CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1: Meerjarenbegroting 2024-2027 BSGR

Besluitvormende raadsvergadering 31 mei 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Zienswijze begroting 2024-2027 Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland20.527 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

4 alinea's met “financiën”: 104 159 191 440

Begroting 2024-2027

Begroting 2024-2027

2

Inhoudsopgave Inleiding ..................................................................................................................................... 3 Opbouw meerjarenbegroting ..................................................................................................... 4 Indeling programmabegroting ................................................................................................ 4 Beleidsbegroting..................................................................................................................... 4 Programmaplan ......................................................................................................................... 6 Dienstverlening naar inwoners en bedrijven .......................................................................... 8 Financieel beleid .................................................................................................................... 9 Programma 1: Heffen ........................................................................................................... 10 Programma 2: Informatie & Inning ...................................................................................... 14 Programma 3: Waarderen.....................................................................................................

18 Programma 4: Overhead....................................................................................................... 23 Algemene dekkingsmiddelen ............................................................................................... 24 Paragrafen ............................................................................................................................... 26 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................................... 26 Financiering & treasury ........................................................................................................ 30 Verplichte kengetallen.......................................................................................................... 32 Bedrijfsvoering ..................................................................................................................... 33 Financiële begroting ................................................................................................................ 40 Inleiding ............................................................................................................................... 40 Overzicht Baten en lasten .....................................................................................................

41 Geprognosticeerde Balans .................................................................................................... 44 Meerjaren-investeringsplanning ........................................................................................... 45 Overzicht reserves en voorzieningen ................................................................................... 45 BTW Compensatie ............................................................................................................... 46 Bijlage 1: Overzicht baten en lasten 2023 conform Iv3 matrix ............................................... 47 Bijlage 2: Kerngegevens .......................................................................................................... 48 Bijlage 3: Deelnemersbijdragen 2023-2026 ............................................................................ 49 Bijlage 4: Baten en lasten 2023 per taakveld verdeeld over de programma’s ........................ 50 Bijlage 5: Baten en lasten 2023 per taakveld verdeeld over de programma’s per deelnemer 51

Begroting 2024-2027

3

Inleiding Voor u ligt het voorstel voor de begroting 2024-2027 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR). Eerder is de aan deze begroting ten grondslag liggende meerjarenbegroting 2023-2026 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Hierna is de begroting aan de raden c.q. de verenigde vergadering van de deelnemers voorgelegd, waarbij hen gevraagd is hun zienswijzen ten aanzien van het beleid van de BSGR kenbaar te maken. Tenslotte is de definitieve programmabegroting en het programmaplan – met inachtneming van mogelijke zienswijzen van de deelnemers – definitief door het algemeen bestuur in haar vergadering van 23 juni 2022 vastgesteld. De vastgestelde begroting en de zienswijzen zijn ter kennisname van Provinciale Staten van Zuid-Holland gebracht. Voor het begrotingsjaar 2024 wordt vooralsnog geen taakstelling verwacht ten opzichte van 2023. De indexering van de deelnemersbijdrage 2024 ten opzichte van 2023 is voorlopig bepaald door de indexatie voor lonen en prijzen o.b.v. de verwachting prijs overheidsconsumptie van het CPB in de septembercirculaire. Het stijgingspercentage is voor lonen (de Prijsoverheidsconsumptie werknemers beloning werknemers) 6,4% (met een gecorrigeerde indexering van 2,5%) en prijzen (de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) 9,0% (met een gecorrigeerde indexering van 6,6%).

De meerjarenbegroting bestaat uit het hoofdstuk opbouw meerjarenbegroting waarin de kaders van de begroting uiteen worden gezet, een hoofdstuk waarin het programmaplan nader wordt uitgewerkt met specificering naar de individuele programma’s, de paragrafen waarin een toelichting wordt gegeven op de aanwezige risico’s en bedrijfsvoeringelementen en afsluitend de financiële begroting naar economische kostencategorieën. In bijlage 4 wordt de deelnemersbijdrage 2024-2027 gepresenteerd.

Begroting 2024-2027

4

Opbouw meerjarenbegroting Indeling programmabegroting De programmabegroting bestaat uit verschillende onderdelen, die in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) door het Rijk zijn vastgesteld. Het zijn de beleidsbegroting, met daarin het programmaplan, de paragrafen en de financiële begroting. De verschillende onderdelen worden hieronder beschreven. Beleidsbegroting 1. Programmaplan In de begroting zijn de werkzaamheden van de Belastingsamenwerking verdeeld over vier programma’s namelijk: programma 1 – Heffen programma 2 – Informatie & inning programma 3 – Waarderen programma 4 – Overhead (voorheen Directie en bedrijfsvoering) Daarnaast wordt er aandacht besteed aan de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien. Bestaande programma-indeling met verantwoording overhead x € 1.000 Jaarrekening 2022 Lasten

Programma Heffen Programma Informatie & Inning Programma Waarderen Programma Overhead Algemene dekking en onvoorzien Totaal Lasten Baten Programma 1 - Heffen Programma 2 - Informatie & Inning Programma 3 - Waarderen Programma 4 - Overhead Algemene dekking en onvoorzien Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Mutaties reserves Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Saldo mutaties reserves Resultaat na bestemming

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2023 2024 2025 2026 2027 Primitief na wijziging maart 2023 3.161 3.218 3.606 3.752 3.752 3.752 3.752 2.905 2.867 2.980 3.162 3.162 3.162 3.162 4.703 5.013 5.155 5.509 5.509 5.509 5.509 3.435 2.949 3.532 3.437 3.423 3.541 3.439 -4 109 109 109 109 109 109 14.200 14.156 15.381 15.968 15.954 16.072 15.970

-3.161 -2.905 -4.663 -3.435 118 -14.046 154

-3.218 -2.867 -5.013 -2.949 -109 -14.156 0

-3.606 -2.980 -5.155 -3.532 1.057 -14.216 1.165

-3.752 -3.162 -5.509 -3.437 -109 -15.968 0

-3.752 -3.162 -5.509 -3.423 -109 -15.954 0

-3.752 -3.162 -5.509 -3.541 -109 -16.072 0

-3.752 -3.162 -5.509 -3.439 -109 -15.970 0

0 0 -240 -240 -86

0 0 0 0 0

0 0 0 0 1.165

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

De indeling per programma is gelijk. In elk programma wordt antwoord gegeven op de ‘3W-vragen’: 1. Wat willen we bereiken aan maatschappelijke effecten? 2. Wat gaan we daarvoor doen? 3. Wat gaat dat kosten? Omdat de BSGR een uitvoeringsorganisatie is, zullen de maatschappelijke effecten zich vooral vertalen in de te verwachten productie die voor de deelnemers gedraaid zal worden en de kwaliteit van die productie. Bij de ontwikkeling van besturingsinstrumentarium zijn de deelnemers betrokken. De sturingselementen zijn vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst.

Begroting 2024-2027

5

De kosten van een programma worden weergegeven door middel van een tabel, waarin een aantal wettelijk voorgeschreven elementen verwerkt zijn: a. per programma c.q. productgroep de raming van de baten en lasten en het saldo; b. het geraamde resultaat voor bestemming; c. de mutaties in de reserves per programma (een + is een storting, een – is een onttrekking); d. het geraamde resultaat na bestemming volgend uit de onderdelen b. en c. De tabel is opgebouwd uit jaarschijven. Aanmerkelijke verschillen tussen de verschillende jaarschijven worden toegelicht. In de Regeling financieel beheer is opgenomen dat in de begroting een overzicht gegeven wordt van de producten, respectievelijk diensten en de daarmee samenhangende baten en lasten. Voor deze begroting wordt volstaan met de opmerking dat de programma-indeling overeenstemt met het productenoverzicht. Paragrafen In de paragrafen wordt aandacht besteed aan een aantal financiële en bedrijfsmatige onderwerpen die dwars door het beleid van de programma’s heen lopen. De onderwerpen – die het Rijk vanaf 2004 in de programmabegroting verplicht stelt en welke van toepassing zijn op de BSGR zijn: ➢ de bedrijfsvoering; ➢ het weerstandsvermogen (de mate waarin tegenvallers financieel kunnen worden opgevangen); ➢ financiering (lenen en uitzetten van geld). 2.

