Vragen en antwoorden VVD
Tekst van het document
Datum Raad
Raadsvergadering 15 december 2022
Nr. raadsvoorstel
Onderwerp
Algemene plaatselijke verordening 2022
Fractie VVD/M. Boksan Datum binnenkomst 29 november 2022 vraag Datum 6 december 2022 beantwoording Naam TVVB Portefeuillehouder S. Ausems team/steller Vragen Vraag: Artikel 2:48b: Laatst werd bekend dat het gebruik van lachgas per 2023 verboden wordt in heel Nederland. Welke gevolgen heeft het landelijke verbod dat ingaat op lachgas voor dit artikel? Is dit artikel nog nodig als er hogere wetgeving is die het verbied? Antwoord: Per 1 januari 2023 staat lachgas op lijst II van de Opiumwet. Dit houdt in dat het onder andere verboden is om lachgas binnen, of buiten het grondgebied van Nederland te brengen, te verkopen, of te hebben. De Opiumwet is een strafrechtelijk instrument. In de Opiumwet wordt geen aandacht besteed aan overlast en hinder ten gevolge van het gebruik van lachgas op een openbare plaats. Om hiertegen te kunnen optreden is het noodzakelijk om in de APV een artikel te hebben dat het voorkomen van de aantasting van de openbare orde tot doel heeft door het gebruik van lachgas. Artikel 2:48b van de APV blijft dus nog nodig om hinder en overlast tegen te kunnen gaan door het gebruik van lachgas. Vraag: Uit de beantwoording van verschillende technische vragen uit voorgaande jaarlijkse voorstellen om de APV te wijzigen haal ik dat de organisatie vooral kijkt naar de model APV van de VNG om te bepalen of er wijzigingen doorgevoerd kunnen en moeten worden in onze APV.
Klopt deze aanname? Antwoord: Er wordt niet alleen naar de model APV van de VNG gekeken om na te gaan of de APV gewijzigd moet worden. Jaarlijks wordt ook nagegaan of er vanwege veranderingen in de wetgeving, het gemeentelijk beleid en ervaringen in de praktijk aanleiding bestaat om de APV te wijzingen. Dit jaar wordt daarom voorgesteld om de artikelen over de standplaatsen te wijzigen. Vraag: Kijkt de organisatie ook naar welke artikelen van APV’s uit andere gemeenten we kunnen kopiëren en is de organisatie bekend met de ‘’Handreiking APV en ondermijning’’ van de VNG? Graag een toelichting over wat hiermee gedaan wordt. Antwoord: Wij zijn al langere tijd bekend met de Handreiking APV en ondermijning (verder: handreiking). In hoofdstuk 4 van de handreiking worden voorbeelden van andere gemeenten genoemd om ondermijning aan te pakken. Deze voorbeelden zijn allemaal doorgenomen. Het was destijds niet nodig om de APV te wijzigen vanwege deze handreiking. Onze APV is namelijk al voldoende uitgerust om ondermijning aan te pakken. De meeste genoemde voorbeelden in hoofdstuk 4 van de handreiking zijn in onze APV al verwerkt in de artikelen 2.77b en 2:77c. Daarin is geregeld dat, indien nodig, een vergunningplicht voor bepaalde branches kan worden ingesteld. Ook kunnen bepaalde gebouwen worden gesloten waar bijvoorbeeld
misdrijven plaats vinden. Daarnaast is gebleken dat het niet nodig was om de APV te wijzigen, omdat al andere wetgeving aanwezig is om ondermijning tegen te gaan. Het tegen gaan van malafide kamerverhuur is bijvoorbeeld al geregeld door andere regels (zoals wet bibob). De organisatie beoordeelt dus ook of artikelen van APV’s van andere gemeenten kunnen worden overgenomen, voor zover dat noodzakelijk is. Vanzelfsprekend blijven we hierbij de ontwikkelingen volgen, zodat onze APV toereikend blijft voor de aanpak. Vraag: De APV’s uit 2020, 2021, 2022 bevatten respectievelijk 37, 35 en 37 keer de term ‘’vervallen’’. Hieruit constateer ik dat onder de streep het aantal (overbodige) artikelen/bepalingen in de afgelopen jaren niet tot nauwelijks is afgenomen. Hiervoor is wel een motie aangenomen in 2017. Waardoor komt het dat we er niet in slagen om onze APV compacter te maken? Antwoord: In 2017 is geen motie aangenomen om de APV compacter te maken. De motie is destijds aangehouden. Deregulering is een voortdurend proces binnen de gemeente Waalwijk. Dit geldt ook voor de APV. In 2008 is de volledige model APV gedereguleerd door de VNG. In de jaren daarna tot op heden zijn steeds op deelterreinen dereguleringsadviezen gegeven door de VNG die Waalwijk veelal heeft opgevolgd. De VNG heeft destijds onderzocht welke basisregels in de APV nodig zijn voor de handhaving van de openbare orde.
