CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1.a. Bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen, toelichting en regels, 26-06-2024

Besluitvormende raadsvergadering 26 juni 2024, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Bestemmingsplan Heggewinde 22a25.862 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

NL.IMRO.0627.BPheggewinde22a-0401

Heggewinde 22a, Waddinxveen VASTGESTELD

26 juni 2024

REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM 3 oktober 2023 28 november 2023 12 december 2023 26 juni 2024

VERSIE 1e versie 1e versie 2e versie 1e versie

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

Toelichting

Toelichting

3

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

4

Toelichting

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

7 7 7 7 8

Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur

9 9

Hoofdstuk3

11

3.1 3.2 3.3

Planbeschrijving

Ontwikkeling Nieuwe situatie Verkeer en parkeren

11 11 15

Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

21 21 23 27 28

Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk, provincie en gemeente 5.3 Beleid hoogheemraadschap van Rijnland 5.4 Waterhuishouding

37 37 37 38 40

Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

43 43 53 56 58

Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan

59 59 59 59 61

Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid

63 63

Hoofdstuk9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Communicatie 9.3 Zienswijzen

65 65 65 65

Regels

67

Toelichting

5

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

68 68 73

Hoofdstuk2

Bestemmingsregels

74

Artikel 3 Artikel 4

Gemengd Groen

74 77

Hoofdstuk3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

78 78 79 80 81 82

Hoofdstuk4 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

83 83 84

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

Bijlage 2

Bezonningsstudie

Bijlage 3

Akoestischonderzoek stemgeluid

Bijlage 4

Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 6

Notitie stikstofdepositie

Bijlage 7

Ecologisch onderzoek

Bijlage 8

Informatietbrief omwonenden

Bijlage 9

Nota van beantwoording zienswijzen

6

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Heggewinde 22a in Waddinxveen staat een schoolgebouw waar voorheen de Nederlands Hervormde basisschool Bethel was gehuisvest. Dit schoolgebouw is vrijgekomen, omdat de locatie Lindengaarde 17a volstaat voor deze school. Momenteel is er nog een kinderdagverblijf gevestigd. Een nieuwe maatschappelijke functie zoals een gezonheidscentrum en/of kinderdagverblijf op de begane grond blijft mogelijk om te kunnen inspelen op de groeiende behoefte hiernaar. In verband hiermede is een plan voorbereid voor het oprichten van een woongebouw met 30 wooneenheden in een groene woonomgeving conform de uitgangspunten van de Woonzorgvisie, waarin een maatschappelijke functie zoals een gezondheidscentrum of kinderdagverblijf op de begane grond kan worden ingepast. Dit bestemmingsplan maakt de voorgenomen ontwikkelingen juridisch planologisch mogelijk.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de Heggewinde 22a. Ten zuiden van het plangebied staan grondgebonden woningen. Aan de oostzijde ligt het Waddepad met aansluitend de Nederlands Hervormde basisschool Bethel. Aan de westzijde ligt openbaar groen. De Wadde ligt aan de noordzijde van het plangebied met aansluitend groen, de Wingerdflat, beneden/boven- en grondgebonden woningen aan Dotterweide en Weidezoom. In figuur 1 is een situatietekening van het plangebied en omgeving opgenomen.

Figuur 1: Plattegrond plangebied en omgeving (rood gestippeld omlijnd).

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor onderhavig plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen:

Toelichting

7

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

Bestemmingsplan “Bebouwde Kom 2015"

Raadsbesluit 16 december 2015

Uitspraak ABRvS 19 oktober 2016

Na bestuurlijke lus opnieuw vastgesteld op 1 februari 2017 "Parapluplan Archeologie en Parkeren" 19 september 2018 De gronden zijn in het bestemmingsplan 'Bebouwde Kom 2015' bestemd voor 'Maatschappelijk'. Een strook langs het Waddepad is bestemd voor 'Groen' (figuur 2). Binnen het bouwvlak is het bebouwingspercentage 40% met een maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 meter en 6 meter. Het oprichten van woongebouw is in strijd met het bestemmingsplan. Het mogelijk maken van een kinderdagverblijf op de begane grond is evenmin toegestaan, omdat het plangebied weliswaar is bestemd voor 'Maatschappelijk' maar niet is voorzien van de aanduiding 'kinderdagverblijf'.

Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Bebouwde Kom 2015' (plangebied rood gestippeld omlijnd).

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe situatie. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 5 omvat de waterparagraaf. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

8

Toelichting

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke en functionele structuur

De planlocatie ligt in het noordwestelijk deel van de bebouwde kom van Waddinxveen in de wijk Groenswaard. Deze wijk wordt ontsloten door de Chopinlaan, Beethovenlaan en het Noordeinde. Groenswaard is voornamelijk een woonwijk. Het woningbestand in de wijk bestaat uit overwegend rijenwoningen, die gebouwd zijn in de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw. In de wijk staan ook enkele clusters van galerijflats, waaronder de Wingerdflat. Ten noorden van de wijk ligt het Gouwebos. Dit bos vormt een groene buffer tussen het verstedelijkte gebied van Waddinxveen en het noordelijk gelegen Boskoop. Woningen aan Peuleyen.

Woningen aan Heggewinde.

Bethelschool.

De Wingerdflat.

Woningen aan Dotterweide.

Groen ten westen van plangebied.

Planspecifiek In het plangebied staat het schoolgebouw van de voormalige basisschool Bethel. Deze school is thans gevestigd aan de Lindengaarde 17a. In het schoolgebouw is nu een kinderdagverblijf gevestigd. De bestaande situatie is opgenomen in figuur 3.

Toelichting

9

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

Figuur 3: Bestaande situatie plangebied en omgeving. Schoolgebouw vanaf voetpad Heggewinde.

School vanaf zuidoostzijde gezien.

Schoolgebouw vanaf het Waddepad gezien.

Op achtergrond woningen aan het Waddepad.

10

Toelichting

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Ontwikkeling

De bestaande bebouwing wordt gesloopt om hiervoor in de plaats een appartementengebouw mogelijk te maken met op de begane grond dienstverlening en/of maatschappelijke voorzieningen zoals een gezondheidscentrum of kinderdagverblijf. Het terrein wordt groen ingericht met een parkeerterrein voor bewoners en gebruikers. De nieuwe woonsituatie is ruimtelijk inpasbaar in deze woonomgeving met een hoekaccent op de Wadde en het Waddepad, waarbij aansluiting wordt gezocht met de bouwhoogte van de aan de overzijde gelegen Wingerdflat. Het gebouw wordt op voldoende afstand van de bestaande grondgebonden woningen aan de Heggewinde en Waddepad gerealiseerd met aandacht voor een groene inpassing.

3.2

Nieuwe situatie

Algemeen In de verkenning naar een kwalitatieve inpassing van het kavel zijn twee varianten onderzocht. Elke variant heeft zijn eigen voor- en nadelen. Voor beide varianten geldt hetzelfde vertrekpunt. Mens & natuur is primair en de auto is secundair. Gezocht is naar een inpassing waarbij bestaande volwassen bomen kunnen worden behouden. Vervolgens wordt bij alle oplossingen een parkeeroplossing gesitueerd tegenover op de minst aantrekkelijke plek. In dit geval tegenover de blinde gevels van de belendende bebouwing. Het groene Waddepad wordt beantwoord door een 'hoek accent' met een nieuw appartementengebouw. Het kinderdagverblijf dat op dit moment van het voormalige schoolgebouw gebruik maakt kan worden gehuisvest op de begane grond van het appartementengebouw. Woningbouw in het appartementengebouw. Voorkeursvariant: 'maximaal groen' Dit plan bestaat uit een woongebouw met op de begane grond dienstverlening en/of maatschappelijke voorzieningen zoals een gezondheidscentrum of kinderdagverblijf van circa 180 m² op de hoek van de Wadde en het Waddepad. De gronden ten westen hiervan worden groen ingericht met een parkachtige uitstraling, zodat het groen maximaal behouden blijft.

De opzet van het plan is ingericht op het vergroten van de percentage groen op het perceel door van een uitgestrekt één-laags bouwvolume, te gaan naar een 4 tot 6 laags bouwvolume met een substantieel kleinere footprint. In combinatie met het realiseren halfverharde parkeergelegenheden wordt het verhard oppervlak op de locatie meer dan gehalveerd met deze ontwikkeling. De gronden ten westen hiervan blijven groen met een parkachtige uitstraling, zodat het groen maximaal behouden blijft. De door de gemeente vastgestelde uitgangspunten en randvoorwaarden hebben als leidraad gediend voor het bestemmingsplan. Uitgangspunten woongebouw In het plangebied wordt een woongebouw voorgestaan van maximaal zes verdiepingen. Het gebouw is opgebouwd als een geschakeerd volume van 4-6 lagen, zodat er geen massief gebouw ontstaat. Deze bouwhoogte wordt passend geacht in relatie tot de aan de overzijde gelegen Wingerdflat. Op de begane grond is ruimte voor dienstverlening en/of een maatschappelijke voorziening van circa 180 m² BVO. Het gebouw zal in architectuur een woonuitstraling krijgen en in kleurstelling ingetogen wegvallen tussen de bomen. Het zeslaags bouwdeel valt grotendeels weg tussen de bomen en is in de hoek gesitueerd die de grootste afstand kent tot de omliggende bebouwing.

Deze ontwikkeling is passend binnen de uitgangspunten van de gemeentelijke Omgevingsvisie, omdat een overbodig geworden schoolgebouw voor basisonderwijs na sloop plaatsmaakt voor een passende vervolgfunctie naar wonen met op de begane grond een maatschappelijke voorziening. Een verkavelingstekening is opgenomen in figuur 4. Enkele aanzichttekeningen zijn opgenomen in figuren 5 en 6.

Toelichting

11

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

Figuur 4 Verkavelingsplan (indicatief).

12

Toelichting

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

Figuur 5: Aanzichttekeningen nieuwbouw. Boven oostgevel en onder noordgevel (indicatief).

Toelichting

13

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

Figuur 6: Aanzichttekeningen nieuwbouw. Boven zuidgevel en onder westgevel (indicatief). 3.2.1 Beeldkwaliteitsplan De kwaliteitseisen voor de planontwikkeling zijn vastgelegd in 'Beeldkwaliteit De Hegge Waddinxveen', opgesteld door Lengkeek architecten en ingenieurs van 27 november 2023. Voor deze ontwikkeling is een randvoorwaarden-kaart opgesteld. Samenvattend wordt een locatie gezien aan een beeldbepalende kruising van wegen in een groene omgeving. Met name de positie aan de kruising maakt het stedenbouwkundig verdedigbaar om hier een hoogteaccent voor te stellen. Dit hoogteaccent moet enige aansluiting vinden met zijn omgeving. Op basis van deze uitgangspunten is het woongebouw met de inrichting van de openbare ruimte uitgewerkt. Het Beeldkwaliteitsplan is opgenomen in Bijlage 1. 3.2.2 Woningbouwprogramma In het appartementengebouw worden 30 wooneenheden gerealiseerd met het volgende woonprogramma (prijspeil 2023): Categorie huur, sociale huur koop, betaalbaar koop, middenduur koop, duur Totaal

14

doelgroep starters starters en doorstromers doorstromers en senioren doorstromers en senioren

prijsklasse € 808,06 per maand € 355.000 € 400.000 € 450.000

aantal 9 5 5 11 30

percentage 30% 16,7% 16,7% 36,6% 100%

Toelichting

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

Dit programma is in lijn met het uitvoeringsprogramma van de gemeentelijke Woonzorgvisie en de Provinciale Omgevingsverordening, omdat dit programma is opgenomen in de Regionale Projectenlijst Woningbouw 2023 (RPW) van Midden-Holland en is aanvaard door Gedeputeerde Staten. 3.2.3 Bezonningsstudie Met een bezonningsstudie is het verschil tussen de bestaande situatie en de nieuwe situatie inzichtelijk gemaakt. Voor 4 verschillende data (21 maart, 21 juni, september en 21 december) zijn steeds 4 tijdstippen gekozen: 09:00 uur, 12:00 uur, 15:00 uur en 18:00 uur. Uit de zonnestudie kan worden herleid dat het vooliggend plan met name een schaduwval kent op de kruising Wadde-Weidezoom. De aanwezige openbare ruimte bestaat met name uit snel- en langzaamverkeerstructuren, niet uit verblijfsplekken. De schaduw van de avondzon in de zomermaanden valt met name op het naastgelegen schoolgebouw die niet in gebruik is gedurende die tijden. In de wintermaanden valt de langgerekte middagschaduw op het woongebouw aan de Weidezoom. Echter is dit door de aanwezige bomen, geen verslechtering. De bezonningsstudie is opgenomen in Bijlage 2.

3.3

Verkeer en parkeren

3.3.1 Verkeer Het plangebied ligt aan de Heggewinde ten zuiden van de Wadde. De maximum snelheid op de Wadde (tussen Noordeinde en Peuleyen) is 50 km/uur. De overige wegen zijn ingericht als 30 km/uur gebieden. Het plangebied wordt ontsloten vanaf de Wadde. Hiervoor wordt een nieuwe uitrit aangelegd. Aan de zuidzijde wordt een fietsverbinding mogelijk gemaakt die aansluit op de Heggewinde. Deze ontsluiting kan tevens door hulpdiensten worden gebruikt bij calamiteiten. Het centrum is via meerdere wegen bereikbaar. Via het westelijk Noordeinde (N453) en toekomstige Bentwoudlaan is de A12 (richting Den Haag - Utrecht) en de de N11 via Boskoop en Hazerswoude-Dorp bereikbaar. De planlocatie is ook goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Ten oosten van het plangebied ligt op 240 meter loopafstand het HOV-station Waddinxveen Noord (spoorverbinding Gouda - Alphen aan den Rijn).

Toelichting

15

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

Wadde (rechts planlocatie).

Heggewinde.

Peuleyen (richting Wadde).

Zuidelijk gelegen wandelpad.

Waddepad.

De Wadde richting station.

Verkeersgeneratie In de bestaande planologische situatie is er een schoolgebouw voor lager onderwijs toegestaan. In de nieuwe situatie komt er een appartementengebouw met 30 wooneenheden en een maatschappelijke voorziening, zoals een gezondheidscentrum en/of kinderdagverblijf. Dit brengt de volgende verkeersgeneratie met zich mee. Tabel 3.1: Verkeersgeneratie basisschool en woningen met kinderdagverblijf. Omschrijving sterk stedelijk Aantal Oppervlakte (gemiddeld) Bestaand Basisschool 6 lokalen Nieuw Koopappartementen, duur Koopappartementen, midden Huurappartementen, goedkoop Kinderdagverblijf Gezondheidsscentrum Totaal nieuw

7,1 11 5,6 10 3,6 9 35,2 per 100 m² 18,1 per 3 (aanname) behandelkamer 30

200 m²

Verkeersgeneratie

159*

78,1 56,0 32,4 70,4 54,3

292 - 159 = 133 (afgerond) * conform Rekentool Verkeersgeneratie & Parkeren van CROW, uitgaande van 3 lokalen onderbouw en 3 lokalen bovenbouw. De verkeersgeneratie in de bestaande planologische situatie van de basisschool verdwijnt. In de plaats hiervan komt er een appartementengebouw met een maatschappelijke voorziening. De vuistregel (vanuit Duurzaam Veilig) voor maximale verkeersintensiteit op een erftoegangsweg ligt rond 5.000 – 6.000 mvt/etmaal. Het aantal verkeersbewegingen blijft onder de capaciteit van een erftoegangsweg zoals de Wadde, waarop het plangebied wordt ontsloten, zodat het bestaande wegennet deze beperkte toename kan verwerken.

16

Toelichting

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

3.3.2 Parkeren De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 9 juli 2014 het Parkeerbeleid vastgesteld. Dit beleid is opgesteld, omdat er tot nu toe geen volledig beeld van de parkeersituatie was in Waddinxveen. De gemeente streeft naar een goede en eerlijke parkeersituatie, waarvoor duidelijke uitgangspunten worden opgesteld. De uitgangspunten geven aan: 1. wat wordt verstaan onder een goede parkeersituatie; 2. wat is het bereik van de verantwoordelijkheid van de gemeente. Dit beleid is in 2017 aangevuld met algemene kaders bij nieuwe ontwikkelingen en bestaand bebouwd gebied. Vervolgens is het beleid verankerd in het 'Parapluplan Archeologie en Parkeren' (2018). Ten opzichte van 2014 is niet alleen Waddinxveen gegroeid, maar is ook de mobiliteitstransitie volop in ontwikkeling. Dit zorgt ervoor dat er momenteel anders naar het bepalen van het aantal parkeerplaatsen bij een ruimtelijke ontwikkeling wordt gekeken dan in 2014. De gemeente Waddinxveen gaat nieuw parkeerbeleid opstellen, maar dat proces duurt te lang voor de projecten die nu worden voorbereid. Daarom is de notitie 'Integraal afwegingskader parkeernomen bij ruimtelijke ontwikkelingen Waddinxveen' opgesteld om het benodigd aantal parkeerplaatsen voor ruimtelijke ontwikkelingen in Waddinxveen te kunnen toetsen op basis van de meest actuele inzichten.

Door nu een integraal afwegingskader voor parkeren op te stellen, wordt ervoor gezorgd dat alle projecten die momenteel spelen in Waddinxveen op basis van dezelfde uitgangspunten worden beoordeeld op het bepalen van het benodigd aantal parkeerplaatsen en dat de benodigde voortgang in de projecten behouden blijft. 'Integraal afwegingskader parkeernormen bij ruimtelijke ontwikkelingen Waddinxveen' In het 'Integraal afwegingskader parkeernormen bij ruimtelijke ontwikkelingen Waddinxveen' van 3 april 2023 maakt de gemeente Waddinxveen bij het beoordelen van het aantal parkeerplaatsen gebruik van de meest recente CROW-publicatie met parkeerkencijfers. Op dit moment is dat CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' (december 2018). In deze publicatie zijn drie factoren opgenomen om de parkeerbehoefte te bepalen: Mate van stedelijkheid van de gemeente (adressendichtheid) Onderscheid naar zones binnen de gemeente Positie in de bandbreedte van de parkeerkencijfers In CROW-publicatie 381 wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende zones binnen een gemeente. Uit eerdere studies blijkt dat functies in het centrum resulteren in een lagere parkeervraag en een lagere verkeersgeneratie dan functies van dezelfde aard elders in de bebouwde kom.

Dit wordt veroorzaakt door het aanbod en de kwaliteit van andere vervoerswijzen, met name het openbaar vervoer in het centrum. Hierdoor komen niet alle gebruikers van die functie met de auto. Op een locatie buiten het centrum is het aanbod van alternatieve vervoerswijzen veelal lager en de kwaliteit minder. Hierdoor komen gebruikers eerder met de auto naar de functie. Daarnaast zijn er in een centrumgebied meer voorzieningen op korte afstand bereikbaar. Dit onderscheid naar zones wordt ook binnen Waddinxveen toegepast. Hierdoor wordt het mogelijk om bij een ontwikkeling met veel voorzieningen in de directe omgeving met een lagere parkeernorm te werken dan op locaties met weinig voorzieningen op korte afstand. Op basis van de volgende criteria wordt beoordeeld in welke zone een ontwikkeling valt: Tabel 3.2: criteria beoordeling zones binnen gemeente. Zone Criteria Centrum Afstand tot treinstation

Schil centrum

Toelichting

Uitgangspunt < 500 meter (circa 6 minuten lopen)

Aanwezige voorzieningen • Winkels • Horeca

< 500 meter (circa 6 minuten lopen) Hoofdwinkelcentrum (Gouweplein) Café, restaurant

Afstand tot treinstation

500 – 800 meter (6 tot 10 minuten lopen)

Aanwezige voorzieningen • Winkels

< 750 meter tot hoofdwinkelcentrum of < 500 meter buurtwinkelcentrum (primaire levensbehoeften)

17

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

Rest bebouwde kom Buitengebied

Overig gebied binnen de bebouwde kom dat niet aan de criteria voor centrum of schil centrum voldoet Al het gebied buiten de bebouwde kom

De loopafstanden uit tabel 3.2 zijn afgeleid uit de publicatie "Inzicht in acceptabele loopafstanden" van het CROW (2021). Over het algemeen zijn de acceptabele loopafstanden tot voorzieningen in deze publicatie groter. Zo is de acceptabele loopafstand tot een HOV-halte (zoals een treinstation) 800 meter. Vanaf huis is de acceptabele loopafstand tot een supermarkt 450 tot 1.000 meter. Als voorzieningen als een treinstation of (hoofd)winkelcentrum op acceptabele loopafstand bereikbaar zijn, is er minder noodzaak om een auto te bezitten om te kunnen voldoen in primaire levensbehoeften (voor woningen) of zijn er goede alternatieve manieren om een werklocatie te bereiken. Een ontwikkeling moet aan beide criteria voldoen om binnen een zone te vallen. De loopafstanden worden getoetst op basis van de daadwerkelijke loopafstanden. Hierdoor wordt er rekening gehouden met barrières, zoals het spoor of water, die niet overal gekruist kunnen worden. De gemeente Waddinxveen hanteert als uitgangspunt dat het midden van de bandbreedte gebruikt moet worden voor de parkeerkencijfers. In de notitie van 3 april 2023 zijn de afwijkingsmogelijkheden genoemd om af te wijken van het midden van de bandbreedte.

