1.b. Bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg), toelichting en regels, versie 12-06-2024
Tekst van het document
NL.IMRO.0627.BPhoevezone-0401
Hoevezone (Plasweg) VASTGESTELD
12 juni 2024
REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen Wayland Developments B.V. Weg en Bosch 132a 2661 GX bergschenhoek
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 24 augustus 2023 2 november 2023 19 december 2023 12 juni 2024
VERSIE 2e versie 2e versie 2e versie 2e versie
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
Toelichting
Toelichting
3
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
4
Toelichting
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
7 7 8 8 9
Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur
11 11
Hoofdstuk3
13
3.1 3.2 3.3 3.4
Beleidsmatige ontwikkelingen Nieuwe situatie Beeldkwaliteitsplan Verkeer en parkeren
Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3 4.4
Planbeschrijving
Beleidskader
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
13 13 16 18 23 23 25 32 35
Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk, provincie en gemeente 5.3 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 5.4 Waterhuishouding
43 43 43 44 45
Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
49 49 61 64 66
Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan
67 67 67 67 69
Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid
71 71
Hoofdstuk9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Communicatie 9.3 Zienswijzen
73 73 73 73
Toelichting
5
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
Regels
75
Hoofdstuk1
Inleidende regels
76
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
76 81
Hoofdstuk2
Bestemmingsregels
82
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Groen Maatschappelijk Verkeer Water Wonen
82 83 85 86 87
Hoofdstuk3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
90 90 91 92 93 94
Hoofdstuk4 Artikel 13 Artikel 14
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
95 95 96
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
Bijlage 2
Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 3
Bodemonderzoek
Bijlage 4
Notitie stikstofberekeningen
Bijlage 5
Ecologisch onderzoek
Bijlage 6
Uitnodigingsbrief omwonenden
Bijlage 7
Nota van beantwoording zienswijzen
6
Inhoudsopgave
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Wayland Real Estate B.V. ontwikkelt aan de westzijde van de bebouwde kom van Waddinxveen 'Glasparel+'. In dit gebied (onderdeel van de Zuidplaspolder) wordt de realisatie van een integraal woon/ werklandschap mogelijk gemaakt in het zogenaamde glasparelgebied. Het gebied wordt begrensd door de Zesde Tochtweg, Plasweg, het glastuinbouwgebied aan de G. van Dort Kroonweg, Beijerincklaan, Bredeweg en de achterzijde van bestaande glastuinbouwkavels aan de Abr. Kroesweg. In het plangebied wordt glastuinbouw, wonen, werken, water en energie met elkaar gecombineerd. De in aanbouw zijnde grootschalige productielandschappen ‘glastuinbouw’ (tussen Abr. Kroesweg en Plasweg en ‘logistiek’ (tussen Beijerincklaan/IJsermanweg en Plasweg) ontmoeten elkaar op het snijvlak met het kleinschalige woonlandschap (figuur 1). Het woonlandschap ligt langs de lanen en linten van de polder met een kleinschalig woningbouwprogramma. De Plasweg ligt centraal en is de ruggengraat van deze ontmoeting. Dit oude cultuurhistorische lint wordt de overgangszone waarin zowel de ruimtelijke als de milieutechnische contrasten samengebracht worden.
Figuur 1: Productielandschappen en Glasparel+ met lintbebouwing langs de Plasweg (bron bestemmingsplan Glasparel+). Hoevezone Het plangebied maakt onderdeel uit van de woningbouwontwikkeling langs de Plasweg. Het betreft het laatste deelgebied aan de Plasweg, aan weerszijden van de Gerard Okkerseweg, waar een woningbouwontwikkeling, zorgvoorziening en kinderdagopvang worden voorgestaan. In het geldende bestemmingsplan 'Glasparel+' zijn deze percelen bestemd voor 'Gemengd - Uit te werken' en de bestemming 'Verkeer'. Binnen de uit te werken bestemming zijn alleen maatschappelijke voorzieningen, groen, water en wegen toegestaan, doch geen woningen. Om deze planontwikkelingen mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan maakt 14 woningen, een zorgvoorziening en kinderdagverblijf juridisch planologisch mogelijk.
Toelichting
7
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de Plasweg in Waddinxveen. In noordoostelijke richting ligt de Vredenburghlaan. In noordwestelijke richting ligt een 50 meter brede ecologische verbindingszone met aansluitend Businesspark Vredenburgh. Zuidwestelijk van het plangebied staan voornamelijk vrijstaande woningen in een eerste en tweede lijn bebouwing van de Plasweg. Aan de overzijde van de Plasweg ligt de Vredenburghzone met midden in het weiland boerderij 'Hoeve Vredenburgh'. In figuur 2 is een situatietekening van het plangebied en omgeving opgenomen.
Figuur 2: Plattegrond plangebied en omgeving (rood gestippeld omkaderd).
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor onderhavig plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Raadsbesluit Bestemmingsplan “Glasparel+" 9 juli 2014 "Parapluplan Archeologie en Parkeren" 19 september 2018
Uitspraak ABRvS 6 mei 2015 n.v.t.
De gronden zijn in het bestemmingsplan 'Glasparel+' bestemd voor 'Gemengd - Uit te werken' en de bestemming 'Verkeer' (figuur 3). Binnen de uit te werken bestemming zijn alleen maatschappelijke voorzieningen, groen, water en wegen toegestaan. Woningen zijn uitgesloten, zodat herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is om de voorgestane planontwikkelingen mogelijk te maken.
8
Toelichting
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
Figuur 3: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Glasparel+' (plangebied rood gestippeld omlijnd).
