Vragen en antwoorden VVD
Tekst van het document
Datum Raad
Raadsvergadering 26 oktober 2023
Nr. raadsvoorstel Aanpassing Huisvestingsverordening Fractie VVD/M. Boksan Datum binnenkomst 2 oktober 2023 vraag Datum 5 oktober 2023 beantwoording Naam TMAO Portefeuillehouder A. de Jong team/steller Vragen Vraag: Huisvestingsverordeningen worden veelal door gemeenten ingezet om de mate van urgentie/voorrang van woningzoekenden te bepalen. Waarom is dat niet het geval voor de gemeente Waalwijk? Hebben wij dit bijvoorbeeld via een andere verordening geregeld (zo ja welke)? Antwoord: Met name in de randstad zijn er gemeenten die (veelal) samen met een aantal andere gemeenten urgentie en voorrang regelen via de Huisvestingsverordening. In Brabant, Limburg en Zeeland zien we dat bijna niet: enkel in Eindhoven en omgeving en in de gemeente Heusden gebeurt dit. De reden dat veel gemeenten urgentie en voorrang niet in een Huisvestingsverordening regelen, is vaak gelegen in de verhouding met de woningcorporaties. Als de verstandhouding en samenwerking met de werkzame corporaties in de gemeente en regio goed is, dan wordt de urgentie en voorrang veelal door de corporaties geregeld en uitgevoerd. Dat is ook in onze regio het geval: de woningcorporaties in en om Tilburg hanteren dezelfde urgentie en voorrangsregels en voeren dit ook in de dagelijkse praktijk uit.
Voor urgentie huren zij een onafhankelijke urgentiecommissie in die alle urgentieaanvragen toetst aan de regels die door de corporaties samen zijn opgesteld. Op die manier is er voor inwoners in de regio overal dezelfde urgentieregeling. Als gemeente zijn wij formeel geen partij hierin en betalen we hier ook niet aan mee. Informeel is er vanzelfsprekend wel ambtelijk overleg tussen gemeente en corporaties, waarbij voorrang en urgentie ook wel eens aan bod komt. Vraag: Pagina 2 Raadsvoorstel: “In relatie tot de ‘fair balance’ wordt voorgesteld om nu alle buurten waarbij het aandeel particuliere verhuur op of boven het gemiddelde van 2021 ligt (10%) aan te wijzen.” Wat is de onderbouwing om het op 10% te zetten en niet bijvoorbeeld op 15 of 20 procent? De VNG meldt bijvoorbeeld dat het landelijke gemiddelde op 13% zit. Antwoord: In 2021 bedroeg het gemiddelde percentage particuliere verhuur in de gemeente Waalwijk 10%. Bij de invoering van de opkoopbescherming in 2022 hebben we eveneens gekeken naar dit gemiddelde en daarom is er ook nu bij de actualisering weer naar gekeken. Op die manier sluit de regeling aan bij de lokale situatie. Vraag: Pagina 2 Raadsvoorstel: “Bij onderdeel b stellen we voor scootmobielen expliciet te benoemen als voorbeeld bij het realiseren van een gemeenschappelijke bergruimte.
We zien dat het veilig stallen van scootmobielen steeds meer aandacht krijgt en willen het daarom in dit artikel expliciet benoemen.” Wordt hiermee gedoeld op deelscooters of scooters in het algemeen? Want deelscooters zijn (voorlopig) verdwenen. Ik stel deze vraag om erachter te komen of deze bepaling achterloopt op de realiteit (en daarmee een overbodige regel is) of dat we hier nog steeds mee te maken hebben (in de algemene zin van scooters die verkeerd geparkeerd staan)
Antwoord: Het gaat hier om scootmobielen die in het kader van Wmo beschikbaar gesteld worden, omdat mensen slecht ter been zijn en die in gebouwen gestald moeten worden. Over het stallen van scootmobielen verschijnt in 2024 nieuwe regelgeving in het kader van brandveiligheid. Vraag: Pagina 5 Schaarsteonderzoek “Tabel 2: Indicatie woningschaarste per WOZwaardeklasse naar kern in de gemeente Waalwijk” Met alle huidige plannen voor het bouwen van woningen in onze gemeente: kan een inschatting worden gemaakt per kern welke categorieën groen gaan worden (en dus minder schaars) en welke niet? Antwoord: Een dergelijke doorrekening kan gevraagd worden aan de Stec-groep, maar dat zal de nodige tijd vergen en lukt dus niet voor de behandeling in de raad. Bovendien geven de resultaten dan nog altijd de nodige onzekerheid, omdat marktontwikkelingen en maatschappelijke ontwikkelingen voor de komende jaren niet altijd even goed te voorspellen zijn en wel tot andere uitkomsten kunnen leiden. Vraag: Pagina 6 Schaarsteonderzoek over “vrije toewijzing”: Wat moet ik me voorstellen bij de doelgroepen van vrije toewijzing? Zijn er specifieke doelgroepen die hiervoor in aanmerking komen en doelgroepen die daar niet voor in aanmerking komen (anders dan lage inkomens)? Antwoord: Het gaat hierbij niet om specifieke doelgroepen.
Corporaties kunnen een klein deel van de woningen toewijzen waarbij er net iets afgeweken kan worden van inkomenseisen die bij het passend toewijzen gelden. Op die manier is er wat flexibiliteit op het moment dat er bijvoorbeeld bijzondere situaties zijn en je via deze vrije ruimte alsnog iemand kan huisvesten. Vraag: In het onderzoek wordt benadrukt dat er te weinig passende woningen zijn voor inwoners met een laag inkomen. Tijdens de recente informatieavond (rond minuut 51) over flexwoningen gaf de wethouder echter aan dat de recente berekeningen voor 1600 nog te bouwen woningen aantonen dat het aandeel sociale huurwoningen op 35% gaat zitten. Hoewel de woningen er nog niet staan, hoe moet ik deze opmerking plaatsen op de lange termijn als het gaat om woningschaarste voor lage inkomens? Het klinkt namelijk alsof we over een paar jaar hier ruimschoots aan gaan voldoen. Antwoord: Vanzelfsprekend doen we alles wat in onze mogelijkheden ligt om de schaarste op de woningmarkt zoveel als mogelijk op te lossen. Niet voor niets is een Huisvestingsverordening bedoeld om tijdelijk ingezet te worden en moet er in de toelichting aangegeven worden wat je als gemeente nog meer doet om de schaarste op te lossen. Als door woningtoevoegingen in de toekomst de schaarste opgelost wordt, vervalt daarmee dan ook het argument om de instrumenten uit de Huisvestingsverordening in te zetten.