Vragen VVD
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel Fractie Datum binnenkomst vraag Datum beantwoording Naam team/steller
Raadsvergadering 3 november 2022 Onderwerp VVD/T. Klerks
Koersbepaling Sociaal Domein 12 oktober 2022
TMAO
Portefeuillehoude r
D. Odabasi
Vragen Vraag: U stelt voor de uitgangspunten vast te stellen en adviseert de raad om te kiezen voor scenario 3. Kunnen we op basis van deze formulering, ter controle, opmaken (incl. par.2) dat we als raad de ruimte hebben en krijgen van het college om af te wijken in de beraadslaging met inachtneming van het advies? En kunt u deze ruimte kort toelichten? Antwoord: Vraag: Laten we voorkomen dat we te lang vastklampen aan een koers die niet meer passend is bij de lokale en landelijke ontwikkelingen. Daarom vragen we ons af voor welke periode we deze koersbepaling vaststellen? Klopt het dat dit niet expliciet is benoemd? Is dat een bewuste keuze? Waar moeten we als raad aan denken; 5 jaar, 10 jaar of langer? Antwoord: Vraag: In de argumenten geeft u aan wat de afwijking is van de huidige koers. Is de oude koers (en aanhangende beleidsstukken die daaruit voortvloeien) van 2013 tussentijds inhoudelijk geëvalueerd (excl. Berenschot onderzoek; toegang) en zijn de positieve onderdelen meegenomen in deze koersbepaling? Zo ja welke lessen hebben we geleerd? Antwoord: Vraag: U geeft aan dat een verandering in denken en doen nodig is de komende jaren? Dat betekent een veranderopgave in zowel het beleidsteam als in de uitvoering. Outreachend werken en enige mater van verzakelijking zijn daarin wenselijk. Is daar al (financieel) op voorgesorteerd of al actie in ondernomen.
Kunt u dat met voorbeelden aangeven? Antwoord: Vraag: De risico’s die u aangeeft zijn herkenbaar gezien de veranderingen die worden voorgesteld. Tussen de regels door lees ik dat goede communicatie essentieel is om deze nieuwe boodschap uit te dragen. Gaan we vroegtijdig en op een begrijpelijk niveau (B2) met onze inwoners communiceren over deze aanstaande veranderingen? Laten we inwoners en partners ook in de beleids- en uitvoeringsplannen participeren? Antwoord: Vraag: In de vervolgstappen staan de woonzorgvisie en mantelzorg/ respijtzorgbeleid gepland. In het coalitieprogramma is een ambitie over (pre)mantelzorgwoningen opgenomen. In welk beleid e.o. uitvoeringsplan wordt dit onderdeel opgepakt? Antwoord: Vraag: U geeft o.a. aan dat beleids- en uitvoeringscapaciteit een issue is de komende periode. Zijn er, buiten dat medewerkers worden ‘weggekocht’ door andere (grotere)gemeenten en bedrijven, nog andere oorzaken die medewerkers doen besluiten elders te werken? Zijn signalen uit bv. exitgesprekken of functioneringsgesprekken meegenomen in deze
analyse? Antwoord: Vraag: Gaat het bij de groei van Wmo (naast vergrijzing als oorzaak) voornamelijk om de inzet van individuele begeleiding of ligt het zwaartepunt voornamelijk bij toename huishoudelijke hulp vanwege de aanzuigende werking van het abonnementstarief dat landelijk is bepaald? Is er een overzicht waar de ontwikkelingen in zijn te zien? In hoeverre kunnen we door deze koers echt invloed uitoefenen op inzet huishoudelijke hulp en begeleiding? Antwoord: Vraag: Leren gezond te zijn is niet primair een taak van de gemeente. Er lig een gedeelde verantwoordelijkheid bij zowel het individu, GGD, GGZ, zorgverzekeraars, maatschappelijk werk/jongerenwerk als ook werkgevers (vanuit vitaliteit) om daarin actie te ondernemen. In hoeverre zijn of worden deze partijen (o.a. zorgverzekeraars, GGD etc.) betrokken bij de uitwerking van beleids- en uitvoeringsplannen? Worden ook lokale initiatieven betrokken? Antwoord: Vraag: De vergrijzing zorgt voor meer alzheimer-gerelateerde klachten bij ouderen in onze gemeenschap.
Is dat aspect meegenomen in dit koersdocument of in de beleidsplanning? In de planning zie ik dit thema namelijk niet opgenomen, is dat mogelijk of valt het ergens anders onder? Antwoord: Vraag: In hoeverre is onderzocht of er samen met Heusden, Dongen of Loon op Zand een gezamenlijke koers geformuleerd kon worden? Het is namelijk bijna niet voor te stellen dat deze gemeenten niet tegen dezelfde problemen aan lopen als Waalwijk. Is het mogelijk om alsnog te kijken of we beleids- en uitvoeringsplannen gezamenlijk kunnen aanvliegen mede vanwege personele issues? Ziet u ook kansen om gezamenlijk een passend (en gespreid) voorliggend aanbod in de Langstraat te creëren? Antwoord: Vraag: Hoe gaan we ervoor zorgen dat we bij laagdrempelige voorzieningen geen hoge nadruk leggen op ziekte, klachten en gezondheidsproblemen. Wanneer dit stigma kleef aan een voorziening zal de drempel om daar naartoe te gaan toenemen. Zijn er voorbeelden waar dit wel goed werkt en dit stigma er niet is? Antwoord: Vraag: Het is semantiek maar het woord compensatie voor scenario 1 versterkt volgens ons een trend dat we als overheid alles en iedereen moeten compenseren (corona, energie) terwijl de boodschap moet zijn dat dit niet altijd mogelijk is. Voor de ondoordachte lezer suggereert het een tegenprestatie (financieel of in ieder geval in natura) vanuit de overheid.
Is de naam van het scenario in beton gegoten of kan het nog aangepast worden? Heeft u suggesties? Antwoord: Vraag: De verschillen tussen scenario 2 en 3 zijn m.n. doelgroep (jeugd en gezin [2] en breed – incl. ouderen [3]) en categorie wijk. Is het ook mogelijk om bv. de eerste jaren de focus op scenario 2 te leggen en het daarna breder te trekken? Is hier naar gekeken en is het een optie die meegenomen kan worden in de overwegingen? Antwoord:
Vraag: Vraag 14 stel ik voornamelijk omdat er zorgen zijn over een realistische planning. Scenario 3 heeft een flinke taakstelling en heeft een brede focus. Scenario 2 heeft deze focus wel en kan als springplank worden gebruikt over een aantal jaar. In hoeverre staat het college open voor fasering? Antwoord: Vraag: In deze koersbepaling valt op dat er arbeidsmigranten (internationale medewerkers) als een doelgroep worden benoemd. Ik ga ervan uit dat het dan m.n. om de groep gaat die in onze gemeente permanent gaan wonen. Er wordt de suggestie gewekt om daar specifiek beleid voor te maken of aparte voorzieningen voor te creëren. Dit zijn onze inwoners en ik vraag me af in hoeverre het nodig, laat staan wenselijk met het oog op integratie? Antwoord: Vraag: Er zijn veel beleids- en uitvoeringsplannen die komend jaar worden opgeleverd. Worden we door het college actief op de hoogte gehouden van de voortgang zodat we hier ook rekening mee kunnen houden (agenda technisch) inzake besluitvorming? Antwoord: Vraag: De drie onderdelen in de rapportage (p.21) kunnen op wel 100 verschillende manieren worden ingevuld. Kan het college in Q1 deze onderdelen verder uitwerken en voorafgaand aan de kaderstelling al een keuze(kaart) voorleggen zodat we tijdig kunnen bijsturen richting de begroting? Antwoord: Vraag: U geeft aan een monitor sociaal domein te ontwikkelen.
Het sociaal domein is een breed beleidsveld, kunt u aangeven welke onderdelen u van plan bent hierin mee te nemen? Antwoord: Vraag: Het element narratief evalueren lijkt ons niet iets dat je één keer per jaar doet zoals een CEO, maar dat dit een doorlopend traject is dat over het jaar heen is verspreid. Is dat correct? Het vraagt naast veel reacties ook expertise om de verhalen en reacties te analyseren. Is deze kennis aanwezig in de organisatie, te ontwikkelen of in te huren? Antwoord: Vraag: Het kan me ontgaan zijn, maar hoe is er gekomen tot het label aandachtswijk (ja/nee)? Is dat eigen interpretatie/keuze of komt dat uit bepaalde bronnen? Zanddonk wordt bv. niet gezien als aandachtswijk terwijl daar toch heel wat speelt (o.a. noordelijk deel). Hetzelfde is het geval voor Bloemenoord. Kunnen we als raad zelf de wijken bepalen die aandacht behoeven? Daarnaast vraag ik me af of er bij de wijkindeling is uitgegaan van de CBS buurten of dat het gaat om een eigen indeling van de gemeente Waalwijk? Antwoord: