Vragen en antwoorden Samen Waalwijk
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel
Raadsvergadering 7 maart 2024 Vaststelling Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie inclusief Voorkeursalternatief Samen Waalwijk / G. Kocken
Fractie Datum binnenkomst 14 februari 2024 vraag Datum beantwoording Naam TREW Portefeuillehouder S. Schuijffel team/steller Vragen Samen Waalwijk heeft, samen met de SGP, op 13 januari 2024 artikel 47 vragen gesteld over consequenties ontwerpbesluit windturbines leefomgeving. Deze vragen zijn op 6 februari 2026 beantwoord. Samen Waalwijk heeft aanvullende vragen bij de beantwoording van deze artikel 47 vragen, welke betrokken worden bij de behandeling van het RV ‘Vaststelling Beleidsvisie Grootschalige Opwerk Duurzame Energie inclusies Voorkeursalternatief’: Bij de beantwoording van vraag 1 geeft u aan dat een deel van de door het Rijk te stellen normen knellend zijn voor de ambities die Waalwijk heeft m.b.t. dete realiseren windturbines.
Bij de beantwoording geeft u twee argumenten waarom de rijksregeling niet passend is. Het eerste argument ontzenuwt de gehele rijksregeling, omdat u een generiek maatregel niet passend vindt gelet op de locatie specifieke omstandigheden. De kern van een generieke maatregel is juist dat die overal van toepassing is. De reactie van de Minister zullen wij op dit punt afwachten. Het tweede argument roept bij ons vragen op. Ten tweede: Wat betreft de aanscherping van de veiligheidsnorm voor beperkt kwetsbare objecten is ons bezwaar dat daarmee windmolens ook extra afstand dienen te houden ten opzichte van bedrijfsgebouwen en overige gebouwen waar doorgaans geen grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn. Met betrekking tot toekomstig uit te geven bedrijvenkavels brengt dat onzes inziens onnodige extra beperkingen met zich mee. U geeft aan dat de windmolens ook extra afstand dienen te houden van bedrijfsgebouwen en overige gebouwen en dat dit met betrekking tot de toekomstige uitgifte van bedrijfskavels onnodige beperkingen met zich meebrengt. Vraag 1: Kunt u aangeven welke onnodige extra beperkingen u voor ogen heeft? Antwoord: De combinatie van met name logistieke bedrijfsgebouwen met windturbines wordt lastiger door de voorgestelde regeling.
In een logistiek gebouw kunnen zowel kwetsbare functies (kantoor met grote aantallen personen) als beperkt kwetsbare functies (bedrijvigheid met weinig personen) aanwezig zijn. Voorheen moest een gebouw volledig als kwetsbaar object worden aangemerkt als er kwetsbare functies waren gevestigd. De regeling onder de Omgevingswet gaat uit van de specifieke functies: delen van een gebouw kunnen kwetsbaar zijn. Dit biedt de mogelijkheid om logistieke gebouwen zo te situeren ten opzichte van windturbines dat kwetsbare functies buiten de relevante veiligheidscontour vallen en beperkt kwetsbare erin.
De voorgestelde regeling lijkt deze mogelijkheid terug te draaien. Het komt er dan kort gezegd op neer dat de veiligheidscontour waarbuiten bijvoorbeeld logistieke gebouwen moeten worden gesitueerd, groter wordt. Van een standaardwaarde kan worden afgeweken, maar dit moet door het bevoegd gezag wel kunnen worden gemotiveerd. In onze ogen is dit een onnodige extra beperking, temeer nu de Crisis- en herstelwet de beschreven mogelijkheid van combinatie logistiek met windturbines juist als experiment heeft gecreëerd. Vraag 2: Als de normen van kracht worden wat betekent dit voor de uitgifte van de bedrijfskavels op Haven 8? Antwoord: Als blijkt dat wij gemotiveerd kunnen afwijken van de standaardwaarde mogelijk weinig tot niets. Blijkt dat niet het geval, dan zal voor bepaalde bedrijfspercelen een groter beperkingengebied gelden waar een bedrijfsgebouw met weinig personen kan worden geplaatst. Vraag 3: Stel dat de Rijks normen van kracht worden wat betekent dit voor het recent door de raad vastgestelde bestemmingsplan voor haven 8 in relatie tot de te plaatsen windmolens? Antwoord: Het vaststellen van de Rijks normen op zichzelf heeft geen gevolgen voor het bestemmingsplan; dit blijft als onderdeel van het tijdelijk omgevingsplan van kracht.
Bij ruimtelijke besluitvorming over de plaatsing van windturbines op Haven 8 moet in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties de combinatie van beide ontwikkeling worden gemotiveerd. Vraag 4: Indien u voor de realisering van de windturbines een bestemmingsplanprocedure moet volgen, in hoeverre dient u dan met deze ontwikkeling rekening te houden Antwoord: Voor de realisering van windturbines zal het omgevingsplan moeten worden gewijzigd dan wel van het omgevingsplan moeten worden afgeweken met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa). In beide gevallen moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betekent dat de gevolgen voor de fysieke leefomgeving van de ontwikkeling van windturbines in combinatie met het huidige planologische kader voor Haven 8 moet worden gemotiveerd. Bijvoorbeeld door af te wijken van de standaardwaarde, zoals eerder aangegeven in antwoord op vraag 1.. Vraag 5: Stel dat de rijksregeling van kracht wordt en de normen te knellend zijn voor de uitgifte van bedrijfsterrein is het dan niet wenselijk om de beslissing op de zienswijze af te wachten? Antwoord: De beleidsvisie wijst nog slechts plaatsingszones aan op basis waarvan aanvragen kunnen worden ingediend voor concrete projecten.
Zowel de locaties voor windturbines als die van de bedrijfspercelen op Haven 8 waarvoor de windturbines mogelijk een extra beperking zouden kunnen meebrengen, zijn in eigendom van de gemeente Waalwijk. Blijft de voorgestelde rijksregeling onveranderd, dan zal voorafgaand aan verdere planologische besluitvorming moeten worden bezien of afwijking van de standaardwaarde kan worden gemotiveerd dan wel of er nadere keuzes moeten worden gemaakt. Overigens houden wij sowieso rekening met meerdere randvoorwaarden voor de uitgifte van nieuwe bedrijfspercelen.