Vragen en antwoorden SGP
Tekst van het document
Datum Raad
Raad A 14 januari 2021 R1.6-21 Onderwerp SGP
Raad B
Nr. raadsvoorstel Herziening huisvestingsverordening Fractie Datum binnenkomst 12 januari 2021 vraag Datum beantwoording Naam team/steller TMAO Portefeuillehouder E. Daandels Vragen Ik heb een aantal vragen over het raadsvoorstel inzake de Huisvestingsverordening. Ik zou graag zien dat onderstaande tekst volledig op het RIS bij het voorstel wordt gezet dus niet enkel de vragen die ik heb maar ook zeker de inleiding en verdere bijbehorende tekst. Ik stuur deze mail in CC aan de gehele gemeenteraad, zodat dit mogelijk nog meegenomen kan worden in de diverse fractieoverleggen die deze week nog plaatsvinden. Op 21 oktober 2004 stelde de gemeenteraad de instructie op de actieve informatieplicht vast. Daarin zijn een aantal regels opgenomen die in dit voorstel met voeten worden getreden. Het betreft het volgende, in het raadsvoorstel wordt aangegeven dat: 1. Er in augustus en september twee bezwaarschriften in behandeling zijn geweest bij de bezwaarschriftencommissie en daarbij wordt vermeld dat er enkel over de toelichting vragen zijn gesteld, niet over de inhoud van de verordening. 2. We hebben gemerkt dat we dit uitgebreider kunnen onderbouwen. 3. Uit jurisprudentie blijkt dat schaarste onderbouwd moet worden.
Uit het raadsvoorstel blijkt niet dat de gemeenteraad flink op de vingers wordt getikt, door de commissie bezwaarschriften, inzake de vastgestelde en later gewijzigde huisvestingsverordening. Naar mijn mening had op basis van “de instructie op de actieve informatieplicht” de raad binnen twee weken, nadat dit bij het college bekend was, kenbaar gemaakt moeten worden aan de gemeenteraad. Vraag: Bent u dat met mij eens? Zo ja, waarom heeft u dit niet gedaan? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Het is geen vast gebruik om adviezen van de commissie bezwaarschriften standaard aan de raad toe te sturen en de adviezen die u aanhaalt zijn dan ook niet opzettelijk achter gehouden. Gebruikelijk is dat adviezen verstrekt worden, indien daarom verzocht wordt. Dit past ook bij de status van deze adviezen. Een advies van de commissie bezwaarschriften is immers nog niet een besluit op het bezwaar en heeft daarmee niet rechtstreeks juridische gevolgen. Wij zien dan ook geen aanleiding om alle adviezen van de commissie actief met u te gaan delen. De adviezen van de commissie in de zaken die u aanhaalt, treft u bij de beantwoording van deze vragen aan. Vertrouwelijke informatie is hieruit weggelaten. Ten tijde van het schrijven van onderhavig raadsvoorstel waren nog niet beide adviezen bekend.
Op basis van de kennis van nu, ontleent aan eigen ervaringen en aan jurisprudentie, zijn wij tot het voorstel gekomen zoals dat nu voorligt. Er wordt nu een nieuwe/gewijzigde huisvestingsverordening voorgelegd, de informatie van de commissie bezwaarschriften wordt ons onthouden en daarmee ontneemt u ons de kans om goed onderzoek te doen naar de nieuwe huisvestingsverordening.
Immers wij kunnen geen rekening houden met de “opdracht” die in het advies van de commissie bezwaarschriften ligt besloten. Vraag: Bent u dat met mij eens? Zo ja, waarom heeft u deze informatie dan aan ons onthouden? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Zie het antwoord op de vorige vraag. Doordat u verzaakt aan uw actieve informatieplicht te voldoen, laat u ons opnieuw een “rammelende” en “juridisch onhoudbare” huisvestingsverordening vaststellen. Vraag: U bent dat waarschijnlijk niet met mij eens, maar toch de vraag bent u dat met mij eens? Zo ja, waarom geeft u op deze wijze invulling aan de opdracht van de commissie bezwaarschriften? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Zoals bij de eerste vraag toegelicht is het voorstel tot stand gekomen aan de hand van voortschrijdend inzicht, ontleent aan eigen ervaringen en jurisprudentie. Dit leidde tot inzicht welke aanpassingen benodigd zijn. Wachten op het laatste advies van de commissie bezwaarschriften zou betekenen dat een gewijzigde verordening pas later in 2021 voorgelegd kon worden. Dit zou dan gevolgen hebben voor andere lopende dossiers. Dat betekent niet dat gesteld kan worden dat de gewijzigde verordening zoals die nu voorligt rammelt of juridisch onhoudbaar is.
Vraag: En heeft u deze verordening voorgelegd aan de commissie bezwaarschriften ter toetsing? Antwoord: Nee, de commissie bezwaarschriften heeft, evenals rechtbanken, tot doel de rechtmatigheid en rechtsgeldigheid van een verordening te toetsen op het moment dat tegen deze verordening bezwaar en beroep wordt ingesteld. De commissie bezwaarschriften, noch rechtbanken, heeft geen adviserende rol bij het opstellen van regelgeving. De commissie schrijft immers helder voor dat aan artikel 2 niet is voldaan in de huidige huisvestingsverordening en naar mijn mening schiet ook nu de motivering zwaar tekort. De advocatuur zal blij zijn met deze verordening, daar kunnen namelijk dezelfde gevolgen aan verbonden worden als aan de huidige. Er is nog steeds geen onderbouwing zoals gewenst wordt door de commissiebezwaarschriften. Het blijven algemeenheden in de toelichting die u nu opstelde, er wordt verwezen naar algemene cijfers van de NVM naar stijgende inwonersaantallen, opnieuw wordt verwezen naar het rapport van Companen waarvan de commissie stelde dat dit tekort schoot. Ook het rapport van PON voldoet niet aan de eisen om onderdeel te zijn van een deugdelijke motivatie. Vraag: Mijn vraag is dan ook, bent u nu echt van mening dat dit een deugdelijke onderbouwing is? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom komt u dan met dit voorstel? Antwoord:
Ja, wij zijn van mening dat met de uitbreiding van de toelichting bij de verordening en het aanbrengen van een prijsplafond in artikel 2, wordt voldaan aan de eisen die door de wetgever en de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State worden gesteld. De bezwaarmaker in voornoemde kwestie is van mening dat: “De Huisvestingsverordening Waalwijk 2018-2021 is onverbindend aangezien de Raad van Waalwijk bij de vaststelling daarvan onvoldoende heeft gemotiveerd waarom daarvoor een noodzaak aanwezig is. Het verzoek om vergunning had buiten behandeling moeten worden gelaten.” In de conclusie besloot de commissie tot het laatste. Het bezwaar werd gegrond verklaard en de commissie komt tot het oordeel dat zij adviseert om het bestreden besluit te herroepen en in plaats daarvan de aanvraag om een omzettingsvergunning van bezwaarmaker, voor het omzetten van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte op het adres….. te Waalwijk, buiten behandeling te stellen. En kende bezwaarmaker een tegemoetkoming in de proceskosten toe van € 1.050. Vraag: Onze fractie heeft eerder kritiek gegeven op de vastgestelde huisvestingsverordening, bent u het met mij eens dat deze procedure voorkomen had kunnen worden als we destijds een deugdelijke verordening hadden vastgesteld? Antwoord: Nee, die mening delen wij niet. De verordening is in 2018 opgesteld met de kennis en gegevens van destijds.
De voorgestelde gewijzigde verordening en bijbehorende toelichting zijn het resultaat van voortschrijdend inzicht, ontwikkelingen in de rechtspraak, maar ook ontwikkelingen op de Waalwijkse woningmarkt en is om die reden aangepast. Vraag: Bent u het met mij eens dat deze juridische kosten en deze procedure voor deze burger voorkomen had kunnen worden indien er een deugdelijke huisvestingsverordening was vastgesteld? Antwoord: Nee, die mening delen wij niet. De commissie is ook van oordeel dat niet vaststaat dat er: 1. sprake was dan wel op korte termijn zou zijn van dusdanige schaarste aan goedkope woonruimte en van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten die noodzaken tot ingrijpen in de woonruimtevoorraad in de gemeente Waalwijk, en 2. dat het vaststellen van de huisvestingsverordening noodzakelijk en geschikt was voor het bestrijden hiervan. Vraag is dan ook of we de huisvestingsverordening wel voor dit doel moeten gebruiken, gezien voorgaand oordeel van de commissie bezwaarschriften. Bij het vaststellen van de Huisvestigingsverordening op 13 september 2018 lag daar een memo onder van de burgemeester, de daarin genoemde redenen staan ook nu niet genoemd in de huisvestingsverordening. De huisvestingsverordening is blijkbaar voor een ander doel bedoeld dan waar de gemeente Waalwijk hem voor wil gebruiken.
Vraag: Naar mijn mening dient het doel, regulering van de woningmarkt, in een bestemmingplan geregeld te worden, bent u dat met mij eens? Zo ja, waarom doet u dat niet? Zo nee,
waarom niet? Antwoord: Nee, dat zijn wij niet met u eens. Regulering op de woningmarkt kan niet enkel in bestemmingsplannen geregeld worden. Daarom biedt de wetgever ook een aantal andere instrumenten die gemeenten in kunnen zetten. Mogelijk is er wel een tekort aan woningen in Waalwijk, maar dat wil nog niet zeggen dat er schaarste is. De commissie bezwaarschriften komt ook tot de conclusie dat er nu en ook op korte termijn nog geen schaarste is die zal leiden tot onevenwichtige en onrechtvaardige effecten die noodzaken tot ingrijpen. Waarom wilt u dan nu opnieuw een “rammelende” huisvestingsverordening vaststellen die opnieuw niet voldoet aan artikel 24 van de huisvestigingswet 2014? Graag een uitgebreide toelichting hierop. Antwoord: Wij zijn het op dit onderdeel niet eens met het advies van de commissie en zijn van mening dat er wel degelijk sprake is van schaarste die onevenwichtige en onrechtvaardige effecten met zich meebrengt. Wij zijn van mening dat de toelichting zoals die is opgenomen bij de verordening voldoende onderbouwing op dit onderdeel bevat. In de afgelopen periode zullen zaken als hiervoor beschreven vaker voorgekomen zijn, daar heb ik de volgende vragen nog bij: Vragen: 1. In hoeveel gevallen is een vergunningaanvraag afgewezen en heeft belanghebbende geen bezwaar gemaakt? 2.
In hoeveel gevallen heeft u een vergunningaanvraag afgewezen, vanaf 13 september 2018 tot op heden op vergelijkbare gronden? En wat doet u daar achteraf mee? Gaat u die aanvragers nog benaderen en rechtzetten wat fout is gegaan? 3. Hoeveel lopende zaken, met vergelijkbare vraagstukken, zijn er nog en hoe gaat u die verder afhandelen? Wilt u dit op een informele manier aanpakken en de gemaakte kosten aan die aanvragers vergoeden? Antwoord: Tot en met 2020 is in vijf gevallen een vergunningaanvraag geweigerd. In vier gevallen was Bibob de aanleiding om de aanvraag te weigeren en in één geval ging het om strijd met het bestemmingsplan. In vier van deze gevallen is er bezwaar gemaakt. Naast de zaken waar u in deze vragen naar verwijst, zijn er nog twee zaken die op dit moment nog bij de rechtbank lopen. Zaken die afgerond zijn, worden niet heropend. Het advies van de commissie bezwaarschriften heeft immers geen algemene strekking, maar heeft betrekking op de zaak die op dat moment voor lag. Antwoorden: Ik weet dat het kort dag is maar pas vandaag kwam mij het advies van de commissie bezwaarschriften onder ogen en ik verzoek u dan ook om voor woensdagmiddag 13 januari 2021 15.00 uur te antwoorden op deze vragen zodat wij de antwoorden nog binnen de fractie kunnen bespreken. Vooralsnog is het voor onze fractie een T-stuk.