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 5 omvat de waterparagraaf. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Toelichting
9
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
10
Toelichting
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Ruimtelijke en functionele structuur
Het braakliggend terrein maakt onderdeel uit van het kleinschalige woonlandschap aan de Plasweg. Aan de noordwestzijde ligt de nieuw aangelegde ecologische verbindingszone als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. De noordoostelijk gelegen Vredenburghlaan maakt onderdeel uit van de nieuwe regionale infrastructuur tussen de A12 en de N11. Aan de overzijde ligt de Vredenburghzone waar alleen de 'Hoeve Vredenburgh' staat. Het gebied tussen de Plasweg, de wijken Zuidplas, 'Park Triangel' en de nieuwe Vredenburghlaan krijgt een recreatieve bestemming op basis van de Gebiedsvisie Vredenburghzone. Woningen in de Plaswegzone.
Glastuinbouw.
Bedrijvenlandschap.
Ecologische verbindingszone.
Hoeve Vredenburgh.
Vredenburghlaan.
Planspecifiek Het plangebied aan de Plasweg wordt gescheiden door de Gerard Okkerseweg. Het gebied ligt braak in afwachting van de voorgenomen realisatie met 14 woningen, een kleinschalig zorgcomplex en een kinderdagverblijf. Plangebied vanaf noordwestzijde. Plangebied tussen twee woningen. Plangebied vanaf zuidwestzijde.
Watergang langs plangebied.
Toelichting
Plangebied vanaf zuidoostzijde.
Gerard Okkerseweg.
11
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
12
Toelichting
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Beleidsmatige ontwikkelingen
3.1.1 Zuidplaspolder Het plangebied maakt onderdeel uit van het ruimtelijk beleid van de Zuidplaspolder, zoals beschreven in het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP). Het plangebied maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling Zuidplaspolder dat wordt getransformeerd tot een bedrijvenlandschap (Glasparel+) en woningbouw aan weerszijden van de Plasweg. Een bestemmingsplan hiervoor heeft de gemeenteraad van Waddinxveen op 9 juli 2014 gewijzigd vastgesteld, waarin de ontwikkeling van een glastuinbouwgebied, logistiek- en distributiepark en woningen aan weerszijden van de Plasweg mogelijk wordt maakt. Ten noordoosten van het plangebied is de Vredenburghlaan aangelegd als onderdeel van de Corridorstudie N207. Deze is gerealiseerd tot de Polderweg/ Zesde Tochtweg om het nieuwe bedrijventerrein 'Glasparel+' te kunnen ontsluiten. Ook woningen aan de Plasweg kunnen via deze nieuwe wegenstructuur (middels een aangelegde rotonde) gebruik maken.
3.2
Nieuwe situatie
Het plangebied is groot circa 1,65 ha. De helft van het gebied (ten zuidwesten van de Gerard Okkerseweg) wordt bestemd voor Wonen met 14 woningen. In het gebied ten noordoosten hiervan wordt een kleinschalige zorgvoorziening en kinderdagverblijf mogelijk gemaakt. Om dit mogelijk te maken wordt hiervoor de bestemming 'Maatschappelijk' opgenomen, waardoor er planologisch gezien meer is meer mogelijk is dan alleen een zorgvoorziening en een kinderdagverblijf. In afwijking van de gerealiseerde lintbebouwing wordt hier gekozen voor een zogenaamd hoevemodel als antwoord/knipoog naar de aan de overzijde van de Plasweg gelegen 'Hoeve Vredenburgh'. Met een hoeve wordt een boerderij bedoeld. Het is de woning annex bedrijfsruimte van een agrarisch bedrijf. Een hoeve kenmerkt zich door een voor en achterhuis met aan de voorzijde een siertuin. Achter en opzij van de hoeve ligt het werkerf. De indeling van het werkerf werd bepaald door het werk van de boer, de ouderdom en de welvaart. De hoeve kent vaak een boomgaard op het erf, een moestuin, Leilinden en knotwilgen langs het water. De te ontwikkelen deelgebieden voor wonen (kavel GG1) en zorg (kavel GG2) zijn hierop gebaseerd. In figuur 4 is de planopzet weergegeven.
Toelichting
13
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
Figuur 4: Verkavelingstekening plangebied met verdeling wonen (GG1) en zorgvoorzieningen (GG2). Het woongedeelte (kavel GG1) Het woongedeelte sluit goed aan op de gerealiseerde woningen aan de Plasweg. In totaal komen er 14 woningen, waarvan 4 rijtjeswoningen, 5 seniorenwoningen, 4 twee-onder-één-kap-woningen en 1 vrijstaande woning (figuur 5). De invulling van deze kavel met woningen zorgt voor een natuurlijke afronding van de lintbebouwing met een dorpskarakter aan de Plasweg richting de wijk Zuidplas. Het is daarmee een overgang tussen het dorpse en het landelijke, waarvan de tegenover gelegen 'Hoeve Vredenburgh' onderdeel uitmaakt. Vanaf de kavel is er een directe verbinding met de rest van het lint aan de Plasweg. Het woongedeelte is in lijn met het Masterplan Glasparel+, waarin ruimte wordt geboden aan ruim opgezette kavels die ingevuld worden met vrijstaande woningen, twee-onder-één-kap woningen en aaneengesloten woningen. Met de bouw van seniorenwoningen wordt er ingespeeld op een groeiende vraag die er binnen de gemeente ligt. De identiteit van de Plasweg blijft behouden.
