CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen en antwoorden SGP

Raadsvergadering 6 april 2023, gemeente WaalwijkBij agendapunt: WMO Beleidsplan 20231.270 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum Raad

Raadsvergadering 6 april 2023

Nr. raadsvoorstel Onderwerp WMO Beleidsplan 2023 Fractie SGP/R. Tiemstra Datum binnenkomst 20-03-2023 vraag Datum 23-03-2023 beantwoording Naam TMAO Portefeuillehouder D. Odabasi team/steller Vragen Vraag: Er komen meer ouderen, die vragen meer zorg en het college wil minder geld aan Wmo uitgeven. Leidt dit niet tot verschraling van zorg aan diegenen die het hard nodig hebben? Antwoord: Het college is voornemens om door de ondersteuning op een andere manier te organiseren de uitgaven te stabiliseren, waarbij de inwoners die zorg/ondersteuning nodig hebben deze toch krijgen. Vraag: Hoe kunt u inzetten op daling van het aantal maatwerkbeschikkingen, terwijl het aantal zorgvragers gaat stijgen? Antwoord: Doordat we een groot deel van de ondersteuning via beschikkingsvrije voorzieningen gaan aanbieden verwachten wij dat het aantal beschikkingen, ondanks een groei in het aantal zorgvragers, daalt. We doen dit door het inzetten van professionals die zonder beschikking te consulteren zijn en door het aanbieden van beschikkingsvrije dagbesteding. Hiermee verwachten wij ook dat deze inzet een preventieve werking gaat hebben, waardoor zwaardere zorg voorkomen of uitgesteld kan worden.

Vraag: Wat verstaat u onder de uitdagingen in het leven? Antwoord: Onder uitdagingen in het leven verstaan we situaties waar we als mens mee te maken kunnen krijgen waar we zelf niet gelijk een oplossing voor hebben. Dan kan er (tijdelijk) ondersteuning nodig zijn. Dit kan gaan over het ontbreken van zingeving, sociale contacten, over ervaren (on)veiligheid, over bestaanszekerheid, etc. Vraag: In hoeverre is het gepast om uit te gaan van je omgeving en met je veerkracht, hoe je met deze uitdagingen om kan gaan? Kan de gemeente zo de problematiek van zich af schuiven? Antwoord: Het is niet de bedoeling om problematiek af te schuiven. Het gaat er om dat we inwoners minder afhankelijk maken van professionele hulpverleners, die tijdelijk in iemands leven zijn. We willen als gemeente faciliteren dat inwoners zelf beter om kunnen gaan met de uitdagingen in het leven en dat ze in hun eigen omgeving mensen hebben die ze daarbij ondersteunen. Dit helpt de inwoner veel duurzamer vooruit. Vraag: Welke rol ziet u voor de kerken in de problematiek rond de uitdagingen in het leven? Antwoord: De kerken hebben binnen bepaalde groeperingen een zeer belangrijke rol in het leven van mensen, bijvoorbeeld als het gaat om zingeving of het versterken van sociale netwerken. We gaan de kerken, de moskeeën en het centrum voor levensvragen

betrekken bij de ondersteuning aan inwoners die vragen hebben op het gebied van zingeving. We vinden het belangrijk dat inwoners de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben en bij voorkeur ondersteuning vanuit de eigen kring. We willen in het belang van inwoners zoveel mogelijk contacten leggen met organisaties die bij kunnen dragen aan het welzijn en de veerkracht van de inwoner. Vraag: Op welke wijze onderhoudt u contacten met de kerkelijke gemeenten binnen onze gemeente in het kader van de Wmo problematiek? Wat kunnen kerken en de gemeente van elkaar leren, wat hebben de kerken en de gemeente elkaar te bieden? Antwoord: Wij hebben contacten met kerken. Bijv. bij de opvang van Oekraïense vluchtelingen hebben de kerken heel nauw samengewerkt en dat kan verder geïntensiveerd wanneer daar behoefte aan is. Als het Wmo-beleid is vastgesteld gaan we de komende maanden in overleg met de kerken, de moskeeën en het centrum voor levensvragen hoe we gezamenlijk meerwaarde kunnen bieden voor onze inwoners. We zullen dit ook doen met andere (maatschappelijke) organisaties, belangengroepen en partijen die bij kunnen dragen aan het versterken van de veerkracht van onze inwoners. Vraag: Het zorggebruik in de meest kwetsbare wijken in Waalwijk is bovengemiddeld. Hoe komt dat? Antwoord: Dit komt doordat inwoners met een hulpvraag veelal gebruik maken van geïndiceerde zorg.

