Vragen en antwoorden VVD
Tekst van het document
Datum binnenkomst vraag Datum raadsvergadering Portefeuillehouder Behandelend team Uiterste afdoeningsdatum
Technische vragen
Datum beantwoording vraag
23-9-2025 9-10-2025 Mevr. S. Schuijffel BSD 30-9-2025 3-10-2025
Beleidsplan inburgering 2026-2029 Inleiding/toelichting We hebben als fractieleden van de lokale VVD dit beleidsplan doorgenomen en onze technische vragen samengevoegd. Extra vraag M. Boksan: In de evaluatie van 2019-2020 krijgen we procentueel inzicht in hoeveel statushouders werken, een beroep doen op WMO, onderwijs volgen etc. (zie pagina 12 t/m 14). Dat is in de huidige evaluatie nergens terug te vinden. Ik zou graag nog deze cijfers willen zien die doorgetrokken worden naar de laatste jaren. Antwoord: De grafieken in de evaluatie 2019-2020 zijn gebaseerd op de Divosa Benchmark rapportage. De laatste rapportage (2024) is pas recent gepubliceerd. De gegevens hierin gaan over asielstatushouders. Deze laat zien dat: - In Q4 2024, 34% van de inburgeringsplichtige statushouders in Waalwijk betaald werk heeft. Dit is hoger dan in de regio. - In Q4 2024, 31% van de inburgeringsplichtige statushouders in Waalwijk onderwijs volgt. Dit is wederom hoger dan in de regio. - WMO: in Q2 2024, 3% van de inburgeringsplichtige statushouders in Waalwijk gebruikt maakt van een Wmo-voorziening. Dit is lager dan in de regio. Wat betreft inzicht in het slagingspercentage, dat kan nog niet worden gegeven. De nieuwe wet inburgering (WI21) is nog te kort van kracht. We zagen in 2025 pas de eerste uitstroom volgens deze nieuwe wet. Vraag
1
In het beleidsplan wordt uitsluitend gekozen voor kwaliteitsverhoging, wat leidt tot hogere gemeentelijke kosten die niet door het Rijk worden vergoed, terwijl de taakstelling stijgt. Waarom is volumesturing (‘kwantiteit’), zoals een trap-op-trap-af‑systematiek, niet als volwaardig beleidsalternatief onderzocht, en hoeveel minder instroom van statushouders zou nodig zijn om de huidige kwaliteitsambitie te handhaven zonder extra gemeentelijke kosten?
Antwoord Geen antwoord meer vereist
2
Vraag Hoe zijn de afspraken met de taalaanbieder ingeregeld? Zijn er duidelijke doelen/KPI’s afgesproken van het aantal statushouder die B1 taalniveau moet halen? Zit daar een bonus/malus prikkel in? En is deze prikkel niet zo ingericht dat aanwezigheid van deelnemers voldoende is voor het behalen van een ‘diploma’ terwijl in de praktijk men niet voldoende taalvaardig is (in woord, schrift). In hoeverre wordt dat onafhankelijk getoetst of is het keuren van eigen vlees?
Antwoord Geen antwoord meer vereist
3
Vraag Waarom accepteren we als gemeenten minder dan B1 taalniveau? Waarom schalen we na 600 uur af naar A2? Is het mogelijk om B1 taalniveau als kwalitatieve ondergrens neer te zetten? Kunnen we
afdwingen dat statushouders deze ondergrens behalen en daar ook consequenties aan verbinden als men deze niet halen?
Antwoord Nee, dat kan niet. Het is wettelijk vastgelegd dat afschalen mogelijk is. De voorwaarden hiervoor liggen ook vast in de wet. Als na afschalen de ondergrens niet wordt behaald en daarmee dus niet de inburgering, is het aan DUO om sancties te treffen.
Vraag Wie betalen de lessen, zijn dat de statushouders zelf of betalen wij deze als gemeente (direct of indirect)? Wat is het percentage deelname, verzuim en herexamens van statushouders bij deze lessen en wordt dat meegewogen in het oordeel of men voldoet aan de voorwaarden voor een diploma? In hoeverre is het mogelijk om statushouders te korten op hun bijstandsuitkering (of andere regelingen) wanneer men te vaak verzuimt of niveau niet haalt? In hoeverre is het eveneens mogelijk om statushouders te belonen wanneer men binnen korte tijd de kwalitatieve ondergrens behalen en echt aantonen deel te willen zijn van onze gemeenschap?
