Vragen en antwoorden SGP (3)
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel
Raad A 14 januari 2021 Onderwerp R1.10-21
Raad B Kadernota grootschalig opwek duurzame energie
Fractie SGP/H. van Zelst Datum binnenkomst 12 januari 2021 vraag Datum 14 januari 2021 beantwoording Naam team/steller TREW Portefeuillehouder D. Odabasi Vragen Vraag: Graag ontvang ik van u een kaartje waarop exact aangegeven wordt wat in de kadernota bedoeld wordt met het “zoekgebied”. Antwoord:
Zie Kadernota bladzijde 22. Vraag: Kunt u de raad informeren over de businesscase die ten grondslag ligt aan de plaatsing van 14 windmolens, klopt het dat: Indien er daadwerkelijk 14 windmolens gaan komen dat de Rijksbijdrage dan, in de komende 15 jaar, aan deze windmolens circa € 150.000.000 (150 miljoen) bedragen. Voornoemde 150 miljoen bedoeld is om de onrendabele top die windenergie kent te compenseren, deze Rijksbijdrage volledig naar bijv. Essent, Eneco e.d. vloeien? Antwoord: Er is nog geen businesscase. De SDE bijdrage is bedoeld om de meerkosten op te vangen van duurzame opwek ten opzichte van fossiele opwek. Vraag: De vergoeding aan de grondeigenaren (deels particulieren, deels gemeente, komende 15 jaar) zo’n € 10.000.000 (10 miljoen) bedragen? Dat betekent zo’n € 665.000 per jaar, te verdelen onder de diverse grondeigenaren, dus niet enkel de gemeente Waalwijk, immers niet alle grondposities voor de molens zijn in ons bezit. Antwoord: Het is correct te veronderstellen dat niet alle grond in het zoekgebied van de gemeente is. Tevens zal een grondvergoeding betaald worden door de exploitant aan de grondeigenaar om een windmolen op zijn grond te mogen exploiteren. Deze bijdrage zal worden opgenomen in de exploitatieopzet van een windmolen. Over de hoogte van een dergelijke vergoeding is nu nog geen zinnig woord te zeggen.
En de vergoeding aan een gebiedsfonds, waar inwoners iets aan hebben, zo’n € 1.900.000 (1,9 miljoen, in de komende 15 jaar) dit zal in een gebiedsfonds komen en besteed kunnen worden bijv. aan het opknappen van centra, investeren in landschap, verenigingsleven of verduurzaming van woningen. Dat betekent zo’n € 125.000 per jaar voor het gebiedsfonds? Antwoord: Een gebiedsfonds is een afspraak die anterieur en vrijwillig wordt afgesloten tussen een projectontwikkelaar en het bevoegd gezag. De bijdrage is veelal gebaseerd op de NWEA bijdrage die door de brancheverenging van windontwikkelaars is opgezet. Normaal bedraagt dit bedrag 50 cent per opgewekte Mega Watt uur per jaar. Afrekening hiervan vindt jaarlijks plaats. De bedragen hier boven genoemd zijn daarom erg arbitrair. Een
gebiedsfond zal in elk geval voor de gehele levensduur van een park worden afgesloten. De besteding van het omgevingsfonds is vaak een afspraak tussen de ontwikkelaar en een lokaal daarvoor aangewezen organisatie, zoals bijvoorbeeld een dorpsraad. De besteding wordt dan jaarlijks in een ledenvergadering voorgelegd. De voorwaarden hiervoor worden ook vastgelegd in statuten. E.e.a. zal plaatsvinden bij een concreet project. De totale investering om de 14 molens te plaatsen is zo’n € 70.000.000 (70 miljoen) Ik ga er in dit voorbeeld vanuit dat de investering door ontwikkelaars gedaan wordt. In het klimaatakkoord is afgesproken dat wordt gestreefd naar 50% lokaal eigendom bij duurzame energieopwekking en dan kunnen de cijfers qua opbrengsten anders komen te liggen. Omwonenden en overheden kunnen mee investeren in voorgaand project en lopen dan risico maar delen ook in de opbrengsten. Vraag: Wat vindt het college van deze verhouding in de verdeling van middelen zoals hiervoor is weergegeven, is dit een juiste verdeling? Antwoord: Bij 50% risicodragend eigenaarschap zal er in uw voorbeeld een investering nodig zijn voor dit aandeel van 10% van het benodigde vermogen. 7 miljoen euro dus. De overige 7 miljoen (10%) maakt in totaal dat het eigen vermogen voor de ontwikkeling op 20% zit. De resterende 80% wordt dan bancair geregeld. Deze werkwijze hebben ontwikkelaars ook.
Wij staan bovenstaande werkwijze voor. Vraag: Vindt u dat dit alles in verhouding staat tot elkaar? En bent u met mij van mening dat dit een juiste voorstelling van zaken is? Antwoord: U stelt vragen alsof wij al een businesscase hebben opgesteld voor het totaal. Dat is niet het geval. Wij kunnen dus ook niet oordelen over de door u voorgestelde verhoudingen, met dien verstande dat we in de Kadernota als uitgangspunt aangeven 50% lokaal eigenaarschap moet ontstaan en dus eventuele revenuen in de dezelfde verhouding lokaal moeten landen.