CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen en antwoorden VVD

Raadsvergadering 7 maart 2024, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststelling Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie inclusief Voorkeursalternatief1.345 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum Raad Nr. raadsvoorstel

Raadsvergadering 7 maart 2024 Vaststelling Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie inclusief Voorkeursalternatief

Fractie VVD/M. Boksan Datum binnenkomst 19 februari 2024 vraag Datum 21 februari 2024 beantwoording Naam TREW Portefeuillehouder S. Schuijffel team/steller Vragen In de raadsinformatiebrief 001-24 wordt in de paragraaf “Cijfermatige onderbouwing van de opgave in relatie tot de voorgestelde opwek” gesteld dat het huidige VKA ruimte biedt om 50% duurzame energie op te wekken in 2030. In de alternatieve Pondera berekening wordt een andere stelling ingenomen: “Deze ontwikkelingen betekenen een verwachte opwek van tussen de 227.500 (lage opbrengstverwachting) en 269.500 MWh (hoge opbrengstverwachting) in 2030. Dit is in principe genoeg voor het behalen van de originele doelstelling van 215.500 MWh in 2030. Met de nieuwe voorspellingen is er echter geen 215.500 MWh nodig, maar (in een gemiddeld scenario) 316.818 MWh. Hierdoor is er dus 101.318 MWh extra duurzame elektriciteitsopwek nodig ten opzichte van de voorspellingen uit 2021 om on track te blijven om in 2043 klimaatneutraal te zijn. Een overzicht is weergegeven in Tabel 2.” Vraag 1: Kan ik een korte toelichting krijgen op de onderbouwing om de gekozen manieren van berekenen te kiezen en een beschouwing van de alternatieve berekeningen? Antwoord: • De gemeenteraad heeft gevraagd om een actualisatie van de prognose van het elektriciteitsverbruik in 2030 uit de Kadernota grootschalige opwek.

Voor de berekening daarvan is door de gemeente Waalwijk (en de overige gemeenten in de REKS-regio) per energieverbruiker een bijgestelde prognose opgezet op basis van gerichte voorspellingen van de ontwikkelingen op die specifieke energieverbruiker. Daarbij is dezelfde methodiek gehanteerd als bij het opstellen van de REKS en de Kadernota. Het resultaat daarvan is vastgelegd in de notitie: De opgave duurzame opwek opnieuw bekeken - 4 jan 2024 De uitkomst van de bijgestelde prognose voor Waalwijk is ten opzichte van de publicatie van de regionale prognose naar voren gehaald in verband met de vragen die in Waalwijk leven op dit punt. • Wij herkennen ons niet in het uitgangspunt, dat door Pondera in opdracht van Vattenfall/HMC gehanteerd is, om de prognose van de elektriciteitsvraag te baseren op de lange termijn nationale doelstellingen. De omvang die op basis daarvan berekend is en, belangrijker nog, de toedeling van de benodigde opwek daarvan aan Waalwijk plús hoe deze gerealiseerd gaat worden is volgens ons niet correct. • Uit onze actualisatie blijkt dat het voorgestelde voorkeursalternatief zowel voldoet voor de huidige als de geactualiseerde opgave van de gemeente Waalwijk.

Wij willen niet vooruitlopen op een mogelijke opgave na 2030 omdat de invulling daarvan sterk afhankelijk is van dan beschikbare technieken én de wijze waarop het Rijk de energietransitie verder wenst vorm te geven.. • Onze kanttekeningen bij het rapport van Pondera dat in opdracht van Vattenfall/HMC is opgesteld: o De benodigde elektriciteit voor lokale productie van waterstof is door Pondera meegenomen. Waalwijk/de regio kiest ervoor lokaal geen opwek te genereren om waterstof te produceren. We sluiten aan bij initiatieven als de

o

o o

Delta Rhine Corridor. Verkenningen hierop lopen op dit moment. De eerste rapportage is onlangs door Midpoint opgeleverd. De productie van waterstof vindt primair plaats bij aanlandingspunten aan de kust of op zee en/of in landen met voldoende zonnestroom. In die situatie is de "aanlanding” van waterstof in Rotterdam en wordt het per buis getransporteerd naar afnemers. Pondera projecteert een landelijk opgave op Waalwijk waarin bijvoorbeeld ook de elektrificatie van de industrie is meegenomen. Wij gaan uit van de eigen opgave die in overleg met de regio is berekend. De opwek die hiervoor volgt, is ruim voldoende om te voldoen aan de afspraken uit het nationaal Klimaatakkoord waar de regio zich aan verbonden heeft. De Europese verhoging van de CO2-reductiedoelstelling van 49% naar 55% heeft vooralsnog geen invloed op de regionale en lokale opgaven. Ter vergelijk hieronder onze (regionale) prognose aangevuld met de prognose van Pondera.

