Vragen en antwoorden VVD
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel
Raadsvergadering 2 februari 2023 Onderwerp
Vaststelling bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. SprangCapelle
Fractie VVD/ I. Klerks Datum 16 januari 2023 binnenkomst vraag Datum 17 januari 2023 beantwoording Naam TREW Portefeuillehouder A. de Jong team/steller Vragen Vraag: Naar aanleiding van de beantwoording van de vragen van de Christenunie blijft het volgende in mijn hoofd als vraag:” Ik begrijp dat er een te hoge geurbelasting is gedurende 1 dag per week voor de bestaande woning. Wanneer deze woning wordt verkocht en er nieuwe eigenaren komen, wat zijn dan de mogelijkheden om een vorm van bezwaar aan te tekenen tegen deze geuroverlast? Antwoord: De bestaande milieuvergunning van het bedrijf blijft in stand. Hiertegen kan geen bezwaar worden gemaakt. Wel tegen een eventuele nieuwe vergunning die door het bedrijf wordt aangevraagd. Voor een nieuwe vergunning is de dichtstbijzijnde woning maatgevend en die situatie verandert niet door dit bestemmingsplan. Het maakt namelijk niet uit of dit een bedrijfswoning van een ander bedrijf of een reguliere woning betreft. Bij het verlenen van de milieuvergunning tellen de (tijdelijke) vleesklaveren voor de handel overigens niet mee bij de geurbelasting. Dit is wettelijk zo bepaald. Bij geuroverlast zou er een verzoek om handhaving kunnen worden ingediend. In dat geval wordt beoordeeld of het bedrijf overeenkomstig het bestemmingsplan of milieuvergunning handelt. Blijkt dat zo te zijn, wordt het verzoek afgewezen.
Vraag: Uit de gespreksavond werd duidelijk dat in ieder geval 1 omwonende bereid is om naar de RvS te gaan betreffende dit plan. Er is later geopperd om het bestemmingsplan in twee delen goed te keuren, zodat de initiatiefnemer in ieder geval zijn vergunning rond kan krijgen voor 1 woning en kan gaan bouwen, en de andere dan de procedure krijgt die deze vermoedelijk krijgt. Is hierover nog contact geweest met initiatiefnemer? Antwoord: Vanuit de initiatiefnemer is tijdens de gespreksavond al aangeven dat de voorkeur uitgaat naar handhaving van het voorliggende voorstel. Een nieuwe planprocedure voor één van de woningen leidt op dat onderdeel tot vertraging en extra kosten – zeker als een alternatieve locatie niet ligt binnen de aanduiding ‘bestaand stedelijk gebied’ terwijl de opbrengsten bedoeld zijn voor sanering van de bedrijfslocatie en pensioenvoorziening wegens beëindiging van het bedrijf. Sanering is reeds aan de orde bij de ontwikkeling van één van de nieuwbouw woningen. Opdelen van het bestemmingsplan biedt initiatiefnemers juridisch onvoldoende zekerheid, omdat er geen recht ontstaat om elders planologisch een bouwkavel te kunnen verwezenlijken (i.t.t. de Ruimte-voor-ruimte-regeling). De nieuwe bouwkavels zijn ruimtelijk voorstelbaar geacht vanwege de beëindiging van het bedrijf en de bijbehorende bestemming. Dit is integraal beoordeeld.
Gelet op de samenhang van de verschillende onderdelen ligt het opdelen van het plan in onze ogen dan ook niet in de rede. Procedureel gezien is dit ook niet nodig. Een eventueel beroep bij de RvS tegen onderdelen van het plan hoeft geen gevolgen te hebben voor de rest.