Vragen en antwoorden SGP (2) 2e versie
Tekst van het document
Onderhandse vragen SGP-fractie d.d. 30-12-2020 Kadernota GODE.
Graag uitleg over hoe u tot de conclusie bent gekomen dat de voorkeursvariant een clusteropstelling is. Uit §4.1 van de voorliggende Kadernota: Bij de positionering van windmolens streeft Waalwijk naar een zo beperkt mogelijke inbreuk op de openheid van het landschap. Daarom heeft clustervorming onze voorkeur. Hierdoor wordt de visuele impact op de omgeving namelijk verminderd. De clusters duiden een plek aan en geven deze locatie identiteit. De clusters worden zodanig gekozen dat deze kunnen fungeren als de poorten van de regio. Clustering van windmolens garandeert ook dat de gebieden hiertussen gevrijwaard zijn van windmolens. Hier behouden en ontwikkelen we de landschappelijke kwaliteit en natuurpanorama’s in de grotere natuurgebieden en in de kleinschalige coulisselandschappen, die de recreatieve aantrekkingskracht van de regio vertegenwoordigen. Waalwijk is van mening dat met lijnopstellingen er een onevenredige inbreuk op de openheid van het landschap wordt gepleegd ten opzichte van clusters. Daarmee wordt aangesloten bij hetgeen daarover in het REKS is aangegeven. Wie is Waalwijk in deze, ambtenaren of dagelijks bestuur? Waalwijk is de gemeente Waalwijk, waarbij de raad het hoogste bestuursorgaan is en de Kadernota vaststelt.
En zou het niet beter zijn om deze keuze niet vast te leggen in deze kadernota, maar dit mee te nemen in de NRD en de daaropvolgende vraagstelling in de MER? Hoe kijkt u tegen deze suggestie aan? Er wordt een voorkeur uitgesproken. Indien blijkt dat vanuit de integrale afweging andere opstellingen de voorkeur genieten staan wij daarvoor open. Een MER voor het totale zoekgebied? Dus inclusief Haven 8 Oost? Dit wordt uit de gehele kadernota niet duidelijk. Graag een keiharde toezegging dat voor het hele zoekgebied, dus inclusief Haven 8 Oost en het Ecopark een MER wordt opgesteld. Er wordt in de kadernota (§6.1) onderscheid gemaakt tussen het Ecopark/Haven 8 Oost en het zoekgebied. Voor het Ecopark/Haven 8 Oost geldt: Op dit moment wordt het Ecopark doorontwikkeld met een nieuw zonneveld van Energiecoöperatie LangstraatZon. Met Eneco zal worden gesproken over hun plannen voor vervanging van de bestaande windmolens. Voor het aansluitende gebied Haven 8 Oost wordt een separate nota van uitgangspunten vastgesteld, waarin de ruimtelijke keuzes voor dat gebied worden beschreven. Daarbij gelden de uitgangspunten die in deze kadernota zijn geformuleerd onverkort. De milieuen omgevingseffecten van grootschalige opwek binnen het Ecopark en Haven 8 Oost zullen op projectniveau eveneens worden gewogen in een MER of MERbeoordeling. Voor het zoekgebied geldt:
Om de kaders en uitgangspunten die in deze kadernota zijn vastgesteld op verantwoorde wijze te vertalen naar een concrete invulling van het zoekgebied, is het opstellen van een MER een logische vervolgstap. Dit is namelijk het meest geëigende instrument om alle naar voren gebrachte belangen op transparante wijze te (kunnen) wegen. De eerste stap om tot een MER te komen, is het opstellen van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De NRD vormt de agenda voor het MER, waarin bijvoorbeeld wordt beschreven welke effecten in de MER worden onderzocht (‘reikwijdte’), de manier waarop en met welke diepgang (‘detailniveau’). De NRD voor het zoekgebied wordt zoveel mogelijk in samenspraak met belanghebbenden tot stand gebracht. Daarnaast wordt de Commissie MER in een vroegtijdig stadium om advies gevraagd over het beoordelingskader en de beoordelingssystematiek. Commissie MER, wie neemt daar plaats in? Wie stelt de NRD op? Dit betreft een onafhankelijke instantie. Per adviesverzoek, mede afhankelijk van het onderwerp wordt de commissie samengesteld. De leden van deze commissie zijn onafhankelijk en mogen niet in het gebied wonen. Zie voor achtergrondinformatie www.commissiemer.nl. De NRD wordt namens de gemeente opgesteld. De gemeenteraad is het orgaan dat de NRD uiteindelijk vaststelt.
