Vragen en antwoorden SGP
Tekst van het document
Datum raadsvergadering Nr. raadsvoorstel
9 juni 2022 Onderwerp
Nota van Uitgangspunten voor de begroting 2023
Fractie SGP/R. Tiemstra Datum binnenkomst 6 mei 2022 vraag Datum 16 mei 2022 beantwoording Naam team TFIN Portefeuillehouder J. v.d. Hoven Contactpersoon Vragen Vraag: Personeelslasten. Voor 2022 rekent u met 1,5%, voor 2023 met 3%. Op 1 dec. Jl zijn de salarissen met 1,5% gestegen, per 1 april met 2,4%. De inflatie loopt hard op. Beschouwt u de gepresenteerde cijfers nog als actueel en realistisch? Antwoord: De salarisstijging uit de recente CAO gemeenten over 2021 en 2022 is in totaal 3,9% (1,5% + 2,4%) met daarnaast een beperkte wijziging in de werkgeverslasten. De in de Nota’s van Uitgangspunten voor 2021 en 2022 opgenomen indexen voor personeelslasten zijn respectievelijk 3,0% en 1,5%, samen 4,5%; dat past binnen de werkelijke CAO-stijgingen en aanpassing werkgeverslasten. Over 2023 hebben wij aangesloten bij het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau van medio maart jl., omdat onderhandelingen voor de nieuwe CAO gemeenten nog moeten starten. Wat dat betreft achten wij deze raming nog reëel, waarbij wij ons realiseren dat dit t.z.t. door omstandigheden nog anders zou kunnen uitpakken. Vraag: Prijscompensatie. Voor 2023 noemt u 5%. Hoe verhoudt zich dit ten opzichte van de 3% voor 2023 die u voor personeelslasten voorstelt te begroten? Antwoord: Indexeringen voor lonen en prijzen lopen niet altijd gelijk op; daar is ook geen direct verband tussen.
Zowel de 3% als de 5% zijn gebaseerd op de ramingen met het Centraal Planbureau van maart jl. Vraag: Toeneming woonruimte van 2023 ten opzichte van 2022 met 60. Is dit niet wat mager, gelet op de groeiambities van Waalwijk? Antwoord: We hebben de inschatting aan de voorzichtige kant gehouden en daarbij ook rekening gehouden met de sloop van de 2e fase van de Bloemenoordflats (120 woningen). Vraag: De sloop van de woningen tweede fase Bloemenoord drukt het woningtotaal. Wat betekent dit voor de druk op de vraag naar betaalbare huurwoningen en de wachtlijsten? Antwoord: Uw vraag is onze ogen niet relevant voor de Nota van Uitgangspunten, aangezien betaalbare huurwoningen en wachtlijsten daar geen onderdeel van uitmaken. In 2018 heeft Casade bekend gemaakt dat zes flats in Bloemenoord gesloopt gaan worden. Het slopen van 240 woningen en het terugbouwen van 250 woningen is een grote ontwikkeling met een forse impact voor bewoners. Voor hen betekende het besluit immers dat zij (tijdelijk) ergens anders moesten gaan wonen. Mede door in fases te werken, is er de mogelijkheid gecreëerd voor bewoners om tijdelijk naar een andere fase van het project te verhuizen en later weer terug te keren naar hun oorspronkelijke straat. Bij de 2e fase is het feitelijke sloopbesluit vervroegd.
Vanaf het moment dat het sloopbesluit is genomen, krijgen mensen voorrang bij het zoeken naar een andere (soms
tijdelijke) woning. De bewoners uit de 2e fase hebben daardoor extra lang de tijd gekregen om te verhuizen en daarmee is ook de druk op de woningmarkt verspreid. Inmiddels is de sloop van de 2e fase bijna in zicht. In de tussentijd zijn ook de woningen aan de Grotestraat opgeleverd, waarmee er nog voor de sloop van de 2e fase extra sociale huurwoningen zijn toegevoegd aan de voorraad. Vraag: Rentepercentages. Voor 2023 stelt u voor om uit te gaan van rentepercentages van 0 tot 1%. Hoe realistisch acht u deze percentages, met de kennis van nu rond de stevige inflatie va vandaag de dag? Antwoord: In de Nota van Uitgangspunten 2023 zijn de renteverwachtingen van medio maart jl. opgenomen, die op basis van onderbouwde marktverwachtingen tot stand zijn gekomen. Juist dit jaar is de Nota van Uitgangspunten al later dan de afgelopen jaren om beter aan te kunnen sluiten op ramingen van het Centraal Planbureau en zo actueel mogelijke andere onderbouwingen van percentages. Dan nog kan het zijn dat vrij kort daarna andere ontwikkelingen volgen; die blijven wij monitoren. Vooralsnog houden we aan de voorgestelde percentages vast. Vraag: Tarieven.
Op basis van welke kostenstijgingen acht u het verantwoord om de gemeentelijke tarieven voor 2023 met 5% te laten stijgen? Antwoord: De verwachting is dat, op basis van ramingen van het Centraal Planbureau, de prijsgevoelige posten in de gemeentebegroting voor 2023 ook structureel met (gemiddeld) 5% zullen gaan stijgen. Gebruikelijk is dat de OZB-stijging daarop aansluit. Vraag: Tarieven. OZB. In een langjarige periode van zeer lage rente en nauwelijks inflatie heeft de raad tot nu toe ingestemd met OZB tarieven die enkel leiden tot een verhoging met de inflatiecorrectie. Voor 2023 sorteert u nu voor op een opbrengststijging met 5%, die onze inwoners mogen opbrengen. Vindt u dat op dit moment nog verdedigbaar, mede gelet op de gestegen prijzen waarmee onze inwoners al te maken krijgen door prijsstijgingen van o.a. boodschappen, energie en brandstoffen? Staat u open voor een matiging van de OZB opbrengsten om daarmee de inwoners te ontzien? Antwoord: We sorteren niet zo zeer voor, maar sluiten aan op de ramingen van het CPB. Daarbij speelt dat structureel ook de prijsgevoelige uitgaven in onze begroting met 5% gaan stijgen. De OZB volgt zoals gebruikelijk deze ontwikkeling. Een matiging in de stijging van de OZB zou betekenen dat er structureel een extra tekort op onze meerjaren begroting ontstaat (1% is ongeveer € 130.000); mede daarom willen wij vasthouden aan ons voorstel.
Vraag: Bestuurlijke ontwikkelingen. Uw college is grotendeels zeer nauw betrokken bij de vorming van een nieuwe coalitie met bijbehorend college. Het raadsvoorstel met nota van uitgangspunten is van 19 april jl, ca 5 weken na de verkiezingen en midden in de coalitiebesprekingen zo ver wij van afstand waar kunnen nemen. Verwacht u nog substantiële wijzigingen in deze nota van uitgangspunten, zo ja, welke kunnen dat zijn? Antwoord: Wij hebben bij het opstellen van de Nota van Uitgangspunten 2023 zo veel mogelijk aangesloten op de recente ramingen van het Centraal Planbureau. Diezelfde ramingen worden ook landelijk gehanteerd bij de Voorjaarsnota en vormen ook de basis voor de ramingen van de algemene uitkering van het gemeentefonds in de komende Meicirculaire 2022. Wij willen op een vast moment uitgaan van de dan bekende gegevens en niet steeds tussentijds op basis van nadere ontwikkelingen (blijven) bijstellen.