Vragen en antwoorden VVD
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel
Raadsvergadering 23 november 2023 Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Waalwijk
Fractie VVD/I. Klerks Datum binnenkomst 9 november 2023 vraag Datum 15 november 2023 beantwoording Naam TVVB Portefeuillehouder A. de Jong team/steller Vragen Vraag: Wat zijn de wijzigingen in bevoegdheden bij het vaststellen van dit raadsvoorstel t.o.v. de vorige situatie? Antwoord: Zie eerst het antwoord hieronder op uw derde vraag. De Ruimtelijke Kwaliteitscommissie zoals we die nu kennen is ontstaan in 2011 door het samengaan van de Welstandscommissie en de monumentencommissie en tevens te kiezen voor een afgeslankte vorm. De commissie bestond vanaf dat moment uit de commissies Beeldkwaliteit en Cultuurhistorie. In de huidige situatie is de taak van de commissie Beeldkwaliteit (welstand): De welstandscommissie adviseert over de welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen. De welstandscommissie baseert haar advies op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria. De taak van de commissie Cultuurhistorie is in elk geval te adviseren over aanvragen om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel f van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Rijksmonument). Voorts adviseert deze commissie het college bij de aanwijzing (of intrekking van een besluit ) van een gemeentelijk monument en bij aanvragen om een omgevingsvergunning met betrekking tot gemeentelijke monumenten.
Met betrekking tot aanvragen om een omgevingsvergunning baseert de commissie Cultuurhistorie haar advies op de in de Erfgoedverordening aanwezige weigeringsgronden. De taakomschrijving van de nieuwe commissie zoals in het derde antwoord wordt gegeven, is uitgebreider dan de omschrijving hierboven. Aanvullend kan het college de commissie vragen advies te geven aangaande: • het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit; • een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving en; • diverse zaken die de omgevingskwaliteit betreffen. Vraag: Wat is de visie van de leden ten aanzien van bouwontwikkelingen in de gemeente? Waar letten zij met name op? Antwoord: Ten aanzien van omgevingsvergunningplichtige bouwwerken is de commissie gehouden te adviseren gebaseerd op de criteria die de gemeenteraad in de welstandsnota dan wel in een beeldkwaliteitsplan heeft vastgelegd, beiden als onderdeel van het (tijdelijke) omgevingsplan.
Verder zal de visie afhankelijk zijn van de verschillende aanvragen om advies die wij kunnen doen op grond van artikel 2 lid a onder 4 en 5, lid b, c en d en g t/m i van de Verordening. Vraag: Welke taakomschrijving krijgt de commissie? Antwoord: Zie artikel 2 en 3 van de Verordening. Vraag: Hoe legt de commissie verantwoording af aan het College van B&W? Antwoord: De commissie brengt op verzoek van het college adviezen uit. Zie artikel 2 en 3 van de Verordening. Ten opzichte van de gemeenteraad zendt de commissie aan de gemeenteraad op grond van artikel 17.9 lid 6 van de Omgevingswet elk jaar een verslag over de door haar verrichte werkzaamheden. Vraag: Is er een klachtenprocedure voor burgers, aanvragers van omgevingsvergunningen? Antwoord: Een uitgebracht advies door de commissie wordt bij besluitvorming door het college over een plan daar onderdeel van. Tegen de besluitvorming van het college staat de procedure van bezwaar- beroep en hoger beroep open. Vraag: Welke visie heeft de gemeente zelf over haar ruimtelijke kwaliteit en wat is de rol van de gemeenteraad hierin? Antwoord: In de door de raad vastgestelde Structuurvisie Waalwijk 2025 is het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit opgenomen als een van de speerpunten van beleid (paragraaf 6.1 Duurzaamheid algemeen). Belangrijke onderwerpen daarbij zijn: welstand, variatie, leefbaarheid, landschap en groen.