Waarom niet eerst een plan van aanpak voor de NRD en daarna de kadernota pas vaststellen? En kunt u de toezegging doen dat bij het opstellen van de NRD, inwoners, grondeigenaren en ontwikkelaars betrokken worden? Voor het opstellen van de NRD is het van belang om op voorhand randvoorwaarden en uitgangspunten te hebben over onder meer het zoekgebied. Dus hier graag een Ja of een Nee op de vraag of er voor Haven 8 Oost ook een MER opgesteld gaat worden. Ja, voor het aansluitende gebied Haven 8 Oost wordt een separate nota van uitgangspunten vastgesteld, waarin de ruimtelijke keuzes voor dat gebied worden beschreven. Daarbij gelden de uitgangspunten die in deze kadernota zijn geformuleerd onverkort. De milieu- en omgevingseffecten van grootschalige opwek binnen het Ecopark en Haven 8 Oost zullen op projectniveau eveneens worden gewogen in een MER of MER-beoordeling. De vraag die vervolgens dan wel rijst is waarom een initiafnemer zekerheid moet geven over de aansluiting op het elektriciteitsnetwerk voor 2030 bij het indienen van een initiatief. Dit spreekt elkaar namelijk tegen, Immers als een ontwikkelaar dient aan te tonen dat een aansluiting voor 2030 mogelijk is hoeft er geen overleg plaats te vinden. Andersom als overleg plaatsvindt met Tennet en Enexis dan kun je niet vragen aan een ontwikkelaar om aan te tonen dat een aansluiting voor 2030 mogelijk is.
Bij het indienen van een aanvraag is het zicht op een realiseerbaar project een vereiste. Aansluitbaarheid is een van de cruciale factoren. Als we de doelstelling 2030 willen halen moet het project voor die tijd aangesloten kunnen worden. Als
het project dat niet kan, wordt dit project op de lange baan geschoven voor de periode na 2030 wanneer we als gemeente nog eens 50% lokale energie (stroom) op moeten wekken. Pagina 9 staat dat bij een geïnstalleerd vermogen van 5 MW of meer dit “formeel” een provinciale bevoegdheid is, is deze overgedragen aan de gemeente? Tussen de 5-100 MW geïnstalleerd vermogen wil de provincie vaak de taak aan de gemeente delegeren, mits zij tot realisatie komen. Boven de 100 MW is dit een verantwoordelijkheid van het Rijk. Gebruikelijk is dat de gemeente gemandateerd wordt om concrete projecten zelf in procedure te brengen. Wij voeren hierover rechtstreeks en in REKS-verband overleg over met de provincie. Pagina 9 15% besparing? Hoe gaat u dat realiseren en is dit realistisch nu iedereen minder gas en meer stroom gaat gebruiken? Het is realistisch te veronderstellen dat een substantieel deel van onze woningen voorzien gaan worden van zonnepanelen. Wij zijn dit als een besparing, want minder afname van stroom van het netwerk. Daarnaast zullen apparaten en verlichting steeds zuiniger worden. Activiteiten om de besparing te bereiken zijn in gang gezet, bijvoorbeeld de green deal bedrijventerreinen, opzetten energieloket, dakenstroom Casade. De effecten van de warmtetransitie (minder gas) zijn in § 2.5 benoemd. Pagina 13 daar maakt u de keuze om niet voor autonome groei op te hogen.