Antwoord
4
Wij betalen de lessen via SPUK- gelden. Wanneer er sprake is van ongeoorloofd verzuim (buiten de normale verzuimruimte), betalen wij deze uren niet maar leggen wij de rekening neer bij de statushouder zelf. Het gemiddelde verzuimpercentage (Waalwijk en Heusden, peildatum: Q2 2025) is 14,75%. Geoorloofd verzuim, denk aan verzuim door afspraken bij de IND die niet verzet mogen worden of het (ernstig) ziek zijn, is meegeteld in dit percentage. Vanuit de participatiewet is het mogelijk om bijstandsgerechtigden te korten op hun uitkering als zij hun participatie (bewust) belemmeren. Bij inburgeraars doen wij dit niet omdat zij ook vallen onder de WI21 en zij vanuit die wet al worden verplicht om te participeren (actief meewerken aan alle verplichtingen binnen de inburgering). Doen zij dit niet, volgen er al sancties vanuit de WI21, denk aan boetes. Het vanuit beide wetten opleggen van sancties voor hetzelfde is niet mogelijk. Daarnaast treffen wij, zoals eerder benoemd, ook andere maatregelen. Op dit moment worden statushouders niet beloond voor het behalen van een kwalitatieve ondergrens en het aantonen dat zij deel willen zijn van onze gemeenschap, daarvoor zijn de middelen ontoereikend. De kwalitatieve ondergrens is vastgesteld in WI21 met het succesvol doorlopen van het inburgeringstraject laten statushouders zien dat zij deel willen nemen aan de Waalwijkse gemeenschap.
Vraag
5
Kan per herkomstland het actuele aantal inburgeraars, de historische slagingspercentages (5 jaar) op A1/A2 en B1 en de opkomst- en verzuimpercentages conform het verzuimprotocol aangegeven worden en toegelicht (voorbeelden) worden op welke wettelijke grond deelname verplicht is en welke concrete en effectieve sancties bij weigering volgen?
Antwoord Geen antwoord meer vereist Vraag
6
Welke taalondersteuning biedt het COA in het AZC voordat statushouders naar onze gemeente doorstromen? En welke mogelijkheden ziet u om met het COA af te spreken dat zij bij huisvesting al minimaal A1-niveau Nederlands beheersen, zodat wij niet pas ná plaatsing de taalachterstand moeten wegwerken met beperkte middelen?
Antwoord Geen antwoord meer vereist
Vraag
7
Hoe kunnen we in de Z-route democratie en rechtsstaat nadrukkelijker verankeren en de vrijblijvendheid van de participatieverklaring (bv participatiecontract) beperken door helder te maken welke consequenties gelden bij schending ervan? Welke gemeentelijke maatregelen of sancties zijn binnen de huidige wetgeving daarvoor nu denkbaar, en kunnen we – als wij die bevoegdheid niet zelf hebben – hierover afspraken maken met de IND of andere instanties?
Antwoord De genoemde waarden zijn nu al nadrukkelijk verankerd en dit houden we vast. PVT (en het ondertekenen van de participatieverklaring) is verplicht, zonder PVT kan er niet worden voldaan aan de inburgering.
Vraag
8
Hoe kunnen gemeenten op basis van de Asielnoodmaatregelenwet 2025 en de Wet invoering tweestatusstelsel extra handhavend optreden tegen statushouders die herhaaldelijk de participatieverklaring of democratische kernwaarden niet naleven, hoe versterkt dit onze effectiviteit en wat betekent dit voor de uitvoering van het beleidsplan inburgering 2026–2029?
Antwoord Geen antwoord meer vereist
Vraag Hoe wordt binnen het inburgeringsbeleid vastgesteld of iemand ‘zelfredzaam’ is? Wordt daarbij gebruikgemaakt van een objectieve dan wel onafhankelijke toets?
Antwoord
9
Aan het begin van de inburgering wordt de leerbaarheid vastgesteld door het afnemen van de wettelijke leerbaarheidstoets. Aan het einde gebeurt dit door het volgen van de participatie-uren en het behalen van de inburgering. Het halen van de inburgering wordt vanuit wettelijk perspectief gezien als zelfredzaam genoeg. Omdat we zien dat statushouders in de Z-route een verlaagde zelfredzaamheid hebben, kijken de coaches maatschappelijke activering aan het einde van het traject wat er nog nodig is om de zelfredzaamheid verder te verhogen en duurzame participatie in Waalwijk te behouden.
Vraag
10
Wat is de verwachte instroom van statushouders tot en met 2029? Waar is deze verwachting op gebaseerd
Antwoord Geen antwoord meer vereist
Vraag
11
Op welke onderbouwing is de keuze voor een werkdeelname-streefwaarde van 40 % na drie jaar gebaseerd? Is onderzocht of met de nieuwe ondersteuningsmaatregelen 50–60 % haalbaar is, en welke concrete bijsturings- of handhavingsmaatregelen zijn voorzien als de 40 % niet wordt gerealiseerd (bv. na twee jaar)?
Antwoord Geen antwoord meer vereist Vraag
12
Bijstandsgerechtigden moeten beschikken over basiskennis van de Nederlandse taal op referentieniveau 1F. Indien zij dit niet kunnen aantonen, dienen zij een taaltoets af te leggen en zich in te spannen om hun taalbeheersing te verbeteren. Ik lees hier weinig over terug in de stukken, terwijl het er wel veel raakvlakken mee heeft. Hoeveel bijstandsgerechtigden (in absolute aantallen en percentage) in Waalwijk voldoen momenteel niet aan deze taaleis (referentieniveau 1F)? En van hen, hoeveel hebben al een taaltoets afgelegd maar zijn niet geslaagd? En welke acties onderneemt de gemeente Waalwijk om deze mensen bij te staan in het behalen van niveau 1F (taalcursussen, trajecten, begeleiding)?
Antwoord Bovenstaande raakt de brede uitvoering van de participatiewet. Deze informatie heeft de gemeente niet direct voorhanden en moet worden opgevraagd bij Baanbrekers, indien deze informatie noodzakelijk wordt geacht voor een goede besluitvorming.
Vraag Pagina 3 Raadsvoorstel: “We zien vooral dat werkgevers geen statushouders in dienst willen nemen of hoge (taal)eisen stellen”. Wat biedt de gemeente werkgevers om ze te ontlasten en een win-win situatie te creëren?
13 Antwoord
De accountmanagers van Baanbrekers en gemeente Waalwijk zetten zich nadrukkelijk in om werk/participatieplekken te vinden. We gaan met werkgevers in gesprek om te kijken wat nodig is.
Vraag Op pagina 4 van het raadsvoorstel wordt gesproken over stijgende uitkeringslasten onder statushouders als we het beleid aanpassen aan de beschikbare middelen (2 miljoen euro toename). Wat zijn de totale uitkeringslasten onder statushouders?
Antwoord
14
Een exacte doorrekening hebben we niet. Wanneer iemand een beroep doet op de bijstand, wordt er onder andere gekeken of deze persoon een geldige verblijfsstatus heeft. Er wordt vanuit de participatiewet niet geregistreerd wat die verblijfstatus is (dit is niet toegestaan), enkel “geldig” of “niet geldig”. De Divosa Benchmark rapportage (2024) laat zien dat in Q4 2024 62% van de asielstatushouders in Waalwijk die onder de WI21 vallen (en dus binnen de scope van dit beleidsplan) een bijstandsuitkering heeft. Dit is lager dan gemiddeld in de regio. In Q4 2024 waren er 131 inburgeringsplichtige asielstatushouders in Waalwijk. Als we uitgaan van een gebruik van 62% en de gemiddelde jaarlijkse bijstandskosten per persoon van 40.000 euro, worden de totale uitkeringslasten per jaar geschat op 3.280.000 euro.
Vraag Er wordt voor de jaren 2026-2029 246.000 euro aan extra middelen gevraagd voor het nieuwe beleid. Is er een schatting gemaakt van de baten (verwachting van minder uitkeringslasten, sneller werk, terugdringen kosten andere beleidsterreinen etc.) die dit gaat opleveren in financiële zin?
15 Antwoord Een exacte doorrekening hebben we niet. Op dit moment bedragen de kosten voor een statushouder in de bijstand ongeveer 40.000 euro per jaar. Daarbovenop komen soms nog kosten voor een schuldentraject. Deze kosten variëren per schuldensituatie. Met de voorgestelde maatregelen in scenario 2 in het beleidsplan willen we voorkomen dat mensen langer dan nodig in de bijstand en/of een schuldtraject zitten en ze sneller richting werk begeleiden.
Vraag Mag ik nog een uitgebreidere toelichting op welke informatie het PVT geeft aan inburgeraars. Word er bijvoorbeeld expliciet stilgestaan bij de gelijkwaardige positie tussen man en vrouw, homo en hetero etc.? Graag een toelichting.
16 Antwoord
Ja, dit gebeurt. Overige onderwerpen die aandacht krijgen zijn: vergelijking eigen waarden met die van Nederland, omgangs- en reactievormen in Nederland, de Nederlandse grondwet en rechtsstaat, uitleg over de bibliotheek en de taalleer- en oefenmogelijkheden daar, sport en vrije tijd in Nederland, het belang van vrijwilligerswerk en uitleg over (zorg)verzekeringen.