14
Toelichting
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
Figuur 5: Schematische indeling kavel GG1 (indicatief). De hoofdvorm van de rijenwoningen en seniorenwoningen wordt gerealiseerd in 1,5 tot 2 bouwlagen met kap (maximum goothoogte van 4,5 tot 6 meter en maximum bouwhoogte van 9 tot 10 meter). De twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woning mogen worden uitgevoerd in twee bouwlagen met een kap met een maximum goothoogte van 6,5 meter en een maximum bouwhoogte van 10 meter. De materialisatie van de woningen voegt zich ook naar het landschap met natuurlijke materialen zoals nader uitgewerkt in het Beeldkwaliteitsplan. Het zorggedeelte (kavel GG2) Voor de invulling van kavel GG2 wordt er een relatief groot gebouw gerealiseerd, direct gelegen aan de Vredenburghlaan. Dit zorggebouw met circa 38 wooneenheden kan als geluidsbuffer dienen voor de lintbebouwing aan de Plasweg. Het gebouw dient daarnaast als afronding van het nieuw gebouwde woonlint aan de Plasweg. De hoofdvorm van het gebouw bestaat uit twee bouwlagen met een kap. Aan de noordwestzijde wordt een kinderdagverblijf in eveneens twee bouwlagen met een kap mogelijk gemaakt. In figuur 6 is het zorgdeel bruin gekleurd en het kinderdagverblijf grijs gekleurd. Voor de hoofbebouwing wordt een maximum goothoogte van 7 meter en maximum bouwhoogte van 12 meter aangehouden.
Voor deze voorziening wordt als onderdeel van de stedenbouwkundige opzet een bijgebouw toegestaan van maximaal 150 m² met een maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 8 meter. De materialisatie van de bebouwing heeft een landelijke uitstraling en is herkenbaar en bijpassend binnen de identiteit van het gebied. De bebouwing voegt zich ook naar het landschap met natuurlijke materialen. Voor het hele plangebied is een Beeldkwaliteitsplan opgesteld om de kwaliteit te waarborgen. Dit plan wordt nader toegelicht in paragraaf 3.3.
Toelichting
15
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
Figuur 6: Schematische indeling kavel GG2 (indicatief). Zorgdeel bruin gekleurd en kinderdagverblijf grijs gekleurd.
3.3
Beeldkwaliteitsplan
De kwaliteitseisen voor de woningen, zorgvoorziening en het kinderdagverblijf zijn vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan 'Hoevezone GG1 & GG2, Wadinxveen', opgesteld door Houweling Architecten te Bleiswijk van 11 juli 2023. De volgende landschappelijke en stedenbouwkundige uitgangspunten hebben bij het opstellen van het beeldkwaliteitsplan centraal gestaan. Algemeen Kavel GG1 en kavel GG2 aan de Plasweg liggen tussen 2 woongebieden, de lintbebouwing aan de Plasweg en woonwijk Zuidplas. Direct ten noorden van de kavels ligt bedrijventerrein Businesspark Vredenburgh, ten zuiden van de kavels zijn agrarische gronden aanwezig. Kavel GG1 wordt ontwikkeld tot woongedeelte en kavel GG2 tot een maatschappelijk zorggedeelte. Beeldkwaliteit Het beeldkwaliteitsplan dient als toetsingskader voor bouwplannen van de woningen, zorgvoorziening en het kinderdagverblijf. Dit plan wordt separaat als addendum op de welstandsnota van de gemeente Waddinxveen vastgesteld door de gemeenteraad. Hieronder wordt het beeldkwaliteitsplan kort samengevat. Planbeschrijving en sfeer Kavel GG1 Kavel GG1 geeft ruimte aan wonen. De kavel krijgt een groen karakter met bebouwing gepositioneerd in een hoeve-setting rondom een 'boerenerf'. Dit komt ook tot uiting in de vormgeving en het materiaalgebruik van de bebouwing, buitenruimte en erfafscheidingen.
In totaal komen er 14 woningen, waarvan 4 ruime rijwoningen ('boerderij'), 5 seniorenwoningen ('wagenloods-/schuur'), 2 keer een 2^1-kapwoning ('schuur') en 1 vrijstaande woning ('hooischuur'). De invulling van deze kavel voor woningen maakt de lintbebouwing aan de Plasweg richting de wijk Zuidplas af. Het is daarmee een overgang tussen het dorpse en het landelijke, waarvan Hoeve 'Vredenburgh' ook
16
Toelichting
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
onderdeel uitmaakt. Vanaf de kavel is er een directe langzame voetgangers-/fietsverbinding met de rest van het lint aan de Plasweg. Kavel GG2 Kavel GG2 geeft ruimte aan maatschappelijke zorggerelateerde functies in een groene setting. Gedacht wordt aan een kleinschalig intramuraal zorgcomplex voor dementerenden, een woongroep voor verstandelijk beperkten, en/of paramedische zorg en overige zorg. Daarnaast wordt er ruimte geboden aan een kinderdagverblijf. De combinatie van functies dient elkaar te versterken, door onder meer het faciliteren van ontmoetingen tussen jong en oud. Voor de invulling van kavel GG2 wordt er een relatief groot gebouw gerealiseerd, direct gelegen aan de Vredenburghweg. Dit gebouw dient als geluidsbuffer voor de woonzone en de lintbebouwing aan de Plasweg. Tevens vormt dit gebouw de afronding van het nieuwgebouwde woonlint aan de Plasweg. Overige bebouwing vormt zich rondom het midden, alwaar ontsluiting, groen en ontmoeting samenkomen. Beeldkwaliteit gebouwen Bebouwing woongedeelte GG1 De bebouwing heeft een modern landelijke uitstraling (hoofdvorm is simpel en eenduidig) en is herkenbaar en bijpassend binnen de identiteit van het gebied. De kopgevel van de boerderijwoningen is georiënteerd op de Plasweg. Rijwoningen zijn georiënteerd op de tussen gelegen weg loodrecht op de Plasweg.
Overige boerderijwoningen zijn georiënteerd op de tussengelegen weg loodrecht op Plasweg. De zijgevel is ondergeschikt vormgegeven passend bij de typologie van een boerderij. Wagenloodswoningen (seniorenwoningen) zijn alzijdig representatief georiënteerd en modern landelijk vormgegeven met de voorgevel aan de GG2-zijde. Berging is onderdeel van de hoofdmassa. Overige woningen (schuur- en hooibergwoning) zijn op het binnenterrrein georiënteerd. Hoekwoningen hebben tevens een representatieve zijgevel en een zijtuin met lage haag, 1 meter hoog. Het dak van alle woningen is typerend voor het landelijk karakter en de omschreven typologie. Er is een evenwicht tussen compositie van de gevel en het bouwwerk/massavolume van de bebouwing als geheel. Materialisatie en detaillering zijn duurzaam, hoogwaardig en ondersteunen het landelijke karakter van de woning en het gebied (gebruik van hout, glas, baksteen, riet, pannen- en/of felsdaken). Verder zijn materialisatie, detaillering en kleurgebruik zodanig toegepast dat veroudering en weertype geen negatieve gevolgen hebben. Zonnepanelen worden zo goed mogelijk ingepast binnen de architectuur van het gebouw, rekening houdend met oriëntatie, compositie van de gevel of dakvlak, en de kleurstelling. Bijgebouwen zijn in massa en materialisering ondergeschikt aan het hoofdgebouw en zijn in hun uitstraling verwant aan het hoofdgebouw.
Aandacht voor natuurlijk inclusief bouwen. Te denken aan ruimte voor dieren als de huismus, gierzwaluw, merel of gewone dwergvleermuis. Deze voorzieningen meenemen in bebouwing. Bebouwing maatschappelijk-/zorggedeelte GG2 De bebouwing heeft een landelijke uitstraling (hoofdvorm is simpel en eenduidig) en is herkenbaar en bijpassend binnen de identiteit van het gebied. De kop van het gebouw aan de Plasweg past in schaal en ritme van het lint en de schaal van de aangrenzende Vredenburghlaan. Het dak van de gebouwen is typerend voor het landelijk karakter en de omschreven typologie. Er is een evenwicht tussen compositie van de gevel en het bouwwerk/ massavolume van de bebouwing als geheel. Materialisatie en detaillering zijn duurzaam, hoogwaardig en ondersteunen het landelijke karakter van de woning en het gebied (gebruik van hout, glas, baksteen, riet, pannen- en felsdaken). Verder zijn materialisatie, detaillering en kleurgebruik zodanig toegepast dat veroudering en weertype geen negatieve gevolgen hebben. Zonnepanelen worden geïntegreerd in het dak, rekening houdend met oriëntatie, compositie van de
Toelichting
17
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
gevel of dakvlak, en de kleurstelling. Bijgebouwen zijn in massa en materialisering ondergeschikt aan de hoofdgebouwen, en zijn in hun uitstraling verwant. De gevelzijde aan de Vredenburghlaan dient geluidsluw te worden uitgevoerd. Vormgeving is onderdeel van de simpele eenduidige hoofdvorm. Aandacht voor natuurlijk inclusief bouwen. Te denken aan ruimte voor dieren als de huismus, gierzwaluw, merel of gewone dwergvleermuis. Deze voorzieningen meenemen in bebouwing. Een vogelvluchttekening is opgenomen in figuur 7. Voor meer informatie wordt verwezen naar het in Bijlage 1 opgenomen Beeldkwaliteitsplan.
Figuur 7: Vogelvluchttekening met links kavel GG1 en rechts kavel GG2 (indicatief).
3.4
Verkeer en parkeren
3.4.1 Verkeer Het plangebied wordt ontsloten op de Gerard Okkerseweg, Cornelis Broerweg en Plasweg. Via de Piet Stuurmanweg is de Vredenburghlaan bereikbaar. Deze weg sluit aan op het rijkswegennet (A12 en A20). Ter hoogte van de kruising met de Beijerincklaan is het centrum van Waddinxveen bereikbaar. Langzaam verkeer kan binnendoor via de Plasweg, het centrum en de wijk Zuidplas bereiken. Ook is het rijkswegennet bereikbaar via de zuidwestelijk gelegen Bredeweg (verbindingsweg tussen Moerkapelle en Moordrecht). In het plangebied zelf worden ontsluitingswegen aangelegd die aantakken op Gerard Okkerseweg, Cornelis Broerweg en Plasweg. Verkeersgeneratie In de nieuwe situatie komen er 14 woningen en een zorgcomplex met kinderdagverblijf. Dit brengt de volgende verkeersgeneratie met zich mee. Tabel 3.1: Verkeersgeneratie woningen, zorg en kinderdagverblijf. Omschrijving sterk stedelijk Aantal (woon) Oppervlakte (maximaal) eenheden Nieuw Koop, huis vrijstaand 8,6 1 Koop, twee-aaneen 8,2 4 Koop, tussen/hoek 7,5 9 verpleegtehuis
18
2,0 per zorgunit*
38
Verkeersgeneratie
8,6 32,8 67,5 76,0
Toelichting
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
Kinderdagverblijf
33,7 per 100 m²
1.000 m²
Totaal nieuw * Gegevens op basis van ervaringsgegevens en aannames.
337 522 (afgerond)
In de nieuwe situatie is er nagenoeg alleen sprake van personenverkeer. Het aantal verkeersbewegingen op de Gerard Okkerseweg, Plasweg en Cornelis Broerweg blijft na deze planontwikkeling onder de 6.000 motorvoertuigen per etmaal, zodat het bestaande wegennet deze toename kan verwerken. Plasweg.
Cornelis Broerweg.
Cornelis Broerweg richting plangebied.
Piet Stuurmanweg.
3.4.2 Parkeren De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 9 juli 2014 het Parkeerbeleid vastgesteld. Dit beleid is opgesteld, omdat er tot nu toe geen volledig beeld van de parkeersituatie was in Waddinxveen. De gemeente streeft naar een goede en eerlijke parkeersituatie, waarvoor duidelijke uitgangspunten worden opgesteld. De uitgangspunten geven aan: 1. wat wordt verstaan onder een goede parkeersituatie; 2. wat is het bereik van de verantwoordelijkheid van de gemeente. Dit beleid is in 2017 aangevuld met algemene kaders bij nieuwe ontwikkelingen en bestaand bebouwd gebied. Vervolgens is het beleid verankerd in het 'Parapluplan Archeologie en Parkeren' (2018). Ten opzichte van 2014 is niet alleen Waddinxveen gegroeid, maar is ook de mobiliteitstransitie volop in ontwikkeling. Dit zorgt ervoor dat er momenteel anders naar het bepalen van het aantal parkeerplaatsen bij een ruimtelijke ontwikkeling wordt gekeken dan in 2014. De gemeente Waddinxveen gaat nieuw parkeerbeleid opstellen, maar dat proces duurt te lang voor de projecten die nu worden voorbereid. Daarom is de notitie 'Integraal afwegingskader parkeernomen bij ruimtelijke ontwikkelingen Waddinxveen' opgesteld om het benodigd aantal parkeerplaatsen voor ruimtelijke ontwikkelingen in Waddinxveen te kunnen toetsen op basis van de meest actuele inzichten.
Door nu een integraal afwegingskader voor parkeren op te stellen, wordt ervoor gezorgd dat alle projecten die momenteel spelen in Waddinxveen op basis van dezelfde uitgangspunten worden beoordeeld op het bepalen van het benodigd aantal parkeerplaatsen en dat de benodigde voortgang in de projecten behouden blijft.
Toelichting
19
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
'Integraal afwegingskader parkeernormen bij ruimtelijke ontwikkelingen Waddinxveen' In het 'Integraal afwegingskader parkeernormen bij ruimtelijke ontwikkelingen Waddinxveen' van 3 april 2023 maakt de gemeente Waddinxveen bij het beoordelen van het aantal parkeerplaatsen gebruik van de meest recente CROW-publicatie met parkeerkencijfers. Op dit moment is dat CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' (december 2018). In deze publicatie zijn drie factoren opgenomen om de parkeerbehoefte te bepalen: Mate van stedelijkheid van de gemeente (adressendichtheid) Onderscheid naar zones binnen de gemeente Positie in de bandbreedte van de parkeerkencijfers In CROW-publicatie 381 wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende zones binnen een gemeente. Uit eerdere studies blijkt dat functies in het centrum resulteren in een lagere parkeervraag en een lagere verkeersgeneratie dan functies van dezelfde aard elders in de bebouwde kom. Dit wordt veroorzaakt door het aanbod en de kwaliteit van andere vervoerswijzen, met name het openbaar vervoer in het centrum. Hierdoor komen niet alle gebruikers van die functie met de auto. Op een locatie buiten het centrum is het aanbod van alternatieve vervoerswijzen veelal lager en de kwaliteit minder. Hierdoor komen gebruikers eerder met de auto naar de functie.
Daarnaast zijn er in een centrumgebied meer voorzieningen op korte afstand bereikbaar. Dit onderscheid naar zones wordt ook binnen Waddinxveen toegepast. Hierdoor wordt het mogelijk om bij een ontwikkeling met veel voorzieningen in de directe omgeving met een lagere parkeernorm te werken dan op locaties met weinig voorzieningen op korte afstand. Op basis van de volgende criteria wordt beoordeeld in welke zone een ontwikkeling valt: Tabel 3.2: criteria beoordeling zones binnen gemeente. Zone Criteria Centrum Afstand tot treinstation
Schil centrum
Uitgangspunt < 500 meter (circa 6 minuten lopen)
Aanwezige voorzieningen • Winkels • Horeca
< 500 meter (circa 6 minuten lopen) Hoofdwinkelcentrum (Gouweplein) Café, restaurant
Afstand tot treinstation
500 – 800 meter (6 tot 10 minuten lopen)
Aanwezige voorzieningen • Winkels Rest bebouwde kom Buitengebied
< 750 meter tot hoofdwinkelcentrum of < 500 meter buurtwinkelcentrum (primaire levensbehoeften) Overig gebied binnen de bebouwde kom dat niet aan de criteria voor centrum of schil centrum voldoet Al het gebied buiten de bebouwde kom
De loopafstanden uit tabel 3.2 zijn afgeleid uit de publicatie "Inzicht in acceptabele loopafstanden" van het CROW (2021). Over het algemeen zijn de acceptabele loopafstanden tot voorzieningen in deze publicatie groter. Zo is de acceptabele loopafstand tot een HOV-halte (zoals een treinstation) 800 meter. Vanaf huis is de acceptabele loopafstand tot een supermarkt 450 tot 1.000 meter. Als voorzieningen als een treinstation of (hoofd)winkelcentrum op acceptabele loopafstand bereikbaar zijn, is er minder noodzaak om een auto te bezitten om te kunnen voldoen in primaire levensbehoeften (voor woningen) of zijn er goede alternatieve manieren om een werklocatie te bereiken. Een ontwikkeling moet aan beide criteria voldoen om binnen een zone te vallen. De loopafstanden worden getoetst op basis van de daadwerkelijke loopafstanden. Hierdoor wordt er rekening gehouden met barrières, zoals het spoor of water, die niet overal gekruist kunnen worden. De gemeente Waddinxveen hanteert als uitgangspunt dat het midden van de bandbreedte gebruikt moet worden voor de parkeerkencijfers. In de notitie van 3 april 2023 zijn de afwijkingsmogelijkheden genoemd om af te wijken van het midden van de bandbreedte. Toetsing planinitiatief
20
Toelichting
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
Het plangebied ligt in 'Rest bebouwde kom' van Waddinxveen. Hiervoor kunnen de volgende parkeerkencijfers worden aangehouden zoals opgenomen in tabel 3.3. Tabel 3.3: Parkeerkencijfers woningen CROW-publicatie 381. sterk stedelijk (gemiddeld) Categorie rest bebouwde kom koop, vrijstaand 2,1 koop, twee-aaneen 2,0 koop, tussen/hoek 1,8
Aandeel bezoekers waarvan 0,3 per woning waarvan 0,3 per woning waarvan 0,3 per woning
verpleeg- en verzorgingstehuis kinderdagverblijf
Aandeel bezoekers 0%
0,6 per wooneenheid 1,5 per 100 m²
Op basis van deze normering ontstaat de volgende parkeerbalans (tabel 3.4). Tabel 3.4: Parkeerbalans nieuwe situatie. Functies Typologie Parkeernorm Woningen vrijstaand 2,1 Woningen twee-aaneen 2,0 Woningen tussen/hoek 1,8 Totaal
Aantal/opp. 1 4 9
verpleegtehuis
38 zorgeenheden 22,8
kinderdagverblijf Totaal
verpleeg- en verzorgingstehuis
0,6 per zorgeenheid 1,5 per 100 m²
1.000 m²
Totaal 2,1 8,0 16,2 27 pp afgerond
15 38 pp (afgerond)
Woningen Voor de vrijstaande en twee-onder-één--kapwoning worden 2 parkeerplaatsen per woning aangelegd, totaal 10 parkeerplaatsen. De elfde parkeerplaats wordt aangelegd in de openbare ruimte. Voor de vier aaneengesloten woningen worden eveneens 2 parkeerplaatsen per woning aangelegd. Verder worden er in de openbare ruimte 12 parkeerplaatsen ten noordoosten van de vijf seniorenwoningen aangelegd. Hier is het mogelijk om laadpalen te plaatsen voor het laden van elektrische auto's. In totaal worden er 30 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm. Zorgcomplex/ kinderdagverblijf In dit deelgebied worden 38 parkeerplaatsen aangelegd (waarvan drie algemene parkeerplaatsen voor mindervaliden), zodat er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden aangelegd. Bij enkele parkeerplaatsen worden ook oplaadpunten voor elektrische auto's geplaatst. Bij uitwerking van de bouwplannen dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de parkeerkencijfers. In artikel 12.1 (parkeerregeling) van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.
Toelichting
21
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
22
Toelichting
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' (afgekort NOVI) vastgesteld. De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities.
Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren.
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in woningbouw, kleinschalig zorgcomplex en kinderdagverblijf in een bestaand bebouwingslint.
Toelichting
23
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond.
Bij het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking wordt het volgende geconstateerd: Ad behoefte De behoefte aan 14 nieuwe woningen wordt aangetoond in de paragrafen 4.2.2 en 4.3.2. De invulling van het plangebied met deze woningen voor de doelgroepen doorstromers en senioren sluit goed aan bij de provinciale en gemeentelijke ambitie, waarbij gestreefd wordt naar duurzame woningen nabij de woonkern. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. Eveneens is er behoefte aan een kleinschalig zorgcomplex en kinderdagverblijf. Ad bestaand stedelijk gebied Bestaand stedelijk gebied wordt in de Bro gedefinieerd als 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied ligt nabij de dorpsrand van de bebouwde kom van Waddinxveen. De ontwikkeling van het plangebied naar 'Wonen' met 14 woningen en 'Maatschappelijk' met een zorgcomplex en kinderdagverblijf is in lijn met het Masterplan Glasparel+ en de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050.
Aan de Plasweg moet volgens Masterplan Glasparel+ namelijk ruimte worden geboden aan ruim opgezette kavels die ingevuld worden met vrijstaande woningen, twee-onder-één-kap woningen en rijtjeswoningen, zodat de identiteit van de Plasweg behouden blijft. De ontwikkeling levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmeringen op. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De woningen, zorgvoorziening en het kinderdagverblijf zijn in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
24
Toelichting
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het Omgevingsprogramma Zuid-Holland zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vragen om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. Bouwen naar behoefte De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gerealiseerd waar de behoefte zich manifesteert.