Voor welstand heeft de gemeenteraad eerder de welstandsnota en beeldkwaliteitsplannen vastgesteld die onderdeel worden van het tijdelijk omgevingsplan. Vergunningplichtige bouwwerken worden aan de welstandsnota en een beeldkwaliteitsplan getoetst voor zover de bouwplannen binnen een welstandsgebied of beeldkwaliteitsplan liggen. Bij het ontwikkelen van de omgevingsvisie en het nieuwe, gemeente brede omgevingsplan in de komende jaren maakt de raad opnieuw een afweging welk beleid en welke regels wenselijk zijn op dit gebied. Vraag: Ik mis in de verordening dat de commissie ook ongevraagd advies kan geven, is dat niet de bedoeling? Antwoord: De commissie is een onafhankelijk adviesorgaan aan het college en heeft geen andere taak dan het adviseren overeenkomstig artikel 2 en 3 van de verordening. Zij zullen niet ongevraagd adviseren. Wel kan de commissie op basis van de verordening naar aanleiding van de verrichte werkzaamheden beleidsaanbevelingen doen in het jaarverslag. Dit kan voor de raad aanleiding zijn voor bijstelling van het gemeentelijk beleid. Bijvoorbeeld over de in het omgevingsplan op te nemen beoordelingscriteria met betrekking tot de omgevingskwaliteit. Om die reden verschijnt het jaarverslag tijdig vóór de jaarlijkse beleids- en begrotingscyclus in de gemeente. Dat was op basis van de bouwverordening overigens ook al mogelijk.
Vraag: Vanuit ons netwerk kregen we twee verzoeken tot aanpassing, die tot versnelling van de procedure kan leiden. Hoe kijkt u hiernaar: o
Artikel 7:
▪
o
Advies dient binnen 1 week gegeven te zijn, zodat de architect nog tijd heeft om een ontwerp aan te passen voor de volgende vergadering
Artikel 8 ▪
Bij rijksmonumenten tegelijkertijd de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed advies vragen, zodat het soepel loopt en niet eindeloos duurt
Antwoord: In artikel 2.7 lid 8 van het reglement van orde is procesmatig geregeld binnen welke termijn adviezen worden gegeven. De conceptadviezen worden in principe binnen 5 werkdagen na de vergadering digitaal ter kennisname aan het bevoegd gezag gezonden. In het geval van meer complexe plannen worden adviezen binnen 10 werkdagen na de vergadering digitaal ter kennisname aan het bevoegd gezag gezonden. Na waarmerking door de commissie worden de definitieve adviezen (afhankelijk van de noodzaak van waarmerking binnen het proces) aangeboden aan de ambtelijk secretaris van de commissie. In de praktijk wordt op dit moment bijna altijd binnen 5 dagen een advies uitgebracht, voor zowel eenvoudige als meer complexe plannen. Artikel 8 van de verordening gaat niet over advies- of beslistermijnen maar over beraadslaging en standpuntbepaling. Maar het feit dat uw netwerk blijkbaar ervaart dat de procedure bij rijksmonumenten lang duurt, komt meestal voort uit het feit dat een ingediende aanvraag niet voldoet aan de ontvankelijkheidseisen die de wet stelt aan een ingediende aanvraag (Artikel 5.4 van de Ministeriële regeling omgevingsrecht). Veelal moeten op basis van de ontvankelijkheidstoets stukken opgevraagd worden om de adviseurs (RCE en commissie cultuurhistorie) een goed advies te laten uitbrengen.
En gedurende die periode wordt de behandelperiode/beslistermijn van een aanvraag van rechtswege opgeschort. Daarnaast is bij een rijksmonument de wettelijke beslistermijn niet voor niets maximaal 26 weken (t.o.v. 8 weken). Dit komt voort uit het feit dat op dit moment bij een dergelijke aanvraag de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is (terinzagelegging van ontwerpbesluit voor zes weken en de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen). Op dit moment dient op grond van artikel 15 van de Erfgoedverordening een afschrift van een ontvankelijke aanvraag onverwijld naar de commissie cultuurhistorie te worden gezonden. Dat is dus het moment dat ook de Rijksdienst voor Erfgoed om advies wordt gevraagd. Dus beiden adviseurs ontvangen tegelijkertijd een adviesaanvraag.