Vragen en antwoorden VVD
Tekst van het document
Datum Raad
Raadsvergadering 9 maart 2023
Nr. raadsvoorstel Onderwerp WMO Beleidsplan 2023 Fractie VVD/Tom Klerks Datum binnenkomst 20-03-2023 vraag Datum beantwoording Naam TMAO Portefeuillehouder D. Odabasi team/steller Vragen Vraag: Gaan we 2024 als startjaar gebruiken op basis van het Wmo-voorspelmodel. We geven zelf aan dat de stijging uit het voorspelmodel ‘conservatief’ is (+15%). Waarom gebruiken we eigenlijk geen eigen data uit 2022 en/of 2023 als nulpunt aangezien er daarover nog geen beleid is ingezet? Antwoord: We gebruiken de cijfers uit 2023, die Q1 2024 beschikbaar zijn, als nulpunt zodat we vanaf 2024 het nieuwe beleid kunnen monitoren. In het Wmo-voorspelmodel van de VNG staan de cijfers vanaf 2018, zie link https://vng.nl/projecten/wmo-voorspelmodel Vraag: Waarom worden het aantal nieuwe beschikkingen en indicaties met elkaar vergeleken? In een beschikking kunnen meerdere diensten (elk op basis van een indicatie) worden afgegeven. Staan de indicatoren ‘in beton gegoten’ door het vaststellen van dit beleidsplan, of zijn er aanpassingen/wijzigingen mogelijk? Antwoord: De indicatoren dienen als basis. Als blijkt dat deze indicatoren onvoldoende vergelijkingsmateriaal opleveren is uitbreiding mogelijk. Vraag: 3. Op basis van het hele stuk hebben we twijfels over de doelen die zijn geformuleerd. We betwijfelen of er een (data)analyse is gedaan naar de beschikbaarheid van de data.
Het vermoeden is dat veel data uit externe bronnen moet komen. Is het mogelijk om per doel aan te geven welke bron(nen) we als gemeente willen gebruiken? Antwoord: Op het gebied van de Wmo hebben we veel data in onze systemen zitten. Na vaststelling van het Wmo-beleidsplan maken we in 2023 een analyse van deze gegevens en bepalen we welke data we gebruiken voor de nulmeting in 2024. Op basis daarvan gaan we in 2026 kwantitatief en narratief evalueren. Vraag: We hebben een definitievraag over bereik en veerkracht. Wat is de definitie van bereik en veerkracht, om later ook verwarring bij een evaluatie te voorkomen? Antwoord: Veerkracht is de mogelijkheid om na tegenslag te herstellen en (weer) mee te kunnen doen in de samenleving. Bereik betreft 900 inwoners die op dit moment meer dan een jaar gebruik maken van een maatwerkvoorziening of waarvan we verwachten dat ze meer dan een jaar gebruik gaan maken van een maatwerkvoorziening. Vraag: U gaat uit van 900 inwoners ofwel 30% die nu gebruik maken van een maatwerkvoorziening (het bereik). Zijn dat inwoners die eenmalig of meervoudig (en
langdurig) van een dienst gebruik maken? Dat is namelijk nogal een verschil om het later een succes te noemen. Antwoord: Zie hiervoor de definitie. Het doel is dat minimaal 30% van de inwoners die meer dan een jaar gebruik maakt of zou gaan maken van een maatwerkvoorziening gebruik gaat maken van een algemene voorziening. Dit houdt op basis van de huidige cijfers 900 gebruikers in. Dit betreft zowel eenmalige als meervoudige (langdurige) indicaties. Hierbij hebben we het niet over eenmalige voorzieningen zoals een hulpmiddel of een woningaanpassing. Vraag: Hebben we het aandeel jongvolwassenen zonder werk of opleiding op dit moment goed in beeld? Kunt u deze cijfers geven? Antwoord: We hebben dit in beeld, maar vanuit verschillende bronnen zoals Baanbrekers, UWV, het Regionaal meld- en coördinatiepunt (RMC) en de lijst “Jongeren in Beeld”. Bij het RMC betreft het gegevens over jongeren zonder startkwalificatie tot 23 jaar. Bij Jongeren in Beeld betreft het jongeren zonderen startkwalificatie tussen 23 en 27 jaar. Deze laatste pakken we op via het jongerenpunt. Omdat de gegevens uit verschillende bronnen komen is het op deze korte termijn niet mogelijk deze cijfers te geven.
Vraag: Wanneer krijgen we meer informatie over de te houden (kwantitatieve) nulmeting en de werkwijzen van de narratieve evaluatie? We hebben het hier steeds over, maar de context en methodiek ontbreken, waardoor het lastig is om een goed oordeel te vormen. Antwoord: Zoals in de koers beloofd gaan we dit onderdeel nog uitwerken. U wordt hierover in de loop van dit jaar nader geïnformeerd. Vraag: Het MaatPact heeft een prominente plaats in dit beleidsplan. Hoe succesvol is deze methode tot nu toe geweest en wat zijn de kosten (en maatschappelijke opbrengsten)? Heeft er al een evaluatie plaatsgevonden en zijn er ook aspecten aan deze methode die niet gunstig zijn voor inwoners of gemeente? Antwoord: De eindevaluatie is gedeeld via bijgevoegde nieuwsbrief maart 2022 (dubbelklik op de bijlage om deze te openen). Via een link in de nieuwsbrief komt u bij een video en een webinar waar de resultaten worden besproken.
UPDATE Maatpact 2022.pdf Voormaart de inwoners zijn er geen negatieve aspecten aan deze methode. Voor de
gemeente kunnen de kosten in incidentele situaties hoger zijn omdat we kosten overnemen die mogelijk anders door de ziektekostenverzekeraar vergoed zouden worden. Deze extra kosten wegen niet op tegen de besparingen die we kunnen realiseren door vroegtijdig in te grijpen en niet te wachten tot de zorgkosten oplopen. Vraag: U heeft het over life-events. Wat moeten we daaronder verstaan? Ik kan me voorstellen dat een scheiding een aanzienlijke impact heeft, maar andere gebeurtenissen minder en zelfs leerzaam kunnen zijn. Gaan we voor alle life-events een oplossing bieden? Kunt u
aangeven (niet uitputtend) op welke life-events we de komende jaren inzet gaan plegen? Antwoord: We verstaan hier onder andere onder het overlijden van een partner of kind, ziekte, ontslag, een echtscheiding, een ongeval, geldzorgen, etc. Het gaat hierbij om lifeevents waarvan we weten, of inschatten, dat die een groot risico hebben op het escaleren naar een stapeling van problemen en daarmee de inzet van maatwerkvoorzieningen. Vraag: Hoe meet de gemeente de effectiviteit van de leefstijlprogramma’s en de ondersteuning vanuit de Wmo en reablement voor jongvolwassenen en ouderen? Antwoord: We maken gebruik van zorgmonitoren zoals brabantscan.nl en waarstaatjegemeente.nl. Daarnaast verwachten we de effecten terug te zien in het zorgverbruik. Vraag: In hoeverre zijn de interventies die we gaan plegen op diverse thema's evidence-based? Antwoord: Onze interventies worden onder andere ingezet vanuit de principes van positieve gezondheid, reablement en herstelgericht werken. Op basis daarvan werken we soms evidence-based en soms ook op basis van practice-based evidence. Vraag: Is het bij de stresstesten de bedoeling om ghost-aanvragers te gebruiken om de dienstverlening en regelingen objectief te beoordelen? Wat zijn de ideeën van de gemeente over hoe de stresstesten eruit gaan zien? Antwoord: Dit onderdeel moet nog vormgegeven worden.
We denken in eerste instantie aan ghost -aanvragers. Wij maken daarbij een aantal personas aan met bepaalde problematieken. De persona doet een aanvraag bij Team Wijz, waarna het proces doorlopen wordt. Daarnaast willen we kijken of we inwoners met een zorgvraag kunnen gebruiken voor een stresstest. Hierbij verwachten we echter dilemma’s waaronder de privacy. Vraag: Tijdens de informatieavond is gevraagd of er contact is geweest met dienstencentrum de Rode Loper in Kaatsheuvel, dat veel lijkt op de ontmoetingscentra die in Waalwijk worden ingericht. Is er inmiddels contact geweest om kennis en ervaringen uit te wisselen? Antwoord: Dat hebben we nog niet gedaan, maar staat wel op de planning. Vraag: Tijdens het bezoek aan CdT werd duidelijk dat maatschappelijk werk niet structureel aanwezig is en dat dit gemist wordt. Zal er in de nieuwe werkwijze verandering komen? Antwoord: Maatschappelijk werk is momenteel ondergebracht bij Team Wijz onder de noemer maatschappelijke ondersteuning. Het is uiteindelijk de bedoeling dat er op alle ontmoetingsplekken professionals zijn, waaronder maatschappelijk ondersteuners, die ondersteuningsvragen kunnen beantwoorden. Vraag: De gemeente wil versnippering en gebrek aan coördinatie tussen verschillende organisaties voorkomen door middel van inkoop, subsidie en projectcoördinatie de regie te behouden.
