiestelling die de gemeente afgeeft wordt geboekt als risico. Het staat dus niet vast of dit geld ook daadwerkelijk hiervoor wordt ingezet. 3. In 2021 hebben we € 496.000 ontvangen en € 431.000 uitgegeven. De onderbesteding op de OAB heeft met name in de periode 2018-2020 plaatsgevonden. Het betreft een totaalbedrag van € 349.000 aan niet uitgegeven middelen. 4. De gemeente doet haar uiterste best om de overgebleven middelen in te zetten ter bestrijding van onderwijsachterstanden. De volgende uitgaven staan in de planning (bij benadering):
Overgebleven middelen:
349k
Subsidie 2021
15k
Subsidie 2022:
140k (tot dusver)
Alert4You
55k
Totaal:
210k
De subsidies zijn de gelden die de scholen hebben aangevraagd om onderwijsachterstanden terug te dringen.
In 2022 hebben we 520k aan OAB gekregen. Dat is 120k meer dan vorig jaar. De helft van de 520k kunnen we meenemen naar 2023. Naar schatting hebben we dit jaar 330k aan “vaste lasten”, dus dan blijft 190k over om eventueel mee te nemen. Maar dat is een schatting, want de uitkering is nog niet definitief. Dat komt pas met de septembercirculaire of decembercirculaire.
Garantiestelling Taalklas: 77k (indien er geen andere dekking voor kan worden gevonden, anders uit OAB 2022)
Subsidiebedragen zijn per benadering. Beoordeling en beschikking moet namelijk nog plaatsvinden. Daadwerkelijke bedragen kunnen dus nog afwijken.