Vragen en antwoorden Samen Waalwijk
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel
Raadsvergadering 9 juni 2022 Onderwerp
Nota van uitgangspunten begroting 2023 gemeente Waalwijk
Fractie Samen Waalwijk/G. Kocken Datum binnenkomst 16 mei 2022 vraag Datum 23 mei 2022 beantwoording Naam team/steller TFIN Portefeuillehouder J. van den Hoven Vragen Vraag: In het voorstel wordt uitgegaan dat de personeelslasten naar aanleiding van de CAO onderhandelingen zullen stijgen met 3 procent. Op dit moment worden verschillende CAO's afgesloten met een hoger percentage. Bij de begroting van Hart van Brabant wordt rekening gehouden met een loonstijging van 4,65 procent. 1. Kunt u dit verschil verklaren? 2. Van welk percentage gaan de gemeenten in Hart van Brabant uit? Antwoord: 1- Het percentage voor de CAO-stijging van 3% is NIET op basis van CAO onderhandelingen; voor de CAO gemeenten 2023 moeten die nog starten. Er is pas net een CAO 2021-2022 afgesloten en de effecten daarvan passen in onze meerjarenbegroting. Voor 2023 is ons percentage gebaseerd op de verwachting van Centraal Planbureau voor 2023, zoals die landelijk ook wordt gehanteerd bij de Voorjaarsnota van het kabinet en de daarop volgende Meicirculaire 2022. Wij sluiten daarom aan op deze gegevens. Hart van Brabant heeft al voordat het Centraal Economisch Plan beschikbaar was de percentages bepaald en daarvoor een heel andere systematiek dan de gemeente Waalwijk gevolgd (is gecheckt bij regio Hart van Brabant). 2- Vraag is uitgezet bij de gemeenten Heusden, Loon op Zand en Tilburg.
Van Heusden en Tilburg nog geen reactie gehad. Loon op Zand wacht op Meicirculaire 2022 en schat nu 3% als een vrij reëel percentage in. Vraag: Onder de toelichting van de personeelslasten wordt aangegeven dat m.b.t. de overige salariscomponenten de kosten voor pensioenen en wachtgelden oud bestuurders, de verplichtingen aan oud-medewerkers en de salariskosten van niet tot de formatie behorende medewerkers zich voor het laatste jaar voordoen en als incidenteel worden beschouwd. 1. Op basis waarvan worden deze kosten incidenteel? 2. Kunt u een totaal overzicht verstrekken van: . De kosten voor pensioenen en wachtgelden van oud bestuurders a. De verplichtingen aan oud medewerkers b. Salariskosten van niet tot de formatie behorende medewerkers? 3. Welke incidentele middelen worden in dat geval aangewend? Antwoord: 1. Steeds wordt specifiek ieder jaar voorafgaand aan de begroting bezien wat de omvang van deze posten is. 2. - Werkelijk in 2021: pensioenen € 176.000, € wachtgelden € 40.000 a. Werkelijk in 2021: Aan wachtgelden. WW- en WAO-uitkeringen samen € 60.000 b. Werkelijk in 2021: Betreft medewerker in algemene dienst € 79.000; daar staan ook even hoge inkomsten uit detachering tegen over.
3. In de begroting wordt van deze posten op basis van realisatie en verwachtingen voor het komend jaar steeds van jaar tot jaar de hoogte van de raming bepaald en verwerkt bij de technische samenstelling van de begroting. Vraag: Onder 4.1 wordt gesteld dat een onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds de raming in de begroting en anderzijds de uiteindelijke verlening van de subsidies. Niet het in de begroting geraamde bedrag is bepalend, maar de subsidieverordening en de met de organisatie gemaakte afspraken zijn leidend. De fractie ziet de praktische kant van dit uitgangspunt. Gezien het budgetrecht van de raad kan het niet zo zijn dat het totaalbedrag aan subsidies wordt overschreden. 1. Bent u het daar mee eens? Antwoord: Ja. Vraag: Aangenomen mag worden dat bij de vaststelling van de begroting de definitieve afspraken met de instellingen vastliggen. Dit geldt met name m.b.t. de budgetsubsidie 1. Is dit de huidige praktijk? Antwoord: Nee, de prestatieafspraken worden definitief gemaakt bij verlening van de subsidie. Gezien het budgetrecht van de raad wordt de verlening pas opgesteld op het moment dat de begroting is vastgesteld door de raad. Uiteraard worden de afspraken wel in de loop van het jaar al besproken en op papier gezet, formeel liggen de uitspraken echter pas vast wanneer de subsidie verleend wordt.
Vraag: Onder 7.3 wordt bij de toelichting uitleg gegeven over de ontwikkeling van het inwonertal en het aantal te verwachten woningen. In de tekst staat dat een inschatting is gemaakt voor 1-1-22. 1. Waarom wordt voor 2023 uitgegaan van de gegevens 1-1-22? Antwoord: Het gaat om ramingen. Op het moment dat de inschatting gemaakt moet worden, zijn er nog geen definitieve cijfers van bijvoorbeeld 1-1-2022 voorhanden. Vraag: Verder valt op dat u op 1-1-23 uitgaat van een daling van 60 woningen. 1. kunt u dit getal verklaren? Al enige tijd is het de ambitie om het aantal woningen een forse impuls te geven. Het aantal te slopen flatwoningen in Groenewoud worden toch gecompenseerd door de oplevering van de flatwoningen in Bloemenoord? Antwoord: In de raming gaan we uit van een stijging van 60 woningen. We hebben de inschatting aan de voorzichtige kant gehouden en daarbij rekening gehouden met de sloop van de 2e fase van de Bloemenoordflats (120 woningen). De oplevering van de eerste fase in Bloemenoord (Salviapark) viel nog net in 2021. Daarmee zie je de compensatie dus niet direct in 2023. Met name als er grotere projecten zijn waarbij sloop of opleveringen in de maanden december of januari valt, is het dan vooraf lastig in te schatten in welk jaar de sloop of
oplevering formeel geregistreerd gaat worden. De melding in de BAG is daarbij leidend. Vraag: In het centrum en op diverse plaatsen zijn tientallen woningen gerealiseerd. 1. Klopt dit cijfer wel? Antwoord: Op het moment van aanleveren van de cijfers waren enkel voorlopige CBS-cijfers bekend tot en met november 2021. Alle cijfers daarna zijn dus een inschatting en inherent daaraan kunnen de cijfers dus later anders uitvallen.