In hoeverre bestaat de mogelijkheid dat we toegroeien naar een soort BIJEEN voor de gemeente Waalwijk? Antwoord:
Het is te vroeg om hier nu een antwoord op te geven. Vraag: U geeft aan dat medewerkers van Team WijZ ook in de wijk en ontmoetingsplekken gaan werken, maar tegelijkertijd dat het formele traject ook daar los van blijft staan. Betekent dit dat een team van WijZ outreachend gaat werken en een ander deel van het team (bijvoorbeeld het basisteam) zich bezighoudt met formele aanvragen (indicaties en beschikkingen)? Hoe ziet u dit voor zich? Antwoord: Op dit moment werkt een deel van Team Wijz al outreachend. Het gaat hierbij o.a. om (school) maatschappelijk ondersteuners, mantelzorgcoach, dementieconsulenten en team Complexe jeugd. We onderzoeken de komende periode welke medewerkers van Team Wijz waar worden ondergebracht. Dit vraagt om een zorgvuldig proces waarover we nu nog geen uitspraken kunnen doen. Vraag: “We willen de komende jaren inwoners vragen om met concrete plannen te komen voor de eigen wijk die ontmoeting stimuleren. Jaarlijks zijn hiervoor middelen beschikbaar binnen het wijkbudget”. Ik zie hier een vorm van participatie naar voren komen. Moet ik hieronder een vorm van Right-to-Challenge verstaan? Is het mogelijk dat op een gegeven moment de buurt de ontmoetingsruimte overneemt? Antwoord: Als dit ontstaat staan we hier open voor.
Vraag: U spreekt over incidentele middelen (ca.700K) voor de jaren 2024-2026, uitkomend tot ongeveer 1 miljoen per jaar wanneer we de middelen uit de begroting erbij optellen. Dat wanneer we het koersdocument ernaast leggen is dat 35% van de maximale investering (scenario 3) en er komt nog heel wat nieuw beleid aan. Kan dit wel als incidentele middelen worden beschouwd gezien het meerjarig karakter en het ontbreken van een afbouw? Hoe kijkt u daar tegenaan? Waarom zijn tegen deze kosten niet de verwachte (maatschappelijk) opbrengsten afgezet? Kunnen we daar inschatting van maken? Antwoord: We willen de eerste jaren gebruiken om ervaring op te doen met de nieuwe koers. In 2026 houden we een evaluatie, waarna we beoordelen of we zowel onze kwalitatieve (meerwaarde inwoners) als kwantitatieve (minder beschikkingen) doelen halen. Op basis van de evaluatie bepalen we of het structureel beleid moet worden en vragen we daarna structurele middelen. We hebben nu onvoldoende zicht op de maatschappelijke opbrengsten. We vinden het daarom te vroeg om hier een uitspraak over te doen. We nemen dit mee in de evaluaties zodat we hier in de toekomst op kunnen participeren. Vraag: In het koersdocument staat een planning voor de komende kwartalen. Voor Q42022/Q1-2023 staat het Wmo-beleidsplan (inclusief ouderenbeleid) gepland.
Zit het ouderenbeleid daadwerkelijk in dit beleidsplan en zo niet, wordt dit apart aangeleverd? Is de planning van het koersdocument nog realistisch en zo niet, kan deze worden bijgewerkt met een korte toelichting? Antwoord: Bij het uitwerken van het Wmo-beleidsplan hebben we rekening gehouden met alle doelgroepen. We komen daarom niet met een apart ouderenbeleid. De planning en samenhang van de onderliggende beleidsdocumenten vraagt meer tijd dan we oorspronkelijk dachten. U krijgt voor de zomer een actualisatie met betrekking tot alle plannen van de koers.