Het uitgangspunt daarbij is dat de juiste woning op de juiste plek (op juiste moment) wordt gerealiseerd. Dat gaat allereerst over dat gebouwd wordt naar behoefte. De bouw van nieuwe woningen moet bijdragen aan de bestaande woningvoorraad, de (sub)regionale schaal van woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend. Bouwen binnen bestaand bebouwd gebied speelt in op de behoefte aan binnenstedelijk wonen. De provincie wil dat de Ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Regionale Realisatieagenda Midden-Holland Om de druk op de woningmarkt te verminderen, hebben provincie Zuid-Holland en het Rijk in oktober 2022 samenwerkingsafspraken gemaakt over het bouwen van 235.000 woningen in Zuid-Holland in de periode 2022 tot en met 2030. In de Regionale Realisatieagenda Midden-Holland zijn afspraken gemaakt over de doelstellingen die gelden voor de regio Midden-Holland. Daarin is opgenomen dat in de periode 2022 ten met 2030 circa 20.000 nieuwbouwwoningen moeten worden toegevoegd.
Toelichting
25
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
Regionale woonvisie Gemeenten stellen in regionaal verband woonvisies vast, waarin de gewenste kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelrichting voor de bestaande en gewenste woningvoorraad binnen de regio wordt bepaald. Gemeenten en provincie spreken in gezamenlijkheid af welke uitgangspunten en randvoorwaarden voor de woonvisie gelden. De woonvisie bevat tenminste een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve woonopgave op korte en lange termijn en een onderbouwing van de behoefte die regionaal is afgestemd. Voor Midden-Holland betreft: dit heet de Regionale Agenda Wonen (RAW). De RAW schetst de bovenlokale opgaven op het gebied van wonen die in de lokale woon(zorg)visies worden ingevuld. De RAW vormt het kwalitatieve en kwantitatieve kader voor en de onderbouwing van het door de regio op te stellen Regionale Projectenlijst Woningbouw (RPW) Midden-Holland en de beoordeling daarvan door de provincie. Zie hiervoor verder paragraaf 4.3.2. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit.
Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening.
De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De Laag van de ondergrond (eerste laag) maakt het plangebied onderdeel uit van een 'Veencomplex Oude zeeklei'. Deels heeft het gebied een bijzonder reliëf en aardkundige waarden. De ondergrond in deze droogmakerijen varieert van venig tot (oude zee)klei. Dit is terug te zien in het landschap. In de Laag van cultuur- en natuurlandschappen ligt het plangebied in een droogmakerij (klei) (figuur 8). Droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. Ze hebben een duidelijke begrenzing door een ringdijk, ringvaart of oude hoge oeverlanden. Het landschap is visueel open (tenzij het is verstedelijkt), grootschalig en ligt gemiddeld enkele meters lager dan de omgeving. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige basisverkaveling. Ontginningsboerderijen liggen op regelmatige afstand langs de ontginningsweg. Elke droogmakerij heeft haar eigen ordening en maat; kavelgrootte en lengte-breedte-verhouding zijn uniek. Deze typerende opbouw is bepalend voor de manier van inpassing van nieuwe ontwikkelingen.
Als richtpunt voor droogmakerijen (klei) geldt dat nieuwe ontwikkelingen worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van doorzichten. Voorts grenst het plangebied aan de Plasweg langs een polderlint. De bebouwing ligt op één niveau met de omgeving. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte. Er liggen hier kansen voor
26
Toelichting
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Op de Laag van de stedelijke occupatie ligt het plangebied in een rand van het glastuinbouwgebied van Glasparel+ (figuur 8). Als richtpunt geldt onder andere dat ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit. Daarnaast is de Provincialeweg (Vredenburghlaan) als zodanig opgenomen. Deze weg is inmiddels ten noordoosten van het plangebied gerealiseerd. Op de Laag van de beleving ligt ten noordwesten van het plangebied de ecologische hoofdstructuur van Natuurnetwerk Nederland. Aan de overzijde van de Plasweg ligt een 'Recreatiegebied'. Het plangebied zelf niet maakt hiervan geen onderdeel uit.
Figuur 8: Links uitsnede 'Laag van de Cultuur- en natuurlandschappen' en rechts 'Laag van de stedelijke occupatie' van de Kwaliteitskaart. Toetsing aan Omgevingsvisie en kwaliteitskaarten Deze planontwikkeling maakt 14 woningen, een kleinschalig zorgcomplex en kinderdagverblijf mogelijk. De woningen, het zorgcomplex en kinderdagverblijf sluiten aan op het bestaande bebouwingslint aan de Plasweg. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur, en het recreatiegebied worden niet aangetast, omdat het plangebied hierbuiten ligt. De nieuwe ontwikkelingen voorzien in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte naar wonen en zorg. Hiermee kunnen nieuwe gewenste ontwikkelingen op de juiste plek worden gerealiseerd. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Het toevoegen van 14 woningen, een zorgvoorziening en kinderdagverblijf is in overeenstemming met de opgaven wonen, ruimte en verstedelijking. De richtpunten zijn niet in het geding. De planontwikkeling maakt onderdeel van de lokale woningbehoefte en wordt als zodanig opgenomen in de RPW. In paragraaf 4.3.2 en 4.4.2 wordt hierop nader ingegaan. Een zorgvoorziening en kinderdagverblijf zijn al mogelijk gemaakt in het geldende bestemmingsplan, waarmee Gedeputeerde Staten eerder hebben ingestemd. Het plan is in overeenstemming met de uitgangspunten van de provinciale Omgevingsvisie.
Toelichting
27
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 1 april 2023 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II. In lid 3 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen.
