Vragen en antwoorden VVD
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel
Raadsvergadering 21 december 2023 Wijziging verordening maatschappelijke ondersteuning Waalwijk 2024
Fractie VVD/T. Klerks Datum binnenkomst 6 november 2023 vraag Datum 14 november 2023 beantwoording Naam TMAO Portefeuillehouder D. Odabasi team/steller Vragen Vraag: De verordening dateert uit 2021. Betekent dit dat sindsdien geen jaarlijkse aanpassing of bijstelling van de verordening heeft plaatsgevonden? Antwoord: Dat klopt. Vraag: In artikel 1, betreffende algemeen gebruikelijke voorzieningen, is de passage "niet (veel) duurder dan vergelijkbare producten" geschrapt. Kunt u toelichten waarom deze zinsnede is weggelaten? Antwoord: Het criterium “niet veel duurder dan vergelijkbare producten” valt onder oude jurisprudentie van de CrvB. In meest recente uitspraak van de CrvB (ECLI:NL:CRVB:2019:3535) worden nieuwe eisen gesteld, waardoor het desbetreffende criterium in de verordening van 2021 niet meer van toepassing is bij het bepalen of iets al dan niet een algemeen gebruikelijke voorziening is. In plaats daarvan wordt als criterium voor een algemeen gebruikelijke voorziening aangehouden dat er een passende bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van zelfredzaamheid en participatie. Vraag: De toegestane kilometervergoeding voor Wmo-reizigers is verminderd van 2.000 naar 1.500 kilometer per jaar.
Geldt deze vermindering alleen voor de kilometers voor het regiovervoer, of bestaat er ook ruimte voor naasten om kilometers te declareren wanneer zij een cliënt (met een beschikking) vervoeren met eigen middelen, bijvoorbeeld wanneer regiovervoer of -taxi niet beschikbaar is? Is dit, gezien de druk op het regiovervoer, een werkbare optie? Antwoord: Het uitgangspunt van de Wmo is dat inwoners zoveel mogelijk gebruik moeten maken van hun eigen kracht en hun netwerk en dat de gemeente alleen voorzieningen verstrekt voor zover de behoefte niet al hierdoor of door voorliggende voorzieningen is gedekt. De gedachte om een vergoeding te geven wanneer het netwerk “invalt” specifiek vanwege niet-beschikbaar regiovervoer is begrijpelijk, maar niet uitvoerbaar. Vraag: Hebben we als gemeente (of regio) een duidelijk inzicht in de vervoersbewegingen van het regiovervoer? Antwoord: Ja. Desgewenst kunnen bij PZN bestanden worden opgevraagd met de specifieke ritten van individuele reizigers en de routes waarin zij gecombineerd worden. Deze data zijn echter ‘rauw’ en niet eenvoudig te doorgronden.
Vraag: Het raadsvoorstel stelt dat men verwacht of aanneemt dat de maatregelen meer ruimte zullen creëren bij het regiovervoer. Op welke analyse of prognose baseert men deze verwachting? Antwoord: Minder km-budget en een hoger tarief in de piektijden leidt tot minder gebruik van het vervoer. Dat maakt het makkelijker om met de beschikbare capaciteit iedereen op tijd te vervoeren. Vraag: Nieuwe jurisprudentie omtrent informele hulp kan leiden tot iets hogere kosten. Beschikken we over inzicht in het aandeel van informele hulp via het persoonsgebonden budget (PGB) binnen de Wmo? Antwoord: In 2023 is er sprake van in totaal 151 afzonderlijke PGB’s (die gelopen hebben, dan wel nog lopen) op grond van de Wmo. Op basis van informatie van de SVB bedraagt het aandeel PGB’s 47 PGB’s voor informele hulp en 104 PGB’s voor formele hulp. Vraag: Volgens de verordening is het niet mogelijk gebruikelijke zorg en mantelzorg via een PGB voor informele hulp te bekostigen. 'Gebruikelijk' is in de verordening gedefinieerd en lijkt uitgebreid met 'andere personen uit zijn sociale netwerk' in de reactie op de SAR. Kunt u voorbeelden geven van wat volgens deze bredere definitie wel en niet onder gebruikelijke (mantel)zorg valt? Antwoord: in onze reactie naar de SAR wordt “gebruikelijk” niet uitgebreid met andere personen uit het sociale netwerk.
Het gaat in de vraag van de SAR om algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. Daarop is het antwoord dat men niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, indien naar het oordeel van het college de problematiek op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan worden verminderd of weggenomen. Gebruikelijke hulp is de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten (artikel 1.1.1 Wmo 2015). Wat onder gebruikelijke hulp valt, wordt dus bepaald door wat op dat moment normaal is en kan in de loop van de tijd veranderen. In de beleidsregels hebben wij een richtlijn “gebruikelijke hulp” opgenomen. Wanneer partner, ouders, kind en/of elke andere huisgenoot geobjectiveerde beperkingen heeft en of kennis/vaardigheden mist, hoeven zij geen gebruikelijke hulp te bieden. Niet-inwonende kinderen hoeven geen gebruikelijke hulp te bieden, want zij behoren niet tot de leefeenheid. De gemeente kan wel met de cliënt bespreken of nietinwonende kinderen (op vrijwillige basis) een helpende hand kunnen bieden.
Bij gebruikelijke hulp moet onderzocht worden of diegene waarvan gebruikelijke hulp wordt verwacht, ook in staat is om deze gebruikelijke hulp te bieden of dat er sprake is van (dreigende) overbelasting. Bekeken moet worden of de echtgenoot of huisgenoot, naast zijn/haar werk en de door hem te verlenen zorg aan zijn echtgenoot of huisgenoot, fysiek en psychisch nog in staat is gebruikelijke hulp aan cliënt te verlenen. Vraag: Is het mogelijk om, naast een PGB, ook diensten in natura (ZiN) aan te vragen, zoals mantelzorg aan huis of respijtzorg, om mantelzorgers die gebruikelijke hulp bieden te ontlasten? Antwoord: Gebruikelijke hulp en mantelzorg zijn elkaar uitsluitende begrippen. Bij
mantelzorg wordt de normale (gebruikelijke) zorg in zwaarte, duur en/of intensiteit aanmerkelijk overschreden. Bovendien hoeven mantelzorgers niet per se een gezamenlijke huishouding te voeren met de zorgvrager. Een huisgenoot kan wel naast gebruikelijke hulp ook mantelzorg verlenen, omdat de zorg die hij verleent boven de gebruikelijke hulp uitstijgt. Deze bovengebruikelijke hulp (mantelzorg) kan, in tegenstelling tot gebruikelijke hulp, echter niet verplicht worden. Wij bieden mantelzorgers ondersteuning en waardering in natura die nadrukkelijk is gericht op de mantelzorger. Vraag: Grote zorgaanbieders zullen mogelijk niet positief staan tegenover de verlaging van het PGB-tarief van 100% naar 85%, terwijl kleine aanbieders een stijging van 10% wellicht verwelkomen. Zijn er reacties van zorgpartijen ontvangen op deze voorgenomen wijziging? Antwoord: Nee. Vraag: Het beheer van een PGB ligt niet bij de gemeente, maar bij de cliënt via de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Cliënten moeten in staat zijn dit zelfstandig te beheren. Hoewel dit duidelijk op de Waalwijzer staat aangegeven, wordt dit niet expliciet vermeld in de verordening. Is het mogelijk om dit duidelijker in de verordening te verwerken? Antwoord: In onze beleidsregels zijn beoordelingscriteria opgenomen die eisen stellen aan de bekwaamheid van de aanvrager.
De bepalingen over de bekwaamheid van de aanvrager vindt u in artikel 4.1 van de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Waalwijk 2022. Vraag: In hoeverre zijn de voorgestelde wijzigingen per 1 januari uitvoerbaar voor zowel de gemeente als de SVB? Moeten bestaande beschikkingen worden aangepast en, zo ja, is er een overgangsperiode voorzien? Antwoord: De voorgestelde wijzigingen per 1 januari zijn zeer goed uitvoerbaar voor de gemeente en de SVB. Bestaande beschikkingen worden gerespecteerd en niet aangepast. Vraag: In artikel 18 wordt de waardering voor mantelzorgers aangehaald. Kunt u aangeven hoe dit de afgelopen jaren in de praktijk is gebracht? Zijn er voldoende algemene voorzieningen om hen te ondersteunen en te waarderen en kunnen we inzicht krijgen in het aantal mantelzorgers binnen de gemeente Waalwijk? Antwoord: Wij bieden ondersteuning en waardering in natura die nadrukkelijk is gericht op de mantelzorger en niet op de ondersteuning van de zorgvrager. Dit gebeurt onder andere door de inzet van: -
Tijd voor jezelf bijeenkomsten waarbij groepsgewijze ondersteuning wordt geboden met aandacht voor bewustwording ten aanzien van neiging tot overbelasting en noodzaak tot ontspanning.
-
Mantelzorgcoaches die gericht is op individuele ondersteuning om vroegtijdig overbelasting van mantelzorgers te voorkomen. Hiermee willen we de zorg en draaglast van de mantelzorger erkennen en kennis delen.
-
Praktische mantelzorgondersteuning. Dit wordt geboden aan mantelzorgers woonachtig in gemeente Waalwijk in de vorm van maximaal drie dagdelen praktische mantelzorgondersteuning. De mantelzorger heeft hierbij de keuze uit
ondersteuning voor huishoudelijke hulp, zorg voor een naaste/tijdelijke vervanging van de mantelzorg en klus en tuinhulp. Vraag: We geven aan dat we handhaven op misbruik en oneigenlijk gebruik van voorzieningen. Hoe zorgen we voor een rechtmatige besteding van PGB en ZiN, en kunt u ons een indicatie geven van het percentage misbruik/oneigenlijk gebruik ten opzichte van het (deel)budget? In hoeverre is onze inzet om misbruik en oneigenlijk gebruik tegen te gaan rendabel? Beschikken we bovendien zelf (als Waalwijk) over voldoende inzicht in de verantwoordingsstukken van PGB- en ZiN-aanbieders om fraude preventief tegen te gaan? Antwoord: Bij de beantwoording van uw vraag is het onderscheid tussen oneigenlijk gebruik en fraude van belang. Bij budgethouders gaat het vrijwel altijd om oneigenlijk gebruik, doordat regels soms moeilijk en niet altijd eenduidig zijn. Hierdoor kan een budgethouder fouten maken. Het komt helaas ook voor dat zorgaanbieders misbruik maken van kwetsbare budgethouders, omdat ze niet goed zijn toegerust. Dit alles blijkt uit een recent onderzoek van de rekenkamer. Ook blijkt uit diverse recente onderzoeken dat het grootste deel van de fraude met PGB aan de kant van aanbieders aangetroffen wordt en slechts te verwaarlozen procenten fraude door inwoners plaatsvinden.
Voor onze gemeente is het dan ook van groot belang dat we daar beleid en controle op versterken binnen het contractmanagement. Om te zorgen voor een rechtmatige besteding van PGB en ZiN worden diverse activiteiten uitgevoerd die een vooral een onderzoekend en preventief karakter hebben. Met betrekking tot PGB wordt aan inwoners informatie en voorlichting gegeven, wordt ingeval van een PGB aanvraag een toets op PGB vaardigheid gedaan en worden gesprekken met cliënten gevoerd in het geval er signalen zijn dat er mogelijk iets niet klopt in de uitvoering van de hulpverlening of declaratie. De controle PGB voor inwoners geschiedt periodiek conform de wettelijke eisen (o.a scherp zijn in de toekenning, alleen als voldaan wordt aan de randvoorwaarden PGB, trekkingsrecht, controle geleverde zorg). Om een percentage te kunnen geven van misbruik/oneigenlijk gebruik t.o.v. het (deel)budget gaan we uit van vastgestelde zorgfraude/oneigenlijk gebruik. Over 2022 loopt een PGB-terugvordering van € 88.000 (7% van het totaalbedrag PGB in 2022). Met betrekking tot ZiN worden bij aanbieders controles op declaraties uitgevoerd, worden inschrijvingen voor een overeenkomst gecontroleerd, worden contractgesprekken gevoerd en vinden zo nodig toezichtsonderzoeken plaats. Bij toezichtsonderzoeken wordt regionaal samengewerkt.
Voor ZiN is geen terugvorderingspercentage te geven omdat hier geen vaststellingen van zorgfraude zijn gedaan die hebben geleid tot een terugvordering.In hoeverre de inzet om misbruik/oneigenlijk gebruik tegen te gaan rendabel is, is lastig in euro’s uit te drukken, omdat een groot deel van de activiteiten niet leidt een terugvordering. We ontvangen van aanbieders jaarlijks een verantwoording over de gedeclareerde en geleverde ondersteuning die gewaarmerkt is door een accountant. Daarnaast ontvangen we de jaarrekening van aanbieders. Tot slot voeren we steekproefsgewijs eigen controles uit.
Vraag: Naast rechtmatige besteding is ook de kwaliteit van de dienstverlening, waarvoor we via PGB (of ZiN) betalen, van belang. Hoe weten we als gemeente dat aanbieders voldoen aan de kwaliteitseisen (van bijvoorbeeld de branche)? Vinden er vanuit de gemeente, regio of nationale instanties (bijvoorbeeld inspecties)
audits/controles plaats? En handhaven we daar ook op als een partij bijvoorbeeld negatief wordt beoordeeld? Antwoord: Alle gecontracteerde aanbieders verklaren bij inschrijving te voldoen aan de gestelde(wettelijke) kwaliteitseisen. Alle aanbieders beschikken over een kwaliteitscertificering die periodiek wordt ge-audit door externe gespecialiseerde auditbureaus. Via controle op documenten en door middel van contractgesprekken blijven we dit als gemeente volgen. In het geval van incidenten of calamiteiten wordt de GGD ingeschakeld voor een onderzoek. Daarbij vinden extra controles plaats over de beschikbaarheid en naleving van procedures en protocollen. Wanneer er zaken zijn die niet in orde zijn gaan we in gesprek met aanbieders voor een verbeterplan. Dit is de basis voor handhaving. Vraag: In 2025 kan de bijdrage in de kosten voor cliënten wijzigen (van een standaardbedrag naar een inkomensafhankelijke bijdrage), waardoor sommige diensten, zoals hulp bij het huishouden, minder aantrekkelijk kunnen worden. Dit is een mogelijke significante wijziging waarvoor voorbereidingstijd nodig is. In hoeverre lobbyen we bij de VNG en het ministerie om hier tijdig duidelijkheid over te verkrijgen? Antwoord: Het onderwerp van een inkomensafhankelijke bijdrage is volop in ontwikkeling.
Wij zijn hiervan op de hoogte en volgen deze ontwikkelingen nauw evenals buurgemeenten in Hart van Brabant. Vraag: Dit kan ook betekenen dat de verordening eind 2024 opnieuw moet worden aangepast, mede door meer inzicht in de koers van het sociaal domein. Hoe haalbaar is het om de verordening te vereenvoudigen of slim te combineren met beleidsregels? Ik vermoed dat voor 2024 geen nieuwe beleidsregels zullen worden opgesteld, klopt dat? Kunnen we dan voor het jaar 2025 zowel de nieuwe verordening als de per 1 januari 2025 geldende beleidsregels tijdig beoordelen als raad? Antwoord: Het aanpassen van verordeningen en beleidsregels is een continu doorlopend proces waarin nieuwe ontwikkelingen rondom jurisprudentie een belangrijke rol spelen evenals ontwikkelingen bij Team WIJZ. In 2024 worden geen nieuwe beleidsregels opgesteld, wel worden de beleidsregels aangepast zodat deze conform de juiste jurisprudentie zijn. Ook worden de beleidsregels aangepast om Team WIJZ duidelijkere handvatten te bieden bij hun werkzaamheden. Tot slot worden de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Waalwijk vastgesteld door het college.