1a Memo Financiële uitgangspunten warmtetransitie Startbuurt GVPH
Tekst van het document
Memo: Van: College Aan: Gemeenteraad Waddinxveen Datum: 28 januari 2025 Onderwerp: Financiële uitgangspunten warmtetransitie Startbuurt GVPH Inleiding Op woensdag 2 oktober is de raad bijgepraat op het thema warmtelevering in de startbuurt Groenswaard, Vondelwijk en Peter Zuidlaan en Horstenbuurt (hierna Startbuurt GVPH). We concludeerden dat de stakeholders in de startbuurt, zoals Woonpartners, de VvE’s en de particuliere woningeigenaren over voldoende informatie moeten beschikken om een voorwaardelijke voorkeursuitspraak (all electric of warmtenet) te kunnen doen. Deze informatie bestaat uit de gevolgen voor de woning, de financiële impact en de bronnenstrategie en de bestuursvorm indien een warmtenet de voorkeur heeft. De bijbehorende bijlage Financiële uitgangspunten warmtetransitie Startbuurt GVPH is gericht op de financiële impact van de warmtetransitie op de eigenaar en eindgebruiker. In de commissievergadering van 5 november is door wethouder Brigitte Leferink toegezegd dit document met u te delen. De Financiële uitgangspunten warmtetransitie Startbuurt GVPH geeft de financiële gevolgen weer voor de startbuurt (van gas naar een andere oplossing) Als gemeente willen wij onze stakeholders informeren over de financiële impact van de warmtetransitie in de Startbuurt GVPH.
We vinden het belangrijk dat alle stakeholders een duidelijk overzicht hebben van de kosten van beide overgangen (all electric en warmtenet) afgezet tegen de kosten die men nu heeft bij het gebruik van aardgas, zodat men goed afgewogen een voorkeursuitspraak kan doen. De opgestelde bijlagen (gebaseerd op landelijke energiecijfers en kengetallen - die onafhankelijk zijn gecheckt - en twee haalbaarheidsonderzoeken naar een warmtenet in Waddinxveen) geven; 1. het gewenste inzicht in de financiële gevolgen van de warmtetransitie voor de eigenaar en eindgebruiker; 2. beantwoorden de belangrijkste financiële vragen rondom maandelijkse lasten en investeringen en 3. helpen bij het vaststellen van de financiële voorwaarden die de stakeholders stellen aan een warmtenet. Inwoners van de startbuurt spreken een voorkeur uit De stakeholders spreken in het voorjaar van 2025 hun voorkeur uit voor een all electric of warmtenet overgang. Dit financieel vergelijk ondersteunt hen bij het maken van die afweging. Dit financieel vergelijk is een berekening op basis van de cijfers die de gemeente op dit moment voorhanden heeft. Het is geenszins een voorlopig of definitief aanbod van de gemeente aan de eindgebruikers. Dit is immers de taak van een warmtebedrijf nadat dit geselecteerd is, mocht een warmtenet de voorkeur zijn van de stakeholders in de Startbuurt GVPH.
Ook is de weergave geen definitieve uitkomst van het all electric alternatief. Zo zou een collectieve inkoopactie in geval van warmtepompen, de prijs kunnen beïnvloeden. Ongeacht de voorkeur in de startbuurt stelt de gemeente een (wijk)uitvoeringsplan op. Dit is een beleidsdocument dat beschrijft hoe een buurt of wijk aardgasvrij wordt.
Indien voldoende draagvlak wordt uitgesproken voor een warmtenet dan wordt een warmtebedrijf geselecteerd om het warmtenet te ontwikkelen. Dit warmtebedrijf gaat een aanbod doen aan de stakeholders in de startbuurt. De gemeente vraagt het warmtebedrijf dan een aanbod te doen binnen de uitgangspunten, zoals gesteld in de ‘financiële uitgangspunten warmtetransitie GVPH’. Een daadwerkelijke realisatie van het warmtenet volgt enkel indien voldoende stakeholders in de Startbuurt GVPH ingaan op het aanbod van het warmtebedrijf. In het document ‘Financiële uitgangspunten warmtetransitie GVPH’ staan financiële uitgangspunten Om een goede vergelijking te maken tussen een overgang naar all electric of een warmtenet is het noodzakelijk om een aantal financiële uitgangspunten vast te stellen voor een warmtenet. De belangrijkste uitgangspunten zijn: 1. Tarieven (vastrecht en een GJ tarief) voor een warmtenet. 2. De eenmalige aansluitbijdrage per woning of gebouw. Voor een warmtepomp is dit niet nodig aangezien hier gebruik kan worden gemaakt van kengetallen. Welke conclusies kunnen we trekken? Uit het document ‘Financiële uitgangspunten warmtetransitie GVPH’ kunnen we de volgende conclusies trekken: Een woning aangesloten op het warmtenet heeft maandelijkse lasten van € 213 per maand, zonder reservering herinvestering (de aansluitbijdrage voor een warmtenet is namelijk eenmalig).
Een woning met een warmtepomp heeft maandelijkse lasten van € 289 per maand, die mede worden veroorzaak door de reservering herinvestering (na 15 jaar dient de warmtepomp namelijk vervangen te worden). Door te werken met een percentage van de maximale ACM tarieven is het mogelijk om de maandelijkse lasten van een woning niet te laten stijgen ten opzichte van verwarmen met aardgas. Echter hoe lager dit percentage ligt (en daarmee de maandelijkse lasten) hoe hoger de eenmalige aansluitbijdrage zal zijn. Het is gebruikelijk dat de warmtetarieven jaarlijks worden geïndexeerd aan de hand van een indexatieformule die op werkelijke kosten van het warmtebedrijf is gebaseerd. Denk hierbij aan lonen, materialen en energieprijzen. De totale kosten over 30 jaar zijn bij een warmtepomp € 136.500. De totale kosten over 30 jaar zijn bij een warmtenet € 117.600. Opmerking: om de warmtetransitie te realiseren kan de gemeente vanaf januari 2026 de aanwijsbevoegdheid inzetten (via de inwerkingtreding van de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie).
Financiële uitgangspunten voor een warmtenet Het document ‘Financiële uitgangspunten warmtetransitie Startbuurt GVPH’ is naast het financiële vergelijk tussen de all electric en warmtepomp overgang ook bedoeld om de financiële uitgangspunten vast te stellen voor het geval een warmtenet de voorkeur heeft en de gemeente een warmtebedrijf moet aanwijzen. Aanbevolen
wordt de volgende uitgangspunten mee te nemen bij de aanwijzing van een warmtebedrijf: a) We streven ernaar dat 100% van de eindgebruikers bij hun overstap op warmte niet meer betaalt dan in hun huidige situatie met aardgas. Hierbij; o gaat minimaal 85% van de eindgebruikers vanaf de start van de warmtelevering er niet op achteruit (dus gaat maandelijks niet meer betalen dan in hun huidige situatie met aardgas); o voor de maximaal 15% van de eindgebruikers die er mogelijk wel op achteruit gaan, wordt een ingroeiregeling over 3 jaar uitgewerkt. Om dat te borgen kijken we op het moment van start levering naar de gasreferentie. Daarmee wordt het warmtetarief bepaald op warmtekavelniveau. b) De warmtetarieven worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexatieformule (gebaseerd op werkelijke kosten). c) We streven naar een aansluitbijdrage van maximaal € 6.000 per woning (prijspeil 2024). Indien een all electric overgang (met warmtepomp) de voorkeur heeft, dan is dit niet nodig, dan wordt gerekend met kengetallen (prijzen van installateurs). Verdere planning en actiepunten Planning heden-feb 2025 Feb-apr 2025 Mrt-apr 2025
Actie De gemeente bespreekt met Woonpartners de informatie rondom de warmtetransitie. De stakeholders in de startbuurt GVPH worden geïnformeerd over de financiële impact van de warmtetransitie. De stakeholders in de startbuurt GVPH doen een voorwaardelijke voorkeursuitspraak voor een overgang op all electric of een aansluiting op een warmtenet.