Deze basisregels staan in onze APV en er wordt op toegezien dat geen onnodige, onduidelijke of onzinnige regels aan de APV worden toegevoegd. Hierbij wordt ook opgemerkt dat ernaar wordt gestreefd om alles in de APV te regelen en niet in afzonderlijke verordeningen. Veel gemeenten hebben naast de APV nog andere verordeningen zoals bijvoorbeeld een bomenverordening, een horecaverordening en/ of een verordening voor prostitutiebedrijven. In Waalwijk wordt alles in de APV geregeld en is dus niet een op een te vergelijken met APV”s uit andere gemeenten. Ook heeft in 2009-2010 in Waalwijk het dereguleringsproject “Meer service met goede regels” plaats gevonden. In het kader van het project deregulering heeft de gemeente Waalwijk destijds USG Juristen opdracht gegeven om vijftig gemeentelijke producten door te lichten. Daaruit is naar voren gekomen dat de gemeente Waalwijk al veel ‘goed geregeld’ had. Het project heeft dereguleringsadviezen opgeleverd voor de 50 belangrijke, veelgebruikte producten van de gemeente, waaronder diverse producten uit de APV. In oktober 2009 is vervolgens met in achtneming van de dereguleringsadviezen de APV gewijzigd en dus gedereguleerd. In de afgelopen 12 jaar wordt jaarlijks aan de teams binnen de gemeente Waalwijk een uitvraag gedaan of artikelen uit de APV moeten worden gewijzigd, of overbodig zijn.
Om deze reden zijn bijvoorbeeld in 2020 de artikelen 2.23 (veiligheid op ijs), 2:45 (betreden van plantsoenen), 5:37 (incidentele verstrooiing) vervallen en is voor kleinschalige horecazaken de vergunningplicht (exploitatievergunning) vervallen. Dit jaar wordt voorgesteld om twee artikelen over het verbod op carbid schieten te laten vervallen en het artikel over standplaatsen te dereguleren. Ook de VNG bekijkt ieder jaar of artikelen uit de APV moeten worden gewijzigd, of kunnen vervallen. Daarbij kan worden opgemerkt dat de trend aanwezig is om ten aanzien van openbare orde en veiligheid juist meer regels te stellen. De reden hiervoor is dat op voorhand niet aan te geven is welke regels nodig zijn om de openbare orde te
handhaven. Indien nodig zijn de instrumenten aanwezig om in te kunnen grijpen. Hierbij wordt er ook altijd op toegezien dat geen onnodige, onduidelijke of onzinnige regels aan de APV worden toegevoegd. Voorts zal de APV door de komst van Omgevingswet worden gewijzigd en compacter worden doordat alles over de fysieke leefomgeving in het Omgevingsplan geregeld zal gaan worden. Gemeenten kunnen daarbij andere keuzes maken dan nu in de APV zijn vastgelegd (bijvoorbeeld een vergunningplicht vervangen door een algemene regel, of melding). De projectleider deregulering zal in 2023 onderzoeken of de vergunningstelsels in de APV verder gedereguleerd kunnen worden, of zelfs kunnen vervallen. De verwachting is dat in de komende jaren stapsgewijs de APV op de agenda van de raad komt vanwege wijzigingen door de komst van de Omgevingswet en de keuzes die moeten worden gemaakt.