Vragen PvdA en antwoorden initaitiefvoorstel
Tekst van het document
Datum Raad Initiatiefvoorstel Initiatiefnemers Datum binnenkomst vraag Datum beantwoording Vragensteller
Raad A
Raad B 30 september 2021 Plaatsing mobiele rolstoelvriendelijke toilet in het centrum D66, SGP, Lijst De Jongste en PvdA 18 september 2021 30 september 2021 PvdA stelt vragen aan het college n.a.v. reactie college op dit initiatiefvoorstel
Vragen Vraag: In de reactie staat dat een mobiel toilet, dat langere tijd geplaatst wordt, aangesloten moet zijn op water en riool. Op grond van welke regelgeving dan wel door de raad vastgesteld beleid is dat gebaseerd? Antwoord: Wij gaan ervan uit dat een voorziening meerdere maanden blijft staan. Het is niet mogelijk om voor de winterperiode een permanente voorziening te realiseren. Een realistische inschatting is dat dit eerder een jaar duurt, zeker als deze in of rondom het Kropholler moet worden gerealiseerd. Voor een voorziening die een dergelijke periode staat, zijn aansluitingen op elektra, water en riool noodzakelijk. Een chemische toiletvariant (bijv. een Dixi) die een langere periode staat, is niet voldoende hygiënisch en schoon/vers water is noodzakelijk om handen te kunnen wassen. Ook is de aanwezigheid van verlichting (dus elektriciteit) belangrijk voor toegankelijkheid en veiligheid, in het bijzonder indien een toilet 24 uur per dag, 7 dagen per week (hierna: 24/7) toegankelijk moet zijn. Het Waterschap schrijft ook voor dat er in principe aangesloten dient te worden op het riool. Alleen onder zeer bijzondere omstandigheden – zoals bij een evenement - mag hier onder strikte voorwaarden van worden afgeweken. Bij evenementen worden tijdelijke aansluitingen voor water en elektra over het openbaar gebied aangelegd.
Het leggen van kabels en leidingen over openbaar gebied (zoals bij een evenement) is echter op de lange(re) termijn wettelijk niet toegestaan. Een bovengrondse niet-permanente rioolvoorziening en waterleiding zijn zeer kwetsbaar voor vorst. Vanwege de 24/7 gewenste bereikbaarheid zijn deze voorzieningen bovendien zeer gevoelig voor vandalisme. Vraag: Verder zien we geen onderbouwing van de kosten (aansluitingen, verbruik en schoonmaak). Antwoord: Het college heeft slechts enkele dagen om te reageren op een initiatiefvoorstel dat tussen de A-raad en B-raad wordt ingediend. Om alles uit te zoeken en uitgebreid te onderbouwen, is meer tijd noodzakelijk dan het college van indieners krijgt. Daarom is in de raadsinformatiebrief toegelicht dat er enkele aannames zijn gedaan.
Er zijn drie aansluitingen noodzakelijk (water, elektra en riool). De kosten voor aansluitingen water en elektra worden – op basis van ervaring – geraamd op € 1000 euro per aansluiting. De rioolaansluiting is iets onduidelijker. Indien de leidingen van het oude toilet kunnen worden gebruikt, bedragen deze kosten ca. € 2.500 euro. Indien dit niet mogelijk is, worden de kosten geraamd op € 7.500 - € 10.000 euro. De schoonmaakkosten zijn gebaseerd – zoals de brief ook uitlegt – op het vooronderzoek dat gedaan is naar een permanente voorziening. Hier zijn ook de uitgangspunten voor schoonmaak benoemd. Over dit onderwerp is oriënterend contact geweest met de WML, gecombineerd met de kennis van vastgoed. Een voorwaarde van de Toiletalliantie dat een toilet niet alleen openbaar en toegankelijk is, maar ook dat deze schoon is.1 Voor de schoonmaakkosten is uitgegaan van een reële marktprijs tussen de € 30 en € 40 euro per schoonmaakbeurt (inclusief voorrijkosten). Een absolute ondergrens voor het schoonhouden van een 24/7-toilet – uitgaand van normaal gebruik – is één check en beperkte schoonmaakbeurt per dag. De verdere onderhoudskosten zijn gebaseerd op bestaande kennis over het schoonhouden van de buitenkant, technisch onderhoud, etc.