Op pagina 14 staat onder 2.4 15% besparen inclusief gasverbruik. En daar staat dat in deze nota alleen focus ligt op elektriciteit, waar wilt u 15% op besparen? In de visie duurzaam Waalwijk wordt een totale besparingsambitie van 15% benoemd. De kadernota ziet alleen op het elektriciteitsdeel. Op uw vorige vraag antwoordden wij al hoe wij die besparing denken te bereiken. Graag de concept-nota Transitievisie Warmte aanleveren als onderdeel bij het nu voorliggende vraagstuk. De nota Transitievisie Warmte wordt in het najaar van 2021 aangeleverd. Op voorhand hebben we een prognose opgenomen in de kadernota van de effecten op het elektriciteitsverbruik. Indien dit bijstelling behoefte zullen wij dat bij de tweejaarlijkse actualisering verwerken. Op pagina 14 staat dat aangenomen mag worden dat dit leidt tot een toename aan elektriciteitsgebruik, hoeveel? Citaat bladzijde 14: De verwachting is dat de (mogelijke) toename in elektriciteitsverbruik – als gevolg van de grootschalige warmtetransitie – vooral na 2030 zal plaatsvinden. De totale toename tot 2050 wordt door het adviesbureau DWA voor de regio geschat op 30%. Tot 2030 zijn er beperkt alternatieve warmtebronnen beschikbaar. De toename tot 2030 wordt daarom vooral gerelateerd aan de individuele inzet per huishouden van alternatieve warmtebronnen die gebruik maken van elektriciteit, zoals warmtepompen. Voor
de toename van de elektriciteitsvraag tot 2030, als gevolg van de warmtetransitie, rekenen we voorlopig met een bandbreedte van 1 tot 10 % van het huidige elektriciteitsverbruik, wat neerkomt op 4.000 tot 36.000 MWh. Volgens de nota 30%, waarom houdt u hier geen rekening mee bij de overige berekeningen? Citaat bladzijde 14: Tot 2030 zijn er beperkt alternatieve warmtebronnen beschikbaar. De toename tot 2030 wordt daarom vooral gerelateerd aan de individuele inzet per huishouden van alternatieve warmtebronnen die gebruik maken van elektriciteit, zoals warmtepompen. Voor de toename van de elektriciteitsvraag tot 2030, als gevolg van de warmtetransitie, rekenen we voorlopig met een bandbreedte van 1 tot 10 % van het huidige elektriciteitsverbruik. Hoeveel windmolens en zonneweides zijn voor deze extra 30% nodig en hoeveel om tot een besparing te komen van 15%? 30% toename zou neerkomen op ca 108.000 MWh. Er is gerekend met 36.000 MWh. Dus een toename van 72.000 MWh. Hetgeen overeenkomt met 6 extra windmolens (bij 3000 vollasturen en 4 MW vermogen) of 72 hectare zonneveld (bij 1000 vollasturen en 1MW/ha vermogen). Bandbreedte 1 tot 10% voor elektriciteitsvraag tot 2030 ivm warmtetransitie, waar baseerde u deze cijfers op? De cijfers zijn gebaseerd op een doorrekening van het adviesbureau DWA en de inzichten over de beschikbare warmtebronnen tot 2030 in Waalwijk.
Pagina 10 daar staat dat deze nota invulling geeft aan de opdracht van de gemeenteraad op 11 april 2019. Hoe wordt daar invulling aan gegeven? Wij geven daar invulling aan door naar de totale opgave te kijken en voor de invulling daarvan meerdere opwekmogelijkheden in de gehele gemeente te beschouwen. Wel stellen dat er invulling wordt gegeven in deze nota (aan het raadsbesluit van 11 april) maar gewoon niets van meegenomen? Graag een uitgebreide toelichting hierop. Zie het vorige antwoord. Pagina 10 proces totstandkoming, daar staat: “alle reacties zijn samengevat in een reactienota” eerder gaf ik al aan dat niet alle zienswijzes meegenomen zijn, wat vindt u daarvan? De reacties, zoals ingeboekt in het gemeentelijke postregistratiesysteem tot en met 7 oktober 2020, zijn opgenomen in de (concept)Reactienota. Kunnen hierdoor later procedurele problemen ontstaan? Nee, tegen de vaststelling van de Kadernota staan geen rechtsmiddelen open.
