CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen, toelichting en regels, versie 13-03-2024

Besluitvormende raadsvergadering 26 juni 2024, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Bestemmingsplan Noordeinde 124-12627.314 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

NL.IMRO.0627.Noordeinde124en126-0401

Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen VASTGESTELD

13 maart 2024

REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM 19 juli 2023 26 september 2023 19 december 2023 13 maart 2024

VERSIE 2e versie 1e versie 1e versie 1e versie

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

Toelichting

Toelichting

3

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

4

Toelichting

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 8

Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur

9 9

Hoofdstuk3

11

3.1 3.2 3.3

Planbeschrijving

Ontwikkeling Nieuwe situatie Verkeer en parkeren

11 11 12

Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

17 17 19 24 26

Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk, provincie en gemeente 5.3 Beleid hoogheemraadschap van Rijnland 5.4 Waterhuishouding

33 33 33 34 35

Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

39 39 47 51 53

Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan

55 55 55 55 57

Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid

59 59

Hoofdstuk9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Communicatie 9.3 Zienswijzen

61 61 61 61

Regels

63

Toelichting

5

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

64 64 69

Hoofdstuk2

Bestemmingsregels

70

Artikel 3 Artikel 4

Wonen Waterstaat - Waterkering

70 74

Hoofdstuk3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

76 76 77 78 79 80

Hoofdstuk4 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

81 81 82

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Landschapsinrichtingstekening

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 3

Besluit Hogere waarden Wet geluidhinder

Bijlage 4

Bodemonderzoek

Bijlage 5

Archeologisch onderzoek

Bijlage 6

Ecologisch onderzoek

6

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op de percelen Noordeinde 124 en 126 in Waddinxveen staan twee sterk verouderde woningen. Eén van de woningen (nummer 124) is onlangs vrijgekomen in verband met het overlijden van de huurster. Het opnieuw verhuren van deze woning is geen optie, omdat de woning niet meer voldoet aan de huidige eisen van het Bouwbesluit. Een verbouwing vraagt om een forse ingreep om te kunnen voldoen aan hedendaags te stellen eisen. Hierbij moet niet alleen worden gedacht aan een bouwtechnische verbouwing, maar ook aan het aardgasvrij maken hiervan. Het verduurzamen van de woningen conform de landelijke en gemeentelijke klimaatdoelstellingen is evenmin haalbaar. Verder is voortzetting van bewoning vanuit oogpunt van volksgezondheid niet langer verantwoord, omdat het binnenmilieu niet voldoet zoals een te lage stahoogte op de verdieping (van minder dan 2 meter hoog), schimmelvorming, slechte ventilatie en vochtproblemen. Daarbij komt dat het geheel een verrommelde indruk maakt langs het cultuurhistorisch waardevolle bebouwingslint. In verband hiermede is initiatiefnemer voornemens de twee aaneengesloten woningen te slopen en hiervoor in de plaats twee duurzame vrijstaande woningen terug te bouwen die een ruimtelijke kwaliteitswinst met zich meebrengt in dit bebouwingslint. Dit bestemmingsplan maakt de voorgenomen ontwikkeling juridisch planologisch mogelijk.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan het Noordeinde. Ten noorden van de planlocatie ligt een ontsluitingsweg voor drie achter het plangebied gelegen woningen. Voorbij deze ontsluitingsweg ligt een boerenerf van de voormalige boerderij Jagtlust. Achter deze woonboerderij is recent een nieuwe woning gebouwd. Aan de zuidzijde ligt grasland. Eerder was hier een sierteeltbedrijf gevestigd. Aan de oostzijde ligt het Noordeinde met aan de overzijde lintbebouwing met hierachter een woonwijk in Boskoop. In figuur 1 is een situatietekening van het plangebied en omgeving opgenomen.

Figuur 1: Plattegrond plangebied en omgeving (rood gestippeld omlijnd).

Toelichting

7

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor onderhavig plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Raadsbesluit Bestemmingsplan “Waddinxveen Noord West" 10 april 2013 "Parapluplan Archeologie en Parkeren" 19 september 2018

Uitspraak ABRvS N.v.t.

De gronden zijn in het bestemmingsplan 'Noord West' bestemd voor 'Wonen'. Er zijn vijf woningen toegestaan binnen twee bouwvlakken (figuur 2). Voorts zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologie 2' en 'Waterstaat - Waterkering' van toepassing. Het vervangen van de twee woningen aan het Noordeinde 124 en 126 is in strijd met het bestemmingsplan, omdat de woonpercelen Noordeinde 124 en 126 zijn aangeduid als 'aaneengebouwd', terwijl er twee vrijstaande woningen worden teruggebouwd, waarvan één in de tweede lijn bebouwing buiten het bouwvlak.

Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Noord West' (plangebied rood gestippeld omlijnd).