Een eenvoudige rekensom laat zien dat de schoonmaakkosten 365 dagen * € 30 - € 40 euro per schoonmaakbeurt optellen tot € 10.950 - € 14.600 euro voor een jaar. Ook dient er rekening gehouden te worden met aanvullende en meer uitgebreide schoonmaakbeurten van binnen – en buitenkant. Verder is er regulier technisch onderhoud noodzakelijk. Hiervoor is een beperkte post geraamd. Het toilet dient bereikbaar en toegankelijk te zijn. Daarom zijn aanpassingen aan het straatwerk (€3.200 euro) en een hekwerk (€ 1500 euro) geraamd. Ook is er een omgevingsvergunning en een (tijdelijke) ontheffing bestemmingsplan noodzakelijk. Hiervoor dienen ook meer dan € 1000 euro aan legeskosten te worden gerekend. Vraag: Bovendien worden de exploitatielasten op jaarbasis gegeven, maar als eerder invulling wordt gegeven aan en definitieve voorziening in de omgeving Kropholler, vallen deze kosten lager uit. Voor de definitieve voorziening wordt geen 'oplevertermijn' genoemd; wanneer zou deze gerealiseerd kunnen zijn? Antwoord: U vraagstelling suggereert dat er binnen afzienbare tijd een voorziening wordt gerealiseerd, waar – zoals vermeld in de brief – het college om haar moverende redenen niet voor heeft gekozen. Zou de raad anders beslissen en een dergelijke voorziening toch gerealiseerd moeten worden, dan vergt dat – in onze inschatting – al snel een jaar.
Dit is mede afhankelijk van de keuze voor een locatie en type toilet. De kostenraming is gebaseerd op een schetsontwerp. Er zal eerst nog een keuze en een definitief ontwerp moeten worden gemaakt, in samenwerking met een leverancier en een architect. Het Kropholler is een Rijksmonument. Indien u hier iets in of aan wil bouwen, is afstemming met de monumentencommissie en de Rijkscommissie voor Cultureel Erfgoed (RCE) noodzakelijk. Bovendien vergt dit een uitgebreide omgevingsprocedure. De behandelingstermijn van een uitgebreide procedure bedraagt 26 weken. Na ontvangst van de vergunning, moet er een verbouwing / plaatsing plaatsvinden. Dan is er in de planning Norm Toiletalliantie: In verblijfsgebieden in steden en dorpen: iedere 500 meter een openbaar, toegankelijk en schoon toilet. 1
geen rekening gehouden met leveringsproblemen van materialen en de beperkte beschikbaarheid van architecten en aannemers. Vraag: Daarnaast gaan wij uit van een overeenkomst, waarbij reiniging en onderhoud bij de leverancier komt te liggen. Daar wordt in de reactie aan voorbijgegaan. Wat is daarvan de reden? Antwoord: Gelet op de financiële informatie zien wij de door u genoemde kosten als uitsluitend de huurcomponent voor een voorziening die in principe bedoeld is voor een korte termijn. Uit bovenstaande (financiële) uiteenzetting blijkt dat er rekening gehouden dient te worden met aanvullende kosten. Het extrapoleren van de huur van een evenementenvoorziening lijkt geen recht te doen aan de eisen en wensen die komen kijken bij de langdurige plaatsing van een (tijdelijk) openbaar (mindervaliden)toilet. Er is geen reden om aan te nemen dat wanneer een verhuurbedrijf kosten voor (dagelijkse) schoonmaak, water, elektra en onderhoud voor zijn rekening neemt (voor slechts één openbaar toilet) er een aanmerkelijk verschil ontstaat met reguliere marktconforme kosten die je hebt als eigenaar van een openbare toiletvoorziening. Indien uitgaven een structureel karakter krijgen, dient er rekening gehouden te worden dat dergelijke kosten niet uit de AR mogen worden gefinancierd.