CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen en antwoorden Samen Waalwijk (4)

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle1.567 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum Raad

Raadsvergadering 29 september 2022

Nr. raadsvoorstel

Onderwerp

Vaststelling bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. SprangCapelle

Fractie Samen Waalwijk/G. Kocken Datum binnenkomst 01-09-2022 vraag Datum beantwoording Naam team/steller TREW Portefeuillehouder A. De Jong Vragen De planontwikkeling die nu voorligt is gezien de inhoud van de gesloten overeenkomst een essentieel onderdeel van het onderhandelingsresultaat van de stikstofcompensatie ten behoeve van de insteekhaven. Bij de Nieuwe Vaart is sprake van een lintbebouwing, waarbij aan weerszijde van de weg overwegend agrarische bebouwing is. Op sommige plekken is er- zonder het karakter van het lint geweld aan te doen - ruimte om een aan de omgeving aangepaste bebouwing toe te staan. In die zin bestaat er vanuit ruimtelijke optiek geen problemen tegen het - na sloop- invullen van het gebied met drie (burger)woningen. Anders ligt dit bij de 1e Wittedijk. Deze weg met een smal profiel is aan de zuidzijde een aantal woningen gerealiseerd. Aan de noordzijde is sprake van een open agrarisch landschap dat zeker na sanering van het bedrijf kwalitatief hoogwaardig is te noemen. Die landschappelijke kwaliteit komt ook tot uitdrukking in het vigerende bestemmingsplan Buitengebied, waar een gedeelte van het perceel van de indiener van de zienswijze op de hoek Nieuwe Vaart en 1e Wittedijk een agrarische bestemming heeft. Dat is niet zonder reden en dit accentueert het uitgangspunt dat aan de noordzijde ruimtelijk gezien geen bebouwing wenselijk is.

Het perceel grond gelegen voor de drie woningen aan de Nieuwevaart krijgt de bestemming Natuur. Zo ook de woning en perceel van de initiatiefnemer aan de 1e Wittedijk. Vraag: Kunt u aangeven wat de reden is om dit relatief kleine perceel te bestemmen tot natuur? Antwoord: Dit gebeurt op aanvraag van initiatiefnemer. Vanuit ruimtelijk oogpunt hebben wij dit niet bezwaarlijk geacht, mede gelet op het geldende bestemmingsplan dat aan het perceel de bestemming ‘Agrarisch’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – beslotenheid’ toekent. Gronden met deze aanduiding zijn reeds (mede) bestemd voor ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de landschap-, en natuur- en cultuurhistorische waarden’. Vraag: Wat heeft deze bestemming voor consequenties voor het gebruik en ontwikkelmogelijkheden van de omliggende percelen? Antwoord: Deze bestemming heeft geen consequenties voor het gebruik en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende percelen. Er is geen sprake van natuur met een beschermde status. In het kader van milieuzonering levert het evenmin een beperking op, omdat geen sprake is van een gevoelige functie. Vraag: Is het vanuit een goede ruimtelijke ordening mogelijk om de geprojecteerde woning aan de noordzijde de 1eWittedijk te projecteren op dit perceel? Gezien de bebouwingsituatie aan de Nieuwe Vaart zou dit een logische optie zijn.

Antwoord: Omdat dit niet is aangevraagd, is dit niet onderzocht. Wij kunnen op voorhand dus niet aangeven of dit in het kader van een goede ruimtelijke ordening mogelijk is. Maar wij sluiten dit niet uit. Het perceel ligt, anders dan het perceel aan de noordzijde van de 1 e

Wittedijk, in ieder geval niet binnen de bebouwingsconcentratie Nieuw Vaart en de aanduiding bestaand stedelijk gebied op basis van de provinciale Interim omgevingsverordening. Vraag: Mocht een provinciale regeling hierin niet voorzien, bent u dan bereid -na afstemming met aanvrager en bij weigering - in weerwil van aanvrager- mede gelet op de huidige problematiek over de oplossing van het stikstofvraagstuk hierover in overleg met de provincie te treden om dit alsnog mogelijk te maken? Antwoord: Initiatiefnemer heeft aangeven niet over alternatieve percelen te beschikken gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Een ontwikkeling daarbuiten brengt aanzienlijke meerkosten met zich mee (op grond van de Interim omgevingsverordening moet worden voorzien in een fysieke tegenprestatie, die is gericht op het versterken van omgevingskwaliteit, qua omvang gelijk aan de tegenprestatie voor een ruimte-voorruimtekavel dan wel dient er een ruimte-voor-ruimte certificaat verworven te worden bij de ruimte-voor-ruimtemaatschappij. Een dergelijke titel c.q. een vergelijkbare tegenprestatie bedraagt momenteel € 125.000,- excl BTW)). En dat geldt ook voor het door u bedoelde perceel. Als dit niettemin voor alle partijen een aanvaardbaar alternatief blijkt te zijn, zijn wij bereid een uitgewerkt plan aan de provincie voor te leggen.