Financiële begroting In de financiële begroting wordt de financiële positie van de BSGR toegelicht en een meerjarig overzicht van inkomsten (baten) en uitgaven (lasten) gegeven. Daarnaast bevat dit onderdeel de investeringsplanning en een overzicht van de reserves en voorzieningen. Op basis van de te verwachten ontwikkelingen wordt er in maart 2023 een begrotingswijziging over 2023 aangeboden. Bij de besluitvorming over de jaarrekening 2022 zal aan het bestuur formeel worden voorgesteld het resultaat 2022 geheel ten gunste van het eigen vermogen te brengen. 5% van de lasten van de begrotingswijziging 2023 is € 769K. Het eigen vermogen komt met de dotatie van het rekeningresultaat uit op € 781K. € 12K teruggeven aan de deelnemers bij een zeer groot begrotingstekort over 2023 lijkt niet opportuun.

Begroting 2024-2027

6

Programmaplan Strategie Vanaf de operationele start van de BSGR in 2011 is er hard gewerkt om op het huidige zeer optimale prijs-kwaliteitsniveau te komen waarop de organisatie nu presteert. Het verkrijgen van de ISAE3402 type 2 verklaring, een waarborg voor de validiteit en betrouwbaarheid van de belastingprocessen is daar een voorbeeld van. Tot op heden is de BSGR nog steeds de enige belastingorganisatie in Nederland die in het bezit is van deze type 2 kwalificatie. Ook voor de komende jaren zal het behoud van deze certificering centraal staan. Immers, ieder jaar zal opnieuw moeten worden getoetst of de BSGR aan de hoge standaarden van deze certificering blijft voldoen. Certificering is daarmee een belangrijk “unique selling point” in de aansluiting van nieuwe deelnemers bij de BSGR. Deze certificering is des te meer van belang doordat met betrekking tot de belastingrapportage volstaan wordt met uitsluitend de ISAE3402 rapportage. Om interessant te blijven voor de huidige en nieuwe deelnemers is een optimale prijs-kwaliteit verhouding essentieel. Continue aandacht voor kostenreductie blijft noodzakelijk, waarbij de kwaliteit van de dienstverlening door de BSGR minimaal op hetzelfde niveau blijft.

Door de druk van kostprijsreductie en verdergaande ontwikkelingen in de werkzaamheden, waarbij voor de individuele medewerker een verschuiving plaatsvindt van data-entry naar meer inzicht en analytische vaardigheden, blijft de aandacht uitgaan naar een voortzetting van het maken van een verdere kwaliteitsslag met het personeel. Het ingezette traject naar een meer zakelijke en bedrijfsmatige cultuur wordt dan ook voortgezet. Een belangrijk kenmerk van de BSGR is dat de prijs van haar producten gedetailleerd kan worden doorgerekend. De door het Algemeen Bestuur van de BSGR vastgestelde kostprijsmethodiek speelt daarbij een grote rol. De kostprijsmethodiek wordt gebruikt voor het verkrijgen van inzicht in de kostenstructuur van de BSGR en kan worden gebruikt als sturingselement voor de BSGR zelf, als berekeningsmethodiek voor potentiele nieuwe deelnemers en als basis voor de kostenverdeling tussen de deelnemers onderling. Element in de prijs-kwaliteit verhouding is tevens de verhouding tussen harmonisatie en standaardisatie enerzijds versus maatwerk anderzijds. Harmonisatie en standaardisatie van uitvoering is elementair in een grootschalig productieproces en feitelijk een randvoorwaarde voor toetreding tot de BSGR.

Te denken valt hierbij aan bijvoorbeeld betaaltermijnen, betaalwijzen (bijvoorbeeld automatische incasso’s vanaf een bepaald bedrag), combineren van aanslagen en dergelijke. Harmonisatie en standaardisatie van het belastingbeleid is qua kostenefficiency wenselijk, echter qua politieke beleidsvrijheid lastig te realiseren. Deze politieke beleidsvrijheid heeft echter wel een prijs, welke met het kostprijscalculatiemodel berekend kan worden. Het streven naar harmonisatie staat de mogelijkheid daarmee niet in de weg dat de BSGR ook maatwerk aan haar deelnemers kan en wil leveren. In dat geval zal de BSGR voor de betreffende deelnemer inzichtelijk maken wat daarvan de kosten zijn ten opzichte van het afnemen van een geharmoniseerd product. Uitgangspunt is daarbij wel dat de deelnemer de integrale kosten voor maatwerk betaalt. Daarbij dient niet onvermeld te blijven dat de BSGR, volgens het principe van kostprijscalculatie (KPC), begroot op basis van voorcalculatie en afrekent op basis van nacalculatie. Voor de komende jaren speelt hierbij wel dat onze softwareleverancier haar diensten gestandaardiseerd gaat aanbieden in een SaaS omgeving. Maatwerk via API’s is daarbij een optie, echter de kosten hiervoor zullen worden doorberekend aan de opdrachtgever.

Deze standaardisering raakt dan overigens niet alleen belastingkantoren maar ook individuele gemeenten en waterschappen die de belastingtaak nog zelf uitvoeren. In samenwerking met andere belastingkantoren en onze softwareleverancier wordt wel getracht zoveel mogelijk gedeelde klantwensen in te bouwen in deze standaard. Onze software leverancier heeft daarbij wel aangegeven dat de verdere ontwikkeling van de SaaS applicatie, mede als gevolg van ontwikkelingen en grote tekorten op de arbeidsmarkt, vertraging oploopt. Insteek van Centric is voorjaar 2023 meer inzicht te hebben in de voortgang van deze ontwikkeling. Duidelijk is daarnaast wel dat de BSGR als uitvoeringsorganisatie als gevolg van externe factoren de kosten de komende jaren zal zien oplopen. Was het enkele jaren geleden nog de verwachting dat

Begroting 2024-2027

7

digitalisering en basisregistraties (die momenteel nog verre van optimaal functioneren) zouden leiden tot meer efficiency en lagere kosten, dan laat de praktijk inmiddels het tegenovergestelde zien. Het ontbreken van geautomatiseerde terugmeldvoorzieningen in meerdere basisregistraties leidt zelfs tot veel meer handwerk en daarmee hogere personele kosten en gooit ons feitelijk “terug in de tijd”. Het stellen van zeer hoge eisen aan beveiliging en privacy binnen deze digitaliseringsgolf is daarbij een extra kostenverhogende factor. Hogere kosten zullen ook het gevolg zijn als bevragingen bij de bron vanuit de Common Ground gedachte per eenheid getarifeerd gaan worden zoals dat ook nu ook al geldt voor de inzage/opvragingen via Digid en de Berichtenbox waardoor het digitaal versturen van aanslagen inmiddels aanzienlijk duurder is dan het verzenden van aanslagen per fysieke post. Deze ontwikkelingen worden momenteel beïnvloed en vertraagd door tekorten op de arbeidsmarkt. Opschaling van het aantal deelnemers kan in deze context niet alleen kostenvoordelen bieden maar kan ook voorzien in de steeds hogere eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de medewerkers en het ‘in control” zijn van de interne organisatie. De eisen die gesteld worden aan informatiebeveiliging en privacy vormen daar een onderdeel van.

De hiervoor benodigde kennis en expertise is gebaat bij meer schaalgrootte. Ook de toenemende vergrijzing binnen belastingorganisaties dwingt ons feitelijk de mogelijkheden voor schaalvergroting te onderzoeken. Kennis van lokale belastingen wordt landelijk meer en meer een schaars goed. Belastingorganisaties zullen daarom nog nadrukkelijker moeten gaan samenwerken. Overigens zal de komende jaren het continuïteitsaspect gezien de vergrijzing, krappe arbeidsmarkt en erosie van belastingkennis mogelijk gaan prevaleren boven het financiële aspect. De uitdijende werking van steeds ingewikkelder wet- en regelgeving waarvoor de uitvoeringscapaciteit zowel kwalitatief als kwantitatief te beperkt is maken dit continuïteitsissue nog nijpender. Tot voor kort speelde de aanname dat de taken van belastingkantoren (fors) geraakt zouden kunnen gaan worden door de discussie over de integratie van de objectenregistraties BAG, WOZ en BGT in een samenhangende objectenregistratie (SOR). De verwachting is nu dat de WOZ geen integraal onderdeel zal gaan uitmaken van de SOR. Slechts een aantal elementen van de WOZ zullen mogelijk hiervan onderdeel gaan uitmaken, maar veel is nog onzeker. Worden belastingkantoren minder geraakt door de ontwikkelingen inzake de SOR, dit gaat niet op voor de steeds verdergaande mogelijkheden voor burgers om bezwaar te maken tegen genomen overheidsbesluiten.

Naar verwachting zal het vanaf 1 januari 2024 waarschijnlijk ook mogelijk worden om formeel bezwaar aan te tekenen tegen het niet toekennen van een kwijtscheldingsverzoek. De verwachting is dat hiermee een nieuwe doelgroep voor no cure no pay bureaus gaat ontstaan. Gezien de grote aantallen kwijtscheldingsverzoeken waar belastingkantoren mee te maken hebben zal dit een fors opstuwend effect op het volume van kostenvergoedingen kunnen hebben. De gevolgen van de coronacrisis zullen dit effect alleen maar versterken. Vraag is uiteindelijk dan ook of het al dan niet verlenen van kwijtschelding het meest effectieve instrumentarium is in het armoedebeleid van overheidsorganisaties. Temeer daar de wettelijk vastgestelde regels rond kwijtschelding niet altijd degenen helpen met de laagste netto besteedbare inkomens voor wie kwijtschelding toch feitelijk bedoeld zou moeten zijn. De BSGR ziet daarmee de komende jaren een additionele golf van no cure no pay bezwaren op zich afkomen. En dit terwijl de WOZ bezwaren ook meer en meer worden ingediend door no cure no pay buro’s. Naast de kostenvergoedingen is hier ook steeds meer personele capaciteit voor benodigd aangezien de behandeling van een bezwaar ingediend door een no cure no pay bedrijf drie tot vier maal zoveel capaciteit vraagt als een bezwaar dat door de burger zelf wordt ingediend.

De taken rondom de wet WOZ kunnen zo landelijk tot grote uitvoeringsproblemen leiden. Begin maart 2023 is door 15 belastingkantoren een brief gestuurd aan staatssecretaris Van Rij, waarin zij de noodklok luiden en aangeven dat het punt waarop het WOZ systeem vastloopt dicht genaderd is. De grenzen van de bedrijfsvoering zijn bereikt. Vlak na de verzending van de brief is door staatssecretaris Van Rij aangegeven dat hij voornemens is de proceskostenvergoeding nog uitsluitend toe te laten komen aan de woningbezitter, waarbij tevens de hoogte van de vergoeding naar beneden wordt

Begroting 2024-2027

8

aangepast. Nog voor de zomer wilt hij hierover een voorstel naar de Tweede Kamer zenden. Of dit reeds voor 2024 gaat leiden tot lagere proceskostenvergoedingen is maar zeer de vraag. Deze ontwikkelingen overziende maakt de BSGR zich grote zorgen over de kostenontwikkeling. De begroting 2023 is gemaakt nog vóór de grote energiecrisis en de oplopende prijzen. De begrotingswijziging 2023 van dit voorjaar zal daarom ook een fors tekort laten zien. Voor 2024 en verder zal hiervan in mindere mate sprake zijn indien ook de areaaluitbreidingen van onze deelnemers meegenomen mogen worden in de financiële prognoses. Tot op heden heeft de BSGR namelijk een groot deel van deze groei binnen haar eigen begroting geabsorbeerd. De rek is hier nu echter uit temeer ook grote verplichte investeringen uit de lopende begroting zijn gefinancierd. Dienstverlening naar inwoners en bedrijven In 2019 heeft de BSGR met haar deelnemers een geactualiseerde Dienstverleningsovereenkomst (DVO) afgesloten (tekst vastgesteld door het dagelijks bestuur van de BSGR op 21 maart 2019). In de DVO zijn met de deelnemers afspraken gemaakt over de dienstverlening van de BSGR. Enerzijds naar de deelnemers zelf (wat mogen de deelnemers zelf van de BSGR verwachten) en anderzijds naar de inwoners en bedrijven van het verzorgingsgebied (wat mogen zij, op basis van afspraken tussen de deelnemer en de BSGR, verwachten).

De BSGR beoogt de huidige tekst van de DVO komend jaar met haar deelnemers door te spreken zodat deze gelijktijdig met de aanpassingen die in de tekst van de gemeenschappelijke regeling van de BSGR moeten worden doorgevoerd als gevolg van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen uiterlijk in 2024 kunnen worden geëffectueerd. Daarnaast wordt ook nog in andere regelingen, zoals het Besluit gegevensverstrekking, invulling gegeven aan de dienstverlening naar de deelnemers. De hierin vastgelegde gegevensleveringen zijn afgelopen jaar aan de deelnemers ter evaluatie voorgelegd. Dit heeft nog niet geleid tot enige aanpassing in het Besluit. In de praktijk blijkt wel dat er zich toch mogelijk situaties kunnen voordoen waarbij het ruimer delen van bij de BSGR beschikbare gegevens werkzaamheden voor een deelnemer kan vereenvoudigen, bijvoorbeeld op het gebied van controles. Komend jaar zal dit verder met de deelnemers worden besproken. Voor wat betreft de dienstverlening naar inwoners en bedrijven is deze in de DVO geconcretiseerd in afspraken over kwaliteitsaspecten. Hierover wordt twee keer per jaar aan de deelnemers gerapporteerd te weten in de 8-maandsrapportage en de jaarlijkse belastingrapportage.

In de afgelopen jaren heeft de BSGR al op verschillende manieren de dienstverlening naar de inwoners en bedrijven verbeterd en/of uitgebreid op het gebied van bereikbaarheid, communicatie en betalingsmogelijkheden. Ingaande 2022 is bijvoorbeeld het maximale grensbedrag waarbij gebruik mag worden gemaakt van het maximum aantal betaaltermijnen (acht) bij automatische incasso verhoogd van € 5.000,- naar € 10.000. De deelnemers hebben hun belastingverordeningen hierop aangepast. Onderwerp van discussie is nog wel de vraag of ook het maximum aantal betaaltermijnen bij automatische incasso ongewijzigd moet blijven. Tenslotte zal de BSGR, daar waar mogelijk binnen de wettelijke, technische en financiële kaders, blijven streven naar een verdere verbetering van haar service aan haar klanten. Zo heeft de BSGR in 2022 in het kader van de Vroegsignalering de digitale toegang tot individuele dossiers beschikbaar gesteld, zodat sociale wijkteams van de aan de BSGR deelnemende gemeenten inzage kunnen hebben in bij de BSGR openstaande belastingschulden van individuele belastingplichtigen. Alhoewel de BSGR continu zal blijven zoeken naar mogelijkheden om haar dienstverlening te verbeteren, wordt hierbij wel uitdrukkelijk de kanttekening geplaatst dat bij eventuele begrotingstekorten in de komende jaren het juist de dienstverlening zal zijn die ‘geraakt’ wordt.

Dit wordt veroorzaakt doordat de BSGR voornamelijk wettelijke taken uitvoert waarop, gezien het al zeer lage kostenniveau van de BSGR en de steeds verder toenemende druk van strengere wettelijke eisen o.a. op het gebied van aanbesteding, archivering, ict, privacy en verantwoording, niet verder kan worden bezuinigd. Ook de huidige zeer krappe arbeidsmarkt heeft gevolgen voor de dienstverlening, zelfs voor het op peil houden van het huidige niveau.

Begroting 2024-2027

9

Daarnaast zal ontegenzeggelijk de huidige tsunami aan WOZ-bezwaarschriften gevolgen gaan hebben voor het dienstverleningsniveau als ingrepen van de Staatssecretaris niet uiterlijk per 1 januari 2024 zijn doorgevoerd. Financieel beleid Vanuit de bestuurlijke werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (FKGR) van de gemeenten in Hollands-Midden is er voor het begrotingsjaar 2024 geen taakstelling ten opzichte van 2023. De indexering van de deelnemersbijdrage 2024 ten opzichte van 2023 is bepaald door de indexatie voor lonen en prijzen o.b.v. de verwachting prijs overheidsconsumptie van het CPB in de septembercirculaire. Voor het begrotingsjaar 2024 wordt vooralsnog geen taakstelling verwacht ten opzichte van 2023. De indexering van de deelnemersbijdrage 2024 ten opzichte van 2023 is voorlopig bepaald door de indexatie voor lonen en prijzen o.b.v. de verwachting prijs overheidsconsumptie van het CPB in de septembercirculaire. Het stijgingspercentage is voor lonen (de Prijsoverheidsconsumptie werknemers beloning werknemers) 6,4% (met een gecorrigeerde indexering van 2,5%) en prijzen (de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) 9,0% (met een gecorrigeerde indexering van 6,6%). De algemene reserve mag, conform de geactualiseerde nota reserves en voorzieningen 2019, niet meer bedragen dan 5% van het totaal van de begrote lasten.

Op 25 juni 2020 is daaraan toegevoegd dat de minimumhoogte 3% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR zal bedragen. Onderstaand zal per programma de meerjarenbegroting nader worden toegelicht.

Begroting 2024-2027

10

Programma 1: Heffen Onderwerp Het programma Heffen omvat het tijdig, correct en volledig opleggen van zowel subject- als object gebonden aanslagen waterschapslasten en gemeentelijke heffingen. Dit is inclusief de vergaring en verwerking van de daartoe benodigde gegevens vanuit interne en externe bronnen (onder andere Basisregistraties en de door de gemeenten en het waterschap aan te leveren belastinggrondslagen). Daarnaast omvat het programma de activiteiten met betrekking tot het behandelen en afdoen van bezwaren tegen plicht en maatstaf. Tevens worden ingebrekestellingen wegens het uitblijven van een uitspraak binnen de wettelijke beslistermijn met betrekking tot deze bezwaren binnen het programma Heffen opgepakt.

Wat gaan we doen? Aanpassing belastingstelsel waterschapsheffingen Het huidige belastingstelsel van de waterschappen bevat enkele knelpunten. Begin 2020 heeft een stuurgroep onder leiding van voormalig staatssecretaris Menno Snel het voortouw genomen. Het voorstel van de stuurgroep kon op 11 december 2020 in de Ledenvergadering van de Unie van Waterschappen op unanieme steun rekenen. Op 25 februari 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het voorstel voor aanpassing van het belastingstelsel naar de Tweede Kamer gestuurd. De watersysteemheffing zorgt voor de middelen voor waterveiligheid en voldoende en schoon oppervlaktewater. Volgens de huidige systematiek moeten de waterschappen de kosten voor een belangrijk deel verdelen op basis van de waarde van gebouwen, grond en natuurterreinen. Het belangrijkste knelpunt van deze heffing is de onredelijke invloed die de hoge waarde van wegen en spoorwegen op de tarieven van de eigenaren van onbebouwde grond heeft. Hierdoor stijgen de kosten voor deze groep zonder dat er extra voorzieningen tegenover staan. Het voorstel van de waterschappen gaat uit van een model waarin de kosten op basis van gebiedskenmerken worden verdeeld. Het model geeft de algemeen besturen daarbij meer mogelijkheden dan nu om bij het verdelen van de kosten rekening te houden met specifieke omstandigheden in het gebied en met de taakuitoefening.

Toepassing leidt tot een gelijkmatiger ontwikkeling van de tarieven voor alle betalende categorieën. De waterschappen introduceren met deze voorstellen ook de mogelijkheid om te differentiëren in de tarieven voor de watersysteemheffing gebouwd. Die kent op dit moment één tarief voor eigenaren van woningen en eigenaren van niet-woningen. De WOZ-waarden van woningen is echter de afgelopen jaren veel harder gestegen dan de WOZ-waarden van niet-woningen. Met de mogelijkheid van tariefdifferentiatie kunnen de waterschappen binnen de categorie gebouwd tot een gelijkmatige lastenontwikkeling komen. Het is daarbij nadrukkelijk de bedoeling dat deze tariefdifferentiatie enkel voor deze toepassing wordt gebruikt. Ook de zuiverings- en verontreinigingsheffing worden aangepast. De zuiveringsheffing dekt de kosten van het zuiveren van rioolwater. De verontreinigingsheffing wordt in rekening gebracht als afvalwater rechtstreeks in oppervlaktewater wordt geloosd. Op basis van de huidige wetgeving moeten waterschappen mens- en milieubelastende stoffen gebruiken bij de laboratoriumanalyses voor het vaststellen van de vervuilingswaarde van het afvalwater van bedrijven. Dat willen de waterschappen niet meer. Daarom komen zij met een alternatief voor deze methode dat geen gebruik maakt van mensen milieubelastende stoffen. De impact van de wijzigingen voor de BSGR leek relatief beperkt te zijn.

Op basis van de laatste stand van zaken is de verwachting dat er toch automatiseringsaanpassingen moeten worden doorgevoerd. Daarnaast dient er aandacht te zijn voor de overgangsperiode waarin twee stelsels naast elkaar moeten worden geadministreerd. Het duurt in ieder geval nog tot 2025 voordat de wijzigingen geëffectueerd kunnen worden. Knelpunt hierbij wordt het aanpassen van automatisering. Ten eerste zijn er bij onze leverancier mogelijk onvoldoende resources aanwezig om alle wijzigingen die doorgevoerd moeten worden in dit tijdschema gereed te hebben. Ten tweede is er geen complete definitiestudie uitgevoerd waarin de specificaties waarmee de wijzigingen gepaard gaan vastgelegd zijn. Zolang er nog geen definitieve specificaties vrijgegeven zijn, zal er door een automatiseerder niet ontwikkeld worden.

Begroting 2024-2027

11

Daarmee zijn de financiële consequenties van deze wijziging op dit moment nog niet duidelijk en kunnen daarom nog niet in de begroting worden meegenomen. Belastingschuif naar gemeenten weer op de agenda Gemeenten krijgen mogelijk een groter eigen belastinggebied. In het op 15 december 2021 gepresenteerde coalitieakkoord staat dat het nieuwe kabinet de mogelijkheid daarvoor als optie bekijkt. Dat gebeurt dan in het kader van de uitwerking van een nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten en provincies. Die nieuwe bekostiging om tot een stabielere financiering van gemeenten en provincies te komen, is gepland voor de periode na 2025 en kan daarmee samen gaan lopen met de wijzigingen in de waterschapsheffingen. Naast het mogelijk ruimere eigen gemeentelijk belastinggebied, worden in de beschouwing ook alternatieven voor de onroerende zaakbelasting (ozb) betrokken. Inmiddels is voorzichtig sprake van het invoeren van een ingezetenenheffing, waarin mogelijk ook de ozb geïncorporeerd zal worden. In de kabinetsperiode 2021-2025 zal de financiering van de medeoverheden grotendeels volgens het coalitieakkoord worden vormgegeven via de bestaande systematiek: samen de trap op, samen de trap af.

Basisregistraties: een update Lag in voorgaande jaren de nadruk op de invoering en implementatie van een aantal basisregistraties, waaronder het Handelsregister en de LV WOZ, in de komende jaren zal de focus nadrukkelijk liggen op het beheer hiervan. De eerste beheertools zijn inmiddels ontwikkeld en in gebruik. Het (door)ontwikkelen van deze tools moet leiden tot een beheersituatie op de vakafdelingen. Er was sprake van een voorgestane wijziging van het informatiemodel van de LV WOZ. Na rijp beraad met de achterban is dit idee tijdelijk geparkeerd. De kosten voor IM-WOZ zijn dermate hoog dat ze niet in verhouding staan tot de verwachte revenuen. Ook Common-Ground heeft de afgelopen tijd weinig voortgang geboekt. Softwareontwikkelaars bleven de ontwikkelingen volgen maar hebben, op een enkeling na, geen stappen genomen om CommonGround te omarmen. De richting was te onduidelijk. Inmiddels heeft vanuit Common-Ground wel een heroverweging plaatsgevonden. Common-Ground moet een programma zijn voor en door álle gemeenten en niet van een enkele zoals nu het geval is. Er wordt van Common-Ground dan ook een project gemaakt, waarbij eenieder wordt betrokken. De basisregistratie Kadaster BRK 2.0 wordt uiterlijk in juli 2023 in gebruik genomen. De jaren erna zullen in het kader staan van het beheer van de nieuwe software die hiermee gepaard gaat.

Uiteraard zal er na implementatie gewerkt moeten worden aan de ontstane uitval. Ditzelfde geldt voor de basisregistratie HR, deze is eindelijk zover dat er echt mee gewerkt kan worden. We zetten nog vraagtekens bij de kwaliteit, alhoewel deze al beter is dan het Kamer van Koophandelbestand. Naast de basisregistraties spelen er op het vlak van ICT ook nog andere ontwikkelingen, zoals GDI en GGI die gevolgen gaan hebben voor de bedrijfsvoering binnen de afdeling Heffen. Werkprocessen zullen op een andere wijze moeten worden opgezet, mogelijk worden werkprocessen in de uitvoering gecompliceerder. De medewerkers zullen dan ook middels opleiding in staat moeten worden gesteld om de komende ontwikkelingen te kunnen blijven volgen. In ieder geval zullen door de complexiteit van het stelsel de kosten, in tegenstelling tot eerdere verwachtingen, op gaan lopen. Dat geldt niet alleen voor de kosten voor personeel, maar zeker ook voor de kosten van goed werkende software en beveiliging van gegevens. Beheer in de Cloud In steeds toenemende mate worden er door IT-bedrijven diensten aangeboden in de Cloud. Kostenbesparing en betrouwbaarheid zijn redenen voor de opmars van het gebruik van de Cloud en de komende jaren zal landelijk gezien het aantal diensten en oplossingen dat in de Cloud draait, alleen maar verder toenemen.

Ook onze softwareleverancier, Centric, gaat zijn software de komende jaren aanbieden vanuit de Cloud. Dat wil zeggen de software aanbieden middels een SaaS-oplossing (Software as a Service).

Begroting 2024-2027

12

Centric beoogde om eind 2023 alle software die zij nu aan overheden aanbiedt via een SaaS-oplossing beschikbaar te stellen. Deze doelstelling gaat door krapte op de arbeidsmarkt zeker niet gehaald worden. Pas een zeer klein gedeelte is momenteel op deze wijze operationeel voor lokale heffingen. De verwachting is dat er nog heel veel werk verzet zal moeten worden om alle software klaar te hebben voor gebruik in de Cloud. Voorjaar 2023 zal er door Centric meer duidelijkheid gegeven worden met betrekking tot de planning. De overgang naar SaaS heeft wel de nodige consequenties, zowel voor de variaties van de gehanteerde heffings-methodieken als op het personele vlak. De verwachting is dat: • Vanuit de Cloud een standaardpakket zal worden aangeboden. Standaardisatie van heffingstechnieken wordt de norm, waarbij voor eventueel maatwerk per organisatie afzonderlijk zal moeten worden afgerekend. De BSGR beoogt voor wat betreft de standaardisatie wel, in samenspraak met collega belastingkantoren, de nodige inspraak hierin te krijgen, zodat bestaand maatwerk deels toch in de standaard kan komen. • Onderhoud van de software een stuk eenvoudiger en overzichtelijker zal worden, aangezien er primair nog maar één systeem behoeft te worden onderhouden. • De inzet van eigen dan wel ingehuurd applicatiebeheer kan worden ingeperkt.

Het overgrote deel van de werkzaamheden vindt dan immers plaats bij de leverancier. Buiten dat heeft het als gevolg dat door onze softwareontwikkelaar uitsluitend wordt geïnvesteerd in de SaaS omgeving. De huidige applicatie wordt niet (of nauwelijks) onderhouden. Hierdoor zijn we genoodzaakt weer meer zaken handmatig op te pakken, wat uiteraard tot hogere (personele) kosten leidt. Ook heeft BGSR per 2022 geen eigen applicatiebeheerders meer in dienst. De hierdoor ontstane vacatureruimte wordt door BSGR nu ingevuld door externen, waaronder inhuurcapaciteit van Centric zelf. Met dit laatste wordt beoogd de overgang naar de SaaS uiteindelijk makkelijker te laten plaatsvinden. Door krapte op de arbeidsmarkt kan ook inhuur slechts (te) beperkt worden ingezet. Door het opleiden van eigen personeel voor de meer eenvoudige beheerwerkzaamheden per lijnafdeling wordt de resterende vacatureruimte zo veel mogelijk ingevuld. Voor belastingorganisaties en gemeenten en waterschappen die hun belastingtaak nog zelf uitvoeren zal er overigens geen ontkomen zijn aan de overstap naar de Cloud. De verwachting is dat op middellange termijn alle aanbieders van software voor lokale heffingen dit nog slechts zullen doen op basis van een SaaS. Indien men hier nog aan wil ontkomen is het enige alternatief het zelf bouwen van een applicatie, iets wat de BSGR als niet haalbaar beschouwt.

Wat gaat het kosten? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Overige goederen en diensten Automatisering Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Bijdragen deelnemers Overig Totaal Baten Resultaat voor bestemming Dotaties aan bestemmingsreserve Onttrekking aan het rekeningresultaat Onttrekkingen aan bestemmingsreserve Resultaat na bestemming

Jaarrekening 2022

Begroting 2023 Primitief

Begroting 2023 na wijziging maart 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

2.548 266 348 3.161

2.563 321 334 3.218

2.980 302 324 3.606

3.069 329 353 3.752

3.069 329 353 3.752

3.069 329 353 3.752

3.069 329 353 3.752

-3.161 0 -3.161 0 0 0 0 0

-3.218 0 -3.218 0 0 0 0 0

-3.511 -95 -3.606 0 0 0 0 0

-3.752 0 -3.752 0 0 0 0 0

-3.752 0 -3.752 0 0 0 0 0

-3.752 0 -3.752 0 0 0 0 0

-3.752 0 -3.752 0 0 0 0 0

De personeelslasten blijven de komende jaren, CAO-stijgingen uitgezonderd, na een zeer forse stijging in 2023 op een redelijk gelijkblijvend niveau. Ditzelfde geldt voor de overige goederen en diensten. Voor wat betreft de automatiseringskosten is niet uitgesloten dat deze meer zullen gaan oplopen dan hier gepresenteerd. Dit uit hoofde van de ontwikkelingen inzake basisregistraties, common ground en informatiebeveiliging. Zodra meer duidelijk is over de kosten hiervan zullen deze in een begrotingswijziging worden meegenomen. Zoals hierboven is aangegeven is de impact van het nieuwe

Begroting 2024-2027

13

belastingstelsel van de nieuwe waterschappen nog niet meegenomen aangezien een concrete definitiestudie en impact analyse op dit moment nog ontbreken. Opgemerkt dient te worden dat de areaaluitbreidingen vanaf 2024 hierin nog niet meegenomen zijn, omdat deze nog niet bekend zijn.

Begroting 2024-2027

14

Programma 2: Informatie & Inning Onderwerp Het programma Informatie & Inning omvat het gehele proces van doelgerichte acties om de opgelegde aanslagen in te vorderen: binnengekomen belastinggelden worden ingeboekt, in voorkomende gevallen wordt automatisch dan wel na beoordeling kwijtschelding verleend en zo nodig worden belastingplichtigen gemaand tot betalen. De aanmaningen kunnen uitmonden in een traject van dwanginvordering. De BSGR verzorgt het gehele invorderingsproces, inclusief de dwanginvordering, grotendeels zelf. Daarnaast bevat dit programma de klantencontacten in de vorm van correspondentie, algemene telefoonbeantwoording en balie- en receptiewerkzaamheden. Tenslotte omvat het programma de behandeling en afdoening van bezwaar- en beroepschriften inzake respectievelijk invorderingskosten en kwijtscheldingen. Wat gaan we doen? De BSGR en dus ook de afdeling I&I blijven de maatschappelijke trend volgen met betrekking tot meer maatschappelijk invorderen. Door de decentralisering in het sociale domein wordt van lokale overheden verwacht dat zij hier een actieve invulling aan geven. Er dient dus al in een vroeg stadium een duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen 'niet kunnen' en 'niet willen' betalen van aanslagen. BSGR gaat verder met de wijzigingen die in 2021 in werking zijn getreden maar die nog niet zijn afgerond.

De vereenvoudiging berekening beslagvrije voet bij loon-/uitkeringsbeslag wordt op basis van voortschrijdend inzicht minimaal 2x per jaar aangepast. Deze aanpassingen zijn weer van invloed op reeds lopende loon-/uitkeringsbeslagen, aangezien deze berekening opnieuw dient te worden gemaakt voor alle invorderingsdossiers die in deze beslagfase verkeren. Ook vroegsignalering wordt bij gemeenten steeds verder uitgebreid. De sociale dienst van de gemeente kan dan met belangrijke organisaties zoals woningbouwverenigingen, zorgverzekeraars, energieleveranciers, sociale verzekeringsbank, etc. een convenant afsluiten, waarin wordt afgesproken dat indien er bij één van de aangesloten organisaties een betalingsachterstand ontstaat, een sociaal wijkteam wordt ingeschakeld om met de betreffende burger in gesprek te gaan om erger te voorkomen. Gemeentelijke heffingen maken wettelijk nog geen deel uit van vroegsignalering, maar er zijn bij zes grote gemeenten inmiddels pilots gestart om te beoordelen of deze heffingen in de nabije toekomst ook onder deze regeling zouden kunnen gaan vallen. Burgers kunnen indien gewenst op afspraak langskomen bij het kantoor van de BSGR, ook voor het uitvoeren van een betaling.

Hoewel het aantal bezoekers de afgelopen jaren steeds verder terugloopt, blijft dit een contact- en betaalmogelijkheid voor burgers die gewaardeerd wordt Degenen die 'niet willen' betalen, zullen eerder, maar ook "harder" en gerichter dienen te worden aangepakt. De mogelijkheden om te betalen (per pin/contant aan de deurwaarder, maar ook via een betaallink per sms of email) zijn er al, maar ook de inzet van de deurwaarders wordt hier meer en meer op ingezet, waarbij op resultaat gestuurd wordt. Kinderopvangtoeslagaffaire In 2021 heeft de BSGR een start gemaakt met de Verzamelwet hersteloperatie Toeslagen. Dit houdt in dat van elke mogelijke gedupeerde van de Toeslagenaffaire in de administratie dient te worden gecontroleerd of er sprake is van openstaande schulden t/m belastingjaar 2020. Deze dienen bij gedupeerden te worden kwijtgescholden. Daarnaast dienen bij gedupeerden eventueel betaalde bedragen in 2021 en 2022 (en bestemd voor vorderingen t/m belastingjaar 2020) te worden terugbetaald. Omdat gedupeerden zich nog t/m 31 december 2023 kunnen melden bij de Rijksbelastingdienst (RBD) en de afwikkeling door de RBD erg moeizaam en langzaam verloopt, zal de BSGR ook de komende jaren maandelijks controles uitvoeren en gedupeerden individueel berichten over de afwikkeling.

Door het Ministerie van Financiën is besloten dat het compensatiebedrag van € 30.000,- dat gedupeerden ontvangen vanuit de Rijksbelastingdienst, niet zal worden uitgesloten van het vermogensonderdeel bij het aanvragen van kwijtschelding. Dit is omdat alle openstaande schulden door publieke en private schuldeisers zijn kwijtgescholden en er een compensatie voor de geleden schade is uitbetaald, waardoor gedupeerden een 'schuldenvrije' start krijgen. Concreet betekent dit dat gedupeerden die eerder recht hadden op kwijtschelding dit in de toekomst mogelijk niet meer zullen krijgen. Daarnaast ziet de BSGR de volgende ontwikkelingen op zich afkomen:

Begroting 2024-2027

15

• Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding (artikel 25 Invorderingswet) Het wetsvoorstel 'Fiscale Vereenvoudigingswet 2017' beoogt de burger betere rechtsbescherming te bieden tegen de beslissing op een verzoek om kwijtschelding en tegen de beslissing op een verzoek om uitstel van betaling. Deze wijziging betekent dat op een uitspraak van een kwijtscheldingsverzoek in plaats van een administratief beroep, een bezwaar kan worden ingediend. Met deze mogelijkheid wordt de Invorderingswet gelijk getrokken aan de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen. De implementatie is door vertragingen bij de Rijksbelastingdienst voorlopig uitgesteld. De ingangsdatum is in 2022 bepaald op januari 2024(*). Momenteel geldt dat bij elk verzoek om kwijtschelding of verzoek om uitstel van betaling, de mogelijkheid bestaat voor een belanghebbende om, in het geval van afwijzing, een administratief beroep in te dienen. Bij het ongegrond verklaren van een administratief beroep is er verder geen mogelijkheid meer voor een verdere rechtsgang. In de nieuwe wet zou er in plaats van een administratief beroep, een bezwaarschrift kunnen worden ingediend. Bij een ongegrond verklaring van een bezwaarschrift, krijgt de belanghebbende de mogelijkheid van een rechtsgang naar beroep, hoger beroep en beroep in cassatie.

Deze wijziging brengt naast een wettelijke behandeltermijn van 6 weken extra kosten voor de BSGR met zich mee. Hierbij kan worden gedacht aan: • Dwangsommen voor het niet na kunnen leven van de behandeltermijn (€ 1.442,- p/s) • Kosten voor beroepsprocedures • Griffierechten te betalen voor kwetsbare doelgroepen • Behandelkosten voor bezwaren tegen afgewezen kwijtscheldingsverzoeken door onder andere 'No Cure No Pay'-bureaus die zich op deze markt zullen richten (momenteel zijn deze bureaus nog met name gericht op de WOZ-waarde bepaling) De BSGR heeft in samenwerking met Centric het kwijtscheldingsproces wel al zodanig ingericht dat al zo veel mogelijk gewerkt kan gaan worden conform de genoemde behandeltermijn. (*) = kosten als gevolg van de inwerkingtreding van de wet zijn niet in de begroting opgenomen. • Robotisering / Artificiële Intelligentie RPA (Robotic Process Automation) of robotisering is de automatisering van op business rules gebaseerde bedrijfsprocessen door middel van een software-applicatie of een 'software robot'. Met name processen die een hoog repeterend karakter kennen qua verzamelen, invoeren en valideren van informatie uit systemen of spreadsheets komen hiervoor in aanmerking. De BSGR werkt met name met 'scripting' (processen die door een programma uitgevoerd worden, of aanvullend op een proces worden uitgevoerd).

Omdat de BSGR zal overgaan naar de cloudversie van het belastingpakket, zullen alle scripts die momenteel worden gebruikt ter efficiency en/of controle van de huidige processen, dienen te worden (her)beoordeeld. Bezien wordt of deze in de nieuwe cloudversie kunnen dan wel moeten worden opgenomen. • Kwijtschelding 3.0 De bedoeling van Kwijtschelding 3.0 is dat de burger steeds meer zelf de regie gaan voeren over zijn eigen gegevens. Het idee is dat de burger zijn eigen gegevens ophaalt bij de verschillende instanties (Belastingdienst, UWV, RDW), deze verifieert en vervolgens meestuurt met het betreffende kwijtscheldingsverzoek. Met name de digitale toegankelijkheid van systemen voor burgers zal hierbij een belangrijke rol gaan spelen, maar ook de mogelijkheden die burgers in betreffende systemen tot hun beschikking dienen te krijgen. Dit zou kunnen inhouden dat er (automatiserings)aanpassingen in het proces dienen plaats te vinden, maar zou ook mogelijk formatieve consequenties kunnen hebben. Een tegengeluid rondom kwijtschelding is dat sommige waterschappen en gemeenten er voor willen kiezen juist geen of beperkt kwijtschelding te verlenen. Een voorbeeld is om voor het vastrecht van Diftar wel kwijtschelding te verlenen maar voor het aangeboden vuil niet.

Met de huidige kostenstijgingen en inflatie zijn het afgelopen jaar echter de vermogensnormen nog verder opgetrokken waardoor meer burgers in aanmerking kunnen komen voor kwijtschelding. Teveel verschillende varianten kunnen overigens wel leiden tot onduidelijkheid bij de burgers en problemen bij de verwerking in het belastingsysteem. Immers op een combibiljet waar verschillende variaties gehanteerd worden is dit niet alleen onduidelijk voor de burger maar ook automatiseringstechnisch lastig uitvoerbaar.

Begroting 2024-2027

16

Net niet in aanmerking komen voor kwijtschelding maar toch net niet rond kunnen komen. Deze gevallen komen helaas vaak voor, zeker met de huidige kostenstijgingen en inflatie. Dit komt doordat de berekening van de betalingscapaciteit (= inkomen minus woonlasten minus zorgkosten minus rijksnormbedrag), te ingewikkeld is geworden. Hierdoor kan het voorkomen dat burgers met een iets lager inkomen wel huurtoeslag ontvangen, maar dan geen kwijtschelding krijgen, terwijl burgers met een hoger inkomen, maar zonder huurtoeslag, wel kwijtschelding krijgen. Het totaalbedrag van kwijtschelding is veelal lager dan het totaalbedrag van huurtoeslag, waardoor iemand met een lager inkomen uiteindelijk meer netto te besteden heeft dan iemand met een hoger inkomen. Dwanginvordering De focus van invordering ligt op het voorkomen van 'instroom' van nieuwe wanbetalers. Invordering zal meer en meer informatie-gestuurd worden. Het vooraf raadplegen van verschillende interne en externe informatiebronnen kan mede bepalen welke invorderingsactie de meeste kans op resultaat biedt. De belastingdeurwaarders van de BSGR kunnen bij hun bezoek aan wanbetalers beoordelen welke invorderingsmaatregelen het beste kunnen worden ondernomen. Is een kwijtscheldingsverzoek niet (meer) mogelijk, of reeds eerder afgewezen, dan kan er natuurlijk direct (gedeeltelijk) per PIN of contant worden betaald.

Het leggen van beslag op roerende zaken is aan het veranderen. Wettelijk mag er op steeds minder roerende zaken beslag worden gelegd omdat zaken als eerste levensbehoefte worden gerekend (televisie, computer, etc.) waar geen beslag op mag worden gelegd. Sinds 2021 is het enerzijds makkelijker geworden voor deurwaarders om 'administratief' beslag te leggen op een auto, maar anderzijds wordt het steeds lastiger om nog beslag te kunnen leggen door de opkomst van 'privatelease' omdat het eigendom van de auto dan ligt bij de leasemaatschappij. Het leggen van derdenbeslag (bankrekening) wordt door banken enkel nog elektronisch toegestaan, waardoor dit via een beveiligde emailomgeving wordt gedaan. Als eerdere invorderingsacties geen gewenst resultaat opleveren, is een laatste actie veelal een binnentreding conform artikel 44 van de Invorderingswet. Hierbij wordt onder toezicht van een Hulpofficier van Justitie toegang tot de woning van de belastingplichtige geforceerd, waarna de deurwaarder in staat is om beslag op roerende zaken te leggen. Een andere laatste actie kan zijn, in het geval van eigendom, het leggen van beslag op onroerende zaken. Hiermee kan een verkoop van een onroerende zaak worden geblokkeerd bij de notaris. De wanbetaler wordt gedwongen zijn schuld te voldoen om de verkoop doorgang te laten vinden, dan wel de schuld wordt verrekend met de verkoopsom.

Mocht een minnelijk akkoord niet mogelijk zijn met alle schuldeisers, dan kan de rechter besluiten tot het traject Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Dit is een wettelijke regeling die het mogelijk maakt om een burger na 36 maanden weer schuldenvrij te laten zijn. Er is dan sprake van extern budgetbeheer (bewindvoering) bij de burger. Aan het einde van de WSNP ontvangen alle schuldeisers een percentage van de vordering tegen finale kwijting. Samenvattend betekent dit voor de toekomst van invorderen een veel meer informatie gestuurde en digitale procesgang. Het administratieve werk is steeds meer aan het verdwijnen. De vrijkomende capaciteit wordt ingezet om steeds pro-actiever burgers te benaderen. Wat gaat het kosten? x € 1.000 Lasten

Personeelslasten Overige goederen en diensten Bijdragen GDI Automatisering Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Doorbelastingen GDI Uitvoeringskosten KTA Totaal Baten Resultaat voor bestemming Dotaties Onttrekkingen aan reserve/resultaat Resultaat na bestemming

Jaarrekening 2022

Begroting 2023 Primitief

Begroting 2023 na wijziging maart 2023

Begroting 2024

1.793 739 149 223 2.905

1.646 791 200 230 2.867

1.826 783 150 220 2.980

1.943 815 164 240 3.162

-2.503 -149 -252 -2.905 0 0 0 0

-2.667 -200 0 -2.867 0 0 0 0

-2.805 -150 -25 -2.980 0 0 0 0

-2.998 -164 0 -3.162 0 0 0 0

Begroting 2025

1.943 815 164 240 3.162 0 -2.998 -164 0 -3.162 0 0 0 0

Begroting 2026

Begroting 2027

1.943 815 164 240 3.162 0 -2.998 -164 0 -3.162 0 0 0 0

1.943 815 164 240 3.162 0 -2.998 -164 0 -3.162 0 0 0 0

Begroting 2024-2027

17

De personeelslasten blijven de komende jaren, CAO-stijgingen uitgezonderd, na een zeer forse stijging in 2023 op een redelijk gelijkblijvend niveau. Ditzelfde geldt voor de overige goederen en diensten, waarbij opgemerkt wordt dat de kosten van het print- en drukwerk na een Europese aanbesteding in 2022 gestegen zijn. Voor wat betreft de automatiseringskosten is niet uitgesloten dat deze meer zullen gaan oplopen dan hier gepresenteerd. Dit uit hoofde van de ontwikkelingen inzake basisregistraties, common ground en informatiebeveiliging. Zodra meer duidelijk is over de kosten hiervan zullen deze in een begrotingswijziging worden meegenomen. Opgemerkt dient te worden dat de areaaluitbreidingen vanaf 2024 hierin nog niet meegenomen zijn, omdat deze nog niet bekend zijn.

Begroting 2024-2027

18

Programma 3: Waarderen De Belastingsamenwerking voert voor haar deelnemers de Wet Waardering Onroerende Zaken (de WOZ) uit. Het programma Waarderen omvat het beheer van gegevens van objecten, benodigd om tot een jaarlijkse waardebepaling en waarde-vaststelling van die objecten te komen en deze gegevens en waarden beschikbaar te stellen aan de interne processen en externe afnemers. Onder het gegevensbeheer valt ook het onderhouden van de relaties tussen de WOZ en (externe) basisregistraties, bijvoorbeeld de basisregistratie BAG bij de gemeenten. De BSGR voert het WOZ proces inclusief de taxaties grotendeels in eigen beheer uit. Daarnaast omvat het programma Waarderen alle activiteiten met betrekking tot het tijdig (juridisch) behandelen en afdoen van waarde gerelateerde bezwaarschriften en wordt verweer opgesteld en gevoerd tegen zowel ingediende WOZ-als plichts- en maatstaf(hoger)beroepschriften. De uitvoering van de activiteiten dient plaats te vinden conform het toetsingskader en de richtlijnen van de Waarderingskamer.

Wat gaan we doen? Voor de belastingsector van gemeenten en waterschappen en specifiek voor de BSGR bieden onder andere de lange-termijn-agenda van de Landelijk Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) en het strategiedocument van de Waarderingskamer (tot 2025) samen met de roadmap van onze softwareleverancier Centric (tot 2025) een handvat voor de thema's, ontwikkelingen en initiatieven welke de komende jaren binnen het belastingdomein te verwachten zijn. Zowel de roadmap van Centric als de lange-termijn-agenda van de LVLB laten echter wel zien dat een aantal ontwikkelingen vertraging oploopt en/of on-hold lijken te staan. Specifiek voor de Waardering Onroerende Zaken (WOZ) biedt het strategiedocument van de Waarderingskamer (2020-2025) en het jaarlijks geactualiseerde werkplan, inzicht in de belangrijkste onderwerpen binnen de ontwikkelingen op het gebied van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) en de verwachte invloed daarvan op de werkzaamheden binnen het WOZ-domein. De politieke keuzes op het gebied van lokale belastingen en de mogelijke alternatieven voor de OZB, zoals in het regeerakkoord opgenomen, blijven op de korte(re) termijn nog onduidelijk met als gevolg dat ontwikkelingen (nagenoeg) stilstaan totdat deze beleidskeuzes gemaakt zijn.

Met de inmiddels zichtbaar geworden enorme toename aan bezwaarschriften voor belastingjaar 2023 lijkt het noodzakelijk een wijziging in wet-en regelgeving versneld op de agenda te krijgen. Op basis van de huidige inzichten zal de WOZ-uitvoering steeds meer verweven raken met de bijhouding en kwaliteitszorg van geo-basisregistraties en daarmee integratie van werkzaamheden en toenemende samenwerking. De komende jaren zal nadrukkelijk ingezet gaan worden op betere en verder geïntegreerde vastgoed-gerelateerde basisregistraties: samenwerking en ook met name technische ontwikkeling gaan daarbij ‘hand in hand’. Deze zullen naast een kwaliteitsupgrade ook, maar meer op de langere termijn, invloed hebben op de efficiency die behaald kan worden wanneer meer data geüniformeerd en (daarmee) geautomatiseerd aangeleverd en verwerkt kan (gaan) worden. Voor het maatschappelijk draagvlak en het vergroten van vertrouwen in de WOZ-gegevens en de -waarden is het van belang dat de WOZ-uitvoering, zowel op het vlak van gegevensbeheer als WOZtaxaties, mee blijft ontwikkelen met maatschappelijke en technische ontwikkelingen. Met het hoge digitaliseringstempo zal de komende periode steeds meer gestuurd worden op het standaardiseren van processen en verminderen van complexiteit.

Door gebruik te gaan maken van SAAS-oplossingen kunnen in de toekomst vernieuwingen eenvoudiger en sneller worden doorgevoerd tegen een lagere prijs-kwaliteitverhouding. Dit is echter ook één van de onderwerpen welke vertraging oplopen en waarvan de planning verder richting de toekomst getrokken wordt. Tussen 2024 en 2027 zullen zich binnen de drie disciplines op de afdeling WOZ (waarderen, objectenbeheer en bezwaar & beroep) een aantal relevante ontwikkelingen gaan voordoen die invloed hebben op het (toekomstige) werk van de medewerkers. Belangrijk is om bij deze ontwikkelingen aan te sluiten, daarop te anticiperen maar vooral medewerkers de mogelijkheid te bieden mee te ontwikkelen door zich bewust te laten zijn van de veranderingen die deze ontwikkelingen met zich (gaan) meebrengen.

Begroting 2024-2027

19

Structurele toename van omvang aantal WOZ-objecten. De omvang van de areaaluitbreiding zal jaarlijks in kaart gebracht worden zodat de formatie op de afdeling WOZ hierop aangepast kan worden. Momenteel is de afspraak deze één keer per 3 jaar door te belasten en daarmee voor het eerst weer in 2024. Echter is het wenselijk deze cyclus van 3 jaar terug te brengen naar een jaarlijkse doorbelasting aan de deelnemende gemeenten. Op basis van publicaties per gemeente lijkt de areaaluitbreiding zich de komende jaren zeer gevarieerd te gaan ontwikkelen. Daarbij kan de transformatie van leegstaande winkel- en/of kantoorruimte richting woningbouw een rol gaan spelen, maar ook de uitwerking van het vastgestelde programma Stikstofreductie en Natuurverbetering waarin de aangekondigde versnelling en verbreding op reductie van stikstof-neerslag nog niet is opgenomen. Het programma wordt naar verwachting medio 2023 geactualiseerd. Welke invloed dit gaat hebben op (toekomstige) bouwlocaties is nog niet voldoende duidelijk.

Samenhangende Objecten Registratie (SOR) Binnen het interbestuurlijk samenwerkingsverband Dis Geo (doorontwikkeling in samenwerking van de Geo-basisregistraties) werken verschillende partijen samen aan het ontwerp van een samenhangende objectenregistratie (SOR) waarbij de randvoorwaarden, waaronder de organisatie van de SOR, de rollen en verantwoordelijkheden van partijen (waaronder de samenwerkingsverbanden), de governance en de financiering, de komende jaren verder uitgewerkt zullen gaan worden door o.a. het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK), het Kadaster, de Waarderingskamer en de VNG. De tijdshorizon voor het totale traject ligt voorlopig richting 2025. De Waarderingskamer geeft op dit vlak echter aan zorgen te hebben over het (verder) uitblijven van duidelijkheid over de beoogde SOR (en het common-ground-principe). Het feit dat er geen helderheid is rondom de financiering van de implementatie en het beheer van de SOR speelt hierin een rol .Dit kan invloed hebben op de doorontwikkeling van de WOZ-uitvoering en daarmee ook op de kwaliteit en efficiency van de WOZ-dienstverlening aan belanghebbenden. Op welke wijze de WOZ hiervan (niet integraal maar op elementniveau) onderdeel zal gaan uitmaken blijft bijvoorbeeld nog onzeker.

Daar waar belastingorganisaties betrokken zijn bij de bijhouding van onderdelen die in de SOR betrokken worden, zal voorafgaand al de samenwerking met collega’s buiten de eigen organisatie gezocht moeten worden om op inhoud de gegevens in lijn te brengen en/of te houden. Specifiek voor de BSGR en de deelnemende gemeenten zal, in navolging van het uitgevoerde project ‘over naar gebruiksoppervlakte’ (bij woningen), het opgestelde beheerplan BAG- WOZ aankomende jaren verdere invulling moeten gaan krijgen en ‘meer volwassen’ moeten gaan worden. De inzet van (gezamenlijke) techniek is wenselijk om te waarborgen dat er nauwelijks verschillen op het gebied van de gebruiksoppervlakte zijn/ontstaan (tenzij deze verklaarbaar zijn door afwijkende wettelijke regelgeving). De komende jaren zal oriëntatie plaatsvinden op samenwerkingsmogelijkheden en portalen om de bereikte uniformiteit met name op onderdelen tussen de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de WOZ te continueren. In haar advies over kwaliteit en kwaliteitszorg van georegistraties heeft de Waarderingskamer al eerder nadrukkelijk, naast een breed bestuurlijk overleg (met de bewindslieden) over deze ontwikkelingen, ook aandacht voor de financiering van een integrale aanpak en inhoudelijke doorontwikkeling en structurering van het stelsel van geo-basisregistraties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12653978/3