Pagina 15 tabel 1, ik kan het mis hebben, maar in mijn ogen staan daar de getallen 18.000 en 54.000 in de verkeerde kolom. -54000 laag - 18000 hoog. Naar mijn mening horen die getallen omgedraaid te worden. Wat doet dit met de doorrekening van de navolgende cijfers in de nota? Bij de uiteindelijke berekening scheelt dat 2 windmolens, dus geen 14 stuks maar maximaal 12. Zie tabel 3 op pagina 20. Scenario 1 wordt dan namelijk 140.500 en scenario 2 wordt dan namelijk 98.500. Conclusie in scenario 1 hebben we maar 12 windmolens nodig en bij scenario 2 hebben we 8,5 windmolens nodig (halve zal niet meevallen, maar dat terzijde). Bent u het mij eens dat hier een omissie plaats heeft gevonden? Zo ja, hoe gaat u dat recht zetten. Zo nee, wilt u dat uitleggen? Een lage besparing leidt tot een hoge inschatting van het elektriciteitsverbruik en andersom. Wij zijn van mening dat tabel 1 juist is weergegeven. Pagina 16 staat dat Eneco de vier windmolens wil vervangen door 2 nieuwe modellen, op eerder vragen van onze fractie melde u dat er nog geen afspraken zijn met Eneco.
Wat zijn de huidige afspraken? Wat wil Eneco? Hoe hoog worden de door Eneco gewenste molens, wat wordt de exacte positie van de door Eneco gewenste molens, tenminste wat geven zij als voorkeursplaats aan? 4 molens 13.000 MWh per jaar en nu 2 molens 24.000 MWh per jaar? Daar moet een fors verschil zitten in die molens, graag een uitgebreide toelichting. Er zijn geen afspraken gemaakt met Eneco. Afspraken uit het verleden zijn verlopen. Eneco is een zelfstandig bedrijf dat de wens heeft uitgesproken indien de 4 windmolens op hun technische einde zijn, ze te vervangen. Zij zullen hiervoor te zijner tijd een omgevingsvergunning indienen. Aangezien er maximaal 15 hectare grootschalige zon uitgegeven mag worden, op 2 plaatsen, kan er dan nog maximaal 1 zonneveld van circa 10 hectare, aansluitend aan stedelijk gebied, uitgegeven worden? Zo nee, graag een uitgebreide toelichting wat nog wel of wat niet meer kan. Uitgaande van de tabel op pagina 20 lijkt het erop dat voorgaande 5 hectare zonnevelden niet inbegrepen zijn in de genoemde 15 hectare aan zonnevelden, dat betekend dat we dus al 20 hectare aan zonnevelden krijgen en niet de genoemde 15 hectare. Kunt u dat uitleggen/toelichten? Waalwijk biedt ruimte aan tenminste 2 middelgrote zonnevelden tussen de 2,5 en 10 hectare met een gezamenlijke totale omvang van maximaal 15 hectare.
Dus een veld van 5 ha met een veld van 10 ha is denkbaar, maar ook andere combinaties zijn mogelijk. Daarnaast is aangeven dat we realisatie van 5 hectare zonneveld op niet agrarische gronden (restgronden en verhardingen) denkbaar achten. Pagina 18 Kleine zonnevelden vallen buiten de reikwijdte van deze kadernota, waarom? En waarom vallen kleine windmolens buiten deze kadernota? We hebben bij het opwekken van energie een ondergrens bepaald. Dit om onderscheid te kunnen maken tussen kleine projecten bv gerelateerd aan een
boerenerf en grote energie projecten die door aard en omvang van een hele andere categorie zijn. Vandaar dat de kader nota GROOTSCHALIGE energie heet. Graag deze wettelijke voorwaarden overleggen bij de beantwoording van deze set vragen. De van toepassing zijnde wetgeving (geluid, slagschaduw, externe veiligheid, kunt u allemaal vinden op de website van Kenniscentrum InfoMil. Het betreffen: - Besluit van 14 oktober 2010 tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en het Besluit omgevingsrecht (wijziging milieuregels windturbines); - Activiteitenbesluit. Op pagina 21 staat dat als de opbrengst hoger is op het bestaand Ecopark dan kan de benodigde windenergie, lees aantallen windmolens, bijgesteld worden, geldt dat ook omgekeerd, mocht blijken dat de opbrengst nog lager is dan de laagste planning, worden er dan meer windmolens geplaatst? En zo ja, komt er dan een nieuw inspraak traject? Elke twee jaar wordt de kadernota geëvalueerd parallel aan de REKS. Dit wordt gedaan door te monitoren of de gerealiseerde capaciteit overeenkomt met de verwachte opwek. Zo nodig kan dan bijgestuurd worden om onze ambitie te verwezenlijken, mede in relatie tot de op dat moment voorhanden zijnde (bewezen) technieken.
Eventuele bijstellingen zullen uiteraard gecommuniceerd worden en indien dit landschappelijke, maatschappelijke of economische effecten heeft zal hier ook inspraak over plaatsvinden. Op pagina 25 wordt gesproken over minimale afstanden tussen windmolens, wat zijn die afstanden? Deze afstanden zijn afhankelijk van het type windmolen, de positionering onderling en in relatie tot elkaar in de opstellingsvariant. Er zijn geen standaard afstanden. Zie hiervoor ook de presentatie van donderdagavond d.d. 7 januari 2021 aan de gemeenteraad. Wat zijn de minimale afstanden tussen mogelijke clusters? Indien uit de NRD en plan mer blijkt dat clustergewijze opstelling inderdaad de voorkeur heeft zoals het college voorstelt zal hieruit ook moeten blijken wat acceptabele minimale afstanden zijn tussen de onderlinge opstellingen rekening houdend met een breed pallet aan eisen en voorwaarden (zowel milieutechnisch als landschappelijk). En wilt u die later volzetten zodat er alsnog een lijnopstelling ontstaat, dit richting 2050? Clusters kunnen in principe geen normale lijn opstelling meer vormen. Wat er na 2030 mogelijk is weten we nu nog niet. Dat zal onderzocht moeten worden tegen die tijd.
Waarom komen de in het amendement, februari 2020, genoemde afstanden niet terug in deze kadernota? In principe is het mogelijk om alsnog afstandscriteria toe te voegen aan de (concept)Kadernota. Echter een objectieve argumentatie ontbreekt hiervoor. Zie ook de volgende passage in het raadsvoorstel: Tijdens de inloop- en de informatiebijeenkomsten alsmede in de ingekomen reacties zijn hierover vragen gesteld en opmerkingen geplaatst. De strekking van de vraagstellingen en opmerkingen is in hoofdzaak: waar zijn deze afstanden op gebaseerd? In onze ogen is een dergelijke vaste afstand juridisch en inhoudelijk niet te onderbouwen. Daarom hebben wij ervoor gekozen in de voorliggende Kadernota op voorhand geen afstandscriterium op te nemen. In de MER zal het belang van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat nadrukkelijk worden meegewogen. Gebaseerd op een daadwerkelijke casus en niet op een fictieve afstand, wordt er dan beoordeeld wat een juiste afstand zal zijn tot bebouwing. Het gaat ons inziens om het voorkomen van hinder en niet om op voorhand een bepaalde afstand vast te leggen.
Waarom stellen we hier geen strikte voorwaarden voor op zodat de opbrengsten gegarandeerd in Waalwijk blijven of dat nu in de AR terecht komt of in een duurzaamheidsfonds zoals de SGP voorstaat? De inzet is 50% lokaal eigendom en dat we de definitieve keuze voor de bestemming van de revenuen op planniveau willen beslissen.
Graag helder weergeven wat deze nadeelcompensatie inhoud, wie daarvoor in aanmerking komen en wat de bijbehorende vergoedingen zijn. En waarom stellen we zelf niet de bovenwettelijke nadeelcompensatie vast zodat initiatiefnemers weten waar ze aan toe zijn en ook de inwoners weten wat zij gegarandeerd gaan ontvangen mochten zij in het gebied wonen waar overlast ervaren wordt en er “recht” zou zijn op nadeelcompensatie? De genoemde nadeelcompensatie heeft in eerste instantie betrekking op `planschade` (objectieve waardervemindering onroerend goed door realisatie windturbine(s) of zonnepark. Op voorhand is het niet mogelijk om hiervoor bedragen te benoemen. In de voorliggende Kadernota (bladzijde 26) wordt het voorstel geopperd om een omwonendenregeling in het leven te roepen. Op 7 oktober werden nog een aantal toezeggingen gedaan, ook daarvan is niets verwerkt in deze kadernota en bent u van mening van wel dan graag aangeven waar. Ik noem u: - Uitbreiden passage volksgezondheid, en invulling geven aan dierenwelzijn. (zoals hierboven vermeld) - Uitbreiding financieel kader in Nota. -
Duiden voordeel duurzame energie t.o.v. fossiele brandstoffen.- Betere duiding lijn- clusteropstelling. De Kadernota begint in de inleiding met de zinsnede dat verreweg het grootste deel van de klimaatwetenschappers concludeert dat menselijk handelen, onder meer door het gebruik van fossiele brandstoffen, van invloed is op het opwarmen van de aarde. 192 landen hebben dan ook afgesproken om de opwarming te beperken tot maximaal 2 graden. Deze afspraken zijn vastgesteld in het Klimaatakkoord van Parijs en vervolgens vertaald in nationaal, provinciaal en regionaal beleid en uiteindelijk lokaal beleid van de gemeente Waalwijk. In paragraaf 4.5 wordt aangegeven dat we rekening houden met bekende milieuaspecten, zoals geluid (inclusief laagfrequent geluid), slagschaduw, flora en fauna (inclusief dierenwelzijn), milieuonderzoeken en externe veiligheid. Hierbij worden de hiervoor bestaande wettelijke eisen gevolgd. De toezeggingen zijn dus in onze ogen verwerkt. De ondernemende rol lijkt daarin van groot belang te zijn, kan ik hier de conclusie aan verbinden dat we een eigen energiebedrijf op gaan starten? De vorm en werkwijze waarom een dergelijke activiteit wordt ontwikkeld zal afhangen van de opties die voor de gemeente het voordeligst zijn, en waar de raad voor kiest. Dit lijkt noodzakelijk om over 50% van de opbrengsten te kunnen gaan beschikken, verder uitleggen graag.
Niet duidelijk hoe we de 50% binnen kunnen halen. Mochten de genoemde 14 windmolens geplaatst gaan worden, hoeveel moet de gemeente Waalwijk dan investeren in deze 14 windmolens om 50% van de opbrengsten uit de windmolens binnen te kunnen halen om de AR of een duurzaamheidsfonds mee te vullen? Dit is afhankelijk van de wijze waarop de gemeente kan participeren, in welke fase van het project en welke financiële middelen wij inzetten. We kunnen hier dus niet op voorhand uitspraken over doen. Uitgangspunt bij 50% lokaal eigendom is dat er gemiddeld zo’n 10% van het benodigde kapitaal moet worden verstrekt om de businesscase financieel rond te krijgen voor het lokale deel. 2. Betekent dit dan ook dat we een energiebedrijf op gaan starten? De wijze waarom een en ander georganiseerd wordt hangt af van de voor de gemeente voordeligste optie. Als dat een gemeentelijk energiebedrijf betekent wordt dat onderbouwd voorgelegd en ter besluitvorming aangeboden. Op voorhand worden hierover nog geen uitspraken gedaan. 3. Wat is de verwachte opbrengst uitgedrukt in geld, per jaar, voor de komende 20 jaar, voor de gemeente Waalwijk? O.b.v. de onlangs vastgestelde begroting kwamen we een bedrag tegen van € 500.000 aan winst/opbrengst voor de gemeente Waalwijk dit was gebaseerd op de plaatsing van 3 windmolens. Bent u
van mening dat dit een juist beeld geeft qua opbrengst en wat was de investering die u had moeten doen om deze winst te behalen? Wanneer de gemeente zelf 3 windmolens zouden realiseren op eigen grond, een opbrengst van 5 ton een reële opbrengt is, maar omdat deze opbrengst uit de begroting is gehaald wij niet meer in zijn gegaan op dit scenario en de kadernota daar niets over zegt.
Wanneer de gemeente zelf 3 windmolens zou realiseren op eigen grond, is een opbrengst van 5 ton een reële opbrengt maar omdat deze opbrengst uit de begroting is gehaald wij niet meer in zijn gegaan op dit scenario en de Kadernota daar niets over zegt. Bent u bereidt om deze investeringen te doen? Of kiest u voor lagere opbrengsten en geen risico, waarbij het grootste deel van de winsten naar buiten Waalwijk zal vertrekken. Per project zal er gekeken worden wat de dan geldende casus is, wat de daarbij behorende opbrengsten zijn en hoe deze het best kunnen renderen. Uitgangspunt is dat de lokale gemeenschap maximaal moet kunnen profiteren van de opbrengsten van lokale energie opwekkers. Dit kan op vele manieren. Per project wordt bekeken wat de beste werkwijze is, bovenstaand standpunt als uitgangspunt nemend.