CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen en antwoorden SGP (2)

Raadsvergadering 3 februari 2026, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsvisie gemeente Waalwijk834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum binnenkomst vraag Datum raadsvergadering Portefeuillehouder Behandelend team Uiterste afdoeningsdatum

Technische vragen

Datum beantwoording vraag

donderdag 8 januari 2026 donderdag 29 januari 2026 Dhr. A. de Jong OBL 15 januari 2026 12 januari 2026

Omgevingsvisie Inleiding/toelichting Uit de besluitenlijst van het college van 6 januari 2026 blijkt dat er overgegaan wil worden tot een aankoop aan de Eerste Zeine en een extra voorkeursrecht opgelegd moet gaan worden in datzelfde gebied t.b.v. de ontwikkeling van een mobiliteitshub.

Vraag Heeft de raad al een besluit genomen dat op voornoemde plaats een mobiliteitshub moet komen? Antwoord Nee, er is nog geen besluit genomen door de raad over de mobiliteitshub Noorder Parallelweg.

1

De raad heeft wel op 9 oktober 2025 een voorkeursrecht gevestigd op deze locatie met als onderbouwing: de realisatie van ’een ‘Mobiliteitshub en bijbehorende ondersteunende functies’. De raad is hierover geïnformeerd via een ander traject dan het traject van de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie worden enkel ambities omtrent het openbaar vervoer vastgelegd met daarbij als uitwerking de mobiliteitshubs. Nadere uitwerking van deze mobiliteitshubs vindt plaats via aparte trajecten. Op dit moment loopt een tweetal projecten. Het ene project heeft de werknaam ‘mobiliteitshub Noorder Parallelweg’, het andere ‘mobiliteitshub Noorder Allee’.

2

Vraag In de omgevingsvisie wordt gesproken over het ontwikkelen van een mobiliteitshub in het gebied Noorder Parallelweg/ Eerste Zeine, mocht de raad instemmen met de omgevingsvisie, stemmen we dan direct in met deze plannen? Heeft de gemeenteraad na instemming met de omgevingsvisie hier nog iets over te zeggen? Of wordt het dan een collegebevoegdheid om tot verdere ontwikkeling over te gaan? Antwoord In de omgevingsvisie leggen we de ambitie vast om, in de omgevingsvisie globaal aangeduide omgeving, de mobiliteitshub te realiseren. Met het vaststellen van de omgevingsvisie wordt niet ingestemd met de exacte locatie, maar wel met de ambitie dat op de aangegeven locaties de hubs worden beoogd. Het betreft nadrukkelijk globale locaties. Een omgevingsvisie kan geen wijzigingen aanbrengen in een bestemming van een locatie. Ook al is er een ambitie neergelegd, de voor de betreffende locatie(s) geldende regels staan opgenomen in het omgevingsplan. Om een ambitie te realiseren is dus vaak ook nog een omgevingsplanwijziging nodig, hetgeen loopt via een apart spoor met een eigen besluitvormingstraject. De onderzoeken om deze locaties meer concreet te maken, lopen dan ook via een ander traject. Er worden namelijk haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd, die ook nodig zijn voor de bepaling van de exacte locatie.

Daarover wordt u ook via dat spoor geïnformeerd, op een moment waarop er voldoende informatie is om te delen. Zie ook de eerder via een raadsinformatiebrief gedeelde informatie over de Rijksbijdrage voor

mobiliteit en woningbouw. Tot slot vraagt de financiering van de Mobiliteitshubs ook om besluitvorming in de raad. Kortom, op verschillende momenten in het proces richting realisatie van de Mobiliteitshubs wordt de raad geïnformeerd en/of is aparte besluitvorming nodig. De omgevingsvisie legt nu ‘enkel’ de ambitie en de globale locatie vast.

3

Vraag Wat worden de kosten voor deze mobiliteitshub? Hoeveel krediet is nodig voor de ontwikkeling en hoeveel middelen dienen er beschikbaar gesteld te worden voor de uitvoering? Antwoord De beantwoording van deze vraag kan niet via het project van de omgevingsvisie lopen, aangezien de daadwerkelijke realisatie van de mobiliteitshub(s) via een apart spoor gaat, dat buiten de omgevingsvisie om loopt. Ook hier kan worden verwezen naar de RIB over de Rijksbijdrage voor mobiliteit en woningbouw.

Vraag Hoeveel andere projecten worden in de omgevingsvisie genoemd, waar op een soortgelijke wijze invulling aan gegeven wordt als bij de ontwikkeling van voornoemde mobiliteitshub? Antwoord In de omgevingsvisie staan heel veel ambities opgenomen. Het gaat om hoogover ambities, richting 2050: hoe willen we dat gemeente Waalwijk er dan uit ziet.

4

5

De uitwerking vindt plaats via aparte sporen, buiten de omgevingsvisie om. Bij de actualisatie kan worden meegenomen wat in de tussentijd aan ontwikkelingen heeft plaatsgevonden en wat er eventueel moet worden bijgesteld (nieuwe ontwikkellocaties, locaties die afvallen op grond van ontwikkelingen etc.). Het streven is om bij de actualisatie van de omgevingsvisie in 2027 in het uitvoeringshoofdstuk een overzicht op te nemen van de lopende projecten die bijdragen aan de realisatie van de omgevingsvisie. Nu beschikt de gemeente hier nog niet over, maar er wordt aan gewerkt.

Vraag En wat zijn de onderzoeks- en voorbereidingskosten daarvan? Antwoord Omdat niet te zeggen is om hoeveel projecten het gaat, is er ook niets te zeggen over de onderzoeks- en projectkosten. De uitwerking van de omgevingsvisie loopt sowieso niet via het spoor van de omgevingsvisie maar via aparte project- of omgevingsprogramma-en omgevingsplan- trajecten, met per traject een eigen lijn in onderzoeks- en voorbereidingskosten. De beantwoording van deze vraag raakt ook het budgetrecht van de raad. Voor nieuwe projecten moet budget beschikbaar worden gesteld door de raad via een apart spoor. Mochten er projecten zijn die door externe initiatiefnemers worden ingezet, dan zijn er geen kosten voor de gemeente. Mochten die er wel zijn dan worden de kosten verhaald op de initiatiefnemer via een anterieure overeenkomst.

Ingediend door:

Henk van Zelst SGP

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16475549/1