CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen en antwoorden VVD

Raadsvergadering 3 november 2022, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Koersbepaling Sociaal Domein2.140 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum Raad

Raadsvergadering 3 november 2022

Nr. raadsvoorstel Onderwerp Koersbepaling Sociaal Domein Fractie VVD/T. Klerks Datum 12 oktober 2022 binnenkomst vraag Datum 18 oktober 2022 beantwoording Naam team/steller TMAO Portefeuillehouder D. Odabasi Vragen Vraag: U stelt voor de uitgangspunten vast te stellen en adviseert de raad om te kiezen voor scenario 3. Kunnen we op basis van deze formulering, ter controle, opmaken (incl. par.2) dat we als raad de ruimte hebben en krijgen van het college om af te wijken in de beraadslaging met inachtneming van het advies? En kunt u deze ruimte kort toelichten? Antwoord: Ja. De gemeenteraad heeft de volledige vrijheid om één van de scenario’s te kiezen. We willen met deze scenario’s de gemeenteraad in positie brengen om richting te geven in het sociaal domein. Vraag: Laten we voorkomen dat we te lang vastklampen aan een koers die niet meer passend is bij de lokale en landelijke ontwikkelingen. Daarom vragen we ons af voor welke periode we deze koersbepaling vaststellen? Klopt het dat dit niet expliciet is benoemd? Is dat een bewuste keuze? Waar moeten we als raad aan denken; 5 jaar, 10 jaar of langer? Antwoord: Het klopt dat dit niet expliciet is genoemd. Juist omdat we vooraf niet kunnen vaststellen wanneer de koers niet meer passend is bij lokale en landelijke ontwikkelingen. Daarom gaan we werken met een jaarlijkse evaluatie.

Wij denken dat richting 2030 het moment komt de richting in het sociaal domein weer grondig te herijken. Vraag: In de argumenten geeft u aan wat de afwijking is van de huidige koers. Is de oude koers (en aanhangende beleidsstukken die daaruit voortvloeien) van 2013 tussentijds inhoudelijk geëvalueerd (excl. Berenschot onderzoek; toegang) en zijn de positieve onderdelen meegenomen in deze koersbepaling? Zo ja welke lessen hebben we geleerd? Antwoord: Ja, dit is deels geëvalueerd. De uitkomsten en (on)mogelijkheden hebben we in de bijpraatsessies sociaal domein met de raad gedeeld. De belangrijkste geleerde lessen staan in de inleiding en in hoofdstuk 3. Vraag: U geeft aan dat een verandering in denken en doen nodig is de komende jaren? Dat betekent een veranderopgave in zowel het beleidsteam als in de uitvoering. Outreachend werken en enige mater van verzakelijking zijn daarin wenselijk. Is daar al (financieel) op voorgesorteerd of al actie in ondernomen. Kunt u dat met voorbeelden aangeven? Antwoord: Buiten de in hoofdstuk 3 genoemde verandering door het vorige college is daar nog niet op voorgesorteerd. De invulling is namelijk afhankelijk van het scenario dat de raad kiest. Vraag: De risico’s die u aangeeft zijn herkenbaar gezien de veranderingen die worden voorgesteld. Tussen de regels door lees ik dat goede communicatie essentieel is om deze nieuwe boodschap uit te dragen.

Gaan we vroegtijdig en op een begrijpelijk niveau (B2) met onze inwoners communiceren over deze aanstaande veranderingen? Laten we inwoners en partners ook in de beleids- en uitvoeringsplannen participeren?

Antwoord: Dat we inwoners vroegtijdig en op een begrijpelijke manier moeten betrekken staat vast. Het hoe hebben we nog geen invulling aan gegeven. Vraag: In de vervolgstappen staan de woonzorgvisie en mantelzorg/ respijtzorgbeleid gepland. In het coalitieprogramma is een ambitie over (pre)mantelzorgwoningen opgenomen. In welk beleid e.o. uitvoeringsplan wordt dit onderdeel opgepakt? Antwoord: Er komt een regionale en lokale woonzorgvisie. De (pre) mantelzorgwoningen worden opgenomen in de lokale woonzorgvisie. Vraag: U geeft o.a. aan dat beleids- en uitvoeringscapaciteit een issue is de komende periode. Zijn er, buiten dat medewerkers worden ‘weggekocht’ door andere (grotere)gemeenten en bedrijven, nog andere oorzaken die medewerkers doen besluiten elders te werken? Zijn signalen uit bv. exitgesprekken of functioneringsgesprekken meegenomen in deze analyse? Antwoord: Ja, die zijn er. We hebben geen specifieke signalen of oorzakenanalyse uitgevoerd voor de koers sociaal domein. We benoemen de algemene trend.