In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt een ontwikkeling van 14 woningen, een zorgvoorziening en kinderdagverblijf mogelijk nabij de dorpsrand in een bestaand bebouwingslint. Voldaan wordt aan de Ladder zoals beschreven in paragraaf 4.3.2. Deze herontwikkelingslocatie is in overeenstemming met de Ladder. De ontwikkeling sluit aan bij de lintbebouwing langs de Plasweg. Dit plan wordt opgenomen in het woningbouwprogramma voor de Regio Midden-Holland en is hiermee passend binnen de Regionale Agenda Wonen. Een zorgvoorziening en kinderdagverblijf is al door middel van een uitwerkingsplicht mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan c.a. wijzigingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren.
In artikel 6.9, lid 8 is opgenomen dat een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, ontwikkelingen mogelijk kan maken die kunnen vallen onder noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt,
28
Toelichting
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Het plangebied maakt op kaart 14 in bijlage II onderdeel uit van het buitengebied. De planlocatie ligt aan het lint van de Plasweg tevenover de 'Hoeve Vredenburgh'. De openheid en het groene karakter van het landschap wordt niet aangetast, omdat de bebouwing aansluit bij al gerealiseerde woningen enerzijds en in het plangebied al bebouwing voor maatschappelijke voorzieningen mogelijk is in het vigerende bestemmingsplan anderzijds. Het plan is getoetst aan de relevante richtpunten. Linten Sprake is van braakliggend terrein dat al is bestemd voor 'Gemengd - uit te werken' waar maatschappelijke voorzieningen zijn toegestaan. Gezocht is naar een passende vervolgfunctie met behoud van de aanwezige lintstructuur. De lintbebouwing krijgt een kwaliteitsimpuls. De historische gaafheid van het lint langs de Plasweg wordt gerespecteerd met een knipoog naar de tegenover gelegen 'Hoeve Vredenburgh'. Rekening wordt gehouden met cultuurhistorische kwaliteiten van zowel het lint als geheel, als van de individuele bebouwing.
Maatschappelijke voorzieningen zijn al mogelijk op grond van het geldende bestemmingsplan. Dit betekent dat sprake is van ‘inpassing’. In paragraaf 3.3 (beeldkwaliteit) is de verbetering van de landschappelijke kwaliteiten beschreven. Resumerend is er per saldo sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De historische gaafheid van het lint wordt gerespecteerd. Droogmakerij Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'droogmakerij (klei)'. Als richtpunt wordt aangehouden dat nieuwe ontwikkelingen in de droogmakerij worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. In dit geval is sprake van een ontwikkeling met wonen en zorg overeenkomstig het masterplan voor 'Glasparel+'. De ruimtelijke kwaliteit wordt hierdoor opgewaardeerd. De situering houdt rekening met de bestaande ontginningslijn van de Plasweg. Deze ontwikkeling draagt dan ook bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit. Resumerend is er per saldo sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De historische gaafheid van het lint wordt gerespecteerd. Gesteld kan worden dat hier sprake is van 'inpassing'. De ruimtelijke en landschappelijke kwaliteiten van het gebied worden per saldo verbeterd.
De richtpunten voor lint en droogmakerij zijn niet in het geding. Natuurnetwerk Nederland (NNN) In artikel 6.24, lid 1 is opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden binnen Natuurnetwerk Nederland, onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur, waternatuurgebied en ecologische verbinding, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op ‘Kaart 7 Natuurnetwerk Nederland’, geen bestemmingen aanwijst die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden. Op grond van de toelichting van de Omgevingsverordening behoren bestaande bebouwing, erven, tuinen en wegen met een gesloten verharding (inclusief bermen) niet tot het NNN. Toetsing aan NNN Het plangebied ligt ten zuidoosten van NNN, zoals aangeduid in figuur 9. De vervolgfunctie naar 'Wonen' en 'Maatschappelijk' heeft geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Het NNN wordt hierdoor niet aangetast. Het is niet noodzakelijk een compensatieplan op te stellen specifiek voor dit bestemmingsplan.
Toelichting
29
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
Figuur 9: Omgevingsverordening Kaart 14 'Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën'. Recreatiegebied De provincie vindt het van belang dat de behoefte aan recreatieve ontwikkelingen buiten bestaand stadsen dorpsgebied wordt onderbouwd en regionaal afgestemd. De Vredenburghzone is één van de gebieden die als recreatiegebied is aangeduid. De planontwikkeling zelf ligt deels naast de aanduiding 'Recreatiegebied' in beschermingscategorie 2 (Kaart 14 ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën) zoals genoemd in artikel 6.9b van de Omgevingsverordening (figuur 8). Op grond van artikel 6.9, lid 9 is inpassing en aanpassing toegestaan. De richtpunten zijn niet in het geding. Risico'svan klimaatverandering In paragraaf 6.2.8a (toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) is in artikel 6.27a opgenomen dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte, alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's.
In paragraaf 4.4.4 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie De planontwikkeling naar wonen en maatschappelijke voorzieningen is vanuit een goede ruimtelijke ordening een passende vervolgfunctie. Over de woningbouw heeft regionale afstemming plaatsgevonden met de Regio Midden-Holland. De planontwikkeling wordt opgenomen in de Regionale Agenda Wonen. Voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Met de ontwikkeling met maatschappelijke functies hebben Gedeputeerde Staten al eerder ingestemd in het kader van het bestemmingsplan 'Glasparel+', waarin het plangebied is bestemd voor 'Gemengd - uit te werken'. Er is geen strijd met de provinciale belangen. Resumerend kan worden geconcludeerd dat:
30
Toelichting
bestemmingsplan Hoevezone (Plasweg)
het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit). Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 4.2.3 Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas De provincie Zuid-Holland heeft voor Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Dit gebiedsprofiel is op 16 december 2014 vastgesteld. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen.