1. Bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen, toelichting en regels, versie 31-05-2023
Tekst van het document
NL.IMRO.0627.BPhenegouwerweg105-0401
Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen VASTGESTELD
31 mei 2023
REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 26 maart 2021 25 februari 2022 24 januari 2023 31 mei 2023
VERSIE 2e versie 2e versie 2e versie 1e versie
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
Toelichting
Toelichting
3
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
4
Toelichting
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
7 7 7 7 8
Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Bestaande situatie
9 9
Hoofdstuk3
11
3.1 3.2 3.3 3.4
Beleidsmatige ontwikkelingen Nieuwe situatie Beeldkwaliteit Verkeer en parkeren
Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3 4.4
Planbeschrijving
Beleidskader
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
11 11 12 13 15 15 17 22 23
Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk, provincie en gemeente 5.3 Beleid hoogheemraadschap van Rijnland 5.4 Waterhuishouding
29 29 29 31 32
Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
37 37 44 46 49
Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan
51 51 51 51 53
Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid
55 55
Hoofdstuk9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Communicatie 9.3 Zienswijzen
57 57 57 57
Toelichting
5
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
Regels
59
Hoofdstuk1
Inleidende regels
60
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
60 65
Hoofdstuk2
Bestemmingsregels
66
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden Water Waarde - Archeologie 2 Waterstaat - Waterkering
66 70 71 74
Hoofdstuk3
Algemene regels
76
Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
76 77 78 79 80
Hoofdstuk4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
81 81 82
Bijlagen toelichting Bijlage 1
Landschapsinrichtingsplan
Bijlage 2
Bodemonderzoek
Bijlage 3
Notitie stikstofberekeningen
Bijlage 4
Ecologisch onderzoek
Bijlage regels Bijlage 1
6
Staat van Bedrijfsactiviteiten - nevenactiviteiten
Inhoudsopgave
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op het perceel Henegouwerweg 105 was vroeger een rundvee- en varkenshouderijbedrijf gevestigd. Na beëindiging hiervan is een agrarisch- en cultuurtechnisch loonbedrijf in de plaats gekomen. Dit bedrijf is bij recht opgenomen in het bestemmingsplan 'Landelijk Veen'. De eigenaar/exploitant is voornemens om een verouderde varkensstal te vervangen en een bestaande loods uit te breiden. Gelijktijdig worden enkele gebouwen gesloopt. Dit vraagt om een duurzame herinrichting van het bedrijfsperceel, waarbij een aanpassing van het bouwvlak nodig is. Gelijktijdig kunnen doorzichten naar het veenweidegebied worden verbeterd vanaf de Henegouwerweg door een nieuwe positionering van de te vervangen schuur. De aanpassingen worden zodanig vorm gegeven dat er per saldo een win-winsituatie ontstaat. Enerzijds kan initiatiefnemer zijn activiteiten bedrijfseconomisch duurzaam voortzetten en anderzijds worden de landschappelijke kwaliteiten van het landelijk gebied opgewaardeerd, omdat zichtlijnen worden verbeterd en het bouwvlak landschappelijk wordt ingepast met streekeigen beplanting. Dit bestemmingsplan maakt een aanpassing van het agrarisch bouwvlak juridisch planologisch mogelijk.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de Henegouwerweg in de polder Bloemendaal van het oostelijk gelegen buitengebied. Aan weerszijde van het plangebied ligt weidegebied met verderop in noordelijke richting op nummer 104 een agrarisch dienstverlenend bedrijf en in zuidelijke richting op nummers 106 en 107 een twee-onder-één-kapwoning. Ten oosten van het plangebied ligt het veenweidegebied. Aan de westelijke zijde ligt de Henegouwerweg met aansluitend de Gouwe. Aan de overzijde van deze rivier ligt de zuidelijke woonkern van Waddinxveen. Een situatietekening is opgenomen in figuur 1.
Figuur 1: Plattegrond plangebied en omgeving.
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen:
Toelichting
7
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
Raadsbesluit Bestemmingsplan “Landelijk Veen" 10 april 2013 "Parapluplan Archeologie en Parkeren" 19 september 2019
Uitspraak ABRvS Geen beroep ingesteld Geen beroep ingesteld
Het plangebied is in het bestemmingsplan "Landelijk Veen" bestemd voor 'Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden agrarisch- en cultuurtechnisch loonbedrijf' (figuur 2). Binnen het bouwvlak zijn twee bedrijfswoningen toegestaan. Verder is langs de Henegouwerweg de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterkering' van toepassing. Voor het gehele plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2'. Om een aanpassing van het bouwvlak mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan nodig.
Figuur 2: Plankaart verbeelding bestemmingsplan Landelijk Veen.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
8
Toelichting
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Bestaande situatie
Het plangebied ligt in het landelijk gebied Oost van de gemeente Waddinxveen aan de Henegouwerweg. Het perceel maakt onderdeel uit van een bebouwingslint met hoofdzakelijk voormalige agrarische bebouwing, vrijstaande woningen en twee-onder-één-kap-woningen met tussendoor uitzichten op het veenweidegebied van de polder Bloemendaal. Iets verder vanaf de weg zijn enkele clusters met compensatiewoningen gerealiseerd als uitvloeisel van het "Beleidsdocument Polder Bloemendaal Toepassing Ruimte-voor-Ruimte regeling: de kaders" (februari 2012). In zuidoostelijke richting is rijksweg A12 zichtbaar. Aan de overzijde van de Gouwe ligt de zuidelijke woonkern van Waddinxveen. De Polder Bloemendaal. Cluster van ruimte-voor-ruimte woningen.
Woningen langs de Gouwe in woonkern. Agrarisch dienstverlenend bedrijf op nr. 104. Planspecifiek Het bedrijfsperceel aan de Henegouwerweg 105 is in gebruik als uitvalslocatie van een (agrarisch) grondverzetbedrijf. Op het bedrijfsperceel staat een loods met stalling voor groot materieel en een opslagschuur. Tussen beide gebouwen kunnen vrachtwagens en grondverzetmachines worden gestald wanneer deze niet op locatie worden gebruikt. Verder staan er twee bedrijfswoningen op nummer 105 en 105a met bijbehorend erf. Aan weerszijden van de percelen liggen watergangen met aangrenzend weidegrond. Het perceel is via een uitrit ontsloten op de Henegouwerweg. Achter het perceel ligt het veenweidegebied met een brede sloot. Een situatietekening van de bestaande toestand is opgenomen in figuur 3.
Toelichting
9
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
Figuur 3: Bestaande situatie. Plangebied vanaf Henegouwerweg.
De brede watergang achter plangebied.
De te vergroten loods.
De te vervangen schuur.
10
Toelichting
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Beleidsmatige ontwikkelingen
In de bestemmingsplannen 'Landelijk Veen' en 'Ruimte voor Ruimte polder Bloemendaal' zijn de beleidsmatige ontwikkelingen vastgelegd op basis waarvan private initiatieven kunnen worden gefaciliteerd. Voor alle ontwikkelingen geldt dat de ruimtelijke, de milieukundige en de financiële uitvoerbaarheid dient te worden aangetoond om hieraan medewerking te verlenen. Het gemeentelijk beleidskader hiervoor zijn de Inrichtingsvisie Weids Bloemendaal (zie paragraaf 4.4.2) en de Ruimte voor Ruimteregeling voor de polder Bloemendaal. De ruimte voor ruimteregeling is niet van toepassing op onderhavig plangebied.
3.2
Nieuwe situatie
In onderhavige situatie vindt een herschikking van het bedrijfsperceel plaats. De langs de weg verouderde stal (140,5 m²) en hooiberg (93,5 m²) worden gesloopt, zodat er ten noorden van de entree meer 'lucht' ontstaat. Hiervoor in de plaats komt een kleine boomgaard en een bijgebouw voor de bedrijfswoning van nummer 105. De hierachter staande loods wordt in westelijke en noordelijke richting uitgebreid met 272 m². De uitbreiding blijft op voldoende afstand van de watergang, zodat vanaf de kant onderhoud kan plaatsvinden. Voorts wordt hier streekeigen beplanting aangelegd, zodat er min of meer een groene wand ontstaat. De zuidelijk gelegen schuur is verouderd. Deze wordt gesloopt om plaats te maken voor een nieuwe schuur van 220 m² die meer noordelijk wordt gesitueerd, zodat doorzichten worden verbeterd. Ook deze schuur wordt landschappelijk ingepast met bomen zoals elzen en wilgen. Als gevolg van deze ontwikkelingen dient het bouwvlak te worden aangepast, zodat er een duurzaam bedrijfsperceel ontstaat. Per saldo is er sprake van een win-winsituatie, omdat enerzijds initiatiefnemer zijn activiteiten bedrijfseconomisch duurzaam kan voortzetten en anderzijds de landschappelijke kwaliteiten van het landelijk gebied worden opgewaardeerd. Zichtlijnen worden verbeterd en het bouwvlak landschappelijk wordt ingepast met streekeigen beplanting.
Resumerend brengt aanpassing van het bouwvlak een ruimtelijke en landschappelijke kwaliteitswinst met zich mee, omdat: a. er geen sprake is van verdere verdichting van het bebouwingslint met bedrijfsbebouwing; b. het bebouwingspercentage binnen het gewijzigde bouwvlak wordt teruggebracht van 100% naar 70%; c. de bestaande watergangen en zichtlijnen behouden blijven; d. de maat, de schaal en de richting van het landschap niet worden aangetast; e. de bouwvolumes landschappelijk worden ingepast met streekeigen beplanting. In figuur 4 is een verkavelingstekening opgenomen van de nieuwe situatie.
Toelichting
11
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
Figuur 4: Situatietekening nieuwe situatie.
3.3
Beeldkwaliteit
Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat op grond van de Omgevingsverordening een motivering, bij voorkeur vervat in een beeldkwaliteitsparagraaf, waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft. Deze paragraaf voorziet hierin. Landschappelijke hoofdstructuur omgeving en ruimtelijke relaties De polder Bloemendaal is een voorbeeld van een klassieke Hollandse ontginning, waarbij het veen door de aanleg van sloten en dijken werd ontwaterd ten nutte van de landbouw. Om een goede afwatering te garanderen werden de sloten dwars op de hoogtelijnen aangelegd. De kavels waren min of meer van gelijke omvang en werden verpacht of verkocht aan kolonisten uit de wijde omgeving, vandaar de naam “Cope” ontginning. Het huidig gebruik van de Polder Bloemendaal is voornamelijk agrarisch. Er zijn sierteeltbedrijven aanwezig en er bevinden zich kassen in de polder die veelal of ondersteunend zijn voor de sierteelt of voor tuinbouwdoeleinden worden gebruikt. Veel van die kassen zijn inmiddels gesaneerd in het kader van de ruimte voor ruimteregeling Polder Bloemendaal. Daarnaast worden percelen gebruikt voor veehouderij. Er is beperkt recreatief medegebruik van het gebied mogelijk. Het open landschap en de zichtlijnen zijn als uitgangspunt genomen voor inpassing van het aangepaste bouwvlak.
Ten behoeve van deze planontwikkeling is een verkavelingsplan opgesteld door Lagendijk tuinen landschapsarchitecten B.V. te Bergambacht. Doelstelling is het plangebied een bijdrage te laten leveren aan versterking van de landschappelijke en stedenbouwkundige structuur van het bebouwingslint aan de Henegouwerweg. Concreet is er sprake van een geringe aanpassing van het bouwvlak, waarbij met name de te herbouwen zuidelijke schuur zodanig wordt gepositioneerd dat zichtlijnen vanaf de Henegouwerweg worden verbeterd. Bij de entree van het erf wordt een kleine boomgaard aangelegd wat een groene uitstraling geeft. Aan de buitenzijde van de loods en schuur wordt streekeigen beplanting aangelegd, zodat deze gebouwen landschappelijk worden ingepast. De twee woningen en voortuinen zijn georiënteerd op de Henegouwerweg. De toegestane bebouwing mag maximaal 70% van het bouwperceel bedragen (in tegenstelling tot de huidige 100%), zodat wordt vermeden dat het
12
Toelichting
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
bouwperceel volledig kan worden bebouwd. Het verkavelingsplan, zoals weergegeven in figuur 4, heeft als basis gediend voor het bestemmingsplan.
3.4
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied ligt aan de Henegouwerweg (N207). Deze weg is aangemerkt als een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom tussen Gouda en Alphen aan den Rijn. De maximum snelheid is ter plaatse 80 km/uur. In zuidelijke richting ligt Gouda. In noordelijke richting is het centrum van Waddinxveen bereikbaar. Parkeren Ieder plan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt beantwoord in het parkeerbeleid van de gemeente Waddinxveen. In juli 2014 heeft de gemeente Waddinxveen Parkeerbeleid vastgesteld. In het paraplubestemmingsplan voor parkeren (2018) is dit planologisch verankerd. Hierin beschrijft de gemeente hoe wordt omgegaan met parkeernormen. Het parkeerbeleid is met name gericht op de bebouwde kom. Voor de parkeernormen wordt de CROW publicatie 381 (december 2018) als uitgangspunt gehanteerd. Bij uitwerking van nieuwe bouwplannen dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1 Parkeerkencijfers Functies Woning, vrijstaand Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief
Norm buitengebied, matig stedelijk 2,8 per woning min. 0,8 pp per 100 m² max. 1,3 pp per 100 m²
Aandeel bezoekers waarvan 0,3 per woning 5%
Op het bedrijfserf is tussen de loods en de nieuw te bouwen schuur voldoende ruimte voor stalling van materieel. Ook in de loods kunnen voertuigen worden gestald. Voor parkeren kan worden uitgegaan van de minimum parkeernorm, omdat het personeel meestal direct naar locatie gaat voor werkzaamheden waar de grondverzetmachines staan. Alleen in het weekend worden deze gestald op het bedrijfsperceel. Dit betekent dat moet worden uitgegaan van een parkeernorm van 340 m² (vervanging/uitbreiding) x 0,8 = afgerond 3 parkeerplaatsen. Op het open terrein is hiervoor voldoende ruimte gereserveerd. Voor de twee woningen zijn op eigen terrein minimaal drie parkeerplaatsen per woning aanwezig, zodat kan worden voldaan aan de parkeerbehoefte. Bij uitwerking van nieuwe bouwplannen dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan deze parkeernorm. Dit wordt geborgd in de parkeerregels in artikel 11.1, waarbij de regels van het Parapluplan Archeologie en Parkeren zijn overgenomen.
Henegouwerweg.
Toelichting
In-/uitrit naar bedrijf en twee woningen.
13
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
14
Toelichting
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.
De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 4 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Eén van de beleidskeuzes is als volgt: "Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief." Onder unieke landschappen wordt onder andere het Groene Hart benoemd.
Toelichting
15
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
Het plangebied is gelegen in het Groene Hart, dit gebied is aangewezen als Nationaal landschap. Het doel is om de kwaliteit te versterken en te beschermen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een aanpassing van een bouwvlak van een bestaand bedrijf met twee bedrijfswoningen, zodat een duurzame bedrijfsvoering kan worden gerealiseerd. De omvang van het bouwvlak wijzigt niet. De herontwikkeling op deze locatie geeft een impuls aan de kwaliteit van dit perceel in het buitengebied; de landschappelijke waarden worden per saldo verbeterd. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Het plangebied ligt niet binnen één van de rijksbelangen.
4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een ruimtelijk plan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt.
Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. In dit bestemmingsplan wordt alleen een aanpassing van een agrarisch bouwvlak mogelijk gemaakt van een bestaand bedrijf. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Hieronder wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Dit wordt toegelicht in 4.2.2. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.
De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing voor deze planontwikkeling. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
16
Toelichting
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 februari 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het Omgevingsprogramma zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit.
Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De provincie vraagt gemeenten om voor ontwikkelingen in en nabij het buitengebied de kwaliteitskaart te benutten en gebruik te maken van de opgestelde gebiedsprofielen. Het plangebied ligt in het gebiedsprofiel Gouwe Wiericke. In paragraaf 4.2.3 wordt hierop ingegaan.
De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De Laag van de ondergrond (eerste laag) wordt gevormd door bijzonder reliëf en aardkundige waarden.
Toelichting
17
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
Het plangebied maakt onderdeel uit van veen in een veencomplex met een hoge waterstand. Het veen kent een geringe draagkracht. Als richtpunt geldt dat ontwikkelingen in het veenlandschap zorgdragen voor behoud van het veen en zijn met name bij de diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling. In de Laag van cultuur- en natuurlandschappen maakt de Henegouwerweg onderdeel van veen(weide) landschap (figuur 5). De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. Het landschap is tussen deze structuren weids met lange zichtlijnen. Richtpunten zijn onder andere: Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden. Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. Op de Laag van de stedelijke occupatie ligt het plangebied in de stads- en dorpsrand langs een Provinciale weg (figuur 5).
Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Op de Laag van de beleving is het plangebied niet specifiek aangeduid. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Dit bestemmingsplan maakt een aanpassing van een agrarisch bouwvlak mogelijk voor een bestaand (agrarisch) bedrijfscomplex in de 'stads- en dorpsrand', waarbij rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten van het landschap. Er sprake van een kwaliteitsverbetering, omdat zichtlijnen worden verbeterd en minder bebouwing mogelijk wordt gemaakt binnen het aangepaste bouwvlak. Per saldo blijft de oppervlakte van het agrarisch bouwvlak nagenoeg gelijk en ruim onder de 2 ha. De planontwikkeling is in overeenstemming met het provinciaal beleid.
Figuur 5: Links uitsnede Laag van de cultuur- en natuurlandschappen en rechts Laag van de stedelijke occupatie.
18
Toelichting
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 1 februari 2023 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. In lid 3 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen.
In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt een aanpassing van een agrarisch bouwvlak mogelijk voor een bestaand bedrijf. Hier is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de begripsbepaling in de Omgevingsverordening. Toetsing aan de Ladder is niet nodig. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau.
Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.
Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'veen(weide)gebied' in de 'stads- en dorpsrand'. Deze herontwikkeling tast het bebouwingslint niet aan. De lengtesloten en kenmerkende landschapselementen, alsmede de weidsheid van de maat, blijven behouden. Evenmin worden zichtlijnen aangetast. De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en
Toelichting
19
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
landschap. Bebouwd gebied en landschap zijn verbonden door zichtbare en begaanbare doorlopende structuren, zoals wegen, linten of waterlopen. Stad en ommeland blijven beide in hun eigen hoedanigheid herkenbaar en onderscheidend, maar worden in staat gesteld in elkaar door te dringen (contactkwaliteit). Het oorspronkelijke landschappelijke (kavel)patroon wordt verbeterd door aanpassing van het bouwvlak, waarbij doorzichten worden verbeterd en de bouwmogelijkheden worden beperkt ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. Daarbij komt dat al sprake is van een bestaande niet agrarische functie buiten het stads- en dorpsgebied zoals aangegeven in de Omgevingsverordening. Het plangebied ligt buiten beschermingscategorie 2 (belangrijk weidevogelgebied), zoals opgenomen in kaart 14: ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën (figuur 6). Gesteld kan worden dat deze planontwikkeling binnen de bestaande gebiedsidentiteit past en wat nu al planologisch mogelijk is. Hier is sprake van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan. Dat neemt niet weg dat extra aandacht wordt besteed aan de landschappelijke inpassing. De ontwikkeling houdt rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen.
Figuur 6: Uitsnede Kaart 14, ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën. Risico'svan klimaatverandering In paragraaf 6.2.8a (toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 6.27a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte, alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.4.4 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie Het agrarisch bouwvlak voldoet aan de provinciale belangen met betrekking tot regels voor ruimtelijke kwaliteit en bestaande bedrijven, zodat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de provinciale belangen.
20
Toelichting
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
4.2.3 Gebiedsprofiel Gouwe Wiericke Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben voor Gouwe Wiericke op 16 december 2014 een gebiedsprofiel vastgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Gouwe Wiericke heeft een rijk palet aan polders met ieder zijn eigen karakteristieke verkavelingspatroon. Kenmerkend voor Gouwe Wiericke is het samenspel tussen het oorspronkelijke ontginningspatroon en de vervening die onder andere tot het ontstaan van de Reeuwijkse Plassen hebben geleid. De planlocatie ligt in de Polder Bloemendaal.
De ambities van het gebiedsprofiel richten zich onder andere op: het behouden van de grote openheid en uitgestrektheid van het veenweidelandschap van Gouwe Wiericke, het versterken van de samenhang met de andere gebieden van het Groene Hart, en het behoud van de polders, met de daarbij horende verkavelings- en waterpatronen, als dominante ruimtelijke eenheden; het behouden en versterken van de grote mate van diversiteit tussen de verschillende bebouwingslinten. Het plangebied ligt in een herkenbaar waterrijk veen(weide)gebied. Als richtpunt bij de kwaliteitskaart wordt onder andere genoemd dat ontwikkelingen bijdragen aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. Voorts dienen nieuwe bebouwing en bouwwerken te worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. Aanvullende ambities zijn onder meer het behouden van de weidsheid van het gebied als totaal en het tegengaan van verrommeld grondgebruik dat de openheid aantast. Het plan ligt aan het kanaaldijklint van de Gouwe. Het dijklint betreft een asymmetrisch lint met een los bebouwingspatroon langs de Gouwe. In de linten spelen verschillende ontwikkelingen, waaronder intensivering en schaalvergroting van goedlopende (agrarische) bedrijven.
Vooral in polder Bloemendaal vindt nieuwbouw in de linten plaats (onder andere bij het saneren van glasopstanden in het kader van de voormalige Ruimte-voor-ruimte-regeling). Als richtpunt geldt onder andere dat linten hun lineaire karakter behouden, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Aanvullende ambities voor het kanaaldijklint van de Gouwe zijn onder meer het continueren van de asymmetrie van het lint, met losse tot verspreide bebouwing onder aan de dijkvoet langs de oostoever en het herkenbaar houden van de ruimtelijke structuur van kavels dwars op het bebouwingslint. Bij nieuwe ontwikkelingen dient de bestaande kavelopbouw als uitgangspunt te worden aangehouden, met bebouwing op de kop van de kavel. Voorts dienen doorzichten naar het achterland te worden opengehouden en versterkt. Verder dient de bomenrij langs de weg te worden versterkt het asymmetrische karakter van het lint met een stenige en een groene kant. De beplanting handhaven of, als nodig, herplanten. Spiegeling aan gebiedsprofiel De landschappelijke dynamiek aan de Henegouwerweg wordt verbeterd, omdat verouderde bebouwing aan het lint wordt verwijderd.
Hiervoor in de plaats komt een groene invulling met een kleine boomgaard. Per saldo is er sprake is van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, omdat de aanpassing van het bouwvlak gepaard gaat met verbetering van doorzichten en de bebouwingsmogelijkheden binnen het bouwvlak worden verkleind, terwijl de bebouwing landschappelijk wordt ingepast met gebiedseigen beplanting. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud en herstel van openheid, van rust en stilte en van het veenweidekarakter, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). Het tegengaan van verrommeling heeft hier prioriteit.
Toelichting
21
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
Conclusie Onderhavige planontwikkeling voorziet in een aanpassing van een agrarisch bouwvlak. Bestaande structuren/linten worden niet aangetast. Het veenweidegebied blijft in stand. Doorzichten worden verbeterd. De planontwikkeling voldoet aan het provinciale belang met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit zoals vastgelegd in artikel 6.9, lid 4 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. De ruimtelijke- en landschappelijke kwaliteiten krijgen hierdoor een kwaliteitsimpuls.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Boskoop De Greenport regio Boskoop - het netwerk van bedrijven in de boomsierteelt - heeft een echte centrumpositie. Om die positie te kunnen vasthouden en uit te bouwen, hebben de betrokken gemeenten met overtuiging gekozen voor de ontwikkeling van de Greenport. De Intergemeentelijke Structuurvisie (afgekort ISV) is gemaakt om de ruimtelijke keuzes in samenhang te kunnen bepalen. Kernbegrippen zijn: compactheid, bereikbaarheid en duurzaamheid. De ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Greenport Boskoop worden al langer beperkt door het ruimtelijk beleid in het Groene Hart. Mede daardoor is een achterstand ontstaan. Nieuwe ontwikkelingen moeten in balans met de omgeving plaatsvinden. Daarnaast zijn aanzienlijke investeringen in de infrastructuur nodig. Als gevolg van de aanwijzing als Greenport zal er ook schaalvergroting plaatsvinden. De ambitie van de structuurvisie ligt in een sterke, duurzame en beleefbare Greenport in een leefbare omgeving. Een sterke Greenport wordt bereikt door de centrumfunctie te versterken, de eigen identiteit te versterken en door een betrouwbare bereikbaarheid te waarborgen. Duurzaamheid ontstaat allereerst door efficiënt ruimtegebruik: bundelen, concentreren en herstructureren. Ook moet de wateropgave structureel geregeld worden met duurzaam waterbeheer en voldoende zoetwatervoorziening.
De Greenport moet beleefbaar zijn, een uitstraling krijgen die aantrekkelijk is voor inwoners en bezoekers van het Groene Hart. Op die manier vormt de Greenport een schakel tussen de stedelijke gebieden en het open veenweidegebied. De leefbaarheid van de omgeving wordt vergroot door verkeersoverlast te voorkomen, mede dankzij de voorgenomen infrastructurele verbeteringen. In de ISV is voor polder Bloemendaal opgenomen dat voor bedrijven die willen verplaatsen of stoppen een nadere regeling zal worden opgesteld. Hieraan is uitvoering gegeven door het opstellen van een Visie voor de polder Bloemendaal. In hoofdstuk 4.4.2 wordt hierop ingegaan. Op de visiekaart is het plangebied aangeduid als 'veenweidegebied'. Het ISV heeft de gemeenteraad van Waddinxveen op 16 februari 2011 vastgesteld. Conclusie Onderhavige planontwikkeling wordt niet genoemd in de ISV. Er is sprake van een bestaand bouwvlak dat alleen in geringe mate wordt aangepast. Er is geen strijdigheid met de uitgangspunten van de ISV. 4.3.2 'Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop - herziening 2020' De gemeenteraad van Waddinxveen heeft in zijn vergadering van 17 februari 2021 de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop - herziening 2020 (ISV) vastgesteld. Hierin is de ambitie vastgesteld om de centrumpositie vast te houden en uit te bouwen en de Greenport verder te ontwikkelingen.
In dat kader streeft de ISV naar versterking van de Greenpoort, waarbij compactheid, bereikbaarheid en duurzaamheid kernbegrippen zijn. Binnen de Greenport wordt ruimte geboden voor faciliteiten en activiteiten die direct en indirect van belang zijn. Herstructurering van het gebied is daarbij belangrijk. Om tot herstructurering te komen wordt naast verbetering van infrastructuur en waterhuishouding ook ingezet op schaalvergroting. Sommige delen van het sierteeltgebied zijn vanwege de kleinschaligheid, gebiedsstructuur en moeilijke bereikbaarheid niet meer geschikt voor moderne en toekomstbestendige sierteeltbedrijven. Op de visiekaart ligt het plangebied in een veenweidegebied (figuur 7). Conclusie De herziening van de Structuurvisie Greenport regio Boskoop (2020) heeft een hoog abstractieniveau. Sprake is van een bestaand bedrijf dat als zodanig is toegestaan in het geldende bestemmingsplan.
22
Toelichting
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
Deze planontwikkeling is passend binnen de uitgangspunten van de door de drie Greenportgemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk en Waddinxveen vastgestelde herziening 2020.
Figuur 7: Visiekaart 2020 ISV Greenport regio Boskoop, partiële herziening 2020, waarin het gebied is aangeduid als veenweidegebied.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 12 oktober 2022 de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 vastgesteld. Bij het opstellen van de omgevingsvisie zijn inwoners, bedrijven en andere organisaties betrokken. Waarom een Omgevingsvisie? Waddinxveen is in de afgelopen jaren flink gegroeid. Er wonen nu met meer dan 31.000 mensen in de gemeente. Tot 2050 wordt er (vanwege de lopende nieuwbouwprojecten) een flinke groei van de bevolking verwacht ten opzichte van 2020. Dit betekent nog al wat. Er zijn voldoende passende, betaalbare en toekomstbestendige woningen nodig. Om niet in de knel te komen met de maatschappelijke voorzieningen (zoals onderwijs, sport en zorg) of te maken te krijgen met vastlopend verkeer, is het van belang om goed na te denken over hoe Waddinxveen er in de toekomst uit moet zien. Hoe biedt de gemeente ook over 20 tot 30 jaar een mooie en prettige omgeving om te wonen, werken en onze vrije tijd door te brengen? Tegelijkertijd wil de gemeente de natuur en biodiversiteit beschermen en herstellen terwijl we blijven recreëren in het landschap. Ook heeft de gemeente een grote klimaatopgave waar zij zich hard voor wil maken. Daarnaast veranderen de maatschappelijke verhoudingen en de rol van de overheid. Inwoners en bedrijven nemen steeds vaker zelf het initiatief om maatschappelijke en economische vraagstukken op te pakken.
De vraagstukken zijn groot en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Ze vragen samen meer ruimte dan zomaar beschikbaar is. De koers hiervoor wordt uitgezet in de omgevingsvisie. Ambities voor de toekomst De ontwikkeling van Waddinxveen heeft zich altijd gekenmerkt door een krachtdadige houding ten opzichte van de omstandigheden van haar omgeving. De historie laat zien dat het landschap van Waddinxveen altijd is veranderd door - en naar de hand is gezet van - haar inwoners, om in te spelen op de ontwikkelingen die op haar afkwamen. Ook nu komen er grote ontwikkelingen op haar af. En ook nu moet de gemeente, net als in het verleden, de moed hebben om ingrijpende keuzes te maken. Zo kan de brug (tegen wil en dank toch medebepalend voor de identiteit van Waddinxveen) worden geslagen
Toelichting
23
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
tussen verleden en toekomst, tussen stad en land, tussen landschappen (hoog en laag, nat en droog) en tussen mensen onderling. Het credo 'Waddinxveen; bruggen bouwen richting de toekomst' wordt verder uitgewerkt langs drie pijlers: 'Veelzijdig polderlandschap', 'Goed leven tussen stad en land' en 'Innovatieve knoop aan de Gouwe'. De belangrijkste ruimtelijke ingrepen zijn weergegeven op de integrale visiekaart Waddinxveen 2050 (figuur 8). De arceringen en icoontjes op de kaart zijn indicatief en de locaties liggen nog niet overal vast.
Figuur 8: Integrale visiekaart Waddinxveen 2050. Koers per deelgebied Op basis van de algemene koers, die voor de gemeente als geheel geldt, is per specifiek deelgebied een koers beschreven. Hierbij worden de gewenste gebiedskwaliteiten benoemd en zoveel mogelijk concrete ontwikkelingen. Waar relevant geeft de gemeente aan of kleinere locaties in dat deelgebied nog een afwijkende opgave hebben. De volgende deelgebieden worden onderscheiden: Woonwijken (Woonkern); Gouweplein centrum Waddinxveen en Sleutelkwartier (Woonkern); Bedrijventerreinen (Bedrijvigheid); Glastuinbouwgebieden (Bedrijvigheid) Polders Achterof en Zuidplas; Veenweidegebied: Polder Bloemendaal & de Voorofsche polder; Recreatiegebieden Bentwoud, Gouwebos en 't Weegje (Buitengebied). Veenweidegebied: Polder Bloemendaal & Voorofsche polder Polder Bloemendaal en de Voorofsche polder hebben een hoge omgevingskwaliteit met bijzondere polders met hoge cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden. Het zijn waardevolle gebieden voor weidevogels en ze bevatten een grote hoeveelheid archeologische sporen. In de polder lopen ook bewoningslinten door en er is bedrijvigheid in verschillende vormen aanwezig: landbouw in afnemende mate en kwekerijen. De polders worden niet overal als even goed bereikbaar en fietsvriendelijk ervaren.
24
Toelichting
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
Ook moet opgepast worden met het toestaan van nieuwe ontwikkelingen: het huidige karakter ten zuiden van de Brugweg en van de Voorofsche polder dient bewaakt te worden. Toetsing planinitiatief Er is sprake van een bestaand loonbedrijf. De geringe aanpassing van het bouwvlak gaat gepaard met herbouw van de zuidelijke schuur die zodanig wordt gepositioneerd dat zichtlijnen vanaf de Henegouwerweg worden verbeterd. Om de openheid te bevorderen wordt het bebouwingspercentage naar beneden bijgesteld van 100% naar 70%. Bij de entree van het erf wordt een kleine boomgaard aangelegd wat een groene uitstraling geeft. De landschappelijke kwaliteiten in het bebouwingslint worden hierdoor opgewaardeerd. Gelijktijdig wordt een duurzame herinrichting van het bedrijfsperceel nagestreefd. Het plan is in overeenstemming met de koers voor de Polder Bloemendaal, waarin het plangebied is aangeduid als 'bebouwingslint' (figuur 9). Bij uitwerking van plannen wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie. In paragraaf 4.4.4 wordt hierop ingegaan.
Figuur 9: Uitsnede Kaart 'Veenweidegebied: Polder Bloemendaal & de Voorofsche polder'. Plangebied zwart omkaderd. Conclusie De Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 heeft een hoog abstractieniveau, waarin ontwikkelingen niet op perceelsniveau zijn beschreven. Het plangebied ligt in een bebouwingslint langs de Henegouwerweg. Op de Visiekaart Waddinxveen 2050 is het plangebied aangeduid als 'bestaand lint' in 'groene vlekken'. Om een duurzame herinrichting van het bedrijfsperceel mogelijk te maken is een aanpassing van het bouwvlak nodig. De planontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie.
Toelichting
25
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
4.4.2 Inrichtingsvisie Weids Bloemendaal De gemeenteraad van Waddinxveen heeft de inrichtingsvisie Weids Bloemendaal op 14 december 2011 vastgesteld. Centraal in de inrichtingsvisie staat het behoud en de versterking van de kwaliteiten van het veenweidelandschap in dit deel van het Groene Hart. Daarbij wordt ernaar gestreefd dit gebied meer maatschappelijke waarde te geven, onder andere door het vergroten van de betekenis voor natuur en recreatie. Aanpassing van het grondgebruik aan het bestaande peil, mede om verdergaande bodemdaling tegen te gaan is wenselijk. Er wordt ingezet op transformatie naar natuur, waarbij de landbouw als beheerder van het gebied kan blijven functioneren, met name door weidebouw. Karakteristieke landschapselementen worden waar mogelijk hersteld en beheerd. Binnen de sierteeltcontour blijft de sierteelt een beeldbepalende vorm van landgebruik. Om de recreatieve structuur te versterken wordt tevens gestreefd naar uitbreiding van het wandelroutenetwerk en realisatie van kleinschalige recreatieve voorzieningen (uitkijkpunt e.d.). In de Inrichtingsvisie (figuur 10) is het plangebied aangeduid als 'ontwikkelingsrichting open landschap: weidebouw/ natuur' in een open lint (indicatief) langs de Henegouwerweg. Conclusie Het plangebied ligt in Bloemendaal zuid. De ruimtelijke koers is gericht op transformatie naar open landschap.
De bebouwde linten worden gevormd door woningen, bedrijfsgebouwen en bijbehorende erven, tuinen en verharding buiten bebouwde kom. Bestaande doorzichten naar het veenweidegebied worden verbeterd als gevolg van aanpassing van het bouwvlak. Gelijktijdig wordt het bebouwingspercentage naar beneden bijgesteld. Voorts wordt het bouwvlak landschappelijk ingepast. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de uitgangspunten van de visie Weids Bloemendaal.
Figuur 10: Inrichtingsvisie Weids Bloemendaal.