Vraag: Gaat het bij de groei van Wmo (naast vergrijzing als oorzaak) voornamelijk om de inzet van individuele begeleiding of ligt het zwaartepunt voornamelijk bij toename huishoudelijke hulp vanwege de aanzuigende werking van het abonnementstarief dat landelijk is bepaald? Is er een overzicht waar de ontwikkelingen in zijn te zien? In hoeverre kunnen we door deze koers echt invloed uitoefenen op inzet huishoudelijke hulp en begeleiding? Antwoord: Op dit moment is de groei vooral in het abonnementstarief. We verwachten dat met de vergrijzing ook de begeleiding gaat toenemen. We hebben geen overzicht van de toekomstige groei per product. Met deze koers gaan we veel invloed uitoefenen op de begeleiding. Op de huishoudelijke hulp hebben we minder. Er zijn minder alternatieven en de indicatiestelling is sterk gereguleerd. Vraag: Leren gezond te zijn is niet primair een taak van de gemeente. Er lig een gedeelde verantwoordelijkheid bij zowel het individu, GGD, GGZ, zorgverzekeraars, maatschappelijk werk/jongerenwerk als ook werkgevers (vanuit vitaliteit) om daarin actie te ondernemen. In hoeverre zijn of worden deze partijen (o.a.

zorgverzekeraars, GGD etc.) betrokken bij de uitwerking van beleids- en uitvoeringsplannen? Worden ook lokale initiatieven betrokken? Antwoord: Ondanks dat we als gemeente niet primair verantwoordelijk zijn, hebben we er alle belang bij dat onze inwoners gezond te zijn. Deze partijen worden onderdeel van de uitvoering van de ambitie en worden dus betrokken. Datzelfde geldt voor lokale initiatieven. Vraag: De vergrijzing zorgt voor meer alzheimer-gerelateerde klachten bij ouderen in onze gemeenschap. Is dat aspect meegenomen in dit koersdocument of in de beleidsplanning? In de planning zie ik dit thema namelijk niet opgenomen, is dat mogelijk of valt het ergens anders onder? Antwoord:

Het ouderenbeleid valt onder het Wmo beleidsplan. Daarnaast overwegen we om een specifiek ouderenbeleid op te stellen, waarin we meer aandacht gaan besteden aan de gevolgen van ouder worden. Vraag: In hoeverre is onderzocht of er samen met Heusden, Dongen of Loon op Zand een gezamenlijke koers geformuleerd kon worden? Het is namelijk bijna niet voor te stellen dat deze gemeenten niet tegen dezelfde problemen aan lopen als Waalwijk. Is het mogelijk om alsnog te kijken of we beleids- en uitvoeringsplannen gezamenlijk kunnen aanvliegen mede vanwege personele issues? Ziet u ook kansen om gezamenlijk een passend (en gespreid) voorliggend aanbod in de Langstraat te creëren? Antwoord: Als de gemeenteraad hier opdracht voor geeft is dat mogelijk. Ons advies is dan om dit te doen vanuit een inhoudelijke overtuiging en niet vanwege personele capaciteit. Intergemeentelijke samenwerking vraagt namelijk ook veel ambtelijke capaciteit. Het is dus maar de vraag of samenwerking extra capaciteit oplevert. Daarnaast vertraagt de implementatie behoorlijk omdat er dan een gezamenlijke beeld- en besluitvorming moet komen over de te volgen koers. We zien dat voor een voorliggend aanbod mensen vooral in de directe (eigen) omgeving kijken; de straat, buurt, wijk. Dat is ook de plek waar mensen elkaar willen ontmoeten.

Een voorliggend aanbod in een ander dorp of gemeente heeft waarschijnlijk weinig aantrekkingskracht voor de kwetsbare inwoner die we ermee willen bereiken. Wij zien daar dus weinig kansen voor. Daarnaast hebben wij geen signalen ontvangen van betreffende gemeenten dat zij de behoefte hebben om meer samen te werken. Vraag: Hoe gaan we ervoor zorgen dat we bij laagdrempelige voorzieningen geen hoge nadruk leggen op ziekte, klachten en gezondheidsproblemen. Wanneer dit stigma kleef aan een voorziening zal de drempel om daar naartoe te gaan toenemen. Zijn er voorbeelden waar dit wel goed werkt en dit stigma er niet is? Antwoord: Het klopt dat stigma drempelverhogend werkt. De inhoudelijke aansturing vanuit de gemeente geeft hier veel richting aan. Om een voorbeeld te noemen kijken we goed naar de net opgerichte Nederlandse Vereniging voor Zelfregie en Herstel waar dit thema veel aandacht krijgt. Herstelgericht werken als methodiek werkt (zelf)stigma verlagend. Ook op andere terreinen zijn hier veel voorbeelden van. Vraag: Het is semantiek maar het woord compensatie voor scenario 1 versterkt volgens ons een trend dat we als overheid alles en iedereen moeten compenseren (corona, energie) terwijl de boodschap moet zijn dat dit niet altijd mogelijk is. Voor de ondoordachte lezer suggereert het een tegenprestatie (financieel of in ieder geval in natura) vanuit de overheid.