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe situatie. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 5 omvat de waterparagraaf. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

8

Toelichting

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke en functionele structuur

Algemeen Het plangebied ligt in de polder Achterof in Waddinxveen. De polder heeft een kenmerkend regelmatig rechthoekig wegen- en verkavelingspatroon. De polder ligt enkele meters lager dan het omliggende land. Om het water uit de polder te weren liggen er kaden om de polder heen. Dwars op de verkavelingsrichting lopen enkele brede sloten die 'tochten' worden genoemd. Deze vervullen een belangrijke rol in de afwatering van de polder. De polder Achterof is grotendeels in gebruik voor akkerbouw. Tussen het Noordeinde en de Eerste Tocht zijn ook sierteeltbedrijven gevestigd. Daarnaast komen niet-agrarische activiteiten in het bebouwingslint voor zoals een loonwerkersbedrijf en een bouwmarkt. Voor het overige staan er verspreid liggende woningen. Bentwoud Aanvankelijk was het de bedoeling om de polder te transformeren naar bosgebied voor de ontwikkeling van het Bentwoud. Deze plannen hebben geen doorgang gevonden als gevolg van bezuinigingen door het Rijk wat heeft geresulteerd in een onderhandelingsakkoord decentralisatie natuur d.d. 20 september 2011 tussen het Rijk en het lnterprovinciaal Overleg (lPO). Hierbij zijn de projecten Recreatie om de Stad (RodS) als rijkstaak vervallen. Als vervolg hierop hiervan hebben Provinciale Staten de RodS-opgave bij besluit van 10 oktober 2012 herijkt en de Beleidsvisie Groen vastgesteld.

Hierin is vastgelegd dat een verkleind Bentwoud (exclusief de randzone tussen de Eerste Tocht en het Noordeinde en het zuidelijk deel van Waddinxveen ten zuiden van de Maaltocht tot de Kleikade) wordt ontwikkeld met een eenvoudige en sobere inrichting. Dit betekent voor de zittende agrarische bedrijven dat zij hun activiteiten kunnen voortzetten, zoals dat is vastgelegd in het bestemmingsplan Noord West. Woningen overzijde Noordeinde. Zuidelijk gelegen grasland.

Entree Bentwoud (Jagtlustpad)

Woningen achter plangebied en gezien vanaf inrit Noordeinde 122c.

De boerderij Noordeinde 130.

Planspecifiek Het plangebied maakt onderdeel uit van het bebouwingslint aan het Noordeinde. Het perceel ter grootte van 1.985 m² ligt aan een dijklint. Op dit perceel staan twee voormalige arbeiderswoningen met bijbehorende erven. De woningen liggen lager achter het dijklint. Aansluitend hierop ligt grasland dat deels wordt omringd met groen. Hierachter staan drie vrijstaande woningen die in het kader van de ruimte voor ruimte regeling zijn gerealiseerd, nadat de agrariër aan het Noordeinde 130 zijn akkerbouwbedrijf op deze locatie had beëindigd. De bestaande situatie is opgenomen in figuur 3.

Toelichting

9

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

Figuur 3: Bestaande situatie. Bestaande woningen vanaf het Noordeinde.

Entree leegstaande woning Noordeinde 124.

Achterzijde woningen Noordeinde 124 en 126.

Kavel achter percelen Noordeinde 124 en 126. (De woning op nr. 126a ligt achter het groen.)

10

Toelichting

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Ontwikkeling

Op het woonperceel staan twee kleine geschakelde woningen. Deze worden gesloopt om hiervoor in de plaats twee vrijstaande woningen terug te bouwen. De nieuwe woonsituatie is ruimtelijk inpasbaar. Er wordt aansluiting gezocht met drie westelijk gelegen woningen door een woning in de eerste lijn bebouwing en een woning in de tweede lijn bebouwing terug te bouwen, zodat bestaande doorzichten vanaf het Noordeinde blijven behouden.

3.2

Nieuwe situatie

Stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing Doelstelling is het plangebied een bijdrage te laten leveren aan het versterken van de landschappelijke en stedenbouwkundige structuur van het bebouwingslint aan het Noordeinde met behoud van bestaande zichtlijnen. Ten behoeve hiervan heeft Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten B.V. te Bergambacht een landschapsinrichtingstekening opgesteld. De twee bestaande woningen worden vervangen door twee vrijstaande woningen, waarvan één in de eerste lijn bebouwing en een tweede woning in de tweede lijn bebouwing. De bestaande bomen in de westelijke rand worden zoveel mogelijk gehandhaafd. Voorts wordt hier een nieuwe sloot voorgestaan. Deze nieuwe sloot en bomen dragen bij aan de ruimtelijke uitstraling en landschappelijke kwaliteit. De hagen aan de noordzijde van het plangebied blijven eveneens behouden. Deze dragen bij aan een groene uitstraling met compartimering van de twee bouwpercelen. Deze verkavelingstekening heeft als uitgangspunt gediend voor dit bestemmingsplan. Het landschapsinrichtingsplan van 28 februari 2023 is opgenomen in Bijlage 1. De verkavelingstekening is opgenomen in figuur 4. Bebouwingsbeeld De woningen hebben een nokrichting die evenwijdig is aan het Noordeinde.

Omdat cultuurhistorisch de meeste (boerderij)woningen aan het Noordeinde een nokrichting hadden die evenwijdig was aan het landschap wordt hier eveneens gekozen voor een woning in de eerste lijn bebouwing met een nokrichting die evenwijdig langs de weg loopt. Door het aanhouden van een lagere goothoogte van 4 meter met een bouwhoogte van maximaal 10 meter kan hier een woning worden gebouwd met een eigentijdse architectuur met een knipoog naar het verleden. In de tweede lijn bebouwing kan een tweede woning worden gerealiseerd, zodat bestaande zichtlijnen blijven behouden vanaf het Noordeinde. Dit perceel is bereikbaar via de ontsluitingsweg van de drie hierachter gelegen woningen. De nokrichting van deze woning wordt in lijn met de eerder gerealiseerde woningen haaks op het Noordeinde gerealiseerd. Duurzaamheid en klimaatadaptatie De woningen worden gebouwd volgens de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) zonder aansluiting op aardgas, zodat meteen een bijdrage wordt geleverd aan het terugdringen van de CO2 uitstoot. Inzet is om twee nul op de meter woningen te realiseren. Ook is er aandacht voor natuurinclusief bouwen. Zo worden er voldoende inheemse bomen (Elzen) behouden die tevens zorgen voor schaduwwerking. Verder wordt er minimaal één boom per bouwperceel geplant.

Ook wordt gedacht aan het plaatsen van vleermuiskasten en/of zwaluwkasten; één en ander is mede afhankelijk van de uitkomsten van het uit te voeren ecologisch onderzoek.

Toelichting

11

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

Figuur 4 Verkavelingsplan (indicatief).

3.3

Verkeer en parkeren

3.3.1 Verkeer Het plangebied ligt aan het Noordeinde. De maximum snelheid is ter plaatse 50 km/uur. Het Noordeinde (N455) is een gebiedsontsluitingsweg naar de N11 via Boskoop en Hazerswoude-Dorp. Op het Noordeinde rijdt niet alleen veel verkeer met herkomst of bestemming Waddinxveen, maar ook veel doorgaand verkeer. Dit sluipverkeer is niet wenselijk voor de leefbaarheid van de kernen. In verband hiermede wordt door de gemeenten Waddinxveen en Alphen aan den Rijn gepleit voor aanleg van de Bentwoudlaan. Deze weg is geprojecteerd ten westen van het Noordeinde. Het Noordeinde heeft een apart fietspad in twee richtingen. Dit fietspad wordt onder andere veel gebruikt door schoolgaande kinderen van Boskoop, die naar Waddinxveen en Gouda fietsen. De planontwikkeling zal ten opzichte van de thans aanwezige woonfunctie nagenoeg geen extra verkeersbewegingen genereren. De twee woningen aan het Noordeinde zullen gebruik maken van eigen uitritten, waarvan één al bestaand op het Noordeinde. De planlocatie is ook goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Nabij de planlocatie is een halte voor een rechtstreekse busverbinding naar Gouda en Leiden aanwezig. Ten oosten van het plangebied ligt op loopafstand (circa 750 meter) het NS-station Boskoop Snijdelwijk (spoorverbinding Gouda - Alphen aan den Rijn).

12

Toelichting

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

Noordeinde richting Boskoop.

Huidige uitrit voor woning Noordeinde 126.

Ontsluitingsweg voor woningen 126a, 126b en 126c.

Toekomstige uitrit voor woning in tweede lijn bebouwing.

3.3.2 Parkeren De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 9 juli 2014 het Parkeerbeleid vastgesteld. Dit beleid is nadien vastgelegd in het Parapluplan Archeologie en Parkeren (2018). De gemeente streeft naar een goede en eerlijke parkeersituatie, waarvoor duidelijke uitgangspunten worden opgesteld. De uitgangspunten geven aan: 1. wat wordt verstaan onder een goede parkeersituatie; 2. wat is het bereik van de verantwoordelijkheid van de gemeente. Dit beleid is in 2017 aangevuld met algemene kaders bij nieuwe ontwikkelingen en bestaand bebouwd gebied. Vervolgens is het beleid verankerd in het 'Parapluplan Archeologie en Parkeren' (2018). Ten opzichte van 2014 is niet alleen Waddinxveen gegroeid, maar is ook de mobiliteitstransitie volop in ontwikkeling. Dit zorgt ervoor dat er momenteel anders naar het bepalen van het aantal parkeerplaatsen bij een ruimtelijke ontwikkeling wordt gekeken dan in 2014. De gemeente Waddinxveen gaat nieuw parkeerbeleid opstellen, maar dat proces duurt te lang voor de projecten die nu worden voorbereid. Daarom is de notitie 'Integraal afwegingskader parkeernomen bij ruimtelijke ontwikkelingen Waddinxveen' opgesteld om het benodigd aantal parkeerplaatsen voor ruimtelijke ontwikkelingen in Waddinxveen te kunnen toetsen op basis van de meest actuele inzichten.

Door nu een integraal afwegingskader voor parkeren op te stellen, wordt ervoor gezorgd dat alle projecten die momenteel spelen in Waddinxveen op basis van dezelfde uitgangspunten worden beoordeeld op het bepalen van het benodigd aantal parkeerplaatsen en dat de benodigde voortgang in de projecten behouden blijft. 'Integraal afwegingskader parkeernormen bij ruimtelijke ontwikkelingen Waddinxveen' In het 'Integraal afwegingskader parkeernormen bij ruimtelijke ontwikkelingen Waddinxveen' van 3 april 2023 maakt de gemeente Waddinxveen bij het beoordelen van het aantal parkeerplaatsen gebruik van de meest recente CROW-publicatie met parkeerkencijfers. Op dit moment is dat CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' (december 2018). In deze publicatie zijn drie factoren opgenomen om de parkeerbehoefte te bepalen: Mate van stedelijkheid van de gemeente (adressendichtheid) Onderscheid naar zones binnen de gemeente

Toelichting

13

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

Positie in de bandbreedte van de parkeerkencijfers In CROW-publicatie 381 wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende zones binnen een gemeente. Uit eerdere studies blijkt dat functies in het centrum resulteren in een lagere parkeervraag en een lagere verkeersgeneratie dan functies van dezelfde aard elders in de bebouwde kom. Dit wordt veroorzaakt door het aanbod en de kwaliteit van andere vervoerswijzen, met name het openbaar vervoer in het centrum. Hierdoor komen niet alle gebruikers van die functie met de auto. Op een locatie buiten het centrum is het aanbod van alternatieve vervoerswijzen veelal lager en de kwaliteit minder. Hierdoor komen gebruikers eerder met de auto naar de functie. Daarnaast zijn er in een centrumgebied meer voorzieningen op korte afstand bereikbaar. Dit onderscheid naar zones wordt ook binnen Waddinxveen toegepast. Hierdoor wordt het mogelijk om bij een ontwikkeling met veel voorzieningen in de directe omgeving met een lagere parkeernorm te werken dan op locaties met weinig voorzieningen op korte afstand. Op basis van de volgende criteria wordt beoordeeld in welke zone een ontwikkeling valt: Tabel 3.1: criteria beoordeling zones binnen gemeente. Zone Criteria Centrum Afstand tot treinstation

Schil centrum

Uitgangspunt < 500 meter (circa 6 minuten lopen)

Aanwezige voorzieningen • Winkels • Horeca

< 500 meter (circa 6 minuten lopen) Hoofdwinkelcentrum (Gouweplein) Café, restaurant

Afstand tot treinstation

500 – 800 meter (6 tot 10 minuten lopen)

Aanwezige voorzieningen • Winkels Rest bebouwde kom Buitengebied

< 750 meter tot hoofdwinkelcentrum of < 500 meter buurtwinkelcentrum (primaire levensbehoeften) Overig gebied binnen de bebouwde kom dat niet aan de criteria voor centrum of schil centrum voldoet Al het gebied buiten de bebouwde kom

De loopafstanden uit tabel 3.1 zijn afgeleid uit de publicatie "Inzicht in acceptabele loopafstanden" van het CROW (2021). Over het algemeen zijn de acceptabele loopafstanden tot voorzieningen in deze publicatie groter. Zo is de acceptabele loopafstand tot een HOV-halte (zoals een treinstation) 800 meter. Vanaf huis is de acceptabele loopafstand tot een supermarkt 450 tot 1.000 meter. Als voorzieningen als een treinstation of (hoofd)winkelcentrum op acceptabele loopafstand bereikbaar zijn, is er minder noodzaak om een auto te bezitten om te kunnen voldoen in primaire levensbehoeften (voor woningen) of zijn er goede alternatieve manieren om een werklocatie te bereiken. Een ontwikkeling moet aan beide criteria voldoen om binnen een zone te vallen. De loopafstanden worden getoetst op basis van de daadwerkelijke loopafstanden. Hierdoor wordt er rekening gehouden met barrières, zoals het spoor of water, die niet overal gekruist kunnen worden. De gemeente Waddinxveen hanteert als uitgangspunt dat het midden van de bandbreedte gebruikt moet worden voor de parkeerkencijfers. In de notitie van 3 april 2023 zijn de afwijkingsmogelijkheden genoemd om af te wijken van het midden van de bandbreedte. Toetsing planinitiatief Het plangebied ligt op grond van de gemeentelijke criteria in het buitengebied van Waddinxveen.

Hiervoor kunnen de volgende parkeerkencijfers worden aangehouden zoals opgenomen in tabel 3.2. Tabel 3.2: Parkeerkencijfers woningen CROW publicatie 381 (2018). sterk stedelijk (min. - max.) Aandeel bezoekers Categorie buitengebied koop, vrijstaand 2,0 - 2,8 waarvan 0,3 per woning Op basis van deze normering ontstaat de volgende parkeerbalans (tabel 3.3).

14

Toelichting

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

Tabel 3.3: Parkeerbalans nieuwe situatie. Typologie Parkeernorm Functies Woningen vrijstaand 2,4 (gemiddeld) Totaal

Aantal 2 2

Totaal 4,8 5 pp (afgerond

De parkeerbehoefte wordt gerealiseerd door per woning minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen erf te realiseren. Bij uitwerking van het bouwplan dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de parkeernorm. In artikel 9.1 van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.

Toelichting

15

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

16

Toelichting

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stads- en dorpsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. De voorgenomen ontwikkeling

Toelichting

17

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

voorziet in de herontwikkeling van twee aaneengebouwde woningen naar twee vrijstaande woningen in de dorpsrand. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening genoemde rijksbelangen zijn niet in het geding. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk.

Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond.

In dit bestemmingsplan worden twee woningen mogelijk gemaakt (vervangende nieuwbouw). Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Op grond van jurisprudentie is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. In paragraaf 4.2.2 wordt hierop ingegaan. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing voor deze planontwikkeling. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

18

Toelichting

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.

Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het Omgevingsprogramma Zuid-Holland zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit.

Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de Omgevingsverordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De Laag van de ondergrond (eerste laag) wordt gevormd door een veencomplex van oude zeeklei.

De ondergrond in deze droogmakerijen varieert van venig tot (oude zee)klei.

Toelichting

19

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

Uit de Laag van cultuur- en natuurlandschappen valt af te leiden dat droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. Ze hebben een duidelijke begrenzing door een ringdijk, ringvaart of oude hoge oeverlanden. Het landschap is visueel open (tenzij het is verstedelijkt), grootschalig en ligt gemiddeld enkele meters lager dan de omgeving. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige basisverkaveling. Ontginningsboerderijen liggen op regelmatige afstand langs de ontginningsweg. Elke droogmakerij heeft haar eigen ordening en maat; kavelgrootte en lengte-breedte-verhouding zijn uniek. Deze typerende opbouw is bepalend voor de manier van inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Als richtpunt voor droogmakerijen (klei) geldt dat nieuwe ontwikkelingen worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. Voorts ligt het plangebied aan een dijklint. Dijken bepalen in hoge mate de kwaliteiten van het veenlandschap. Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend.

Op de Laag van de stedelijke occupatie ligt het plangebied in de stads- of dorpsrand (figuur 5). De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Het is het deel van stad of dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, doordat hier de genoegens van stedelijk en buiten wonen bij elkaar komen; de nabijheid van voorzieningen gecombineerd met het vrije zicht en het directe contact met het buitengebied. De relatie tussen bebouwd gebied en landschap is afhankelijk van de karakteristieken van de bebouwingsrand en die van het aangrenzende landschap. Daarbij worden drie typen ‘overgangskwaliteiten’ onderscheiden. Uitgangspunt bij ontwikkelingen aan dorpsranden is de contactkwaliteit. Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit. Op de Laag van de beleving is het plangebied niet aangeduid. Het westelijk gelegen Bentwoud (voorbij de Eerste Tocht) en het zuidoostelijk gelegen Gouwebos zijn hierin aangeduid als Recreatiegebied.

Figuur 5: Links uitsnede Kwaliteitskaart (Laag van de stedelijke occupatie) en rechts uitsnede kaart 3 (Regionale waterkeringen) van de Omgevingsverordening. Het plangebied is met zwart omkaderd. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. De herontwikkeling van het woonperceel met twee woningen is in overeenstemming met de opgaven wonen, ruimte en verstedelijking, omdat het plangebied in de dorpsrand ligt. De richtpunten zijn niet in het geding. De planontwikkeling maakt onderdeel van de lokale woningbehoefte. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie.

20

Toelichting

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 1 april 2023 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II. In lid 3 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen.

In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling mogelijk van twee vrijstaande woningen (vervangende nieuwbouw) in de dorpsrand. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Het bouwen van één woning is geen stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder (ABRvS 14 januari 2014, nr. 201308263/2/R4). Twee woningen die rechtstreeks mogelijk worden gemaakt zijn eveneens niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Voldaan wordt aan de Ladder zoals beschreven in paragraaf 4.3.2. Het plan is overeenstemming is met de Ladder.

Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.

Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. In artikel 6.9, lid 9 is opgenomen dat een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, ontwikkelingen mogelijk kan maken die kunnen vallen onder noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a.

Toelichting

21

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Het plangebied maakt op kaart 14 in bijlage II onderdeel uit van het buitengebied. De planlocatie ligt aan een dijklint van het Noordeinde in de dorpsrand, grenzend aan de Snijdelwijk. De openheid en het groene karakter van het landschap wordt niet aangetast, omdat de huidige twee woningen plaatsmaken voor woningen in de eerste lijn en tweede lijn bebouwing, zodat bestaande doorzichten vanaf het Noordeinde blijven behouden. De openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten worden niet aangetast. Het plan is getoetst aan de relevante richtpunten. Dorpsrand en dijklint De dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap.

Het is het deel van dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, doordat hier de genoegens van stedelijk en buiten wonen bij elkaar komen; de nabijheid van voorzieningen gecombineerd met het vrije zicht en het directe contact met het buitengebied. Uitgangspunt bij ontwikkelingen in de dorpsrand is de contactkwaliteit. De woningen maken onderdeel uit van het dijklint. De kwaliteit en beleefbaarheid van de polder blijft behouden, omdat het plangebied al is bestemd voor Wonen en ten westen van het plangebied al drie woningen staan. Door de woningen in de eerste en tweede lijn te bouwen worden bestaande doorzichten niet aangetast. Droogmakerij Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'droogmakerij (klei)'. Als richtpunt wordt aangehouden dat nieuwe ontwikkelingen in de droogmakerij worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. De ruimtelijke kwaliteit blijft behouden, omdat de twee woningen in de eerste en tweede lijn worden gebouwd. De situering houdt rekening met de bestaande situatie (achter het plangebied staan al drie vrijstaande woningen).

Regionale waterkeringen Op grond van artikel 6.22 (Regionale waterkeringen) mogen alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt voor zover bij de verwezenlijking daarvan geen belemmeringen kunnen ontstaan voor het onderhoud, de veiligheid of de mogelijkheden voor versterking van de regionale waterkering. Het plangebied ligt buiten de waterkering (figuur 5), zodat er geen beperkingen zijn. Risico's van klimaatverandering In paragraaf 6.2.8a (Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 6.27a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte, alsmede de effecten van de bovengenoemde risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.4.3 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie Het plangebied ligt in de dorpsrand.

Deze ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en qua aard en schaal bij wat er al in de directe omgeving aan het Noordeinde. Gesteld kan worden dat hier sprake is van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan. Voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (Ladder);

22

Toelichting

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit). Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 4.2.3 Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas De provincie Zuid-Holland heeft voor Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Dit gebiedsprofiel is op 16 december 2014 vastgesteld. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk.

Ontstaansgeschiedenis De polder Achterof bestond vroeger uit een veenwildernis, die in de dertiende eeuw is ontgonnen ten behoeve van landbouw. Het ontgonnen land werd echter tussen 1500-1700 voor turfwinning ontgraven. Daardoor ontstonden aan weerszijden van de middeleeuwse ontginningsweg Noordeinde diverse veenplassen. Het overgrote gedeelte daarvan (aan de westzijde van het Noordeinde) werd in de tweede helft van de achttiende eeuw ingepolderd, het gedeelte aan de oostzijde een eeuw later. Het huidige gebied geeft nog een goed voorbeeld van een voornamelijk negentiende-eeuws polderlandschap met bijbehorende bebouwing. De polder heeft een kenmerkend regelmatig rechthoekig wegen- en verkavelingspatroon. De polder ligt enkele meters lager dan het omliggende land. Om het water uit de polders te weren liggen er kaden om de polders heen. Dwars op de verkavelingsrichting lopen enkele brede sloten die ‘tochten’ worden genoemd. Deze vervullen een belangrijke rol in de afwatering van de polder. Beide deelgebieden zijn momenteel volledig in gebruik voor sierteelt. Ambities De onderliggende verkavelingsstructuur van agrarische landschap met zeer rationeel verkavelingspatroon vormt de basis voor de ambities van het gebied. De restanten nog open polderlandschap brengen openheid en rust en vormen zo een bijzondere kwaliteit die gekoesterd zou moeten worden.

Daarnaast vormt het verkavelingspatroon met zijn verschillende richtingen, maat en schaal de logica van het landschap. Bij het ordenen van ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied moet daarom de verkavelingstructuur als uitgangspunt worden genomen. Versterking van de hoofdstructuur van de polder is mogelijk, waardoor er ruimte is voor een gevarieerde ontwikkeling. De linten vormen hiertoe belangrijke structuurdragers van de polder. Deze kunnen worden benut en uitgebouwd als landschappelijk raamwerk voor nieuwe ontwikkelingen. De hier relevant zijnde ambitie voor de droogmakerij is dat de bebouwing gekoppeld blijft aan de linten. Erven worden groen ingepast. Nieuwe ontwikkelingen zijn passend bij de grote maat en rationele opzet van de droogmakerij. Het lint dient als structuurdrager van de hoofdstructuur te worden versterkt. Eenheid en de typerende opbouw van de polder dient herkenbaar te worden gehouden. De Vredenburghlaan vormt de nieuwe zuidelijke randweg van Waddinxveen en wordt aangesloten op de Moordrechtboog en de Gouwelaan. Hierdoor wordt zowel de A12, als de N207 ontlast en aanleg van de Bentwoudlaan zal ook de kern van Waddinxveen ontlast worden van doorgaand verkeer.

Toetsing planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas Het kenmerkende landschap van het lint is nog altijd herkenbaar rond het plangebied, maar niet meer zo sterk bepalend door de vele, vooral infrastructurele, ingrepen, zoals de in voorbereiding zijnde bovenlokale infrastructuur Vredenburghlaan/ Bentwoudlaan. Het contrast tussen de Bentwoudlaan en het behoud van het lint zorgt ervoor dat deze structuurdrager beleefbaar blijft (het lint blijft het lint). Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud van

Toelichting

23

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

de lintstructuur, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). De twee woningen liggen op relatief grote afstand van de nieuw geplande infrastructuur. Doorzichten worden niet aangetast. Conclusie Deze planontwikkeling is in overeenstemming met het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas. De ontwikkeling levert een bijdrage aan het behouden en/of versterken van de ruimtelijke kwaliteiten van het cultuurhistorisch waardevolle lint.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas Het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP) is een gezamenlijk plan van thans de drie Zuidplas gemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. Het ISP is onder bestuurlijke regie van de Stuurgroep driehoek RZG tot stand gekomen, dat wil zeggen in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het ISP is een uitwerking van de vastgestelde Interregionale Structuurvisie (2004). Het plan geeft inzicht over de ontwikkelingen in de Zuidplas tot 2030, waarbij het accent ligt op de periode 2010-2020. Het streven is om het ISP binnen deze periode in fasen uit te werken en uit te voeren. Het ISP is voor de gemeenten in de Zuidplas de basis voor het ruimtelijk beleid. De gemeentebesturen moeten zich bij het maken van bestemmingsplannen houden aan wat in het ISP staat. Voor burgers en organisaties komen uit het ISP geen juridisch bindende gevolgen voort. Dat gebeurt pas na de vaststelling van bestemmingsplannen. Aan het ISP kunnen dan ook door burgers en bedrijven niet direct rechten worden ontleend. Het ISP is door de gemeenteraad van Waddinxveen op 1 februari 2006 vastgesteld.

Het ISP omvat: Een inrichtingsschets voor de Zuidplaspolder op schaal 1:25.000 De hoofdstructuur voor groen, water en verkeer Aantallen te bouwen woningen Aantallen hectares voor bedrijventerreinen en glastuinbouw Een visie op de financiering Een visie op de ontwikkelingsorganisatie Een fasering van het programma. Het plangebied Zuidplas bestaat globaal uit de Zuidplaspolder, de bovenlanden langs de Hollandsche IJssel, de Eendragtspolder, de Tweemanspolder, Polder de Wilde Veenen en een zone ten westen van Waddinxveen. Het betreft het grondgebied van de Zuidplasgemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. De belangrijkste richtinggevende uitspraken voor het ruimtelijk beleid in de Zuidplas, zoals geformuleerd in de Interregionale Structuurvisie (vanuit de lagenbenadering) zijn voor zover betrekking op het noordelijke gebied: Droogmakerijen (zoals de Zuidplas) lenen zich beter voor intensieve verstedelijking dan de veenweidegebieden. Uitbreiding van de groenstructuur is in de Zuidvleugel nodig. De Rottewig vormt met de Eendragtspolder, de Tweemanspolder en Polder de Wilde Veenen met het Bentwoud een robuuste groene as. Aan de zuidkant wordt de groenstructuur gecompleteerd met de Krimpenerwaard, de Hollandsche IJssel en Hitland en het restveengebied van de Zuidplas. Conclusie De plankaart (figuur 6) kent drie lagen: 'groenblauw casco', 'infranetwerk' en 'occupatie'.

Het plangebied is hierin aangeduid als 'groene zone' met de aanduiding 'regionale gebiedsontsluitende weg - optioneel' (zwart gestreepte lijn). De plannen hiervoor zijn, behoudens de infrastructuur, niet nader uitgewerkt. De uitgangspunten van het ISP zijn niet in het geding.

24

Toelichting

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

Figuur 6: Plankaart ISP. Plangebied met gele stip en zwarte pijl aangeduid. 4.3.2 Regionale Agenda Wonen Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio waar belangrijke waarden met betrekking tot wonen, werken, ondernemen en recreëren van groot belang worden geacht voor de ontwikkeling van de Randstad als geheel. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. De kwaliteiten van de centrale ligging worden versterkt doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, bijvoorbeeld dankzij het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Regionale samenwerking rond wonen in de regio Midden-Holland is wenselijk vanwege de sterke samenhang in de woningmarkten in dit gebied. De samenwerkende gemeenten ambiëren een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendige woonagenda voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau. Die ambities zijn verwoord in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019.

Deze agenda beoogt bij te dragen aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in de verschillende delen van de regio, aansluitend bij de behoefte aan woningen. De woonagenda is ook bedoeld om ontwikkelende partijen duidelijkheid te geven over wat de gewenste soorten woningen zijn en zo te stimuleren dat de juiste plannen gerealiseerd worden. Dit in goede samenwerking met ontwikkelende partijen zoals woningcorporaties, commerciële marktpartijen en zorgpartijen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 is een vijftal belangrijke gezamenlijke thema’s geformuleerd:

Toelichting

25

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

gevarieerd woon- en leefklimaat duurzaamheid wonen en zorg betaalbaarheid/toegankelijkheid beschikbaarheid. Per thema is de regionale ambitie beschreven, aangevuld met een actielijst als eerste aanzet voor een uitvoeringsprogramma. De praktijk van de woningmarkt vraagt flexibiliteit en bewegingsruimte binnen gedeelde kaders en drie opgaven die prioriteit moeten krijgen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 leggen de gemeenten de nadruk op tempoversnelling in de productie, een knellende mismatch tussen vraag en aanbod voor een aantal groepen op de woningmarkt. De derde opgave is die van onderscheidende woonmilieus. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod van woningen in de regio Midden-Holland weer. De Regionale Agenda Wonen vormt het vertrekpunt voor een nieuwe, flexibeler methodiek voor de regionale afstemming van woningprogrammering en uitvoeringsprogramma. De Regionale Agenda Wonen is complementair aan lokale woonvisies. Waddinxveen Waddinxveen is sinds de jaren '80 uitgegroeid van een dorpskern langs de Gouwe naar een middelgrote gemeente met de daarbij behorende voorzieningen. De ligging langs de A12 Utrecht – Den Haag is daarvoor belangrijk. Daarnaast heeft Waddinxveen drie treinstations aan een hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk.

Aan de zuidwestzijde van de oude dorpskern is een nieuw centrum gerealiseerd. Zuidelijk daarvan is de woonwijk Park Triangel in aanbouw. Waddinxveen kent veel laagbouw, met aan de zuidrand een dorps en soms luxer woonmilieu. Het luxe woonmilieu is een onderscheidend aanbod, dat verder grotendeels ontbreekt in de regio. Conclusie De nieuwbouw van twee woningen in de dure koopsector (vervangende nieuwbouw), levert een bijdrage aan het voorzien in de vraag naar woningen in Waddinxveen voor de doelgroep doorstromers. Volgens de afspraken hoeft dit plan gezien de omvang niet te worden afgestemd met de regio, omdat er alleen sprake is van vervangende nieuwbouw. Het plan is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Regionale Agenda Wonen.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 12 oktober 2022 de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 vastgesteld. Bij het opstellen van de omgevingsvisie zijn inwoners, bedrijven en andere organisaties betrokken. Waarom een Omgevingsvisie? Waddinxveen is in de afgelopen jaren flink gegroeid. Er wonen nu met meer dan 31.000 mensen in de gemeente. Tot 2050 wordt er (vanwege de lopende nieuwbouwprojecten) een flinke groei van de bevolking verwacht ten opzichte van 2020. Dit betekent nog al wat. Er zijn voldoende passende, betaalbare en toekomstbestendige woningen nodig. Om niet in de knel te komen met de maatschappelijke voorzieningen (zoals onderwijs, sport en zorg) of te maken te krijgen met vastlopend verkeer, is het van belang om goed na te denken over hoe Waddinxveen er in de toekomst uit moet zien. Hoe biedt de gemeente ook over 20 tot 30 jaar een mooie en prettige omgeving om te wonen, werken en onze vrije tijd door te brengen? Tegelijkertijd wil de gemeente de natuur en biodiversiteit beschermen en herstellen terwijl we blijven recreëren in het landschap. Ook heeft de gemeente een grote klimaatopgave waar zij zich hard voor wil maken. Daarnaast veranderen de maatschappelijke verhoudingen en de rol van de overheid. Inwoners en bedrijven nemen steeds vaker zelf het initiatief om maatschappelijke en economische vraagstukken op te pakken.

De vraagstukken zijn groot en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Ze vragen samen meer ruimte dan zomaar beschikbaar is. De koers hiervoor wordt uitgezet in de omgevingsvisie. Ambities voor de toekomst De ontwikkeling van Waddinxveen heeft zich altijd gekenmerkt door een krachtdadige houding ten opzichte van de omstandigheden van haar omgeving. De historie laat zien dat het landschap van

26

Toelichting

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

Waddinxveen altijd is veranderd door - en naar de hand is gezet van - haar inwoners, om in te spelen op de ontwikkelingen die op haar afkwamen. Ook nu komen er grote ontwikkelingen op haar af. En ook nu moet de gemeente, net als in het verleden, de moed hebben om ingrijpende keuzes te maken. Zo kan de brug (tegen wil en dank toch medebepalend voor de identiteit van Waddinxveen) worden geslagen tussen verleden en toekomst, tussen stad en land, tussen landschappen (hoog en laag, nat en droog) en tussen mensen onderling. Het credo 'Waddinxveen; bruggen bouwen richting de toekomst' wordt verder uitgewerkt langs drie pijlers: 'Veelzijdig polderlandschap', 'Goed leven tussen stad en land' en 'Innovatieve knoop aan de Gouwe'. De belangrijkste ruimtelijke ingrepen zijn weergegeven op de integrale visiekaart Waddinxveen 2050. De arceringen en icoontjes op de kaart zijn indicatief en de locaties liggen nog niet overal vast. Het plangebied is hierin aangeduid als lintbebouwing ten noorden van een inmiddels aangelegde fietsroute, te weten het Jagtlustpad richting het Bentwoud (figuur 7).

Figuur 7: Integrale visiekaart Waddinxveen 2050. Koers per deelgebied Op basis van de algemene koers, die voor de gemeente als geheel geldt, is per specifiek deelgebied een koers beschreven. Hierbij worden de gewenste gebiedskwaliteiten benoemd en zoveel mogelijk concrete ontwikkelingen. Waar relevant geeft de gemeente aan of kleinere locaties in dat deelgebied nog een afwijkende opgave hebben. De volgende deelgebieden worden onderscheiden: Woonwijken (Woonkern); Gouweplein centrum Waddinxveen en Sleutelkwartier (Woonkern); Bedrijventerreinen (Bedrijvigheid); Glastuinbouwgebieden (Bedrijvigheid) Polders Achterof en Zuidplas; Veenweidegebied: Polder Bloemendaal & de Voorofsche polder); Recreatiegebieden Bentwoud, Gouwebos en 't Weegje (Buitengebied).

Toelichting

27

bestemmingsplan Noordeinde 124 en 126, Waddinxveen

Polders Achterof en Zuidplas Polder Achterof is het meest herkenbare agrarische buitengebied van Waddinxveen. De polder heeft een open landschap met weids uitzicht. De ondergrond en het gebruik van de bodem passen goed bij elkaar in dit gebied. De westzijde van de polder is een stiltegebied en Achterof is een telpost voor trekvogels. Gezien de veelheid aan activiteiten waarvoor ruimte gevonden moet worden en de schaarse ruimte in de Randstad en ook in Waddinxveen, liggen er meerdere ruimteclaims op dit gebied. Het gaat om de huidige agrarische functie, mogelijke natuurontwikkeling ter versterking van het Bentwoud, de komst van de verlengde Bentwoudlaan en mogelijke uitbreiding van de recreatiemogelijkheden. Het plangebied is hier ook aangeduid als lintbebouwing ten noorden van een fietsroute naar het Bentwoud (figuur 8).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14182578/2