Wij zullen echter niet in weerwil van aanvrager een bouwperceel projecteren op diens grond in afwijking van diens aanvraag. De afspraken over de aankoop van stikstof staan hier los van. Vraag: Kunt u bij benadering aangeven wat de waardvermeerdering is van deze percelen als gevolg van deze bestemmingswijzigingen dit mede tegen de achtergrond van de door de gemeente gesloten 'stikstof' overeenkomst? Antwoord: Voor ons heeft een eventuele waardevermeerdering van percelen bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid geen rol gespeeld, omdat sprake is van het opheffen van een milieuhinderlijk bedrijf binnen bestaand stedelijk gebied aan een lint met hoofdzakelijk wonen en incidenteel een bedrijf. Vraag: Vindt u deze wijze van compenseren zich verhoudt met de gedragsregels zoals deze zijn vastgelegd in de Wet Markt en Overheid? Immers boeren die stikstofrechten zouden willen kopen van initiatiefnemer ontbreekt deze mogelijkheid die exclusief is voor de rol van de overheid. M.a.w. Is hier sprake van ongeoorloofde rolvermenging? ( detournement de pouvoir) Antwoord: Het stond initiatiefnemer vrij om diens stikstofruimte aan een andere boer te verkopen, maar dat was nadrukkelijk niet de wens van initiatiefnemer. Verkoop van stikstofrechten was geen voorwaarde om medewerking te verlenen aan de ruimtelijke ontwikkeling.

Initiatiefnemer heeft zich gemeld met diens plan en in de besprekingen daarover is de vraag naar de beschikbare stikstofruimte aan de orde gesteld. Van ongeoorloofde rolvermenging is naar onze mening dan ook geen sprake. Vraag: Vindt u dit chique t.o.v. de belangen van derden? In dit geval de aangrenzende bewoners? Antwoord: Wij begrijpen deze vraag niet in relatie tot de bewoners van aangrenzende percelen. Zover bij ons bekend, hebben zij geen interesse getoond in de aankoop van stikstofruimte. Vraag: Is hier sprake van ongeoorloofde staatssteun? Antwoord: Voor zover al sprake zou zijn van staatssteun, valt het bedrag waarvoor de stikstofruimte is aangekocht ruimschoots onder de reguliere de-minimisverordening.

Vraag: Welke precedentwerking gaat eruit van dit voorstel en bent u bereid aan de raad kaders voor te leggen hoe in voorkomend geval het onderhandelingsrepertoire is bij de opkoop van stikstofruimte. Antwoord: Initiatieven tot het beëindigen van bedrijven en de herontwikkeling van de betreffende locaties willen en moeten wij in alle gevallen steeds op hun ruimtelijke merites toetsen. De onderbouwing van elk initiatief dient te zijn dat wordt voldaan aan ‘een goede ruimtelijke ordening’. Dit zal per geval afgewogen dienen te worden. Een eventuele precedentwerking van het voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle’ zal in onze ogen dan ook beperkt zijn. Op dit moment werkt het Rijk aan een Nationaal Programma Landelijk Gebied en zijn de provincies aan zet om integrale gebiedsprogramma’s op te stellen die op 1 juli 2023 gereed zouden moeten zijn. Stikstofreductie vormt hier een wezenlijk onderdeel van en die opgave ligt dan ook nadrukkelijk bij Rijk en provincie. Er zal dan ook moeten blijken in hoeverre er nog ruimte zal blijven bestaan voor de aankoop van stikstof. Afhankelijk van de uitkomsten van de opgave zullen wij ons beraden op de noodzaak voor het stellen van kaders voor de opkoop van stikstofruimte.

Vraag: Indien er geen sprake was van een overeenkomst, had u dan ook medewerking verleend aan de realisering van een woning aan de noordzijde van de 1e de Witdijk? Antwoord: Ja. De overeenkomst ten aanzien van de aankoop van stikstof staat los van de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de aangevraagde ontwikkeling, waarbij een veehouderij wordt gesaneerd binnen bestaand stedelijk gebied aan een lint met hoofdzakelijk wonen en incidenteel een bedrijf. Vraag: Op basis van welke door de raad vastgestelde kaders had u dit dan gedaan? Antwoord: Wij hadden dat gedaan op basis van het feit dat wij bereid zijn mee te denken met agrariërs die zich bij ons melden, of zij nu komen met een plan om hun bedrijf toekomstbestendig te maken dan wel het bedrijf willen beëindigen, saneren en eventueel een nieuwe ontwikkeling voor ogen hebben. Uiteraard moet de beoogde ontwikkeling te allen tijde passen in de omgeving en voldoen aan de vereisten van een goede ruimtelijke ordening. Uiteindelijk is het aan de raad om in te stemmen met het ruimtelijk plan. Vraag: Indien de planontwikkeling doorgaat, bent u dan bereid om het gedeelte van de tuin van de indiener van de zienswijze, die nu een agrarische bestemming heeft om te zetten naar een woonbestemming? Zo niet, waarom niet? Kleine stukje grond kan immers niet als zodanig worden gebruikt.

Antwoord: Als deze vraag aan de orde wordt gesteld door de indiener van de zienswijze, zullen wij die mogelijkheid uiteraard serieus onderzoeken. Vraag: Wat is de reden dat de woning en bijbehorend erf aan de zuidzijde bestemd wordt voor natuur? Antwoord: Dit gebeurt wederom op aanvraag van initiatiefnemer. Vanuit ruimtelijk oogpunt hebben wij dit niet bezwaarlijk geacht, mede gelet op het geldende bestemmingsplan dat aan het perceel de bestemming ‘Agrarisch’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – beslotenheid’ toekent. Gronden met deze aanduiding zijn reeds mede bestemd voor ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de landschap-, en natuur- en cultuurhistorische waarden’. Vraag: Wat heeft deze bestemming voor consequenties voor de aangrenzende woningen? Antwoord: Deze bestemming heeft geen consequenties voor aangrenzende woningen. Er is geen sprake van natuur met een beschermde status. Bovendien zijn de gronden op basis van

de geldende bestemming Agrarisch met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – beslotenheid’ reeds bestemd voor ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de landschap-, en natuur- en cultuurhistorische waarden’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11829417/1