Vragen Samen Waalwijk (2)
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel
Raadsvergadering 7 maart 2024 Vaststelling Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie inclusief Voorkeursalternatief Samen Waalwijk / G. Kocken
Fractie Datum binnenkomst 14 februari 2024 vraag Datum beantwoording Naam TREW Portefeuillehoude S. Schuijffel team/steller r Vragen Bij de beantwoording op 6 februari 2024 van de schriftelijke vragen die de fracties SGP en Samen Waalwijk hebben gesteld op 12 januari 2024, m.b.t. de Maatschappelijke Meerwaarde GODE, geeft u bij vraag 11 aan:
“De bijlagen zijn onderdeel van het gesprek met initiatiefnemers die het Afsprakenkader ondertekend hebben. Deze zullen wij verder niet verspreiden. Het Afsprakenkader maatschappelijke meerwaarde behoort tot de uitvoerende bevoegdheid van het college.” Met dit antwoord handelt u onzes inziens niet alleen in strijd met het gestelde in artikel 169 van de gemeentewet, maar ook miskent u de controlerende rol en positie van de raad. Controle gaat volgens ons over uitvoering door het college van alle taken die aan het college zijn toegewezen: zonder enig voorbehoud. Artikel 169 1. Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. 2. Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 3. Zij geven de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. 4. Zij geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder d, e, f en g, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. 5.
Indien de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder f, geen uitstel kan lijden, geven zij in afwijking van het vierde lid de raad zo spoedig mogelijk inlichtingen over de uitoefening van deze bevoegdheid en het terzake genomen besluit. Het bepaalde in de leden 1, 2, 3 en 4 zijn volstrekt helder en imperatief gesteld. Het is niet aan het college om te bepalen of de informatie niet aan de raad kan worden verstrekt. Mocht de informatie zich niet lenen voor openbaarmaking, dan is er nog de mogelijkheid de raad te verzoeken hier vertrouwelijk mee om te gaan en in het uiterste geval kan geheimhouding worden opgelegd. Vaststaat dat er een plicht is om de informatie te vertrekken en er ook geen sprake is van strijd met het openbaar belang. Het versturen van de raadsinformatiebrief en het publiceren van de besluitenlijst geven aan dat hiervan geen sprake is. Als dat wel zo is dan had het college de raadsinformatiebrief achterwege moeten laten. Ook al is dit gevoelige informatie. U mag er van uitgaan dat de raad hiermee op een verstandige manier omgaat. Vraag: Tegen deze achtergrond verzoeken wij u de bijlagen die bij het collegevoorstel
zoals aangegeven bij vraag 11 alsnog ter kennis van de raad te brengen. Antwoord: Vraag: Tevens verzoek wij u de reacties van de betreffende partijen en de verslagen, memo’s die betrekking hebben op de toetreding van Tarkett/Stahl en Vattenvall al dan niet vertrouwelijk ter kennis van de raad te brengen. Voor de besluitvorming is deze informatie wel degelijk van belang. Antwoord: Vraag: Bij de beantwoording van vraag 19 geeft u in de laatste zin van het antwoord aan “Het Afsprakenkader is overigens een intentieovereenkomst waarin enkel de intentie van Partijen is weergegeven (zie artikel 7).” Naar aanleiding van uw antwoord hierop, willen wij u erop wijzen dat de juridische status van een intentieovereenkomst volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) niet onomstreden is. In geval van een geschil kan een intentieovereenkomst wel degelijk worden aangemerkt als een bindend document waarmee partijen niet vrijblijvend kunnen omgaan. Het is van belang om deze nuance te benadrukken, aangezien het in de praktijk invloed kan hebben op interpretatie en de rechten die partijen aan een intentieoverkomst kunnen ontlenen. Hoe kijkt u hier nu tegenaan? Antwoord: