Vragen VVD
Tekst van het document
Datum Raad
Raadsvergadering 30 mei 2024
Nr. raadsvoorstel Fractie Datum binnenkomst vraag Datum beantwoording Naam team/steller Vragen
Aankoop gronden en opstallen Baanbrekers VVD/Tom KLerks 24 april 2024
TREW
Portefeuillehoude r
A. De Jong
Vraag: Waarom is de motie circulariteitscentrum meegenomen in deze besluitvorming? Geeft u hierdoor niet impliciet al invulling aan de locatie? Deze motie had toch betrekking op de locatie van het oude Schoenenmuseum - niet de locatie van Baanbrekers? Hoe staat het met het onderzoek van het circulariteitscentrum? Antwoord: Vraag: Kunnen we inzicht krijgen in de overeengekomen voorwaarden? Is bijv. een bepaalde mate van exclusiviteit afgesproken bij start onderhandelingen? Wanneer is dit afgesproken en hebben zich ook andere geïnteresseerden (vooraf en achteraf) gemeld bij Baanbrekers of derden (bv. makelaars)? Antwoord: Vraag: Waarom hebben we twee jaar nodig om de beste mogelijkheden te onderzoeken? Ik ga ervan uit dat als we een strategisch aankoopbeleid hebben je hier een idee (of ideeën) bij hebt.
Hebben we überhaupt een strategisch aankoop- of grondbeleid? Antwoord: Vraag: Waarom heeft Baanbrekers lang moeten wachten voor een overeenkomst, zijn we als gemeente hierin als enige partij de vertragende factor geweest, en waarom? Kunt u een beschrijving (bij voorkeur een tijdlijn) geven van het gelopen proces? Antwoord: Vraag: Waarom is indirect ook voor de gemeente sprake van belang bij de opbrengstkant? Heeft dat alleen met de begroting van Baanbrekers te maken of zijn er nog andere aspecten? Antwoord: Vraag: Is het mogelijk om de bestemming van percelen aan te passen bij verkoop/overdracht van gronden? In hoeverre kunnen we een soort ‘uitsterf constructie/ beleid’ gaan toepassen op locaties waar we op termijn andere soorten van bestemming willen realiseren? Antwoord:
Vraag: Waarom zijn destijds de ruimtelijke rechten niet beperkt op dit perceel/ percelen? Antwoord: Vraag: Waar huurt de gemeente kantoorruimte voor de gemeentewerf bij Baanbrekers en waarom is daarvoor gekozen? Antwoord: Vraag: U geeft aan dat de koopprijs op marktniveau is op basis van uitgebrachte taxaties, kunnen we deze taxaties inzien? Antwoord: Vraag: U geeft aan dat we de gronden na 2 jaar weer kunnen verkopen met een klein risico van een lagere opbrengst. U geeft aan dat feitelijk de waarde tussentijds kan dalen. Hoe bent u tot deze conclusie gekomen en wat is voor u een aanvaardbare lagere opbrengst (waardedaling) bij verkoop? Antwoord: Vraag: U geeft aan dat we in 2026 pas afnemen. Dat wil zeggen dat we dan pas betalen, maar zijn we de komende twee jaar dan al wel eigenaar? Of blijft Baanbrekers eigenaar in deze periode? Antwoord: Vraag: U geeft aan dat er capaciteit en budget beschikbaar gesteld moet worden voor het uitzoeken van de scenario’s. Dat heeft u nog niet in kaart blijkt hieruit. Kunt u een inschatting maken van de eventuele meerkosten van deze aankoop? Antwoord: Vraag: U geeft aan dat het Didam arrest niet van toepassing is omdat het onderlinge overheden betreft. Vallen de gronden en opstal formeel onder de GR van Baanbrekers of onder een van de onderliggende BV’s van de GR.
Indien dat laatste het geval is geldt het Didam arrest dan wel? Antwoord: Vraag: Kunt u verduidelijken wat de gevolgen zijn van deze grondaankoop voor andere (investerings)ambities die we hebben en waarom deze afweging niet in de kadernota wordt opgenomen? Dit mede omdat het ontbreken van een concrete bestemming, de beperkte capaciteit voor ontwikkeling, en de financiële beperkingen door het ravijnjaar om een meer integrale afweging tussen ambities op dit moment vragen. Antwoord: