Vragen en antwoorden Samen Waalwijk (2)
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel
Raadsvergadering 21 december 2023 Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
Fractie Samen Waalwijk/G. Kocken Datum binnenkomst 7 december 2023 vraag Datum 13 december 2023 beantwoording Naam TREW Portefeuillehouder F. Spierings team/steller Vragen In het begin van dit jaar wordt in de raadsinformatiebrief brief 028-23 de stand van zaken geschetst van de voortgang van de ontwikkeling van de Kerkvaartse haven. Met verwijzing naar de bestuurdersbrief 003-23 wordt daarin melding gemaakt van de vergunning stop van de provincie voor vergunningaanvragen met stikstofeffecten op natura 2000 gebieden. Geconcludeerd werd toen dat voor dit project externe saldering noodzakelijk is en dat om die reden de haalbaarheid van het project onzeker is geworden en on hold wordt gezet. Onderzoek moet aantonen dat er andere mogelijkheden zijn om het plan toch vlot te trekken. Op pagina 29 van het haalbaarheidsonderzoek staat aangegeven dat externe saldering niet noodzakelijk is en interne saldering kan plaatsvinden door een drietal maatregelen. Kort samengevat 1. Het industrieterrein wordt gasloos 2. Er worden walstroomvoorzieningen aangebracht 3. In de aanleg en gebruiksaanwijzing wordt AdBlue gebruikt.
De fractie heeft hierover de volgende vragen: Vraag: De ambitie om gasloos te worden is dit voor het totale industrieterrein of alleen voor het te ontwikkelen industrieterrein? Antwoord: Met maatregel 1 wordt bedoeld dat alleen de nieuw te ontwikkelen bedrijfspercelen gasloos worden. Vraag: In hoeverre is het reëel te stellen dat het gehele terrein gasloos wordt tegen de achtergrond van het tekort op het Net? Antwoord: Het is reëel dat er bedrijfsaansluiting kunnen worden gerealiseerd voor deze nieuwe te vestigen bulkbedrijven. Dit is besproken met Enexis. Uiteraard is dit afhankelijk van de concrete energiebehoefte van de toekomstige bedrijven, maar de aansluiting van reguliere gasloze bulkoverslagbedrijven zou mogelijk moeten zijn. Vraag: Mocht de ambitie ook betrekking hebben op het bestaande bedrijventerrein hoe denkt u dit in het kader van dit project te realiseren? Antwoord: Dit is niet aan de orde. Vraag: Denkt u dat deze interne saldering stand zal blijven in het kader van een vergunning procedure? Antwoord: De berekeningen die zijn gemaakt, zijn gebaseerd op de huidige regels voor intern salderen en de meest recente jurisprudentie van de Raad van State daarover. Op basis daarvan menen wij dat de interne saldering stand kan houden. Het blijft echter een onderwerp dat steeds in beweging is.
Zo wordt er naar verwachting in 2024 of 2025 opnieuw een vergunningplicht voor intern salderen ingevoerd. In dat geval zullen wij zo’n vergunning aanvragen op basis van onze berekeningen. Nieuwe uitspraken van de Raad van State of wijzigingen in regelgeving op dit gebied die nu nog niet zijn te voorzien, vormen evenwel een zeker risico.
Uit het voorstel blijkt dat een van de bedrijven is afgehaakt. Het betreffende bedrijf zal indien de plannen zijn gerealiseerd wel gebruik kunnen maken van de haven. Het is niet uitgesloten dat meer bedrijven afhaken, waardoor het draagvlak voor de realiseren van deze plannen in het gedrang komt. Vraag: Hoe schat u dit risico in en wie draait er in dat geval op voor de extra kosten? Antwoord: Eén van de eerste en belangrijkste vervolgstappen is om, nadat de raad positief heeft besloten, de bijdrage van de ondernemers vast te leggen in overeenkomsten. Op deze manier wordt voorkomen dat dit risico gaat optreden. Als hierover geen overeenstemming wordt bereikt met de bedrijven ontstaat er voor deze ontwikkeling een negatief resultaat. Het is dan aan de raad om te besluiten of hij het financiële tekort willen dichten met een gemeentelijke bijdrage. De verbreding van de Kerkvaartse haven gebeurt echter in het belang van de bestaande bedrijven aan de Kerkvaartse haven. Als de raad niet bereid is extra bij te dragen, zal de ontwikkeling niet doorgaan. In dat geval hoeft de gemeente enkel de gemaakte voorbereidingskosten afboeken. Deze worden dan niet terugverdiend met de uitgifte van de bedrijfskavels. Dit gaat tot nu toe om een bedrag van een kleine € 500.000 euro.
Vraag: Op welk moment/ momenten bestaat er voor de raad een mogelijkheid om het project stop te zetten? Antwoord: U hebt deze mogelijkheid bij het voorliggende raadsvoorstel of bij het raadsvoorstel met de exploitatieopzet. Bij het laten vaststellen van de exploitatieopzet zal ook duidelijk welke overeenkomsten zijn gesloten en dus wat de financiële impact voor de gemeente is. De overeenkomsten zelf worden door het college aangegaan. Hoe later in het proces een project wordt stopgezet hoe meer voorbereidingskosten er al zijn gemaakt en moeten worden afgeboekt omdat deze niet meer kunnen worden terugverdiend met de verkoop van de bedrijfspercelen. Ook bij de ruimtelijke besluitvorming heeft de raad de mogelijkheid om niet in te stemmen met de bopa-vergunning c.q. de wijziging van het omgevingsplan. Bij die afweging moet dan wel het belang van de gemaakte privaatrechtelijke afspraken met bedrijven worden betrokken. Vraag: Worden in de af te sluiten contracten daar voldoende waarborgen voor opgenomen? Antwoord: Dat zijn we uiteraard van plan. Er zal een voorbehoud moeten worden gemaakt in de overeenkomsten m.b.t. de goedkeuring van de raad op de exploitatie opzet en waar nodig de planologisch procedure.