Toetsing planinitiatief Het plangebied ligt op 750 meter loopafstand van het buurtwinkelcentrum de Luifelbaan en 350 meter van het station Waddinxveen Noord, zodat het plangebied onderdeel uitmaakt van 'Rest bebouwde kom' van Waddinxveen. Hiervoor kunnen de volgende parkeerkencijfers worden aangehouden zoals opgenomen in tabel 3.3. Tabel 3.3: Parkeerkencijfers woningen CROW-publicatie 381. Categorie rest bebouwde kom sterk stedelijk (gemiddeld) Woningen koop, appartement, duur 1,9 koop, appartement, midden 1,7 koop, appartement, goedkoop 1,5 huur, appartement, duur 1,7 huur, appartement midden/ 1,3 goedkoop (incl. sociale huur) Overige functies Kinderdagverblijf Gezondheidscentrum

1,2 per 100 m² bvo 2,2 per behandelkamer

Aandeel bezoekers 0,3 pp per woning 0,3 pp per woning 0,3 pp per woning 0,3 pp per woning 0,3 pp per woning

0% 0%

Op basis van deze uitgangspunten ontstaat de volgende parkeerbalans (tabel 3.4). Tabel 3.4: Parkeerbalans nieuwe situatie. Functies Typologie (CROW) Woningen Appartementen koop, appartement, duur Appartementen koop, appartement, midden Appartementen koop, appartement, goedkoop Appartementen huur, appartement, goedkoop Totaal Voorzieningen Kinderdagverblijf

18

Parkeernorm

Aantal/bvo

Totaal

1,9 1,7 1,5 1,3

11 5 5 9 30

20,9 8,5 7,5 11,7 49 pp

1,2 per 100 m² bvo

200 m²

2,4

Toelichting

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

Gezondheidscentrum

2,2 per behandelkamer

3 (aanname)

6,6

De parkeerbehoefte van het woningbouwprogramma is vastgesteld op afgerond 49 parkeerplaatsen. Hiervan kunnen 3 parkeerplaatsen in mindering worden gebracht vanwege de nabijgelegen halte van het HOV-net (halte Waddinxveen-Noord). In totaal worden 46 parkeerplaatsen aangelegd, zodat het plan kan voorzien in de parkeerbehoefte voor de 30 appartementen. Het parkeerplaatsenplan is opgenomen in figuur 4. Daarnaast zijn er afgerond 6 parkeerplaatsen nodig voor maatschappelijke voorzieningen zoals een gezondheidscentrum of kinderdagverblijf. Deze parkeerbehoefte kan worden opgevangen in het openbaar gebied, omdat aan de Wadde na de herinrichting voldoende parkeerplaatsen zijn aangelegd voor ook het maatschappelijke deel van het plan. Bij uitwerking van de plannen dient te worden aangetoond dat hieraan kan worden voldaan. In artikel 9.1 (parkeerregeling) van het bestemmingsplan wordt dit geborgd, inclusief de hierin opgenomen afwijkingsregeling.

Toelichting

19

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

20

Toelichting

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities.

Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stads- en dorpsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren.

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de herontwikkeling van een voormalig schoolgebouw naar een appartementengebouw met op de begane grond dienstverlening en/of maatschappelijke dienstverlening, zoals een gezondheidscentrum of kinderdagverblijf in bestaand stedelijk gebied nabij een stationslocatie.

Toelichting

21

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening genoemde rijksbelangen zijn niet in het geding. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de nieuwe Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Bij het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking wordt het volgende geconstateerd: Ad behoefte Er is sprake van een behoefte.

Dit blijkt onder andere uit paragrafen 4.2.2 en 4.3.1. De invulling van het plangebied met 30 woningen voor de doelgroepen starters, doorstromers en senioren sluit goed aan bij de provinciale en gemeentelijke ambitie, waarbij gestreefd wordt naar duurzame woningen in de woonkern. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. Ad bestaand stedelijk gebied Bestaand stedelijk gebied wordt in de Bro gedefinieerd als 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied ligt in de bebouwde kom (Bestaand Stads- en Dorpsgebied) van Waddinxveen. De invulling van het plangebied met woningen levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmering op. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De Ladder voor duurzame verstedelijking is doorlopen. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

22

Toelichting

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.

Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het Omgevingsprogramma Zuid-Holland zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vragen om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. Bouwen naar behoefte De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gerealiseerd waar de behoefte zich manifesteert.

Het uitgangspunt daarbij is dat de juiste woning op de juiste plek (op juiste moment) wordt gerealiseerd. Dat gaat allereerst over dat gebouwd wordt naar behoefte. De bouw van nieuwe woningen moet bijdragen aan de bestaande woningvoorraad, de (sub)regionale schaal van woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend. Bouwen binnen bestaand bebouwd gebied speelt in op de behoefte aan binnenstedelijk wonen. De provincie wil dat de Ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Regionale Realisatieagenda Midden-Holland Om de druk op de woningmarkt te verminderen, hebben provincie Zuid-Holland en het Rijk in oktober 2022 samenwerkingsafspraken gemaakt over het bouwen van 235.000 woningen in Zuid-Holland in de periode 2022 tot en met 2030. In de Regionale Realisatieagenda Midden-Holland zijn afspraken gemaakt over de doelstellingen die gelden voor de regio Midden-Holland. Daarin is opgenomen dat in de periode 2022 ten met 2030 circa 20.000 nieuwbouwwoningen moeten worden toegevoegd. Regionale woonvisie Gemeenten stellen in regionaal verband woonvisies vast, waarin de gewenste kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelrichting voor de bestaande en gewenste woningvoorraad binnen de regio wordt

Toelichting

23

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

bepaald. Gemeenten en provincie spreken in gezamenlijkheid af welke uitgangspunten en randvoorwaarden voor de woonvisie gelden. De woonvisie bevat tenminste een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve woonopgave op korte en lange termijn en een onderbouwing van de behoefte die regionaal is afgestemd. Voor Midden-Holland betreft: dit heet de Regionale Agenda Wonen (RAW). De RAW schetst de bovenlokale opgaven op het gebied van wonen die in de lokale woon(zorg)visies worden ingevuld. De RAW vormt het kwalitatieve en kwantitatieve kader voor en de onderbouwing van het door de regio op te stellen Regionale Projectenlijst Woningbouw (RPW) Midden-Holland en de beoordeling daarvan door de provincie. Zie hiervoor verder paragraaf 4.3.1. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit.

Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie maakt het plangebied op kaart 59 (2019) onderdeel uit van het bestaand stads- en dorpsgebied (figuur 7). Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de Omgevingsverordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit.

De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De Laag van de ondergrond (eerste laag) wordt gevormd door een veencomplex van oude zeeklei. Op de Laag van cultuur- en natuurlandschappen is het plangebied niet specifiek aangeduid. Op de Laag van de stedelijke occupatie maakt het plangebied onderdeel uit steden en dorpen (figuur 7). Elk dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen bijdragen aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Op de Laag van de beleving is het plangebied niet specifiek aangeduid.

24

Toelichting

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

Figuur 7: Links kaart 59 van de Omgevingsvisie 'bestaand stads- en dorpsgebied' en rechts uitsnede Kwaliteitskaart (Laag van de stedelijke occupatie) Het plangebied is globaal met een zwarte omlijning aangeduid. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Het toevoegen van 30 woningen en een maatschappelijke functie zoals een gezondheidscentrum of kinderdagverblijf is in overeenstemming met de opgaven wonen, ruimte en verstedelijking, omdat het plangebied binnen het bestaand stedelijk gebied nabij een HOV-net ligt. De richtpunten zijn niet in het geding. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de provinciale Omgevingsvisie. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 1 april 2023 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening.

Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II. In lid 3 is opgenomen dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. In lid 3 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening.

Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van 30 woningen mogelijk in het bestaand stedelijk gebied, zoals dat hiervoor is omschreven in de begripsbepaling voor bestaand stads- en dorpsgebied. De ontwikkeling sluit aan bij de omliggende (woon)bebouwing. Het plan voorziet in 30% sociale huurwoningen. Dit plan is opgenomen in het woningbouwprogramma voor de Regio Midden-Holland en hiermee passend gebleken binnen de Regionale Agenda Wonen. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben het programma voor onder andere deze locatie aanvaard. Hiermee is de de eerste stap van de

Toelichting

25

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.

Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'steden en dorpen'. Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen bijdragen aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Deze planontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en qua aard en schaal bij wat er al staat in de omgeving. Gesteld kan worden dat hier sprake is van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan. Risico'svan klimaatverandering In paragraaf 6.2.8a (Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 6.27a regels opgenomen over de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte, alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling.

Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.4.4 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie Het plangebied ligt binnen de BSD. Over deze ontwikkeling heeft regionale afstemming plaatsgevonden met de Regio Midden-Holland. De planontwikkeling zal worden opgenomen in de Regionale Agenda Wonen (zie paragraaf 4.3.1). Voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit). Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen.

26

Toelichting

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Regionale Agenda Wonen Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio waar belangrijke waarden met betrekking tot wonen, werken, ondernemen en recreëren van groot belang worden geacht voor de ontwikkeling van de Randstad als geheel. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. De kwaliteiten van de centrale ligging worden versterkt doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, bijvoorbeeld dankzij het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Regionale samenwerking rond wonen in de regio Midden-Holland is wenselijk vanwege de sterke samenhang in de woningmarkten in dit gebied. De samenwerkende gemeenten ambiëren een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendige woonagenda voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau. Die ambities zijn verwoord in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019.

Deze agenda beoogt bij te dragen aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in de verschillende delen van de regio, aansluitend bij de behoefte aan woningen. De woonagenda is ook bedoeld om ontwikkelende partijen duidelijkheid te geven over wat de gewenste soorten woningen zijn en zo te stimuleren dat de juiste plannen gerealiseerd worden. Dit in goede samenwerking met ontwikkelende partijen zoals woningcorporaties, commerciële marktpartijen en zorgpartijen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 is een vijftal belangrijke gezamenlijke thema’s geformuleerd: gevarieerd woon- en leefklimaat duurzaamheid wonen en zorg betaalbaarheid/toegankelijkheid beschikbaarheid. Per thema is de regionale ambitie beschreven, aangevuld met een actielijst als eerste aanzet voor een uitvoeringsprogramma. De praktijk van de woningmarkt vraagt flexibiliteit en bewegingsruimte binnen gedeelde kaders en drie opgaven die prioriteit moeten krijgen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 leggen de gemeenten de nadruk op tempoversnelling in de productie, een knellende mismatch tussen vraag en aanbod voor een aantal groepen op de woningmarkt. De derde opgave is die van onderscheidende woonmilieus. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod van woningen in de regio Midden-Holland weer.

De Regionale Agenda Wonen vormt het vertrekpunt voor een nieuwe, flexibeler methodiek voor de regionale afstemming van woningprogrammering en uitvoeringsprogramma. De Regionale Agenda Wonen is complementair aan lokale woonvisies. Waddinxveen Waddinxveen is sinds de jaren '80 uitgegroeid van een dorpskern langs de Gouwe naar een middelgrote gemeente met de daarbij behorende voorzieningen. De ligging langs de A12 Utrecht – Den Haag is daarvoor belangrijk. Daarnaast heeft Waddinxveen drie treinstations aan een hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk. Aan de zuidwestzijde van de oude dorpskern is een nieuw centrum gerealiseerd. Zuidelijk daarvan is de woonwijk Park Triangel in aanbouw. Waddinxveen kent veel laagbouw, met aan de zuidrand een dorps en soms luxer woonmilieu. Het luxe woonmilieu is een onderscheidend aanbod, dat verder grotendeels ontbreekt in de regio. Regionale afstemming Als uitwerking van de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland geeft de Regionale Projectenlijst Woningbouw (RPW) inzicht in de actuele woningbouwplannen met 10 en meer nieuwbouwwoningen van de gemeenten in de regio Midden-Holland. In de regio moet afstemming plaatsvinden over de projecten in de RPW. Daarna dient de RPW te worden aangeboden aan de provincie Zuid-Holland.

Na akkoord door de provincie is voor de plannen die zijn opgenomen in de RPW de eerste stap van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking doorlopen. Eind 2023 zal de nieuwe, geactualiseerde 'RPW 2024' worden

Toelichting

27

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

aangeboden aan de provincie Zuid-Holland. De 30 woningen aan de Heggewinde 22a is al in de RPW 2024 opgenomen met het verzoek om aanvaarding. Conclusie De nieuwbouw van 30 appartementen levert een bijdrage aan het voorzien in de vraag naar voldoende woningen in Waddinxveen voor de doelgroepen starters, doorstromers en senioren. De locatie Heggewinde 22a maakt onderdeel uit van de transformatie van vier scholen en is één van de Waddinxveense projecten in de bijlagen bij de RAW, wat inhoudt dat er in regionaal verband behoefte is aan deze woningen. Er is sprake van een woningbouwproject van 10 of meer woningen, zodat het plan regionaal wordt afgestemd. Het plan met 30 woningen is opgenomen in de RAW/RPW en al aanvaard door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. Hiermee past het plan binnen de regionale woningbouwafspraken en de Regionale Agenda Wonen.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 12 oktober 2022 de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 vastgesteld. Bij het opstellen van de omgevingsvisie zijn inwoners, bedrijven en andere organisaties betrokken. Waarom een Omgevingsvisie? Waddinxveen is in de afgelopen jaren flink gegroeid. Er wonen nu met meer dan 31.000 mensen in de gemeente. Tot 2050 wordt er (vanwege de lopende nieuwbouwprojecten) een flinke groei van de bevolking verwacht ten opzichte van 2020. Dit betekent nog al wat. Er zijn voldoende passende, betaalbare en toekomstbestendige woningen nodig. Om niet in de knel te komen met de maatschappelijke voorzieningen (zoals onderwijs, sport en zorg) of te maken te krijgen met vastlopend verkeer, is het van belang om goed na te denken over hoe Waddinxveen er in de toekomst uit moet zien. Hoe biedt de gemeente ook over 20 tot 30 jaar een mooie en prettige omgeving om te wonen, werken en onze vrije tijd door te brengen? Tegelijkertijd wil de gemeente de natuur en biodiversiteit beschermen en herstellen terwijl we blijven recreëren in het landschap. Ook heeft de gemeente een grote klimaatopgave waar zij zich hard voor wil maken. Daarnaast veranderen de maatschappelijke verhoudingen en de rol van de overheid. Inwoners en bedrijven nemen steeds vaker zelf het initiatief om maatschappelijke en economische vraagstukken op te pakken.

De vraagstukken zijn groot en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Ze vragen samen meer ruimte dan zomaar beschikbaar is. De koers hiervoor wordt uitgezet in de omgevingsvisie. Ambities voor de toekomst De ontwikkeling van Waddinxveen heeft zich altijd gekenmerkt door een krachtdadige houding ten opzichte van de omstandigheden van haar omgeving. De historie laat zien dat het landschap van Waddinxveen altijd is veranderd door - en naar de hand is gezet van - haar inwoners, om in te spelen op de ontwikkelingen die op haar afkwamen. Ook nu komen er grote ontwikkelingen op haar af. En ook nu moet de gemeente, net als in het verleden, de moed hebben om ingrijpende keuzes te maken. Zo kan de brug (tegen wil en dank toch medebepalend voor de identiteit van Waddinxveen) worden geslagen tussen verleden en toekomst, tussen stad en land, tussen landschappen (hoog en laag, nat en droog) en tussen mensen onderling. Het credo 'Waddinxveen; bruggen bouwen richting de toekomst' wordt verder uitgewerkt langs drie pijlers: 'Veelzijdig polderlandschap', 'Goed leven tussen stad en land' en 'Innovatieve knoop aan de Gouwe'. De belangrijkste ruimtelijke ingrepen zijn weergegeven op de integrale visiekaart Waddinxveen 2050 (figuur 8). De arceringen en icoontjes op de kaart zijn indicatief en de locaties liggen nog niet overal vast.

28

Toelichting

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

Figuur 8: Integrale visiekaart Waddinxveen 2050. Koers per deelgebied Op basis van de algemene koers, die voor de gemeente als geheel geldt, is per specifiek deelgebied een koers beschreven. Hierbij worden de gewenste gebiedskwaliteiten benoemd en zoveel mogelijk concrete ontwikkelingen. Waar relevant geeft de gemeente aan of kleinere locaties in dat deelgebied nog een afwijkende opgave hebben. De volgende deelgebieden worden onderscheiden: Woonwijken (Woonkern); Gouweplein centrum Waddinxveen en Sleutelkwartier (Woonkern); Bedrijventerreinen (Bedrijvigheid); Glastuinbouwgebieden (Bedrijvigheid) Polders Achterof en Zuidplas; Veenweidegebied: Polder Bloemendaal & de Voorofsche polder; Recreatiegebieden Bentwoud, Gouwebos en 't Weegje (Buitengebied). Woonwijken (Woonkern) Zowel de wat oudere wijken, zoals de Groenswaard, de Vondelwijk, de Oranjewijk, Noord, Oost en Zuid en de nieuwere wijken zoals de Zuidplas, zijn ruim en groen ingericht. Met veel bomen, kleine parkjes en leuke speelplekken voor de jeugd om buiten te spelen en ravotten. De wijken zijn kindvriendelijk en veilig. Op verschillende plaatsen in Waddinxveen worden nieuwe woningen gebouwd. De Triangel, de nieuwste wijk van Waddinxveen, is in ontwikkeling; veel groen, speelplekken voor kinderen en nieuwe, energiezuinige woningen.

Op 't Suyt aan de westkant van Waddinxveen tussen het dorp en de Zuidplaspolder zijn kavels verkocht om een eigen huis te laten bouwen. Het plangebied is op de kaart 'Woonkern' aangeduid als potentiële woningbouwlocatie. Toetsing planinitiatief Het plangebied ligt in de wijk Groenswaard. De herontwikkeling van het perceel met een appartementengebouw met op de begane grond dienstverlening en/of een maatschappelijke voorziening zoals een gezondheidscentrum en/of kinderdagverblijf leidt tot een intensivering van grondgebruik binnen

Toelichting

29

bestemmingsplan Heggewinde 22a, Waddinxveen

bestaand dorpsgebied. Bij uitwerking van de plannen wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie. In paragraaf 4.4.4 wordt hierop ingegaan. Het dak van het appartementengebouw wordt voorzien van zonnepanelen. Gesteld kan worden dat deze ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. Conclusie De Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 heeft een hoog abstractieniveau, waarin ontwikkelingen niet op perceelsniveau zijn beschreven. Het plangebied ligt in een woonwijk in bestaand dorpsgebied. Op de Visiekaart Waddinxveen 2050 is het plangebied aangeduid als 'woonkern' met de aanduiding 'potentiële woningbouwlocatie'. De planontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. 4.4.2 Woonzorgvisie Waddinxveen 2035 De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 14 december 2022 de Woonzorgvisie Waddinxveen 2035 vastgesteld. Deze visie vervangt de Woonvisie 2018-2022 en bevat plannen en doelstellingen voor wonen (met zorg) voor de periode van 2023 tot 2035. De woonzorgvisie is richtinggevend voor de gemeente bij de ontwikkeling van Waddinxveen: voor nieuwbouw, voor de aanpassingen in de bestaande woningvoorraad en voor de leefbaarheid. Het vormt onder andere de grondslag voor prestatieafspraken tussen gemeente, woningcorporatie en huurdersorganisatie.

Bij de woonzorgvisie hoort een uitvoeringsprogramma waarin maatregelen zijn opgenomen om de woonzorgvisie uit te voeren voor de periode van 2023-2027. Dit is de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. Het college kan het uitvoeringsprogramma op ieder moment aanpassen wanneer er nieuwe maatregelen mogelijk en/of nodig zijn om (meer) doelen uit de woonzorgvisie te realiseren. De woonzorgvisie gaat in op de duurzame huisvesting van de huidige en toekomstige inwoners, met of zonder een zorgvraag. De gemeente richt zich op de huizen die er al staan en op de nieuwbouwwoningen die nog moeten worden gebouwd. Zij beschouwt de visie als richtinggevend kompas, zonder dat het in beton gegoten is: ruimte voor flexibiliteit en creativiteit. De gemeente kijkt naar de hoeveelheid woningen die zij willen bouwen met oog voor de kwalitatieve kant. De gemeente wil dat de huizen betaalbaar, passend, toegankelijk en duurzaam zijn. Dat allemaal in een gezonde, schone en leefbare woonomgeving. Deze woonzorgvisie is een nadere uitwerking – een programma – van het thema Wonen van de Omgevingsvisie. Het doel van deze woonzorgvisie is richting te geven aan het beleid rondom wonen (de woning en de woonomgeving) en de woningmarkt in Waddinxveen. Deze richting bestaat uit een hoofddoelstelling en vier pijlers die hier vorm aan geven.

Hoofddoelstelling: Prettig wonen voor iedereen Waddinxveen kenmerkt zich door de ligging op het grensvlak van stad en platteland: zowel de zuidelijke Randstad als het Groene Hart liggen om de hoek. Het voorzieningenniveau is over het algemeen goed, de sociale cohesie is sterk, er is werkgelegenheid en de gemeente heeft een rijk verenigingsleven. Waddinxveen is goed bereikbaar. De gemeente ligt binnen het HOV-net (Hoogwaardig Openbaar Vervoer) van de zuidelijke Randstad. Er zijn sinds 2018 drie treinstations en de A12 en A20 zijn vlakbij. Dit alles maakt Waddinxveen een aantrekkelijke woongemeente. De ambitie van de gemeente is dat iedereen die dat wil, op een prettige en geschikte manier moet kunnen wonen in Waddinxveen. De hoofddoelstelling is: Om te zorgen dat iedereen prettig kan wonen, moet de woningvoorraad zo goed mogelijk aansluiten bij de woningbehoefte. Ouderen en kwetsbare inwoners die hulp nodig hebben bij het vinden van passende huisvesting of om toekomstbestendig te zijn, moeten worden ondersteund. Ook moet er een goede balans zijn tussen woningbouw, ruimte voor maatschappelijke voorzieningen en een groene, gezonde leefomgeving. De hoofddoelstelling is uitwerkt in vier pijlers. Pijler 1: Beschikbaarheid en betaalbaarheid Passende huisvesting kan voor iedereen iets anders betekenen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14208491/2