Vraag
18
Pagina 7 beleidsplan: “Vanuit de andere kant bezien, zorgen de verplichtingen vanuit de inburgering ervoor dat statushouders onvoldoende tijd hebben om te kunnen voldoen aan de aangeboden werkuren”. Wat wordt eraan gedaan om ervoor te zorgen dat dit zo min mogelijk een belemmering vormt om te werken?
Antwoord We zijn begonnen met een avondklas voor de taallessen en er bestaat de mogelijkheid om online les te volgen. Hiermee bieden we ruimte. Daarnaast gaan we meer taallessen aanbieden in het eerste jaar en bouwen deze uren af tot aan het laatste jaar om meer ruimte te creëren voor betaald werk.
Taal blijft de sleutel om goed en duurzaam te kunnen werken. Door in jaar één meer in te zetten op taal willen we deze ontwikkeling versnellen en toewerken naar duurzame participatie daarna.
Vraag Wat zijn de totale kosten van de voorgenomen maatregel om elke statushouder een laptop te geven om online te oefenen?
19 Antwoord Naar schatting zullen de eenmalige kosten maximaal 18.000 euro bedragen. Hiermee bieden we iedereen die nu de Z-route volgt een laptop om online hun taal en digitale vaardigheden te verbeteren. Per jaar bedragen de kosten voor nieuwe instromers naar schatting maximaal 6.000 euro.
Vraag Pagina 14 beleidsplan: “Vanaf januari 2024 is er daarom in samenwerking met Baanbrekers en EchtNederlands een verzuimprotocol opgesteld met een duidelijke lijn: ongeoorloofd verzuim wordt niet geaccepteerd en kent consequenties.” Graag een toelichting wat deze consequenties zijn en hoe vaak deze ingezet worden? En wat is het huidige verzuimpercentage bij taallessen?
20 Antwoord Zie antwoord vraag 4 voor toelichting verzuimpercentage. De consequenties bij ongeoorloofd verzuim lopen op tot het krijgen van een (schriftelijke) waarschuwing tot het opleggen van *boetes en statushouders zelf laten betalen voor de taallessen. Daarnaast benadrukken we in het verzuimprotocol het preventief handhaven. *Momenteel is overigens de mogelijkheid om boetes uit te delen on hold gezet door een uitspraak van de Raad van State. Desondanks zijn we samen met de regio aan het kijken hoe we dit middel alsnog kunnen blijven inzetten.
Vraag
21
Pagina 14 beleidsplan: “Indien nodig treden we ook handhavend op volgens de WI21”. Wat wordt hiermee bedoeld?
Antwoord Geen antwoord meer vereist
Vraag Pagina 16 beleidsplan: “Binnen de Z-route moet een statushouder minimaal 800 uur maatschappelijk participeren in drie jaar om de inburgering te behalen.” Dit is omgerekend 5 uur per week. Kunnen wij als gemeenteraad besluiten dat dit minimum hoger moet?
Antwoord
22 Nee, het aantal uren maatschappelijke participatie is wettelijk vastgelegd. Naast deze uren, volgen
de Z-route statushouders momenteel ook 3 dagdelen taalles per week, dienen zij aan te sluiten bij workshops en hun “reguliere” gezins- en regelverplichtingen na te komen. Naast de wettelijke verplichtingen, zetten we met de inzet van onze coaches maatschappelijke activering in op duurzame maatschappelijke participatie, ook na de inburgering. We zien dat de eerste statushouders die in de Z-route uitstromen, nog steeds activiteiten of vrijwilligerswerk doen.
Vraag Ruim 60 statushouders in Waalwijk en Heusden tot de 27 jaar volgen de onderwijsroute niet “wegens een te laag taalniveau en de behoefte aan extra begeleiding, is de onderwijsroute niet passend voor hen en vallen de jongeren die gestart zijn, vaak uit.” Welke sancties of vervolgstappen zijn er als statushouders de onderwijsroute niet volgen?
23 Antwoord
Statushouders die de onderwijsroute niet volgen (bijv. wegens uitval), volgen de B1- of Z-route. Zij zijn immers verplicht om hun inburgering te halen. We concluderen in onze evaluatie dat de B1- en Z-route voor jongeren tot 27 jaar onvoldoende aansluiten. Daarom willen we inzetten op een jongerenroute zodat we de kansen die zij hebben optimaal kunnen benutten. In deze jongerenroute
sluiten we beter aan bij de mogelijkheden en behoeften van deze jongeren. De focus ligt daarbij op doorstroom naar werk of onderwijs.
Ingediend door:
Tom Klerks VVD
Danny Dubbeldam VVD
Milos Boksan VVD