Energieverbruik in MWh p/jaar Opgave in MWh per jaar Opwek in MWh per jaar

Kadernota 2021 431.000 215.500 215.000

Actualisatie Kadernota 2023 482.500 241.250 274.000

Pondera hoog

Pondera laag

741.320 370.660

525.950 262.975

Vattenfall geeft in hun reactie op de uitvoering van de aangenomen moties aan dat m.b.t. de energiebehoefte in Waalwijk en de actualisatie van de cijfers te laag worden ingeschat. Zij geven 3 overwegingen mee: • het niet meenemen van (inter)nationale ontwikkelingen in de actualisatie van de cijfers. • de aanname dat de toename van bedrijvigheid volledig energieneutraal gebeurt • het feit dat er beperkt rekening gehouden wordt met een stijging van de elektriciteitsbehoefte voor warmtevraag, ondanks een geldend verbod op gasgestookte Cv-ketels vanaf 2025. Vraag 2: Kan ik een toelichting krijgen in hoeverre deze punten al dan niet relevant zijn voor de conclusie die is getrokken over de inschatting van de energiebehoefte? Antwoord: • Voor zover relevant zijn (inter-)nationale ontwikkelingen meegenomen. Wij projecteren echter geen algemene (inter-)nationale cijfers op de regio of de gemeente maar benaderen het toekomstig energieverbruik per energieverbruiker, en baseren ons daarbij onder meer op actuele kencijfers van Enexis. • Het is aannemelijk dat de doorontwikkeling van bedrijventerreinen energieneutraal plaatsvindt omdat grootverbruik aansluitingen vooralsnog schaars of niet beschikbaar zijn. Overigens hebben wij in de maximale variant wél gerekend met een toename van het verbruik als gevolg van autonome groei van bedrijventerreinen.

• Voor de toename als gevolg van elektrificering van de warmtevraag hebben wij ons gebaseerd op de recent geactualiseerde prognose door adviesbureau DWA die is opgesteld ten behoeve van de Regionale Structuurvisie Warmte. Daarbij is rekening gehouden dat vanaf 1 januari 2026 cv-ketels die kapotgaan niet meer mogen worden vervangen door een nieuwe gasgestookte ketel. Huiseigenaren moeten dan een warmtepomp installeren, al mag een zogeheten hybride warmtepomp ook. Vraag 3: De rol van netcongestie in deze beleidsvisie is nauwelijks tot niet terug te lezen. Hoe hangen deze twee dingen met elkaar samen, vooral in het licht van de recente ontwikkelingen om een lokale energiehub te realiseren met onze ondernemers?

Antwoord: Netcongestie is momenteel een belangrijk gegeven. Voor de grootschalige opwek zijn afspraken gemaakt met Enexis en TenneT. Zij houden in hun investeringsplannen rekening met de RE(K)S-opgaven voor 2030. Daarnaast is het verstandig om opwek en afname van stroom bij elkaar te brengen en/of tijdelijk lokaal op te slaan om het netwerk niet extra te belasten. Bij de doorontwikkeling van bedrijventerrein Haven en de overige bedrijventerreinen is dit een belangrijk uitgangspunt en wellicht randvoorwaardelijk bij verdere uitbreiding van individuele bedrijven en bedrijventerreinen. Vraag 4: In raadsinformatiebrief 001-24 staat: “Pas als wordt aangetoond dat er geen redelijke alternatieven zijn die tot het behalen van de (energie)doelstellingen kunnen leiden komt een belangenafweging aan de orde.” Voor het behalen van de doelstellingen in 2030 kan inderdaad beargumenteerd worden dat er alternatieve locaties zijn. Maar voor het behalen van de doelstellingen in 2043 wordt, zoals bekend, het argument aangedragen dat als we de doelstellingen voor 2043 willen halen we naar de Overdiepse Polder moeten kijken. Hoe weegt het college dit en zou een rechter alleen naar 2030 kijken of ook naar 2043? Antwoord: Een prognose voor 2043 is nog niet gemaakt. De prognose voor 2030 is al complex en een voorspelling binnen ruime bandbreedte.

Nog verder vooruit kijken maakt de bandbreedte nog groter en kan geen basis zijn om ruimtelijke beslissingen op te baseren. De door de raad vastgestelde Kadernota is voor ons nog steeds leidend. Daarin is gekozen om bij het bepalen van de opgave tot 2030 uit te gaan van 50% van het verwachte elektriciteitsverbruik in 2030. Voor de vervolgambitie om in 2043 klimaatneutraal te zijn, is uitbreiding van de opwek van wind- en zonne-energie niet uitgesloten, maar kunnen ook andere technieken in aanmerking komen. De innovaties in de energiewereld gaan snel. Het is nu nog moeilijk te voorspellen welke technieken over tien tot twintig jaar het meest geschikt zijn voor grootschalige toepassing. Verder geldt ook hier dat het Rijk nog niet helder heeft hoe zij na 2030 de energietransitie verder vorm gaat geven, én of zij die opgave, geheel dan wel gedeeltelijk, bij ons als gemeente zal neerleggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13829771/1