26
Toelichting
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
4.4.3 Mobiliteitsplan 2013-2020 De gemeenteraad heeft op 26 juni 2013 het Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020 vastgesteld. Het mobiliteitsplan vervangt de verkeersvisie Waddinxveen uit 2006 en de second opinion uit 2007. In het mobiliteitsplan staan ambities: een optimaal bereikbaar Waddinxveen, verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers, stimuleren van het fietsgebruik en het optimaal benutten van het openbaar vervoer. Het doel van het mobiliteitsplan is om deze vier ambities te realiseren. Hiervoor is een routeboek opgesteld. Dit routeboek bestaat uit beleidskaders die gebruikt worden bij diverse (integrale) ontwikkelingen en maatregelen waarmee de grootste knelpunten aangepakt kunnen worden. Het mobiliteitsplan is een sectorale uitwerking van de in oktober 2012 vastgestelde “Structuurvisie Waddinxveen 2030”. In het mobiliteitsplan staan geen detailuitwerkingen. Hiervoor worden, waar relevant, aparte plannen gemaakt. De Henegouwerweg is aangemerkt als een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom. De aanpassing van het bouwvlak heeft geen consequenties voor het aantal verkeersbewegingen. Dit wijzigt namelijk niet. Conclusie Deze planontwikkeling geeft geen verkeerskundige beperkingen voor de Henegouwerweg.
4.4.4 Duurzaamheid Duurzaam bouwen is gericht op het beperken van de negatieve milieuaspecten in alle fasen van het bouwproces en het vergroten van de ecologische kwaliteiten van het leefgebied. Concreet betekent dit het terugdringen van verspilling van grondstoffen, het verlengen van de levensduur, een flexibeler gebruik van gebouwen en het bevorderen van hergebruik van bouwmaterialen. Bij duurzaam bouwen wordt o.a. aandacht besteed aan waterhuishoudingsaspecten (bijvoorbeeld afkoppeling hemelwaterafvoer), stedenbouwkundige structuur (bijvoorbeeld oriëntatie van gebouwen op de zon) en bouwkundige maatregelen (isolatie, zonnecollectoren, materiaalgebruik). Dit bestemmingsplan maakt een herontwikkeling mogelijk van een bestaand loonbedrijf. Er zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Voldaan wordt aan de eisen van de BENG voor de nieuwbouw. Geen gebruik wordt gemaakt van uitloogbare bouwmetalen. Overige nader te onderzoeken maatregelen zijn onder andere: plaatsing zonnepanelen, opvang en recyclen van regenwater. Klimaatadaptatie/ risico's van klimaatverandering Het klimaat in Nederland verandert. Het KNMI verwacht hogere temperaturen, nattere winters, hevigere regenbuien en kans op drogere zomers. Dit heeft gevolgen voor de stedelijke omgeving, bijvoorbeeld door meer wateroverlast, grondwaterproblemen en hittestress.
Landelijk zijn deze problemen geadresseerd in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. Overheden kunnen hierbij gebruik maken van het stappenplan “weten, willen en werken” om het proces naar een klimaatbestendige inrichting vorm te kunnen geven. De gevolgen van de risico's van klimaatverandering zijn beoordeeld voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte. Hierbij is gebruik gemaakt van de klimaateffectatlas van Zuid-Holland. Wateroverlast door overvloedige neerslag In het plangebied is er op de Kaart Wateroverlast geen knelpunt voor wateroverlast. De draagkracht van de bodem is niet optimaal. Bij de nieuwbouw is het zaak het vloerpeil zo te kiezen dat het water van het erf niet naar binnen loopt. Er wordt een boomgaard aangelegd met groen. Er zijn verder geen maatregelen nodig om wateroverlast tegen te gaan. Overstroming In het plangebied is er op de Kaart Overstromingsbeeld geen knelpunt voor overstroming. Er zijn geen maatregelen nodig om wateroverlast tegen te gaan. Hitte Hittestress is een term die aangeeft dat een sterk verhoogde gevoelstemperatuur optreedt, die onaangenaam en zelfs schadelijk kan zijn voor mens en dier. De aanwezigheid van veel verhard oppervlak verhoogt de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress, terwijl de aanwezigheid van
Toelichting
27
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
schaduw en groen deze verlaagt. In het plangebied is er op de Kaart Hitte geen knelpunt voor hittestress. Er worden bomen geplant voor meer schaduwwerking. Droogte In het plangebied is er geen sprake van extra bodemdaling door droogte. Nieuwe bedrijfsbebouwing daalt niet, omdat de palen van beton zijn. Er zijn uit dien hoofde geen beperkingen. Conclusie De nieuw te bouwen loods wordt overeenkomstig de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) gerealiseerd. Bij uitwerking van bouwplannen wordt rekening gehouden met de door de gemeente gehanteerde beleidsuitgangspunten op het gebied van Duurzaam Bouwen en klimaatadaptatie.
28
Toelichting
bestemmingsplan Henegouwerweg 105 en 105a, Waddinxveen
Hoofdstuk 5 5.1
Water
Inleiding
Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.
5.2
Beleidskader rijk, provincie en gemeente
Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. 5.2.1 Rijk Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 is het formele rijksplan voor het nationale waterbeleid en is, voor wat betreft de ruimtelijke aspecten, een structuurvisie zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. In de Waterwet is vastgelegd dat het Rijk dit plan eens in de zes jaar actualiseert. Het NWP2 geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot duurzaam waterbeheer. Het NWP2 richt zich op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. In het Nationaal Waterplan zijn de maatregelen benoemd die worden genomen om de verschillende doelen te bereiken.