We missen algemene voorzieningen die de sociale basis versterken. Vraag: Waalwijk behoort tot de gemeentes met de laagste sociaaleconomische status van Noord-Brabant. Hoe komt dat? Antwoord: Door een combinatie van verschillende demografische gegevens. Waalwijk is van oudsher een arbeidersstad. Wij hebben veel industrie en relatief veel laagbetaalde arbeidsplaatsen. Daarnaast is het gemiddelde opleidingsniveau van onze inwoners op MBO-niveau. Vraag: Er zijn de afgelopen jaren in Waalwijk een aantal buurtcentra verdwenen. Dit ondanks roepen om behoud van deze voorzieningen, vanwege het belang van sociale cohesie in buurt en wijk. Niet alleen de SGP kwam hier destijds tegen op. Hoe kijkt u hier nu tegenaan? Antwoorden: We waren in de veronderstelling dat zelfredzaamheid voor alle inwoners de oplossing zou zijn, waardoor diverse wijkvoorzieningen zijn verdwenen. Nu zijn we er achter gekomen dat dat niet heeft bijgedragen aan de samenlevingsopbouw en aan samenredzaamheid en onze inwoners afhankelijker heeft gemaakt van (zorg)professionals en van de overheid. Met de koers sociaal domein en met dit plan willen op basis van de nieuwe inzichten de sociale basis versterken. Vraag: Wanneer we kijken naar het beleidsplan op blz. 8 en we lezen wat u schrijft onder "3.2 Stand van zaken gemeente Waalwijk" Dan scoren we op een aantal zeer relevante punten behoorlijk onvoldoende.

Kunnen we de scores omhoog trekken, wat zijn hiervoor de plannen? Antwoord: De plannen worden voorzichtig gemaakt aan de hand van de koers sociaal domein. Het zal tijd en geld kosten om op alle onderdelen verbeteringen te realiseren. We moeten samen met onze inwoners gaan onderzoeken wat helpt. Een belangrijk doel is om zoals

eerder aangegeven de sociale basis te versterken. Door het stimuleren van samenredzaamheid en sociale cohesie. Met de uitgangspunten vanuit positieve gezondheid, verwachten we dat er een beweging gaat ontstaan waarbij inwoners meer vertrouwen gaan krijgen in de overheid en dat we in gezamenlijkheid en gedeelde verantwoordelijkheid met onze inwoners en samenwerkingspartners de maatschappelijke uitdagingen waar we tegen aanlopen op gaan pakken. Dit probleem is te groot, om te denken dat wij dat als gemeente alleen kunnen oplossen. Vraag: Op blz. 11 geeft u aan dat de afgelopen jaren in Waalwijk veel van de algemene voorzieningen zijn wegbezuinigd. Met welke gevoelens en gedachten kijkt u hierop nu terug? Is alles goed gegaan of zijn er fouten gemaakt waarvan u hebt geleerd? Kunt u dat toelichten? Antwoord: We gaan ervan uit dat ook toen de intenties goed waren. In die tijd zijn er op basis van de toen bekende inzichten keuzes gemaakt, waarvan we achteraf kunnen zeggen dat deze niet altijd goed hebben uitgepakt. We willen op basis van de huidige inzichten weer algemene voorzieningen inrichten met als doel preventie, verhogen van de veerkracht van inwoners en samenredzaamheid. Dit deels door middel van individuele ondersteuning, maar ook door groepsaanbod. Vraag: Op blz. 20 geeft u aan dat het aantal mantelzorgers afneemt.

Hebt u een idee hoe dat komt en wat u hier eventueel aan kan doen? Antwoord: Het sociaal cultureel planbureau geeft hiervoor de volgende verklaring: De groep 50-74jarigen biedt relatief vaak mantelzorg. Vaak aan hun ouders en schoonouders. 85plussers ontvangen relatief vaak mantelzorg. De verhouding tussen deze twee leeftijdsgroepen is een indicator (OOSR) voor het aantal potentiële mantelzorgers. Nu zijn er circa 15 personen van 50-74 jaar per 85-plusser, in 2030 is dit gedaald tot 10 personen. Wat we hieraan kunnen doen is een onderdeel van een maatschappelijk debat, waarbij veel meer aspecten meespelen. We hebben straks te maken met minder mensen in de zorg, minder vrijwilligers, minder mantelzorgers. Dat kan niet anders dan dat we onze verwachtingen bij moeten stellen en anders naar zorg en hulpverlening moeten kijken. Dit is een onderwerp waar we de komende periode graag ook met de raad en inwoners over in gesprek willen gaan. Vraag: Is inmiddels bij ieder keukentafelgesprek over Wmo problematiek een clientondersteuner aanwezig? Antwoord: Als de inwoner een cliëntondersteuner wil is er een cliëntondersteuner bij aanwezig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12538803/1