Vragen en antwoorden Samen Waalwijk (4)
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel
Raadsvergadering 7 maart 2024 Vaststelling Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie inclusief Voorkeursalternatief Samen Waalwijk / G. Kocken
Fractie Datum binnenkomst 22 februari 2024 vraag Datum 1 maart 2024 beantwoording Naam TREW Portefeuillehouder S. Schuijffel team/steller Vragen Naar aanleiding van de beantwoording van de vragen van de SGP en Samen Waalwijk over de consequenties van het ontwerpbesluit windturbines leefomgeving heb de volgende vragen.
In het antwoord op vraag 1 gaat u u nader in op een mogelijke afwijking van de standaardwaarde, waarbij u verwijst naar de Crisis en Herstelwet. Vraag: Per 1 januari is met de invoering van de Omgevingswet de Crisis en Herstel Wet ingetrokken, klopt dat? Antwoord: Dat klopt. Vraag: Zo ja, waarom verwijst u dan in de beantwoording naar de Crisis en Herstelwet? Antwoord: In het antwoord is verwezen naar de Crisis- en Herstelwet, omdat daarin reeds een mogelijkheid was gecreëerd om windturbines te combineren met logistieke bedrijven. Bij experiment kon specifiek voor de risicocontouren van windturbines onderscheid worden gemaakt in kwetsbaarheid van delen van een gebouw in plaats van een gebouw geheel te kwalificeren naar de meest kwetsbare functie. Beperkt kwetsbare delen van een logistiek gebouw waarin weinig personen aanwezig zijn (opslagruimten) konden zodoende binnen de 10-6 risicocontour van windturbines worden gesitueerd, zolang de meest kwetsbare gedeeltes (kantoor met veel personen) er maar buiten vielen. Dit experiment is als regel overgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), door voor windturbines een uitzondering op de hoofdregel voor het plaatsgebonden risico te maken: in plaats van een standaardwaarde van 1 op de 1.000.000 geldt een grenswaarde van 100.000.
In het ontwerp-Besluit windturbines leefomgeving (Bwl) wordt nu voorgesteld een extra drempel op te werpen door deze uitzondering te schrappen. Vraag: Welke wettelijke basis is er dan wel om van de standaardwaarde af te wijken? Antwoord: Het Bkl bepaalt zowel ten aanzien van omgevingsplannen (art. 5.11) als het verlenen van vergunningen (art. 8.12a lid 2 – op basis van Ontwerp Bwl) dat ‘rekening (wordt) gehouden met een standaardwaarde’. Instructieregels van het type 'rekening houden met' geven het bevoegd gezag een zekere mate van beoordelingsvrijheid. Wij mogen bij beperkt kwetsbare gebouwen - al dan niet onder het stellen van nadere voorwaarden - dus afwijken van deze standaardwaarde. Daar moeten we dan wel goede redenen voor hebben en dit goed motiveren.
In antwoord op vraag 4 geeft u aan dat voor de realisering van windturbines het omgevingsplan moet worden aangepast, danwel van het omgevingsplan moet worden afgeweken met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit. Vraag: Gezien de enorme impact van de realisering van de windturbines voor de omgeving is het wenselijk dat procedureel gekozen wordt voor een (wijziging van een) omgevingsplan.Procedureel biedt die procedure immers de meeste mogelijkheden voor participatie. Bent u het hiermee eens? En neemt u in de af te sluiten antieure overkomst deze eis op? Antwoord: De wetgever heeft in de Omgevingswet expliciet de mogelijkheid gecreëerd (of beter: behouden) om voor concrete projecten af te wijken van het omgevingsplan middels het verlenen van een omgevingsvergunning voor een ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (bopa). Hieraan is geen inhoudelijke of procedurele eis verbonden ten aanzien van de mate van impact. In beginsel geldt voor een bopa de reguliere voorbereidingsprocedure. De Omgevingswet bepaalt evenwel dat het bevoegd gezag afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing kan verklaren op de voorbereiding van de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bopa: a. als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, en b.
waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Gelet op het proces met een uitgebreide milieueffectrapportage als basis voor de beleidsvisie grootschalige opwek, achten wij het verantwoord om op voorhand aan te nemen dat aan beide criteria wordt voldaan. Wij zullen daarom de uitgebreide procedure toepassen op een bopa-procedure voor windturbines, wat de procedure vergelijkbaar maakt aan die van de wijziging van het omgevingsplan. Daarnaast valt een bopa-procedure voor windturbines onder het adviesrecht van de raad conform het raadsbesluit van 24 februari 2022. Dit blijkt expliciet uit de artikelsgewijze toelichting onder bijlage 1 bij dit besluit. Uit hetzelfde raadsbesluit volgt dat een aanvraag voor een bopa voor de plaatsing van windturbines daarmee tevens is aangewezen als activiteit waarin participatie van en overleg met derden verplicht is. Verder geeft in u in het antwoord op vraag 4 aan dat in het kader het omgevingsplan sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Vraag: Kunt u dit nader toelichten? En wat betekent dit voor de te plaatsen windturbines als in ieder geval rekening moet worden gehouden met het huidig planologisch kader en de gerechtvaardigde belangen van bedrijven waaraan kavels zijn uitgegeven? Antwoord: De term ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ is in feite de opvolger van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties houdt in dat de activiteiten die op grond van een Bopa of een omgevingsplan kunnen worden verricht zich zodanig tot elkaar verhouden, dat ze elkaar in elk geval niet in de weg zitten. Net als bij de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening dient het bevoegde gezag alle in het geding zijnde belangen ten opzichte van elkaar te wegen. Als kavels reeds zijn uitgegeven, betekent het dat er sprake is van belangen van de betreffende eigenaren/bedrijven. De gebruiksmogelijkheden van deze percelen kunnen dan niet zonder meer worden beperkt, maar zullen moeten worden meegewogen ten opzichte van de belangen om windturbines te plaatsen.
Uw antwoord op vraag 5 roept nog een aantal vragen op: U geeft aan dat locaties op Haven 8 die -vanwege grote risicocontouren eventueel zouden kunnen conflicteren met de uitgifte van bepaalde bedrijfpercelen- eigendom zijn van de gemeente Waalwijk. Vraag: Voor het afwijken van de standaardwaarde is de eigendomssituatie van de gemeente juridisch gezien toch irrelevant? Antwoord: Voor het afwijken van de standaardwaarde is dit inderdaad niet relevant. Het zo nodig maken van keuzes in geval van botsende belangen, is evenwel minder complex als er geen (eigendoms-)belangen van derden in het geding zijn dan wel de gemeente zelf eigenaar van gronden is en een dienovereenkomstig privaatrechtelijk belang heeft. Vraag: Welke nadere keuzes heeft u voor ogen ingeval afwijking niet mogelijk is? Bijv. geen molens of minder uit te geven industrieterrein? Antwoord: Als afwijking van de standaardwaarde niet blijkt te kunnen worden gemotiveerd, zou het inderdaad kunnen dat we voor die keuze worden gesteld. Wij hebben er echter vertrouwen in dat we, al dan niet onder het stellen van nadere voorwaarden, beide functies op een evenwichtige wijze kunnen toewijzen op het industrieterrein. Verder geeft u aan dat sowieso rekening wordt gehouden met meerdere randvoorwaarden voor de uitgifte van nieuwe bedrijfspercelen.
Vraag: Kunt u in de context van onze vragen aangeven welke meerdere randvoorwaarden u voor ogen heeft buiten de door de raad al aangeven voorwaarden in het kader van duurzaamheid? Antwoord: Momenteel wordt onderzocht hoe de thema’s van Brede Welvaart vertaald kunnen worden naar een integraal afwegings- en ontwikkelingskader. Een kader dat helpt om invulling te geven aan het proces dat nodig is voor de uitgifte en selectie van nieuwe bedrijfspercelen en integrale gebiedsontwikkeling. Om u een idee te geven: de in totaal 12 thema’s van Brede Welvaart zijn: arbeid & vrije tijd, cultuur, ecosystemen/ biodiversiteit, gezondheid, materiële welvaart, milieu & klimaat, mobiliteit, onderwijs, sociale samenhang, veiligheid, welbevinden, wonen. Verder verwijs ik u graag naar de raadsinformatieavond op 18 april 2024 waar dit onderwerp geagendeerd staat en we hier verder met u over in gesprek gaan.