Is de naam van het scenario in beton gegoten of kan het nog aangepast worden? Heeft u suggesties? Antwoord: De naam is aan te passen. Wij hebben hiervoor geen suggestie. We hebben deze term direct uit de Wmo geleend, waar het de lading draagt dat niet iedereen meer recht heeft op zorg, maar dat de gemeente de plicht heeft om te compenseren. In scenario 1 zitten we inderdaad dichter tegen die individuele vergoeding aan. De andere scenario’s geven meer richting aan het zoeken naar collectieve substitutie en solidariteit. Vraag: De verschillen tussen scenario 2 en 3 zijn m.n. doelgroep (jeugd en gezin [2] en breed – incl. ouderen [3]) en categorie wijk. Is het ook mogelijk om bv. de eerste jaren de focus op scenario 2 te leggen en het daarna breder te trekken? Is hier naar gekeken en is het een optie die meegenomen kan worden in de overwegingen? Antwoord:

Hier hebben we niet naar gekeken. U kunt dit meenemen in de overwegingen. In dat geval kiest u voor scenario 3 en kunt u aanvullend aangeven dat de beleidsdocumenten rondom volwassenen verder naar achter in de tijd geschoven worden. Vraag: Vraag 14 stel ik voornamelijk omdat er zorgen zijn over een realistische planning. Scenario 3 heeft een flinke taakstelling en heeft een brede focus. Scenario 2 heeft deze focus wel en kan als springplank worden gebruikt over een aantal jaar. In hoeverre staat het college open voor fasering? Antwoord: Omdat wij de snel toenemende vraag zien van ouderen zou het organisatorisch kunnen, maar vinden wij het inhoudelijk minder wenselijk. Fasering is mogelijk. Vraag: In deze koersbepaling valt op dat er arbeidsmigranten (internationale medewerkers) als een doelgroep worden benoemd. Ik ga ervan uit dat het dan m.n. om de groep gaat die in onze gemeente permanent gaan wonen. Er wordt de suggestie gewekt om daar specifiek beleid voor te maken of aparte voorzieningen voor te creëren. Dit zijn onze inwoners en ik vraag me af in hoeverre het nodig, laat staan wenselijk met het oog op integratie? Antwoord: We hebben geen plan om hier specifiek beleid op te ontwikkelen, tenzij de gemeenteraad daarom vraagt. De reden om het te benoemen is omdat het een opvallende demografische afwijking is ten opzichte van de regio.

In de invulling van de verschillende beleidsplannen kan indien nodig een onderdeel aan geweid worden. Op dit moment is er specifiek aandacht voor arbeidsmigranten in het huidige inburgeringsbeleid en het huisvestingsbeleid. Vraag: Er zijn veel beleids- en uitvoeringsplannen die komend jaar worden opgeleverd. Worden we door het college actief op de hoogte gehouden van de voortgang zodat we hier ook rekening mee kunnen houden (agenda technisch) inzake besluitvorming? Antwoord: Ja. Overigens zal besluitvorming bij beleidsstukken voorgelegd worden aan de Raad. De besluitvorming over de uitvoeringsplannen ligt bij het college, waarbij de Raad geïnformeerd zal worden. Vraag: De drie onderdelen in de rapportage (p.21) kunnen op wel 100 verschillende manieren worden ingevuld. Kan het college in Q1 deze onderdelen verder uitwerken en voorafgaand aan de kaderstelling al een keuze(kaart) voorleggen zodat we tijdig kunnen bijsturen richting de begroting? Antwoord: Dat is wat ons betreft te vroeg. De financiële consequenties volgen in de beleidsplannen. De algehele (bij)sturing volgt daarna. Vraag: U geeft aan een monitor sociaal domein te ontwikkelen. Het sociaal domein is een breed beleidsveld, kunt u aangeven welke onderdelen u van plan bent hierin mee te nemen? Antwoord: Zonder dat we hier al een concrete opzet voor hebben denken we aan de Jeugdwet en de Wmo.

De participatiewet moeten we goed onderzoeken. Daarnaast zal de toegang en de algehele demografie een plek moeten krijgen. Vraag: Het element narratief evalueren lijkt ons niet iets dat je één keer per jaar doet zoals een CEO, maar dat dit een doorlopend traject is dat over het jaar heen is verspreid. Is dat

correct? Het vraagt naast veel reacties ook expertise om de verhalen en reacties te analyseren. Is deze kennis aanwezig in de organisatie, te ontwikkelen of in te huren? Antwoord: Dat moet wat ons betreft nog blijken. Deze kennis is nu niet in de organisatie aanwezig. De manier waarop we dit naar binnen halen ligt nog open. Vraag: Het kan me ontgaan zijn, maar hoe is er gekomen tot het label aandachtswijk (ja/nee)? Is dat eigen interpretatie/keuze of komt dat uit bepaalde bronnen? Zanddonk wordt bv. niet gezien als aandachtswijk terwijl daar toch heel wat speelt (o.a. noordelijk deel). Hetzelfde is het geval voor Bloemenoord. Kunnen we als raad zelf de wijken bepalen die aandacht behoeven? Daarnaast vraag ik me af of er bij de wijkindeling is uitgegaan van de CBS buurten of dat het gaat om een eigen indeling van de gemeente Waalwijk? Antwoord: De wijken zijn op basis van de CBS buurten. Het is een inschatting op basis van de cijfers in bijlage II. We hebben hiervoor geen harde demarcatiecriteria. Het staat de raad uiteraard vrij om zelf wijken aan te wijzen en andere te laten afvallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11950918/1