Vragen en antwoorden LokaalBelang
Tekst van het document
Datum Raad
Raad A Raad B 27 mei 2021 Onderwerp Beleidskader inburgering R5.6-21 LokaalBelang/Will Lodenstijn
Nr. raadsvoorstel Fractie Datum binnenkomst 10 mei 2021 vraag Datum 19 mei 2021 beantwoording Naam team/steller TMAO Portefeuillehouder Odabasi Vragen Vragen: We kunnen uit de stukken niet opmaken of VluchtelingenWerk bij het opmaken van de beleidsnotitie is betrokken. a. Is VluchtingenWerk (gezien hun expertise) bij het opstellen van de beleidsnotitie betrokken? b. Zo neen, waarom niet? c. Hoe kijkt VluchtelingenWerk naar deze (nieuwe) beleidskaders? d. Welke toegevoegde waarde ziet u voor VluchtingenWerk na 1 jan 2022 nog weggelegd? Antwoorden: Het beleidskader is gestoeld op de ervaringen die we de afgelopen jaren met onder andere Vluchtelingenwerk en Baanbrekers hebben opgedaan. In het beginstadium hebben we vluchtelingenwerk hier niet expliciet over gesproken omdat het in het beleidskader gaat om de hoofdlijnen en de visie vanuit de gemeente Waalwijk. In een later stadium, reeds in april, is wel met Vluchtelingenwerk gesproken. Zij gaven destijds aan positief tegenover de brede oriëntatie en intake te staan en geven aan op meerdere fronten een rol te willen/kunnen vervullen. In de uitwerking van het beleidskader gaan we in werkgroepen projecten ontwikkelen, Vluchtelingenwerk zal in een dergelijke werkgroep participeren. Voor Vluchtelingenwerk zien we na 1 januari 2022 een tweetal rollen weggelegd.
Allereerst de uitvoering van de maatschappelijke begeleiding in samenwerking met Baanbrekers. Hoe deze rol er uit zou moeten zien is nog niet bekend, hierover zijn we met elkaar in gesprek. Ten tweede kan Vluchtelingenwerk een rol spelen bij de invulling van de brede intake en oriëntatie, bijvoorbeeld bij het financieel ontzorgen. Dit moet echter nog handen en voeten krijgen. We nodigen Vluchtelingenwerk daarom uit om dit samen met ons te ontwikkelen. Hierover zijn we met elkaar in gesprek. Vraag: In het hoofdstuk ‘Ervaringen’ worden drie trajecten beschreven. Waaronder het tweede traject ‘Activeringstrajecten’. Wordt dit traject ook door Baanbrekers uitgevoerd? Waarom is alleen Baanbrekers betrokken bij deze trajecten? Antwoord: De activeringstrajecten worden op dit moment door Baanbrekers en verschillende organisaties in het maatschappelijk veld vormgegeven. Zij pakken deelnemers gezamenlijk op om te komen tot een vorm van activering. Baanbrekers is dus niet de enige partij die betrokken is bij deze trajecten. De activeringstrajecten zijn er om zoveel mogelijk te werken in de geest van de nieuwe Wet. Bij de uitwerking van de beleidskaders en met het oog op de implementatie van de nieuwe Wet inburgering 2022 willen we de zogenaamde “Z-route” nog meer integraal vormgeven.
Dit doen we door het maatschappelijke veld te betrekken (ContourdeTwern, verenigingen, organisaties etc.) maar ook door aan te sluiten bij projecten vanuit de gemeente. Zoals bijvoorbeeld maatschappelijke activering en GO Waalwijk. Dit zal samen met Baanbrekers de komende periode verder worden uitgewerkt.
Vraag: Daarnaast wordt er in het beleidskader gesproken over inkoop. Waar gaat de gemeente dit inkopen? Is dit een stap die later in het traject gesteld gaan worden? Antwoord: Om de inburgering vorm te geven zal een inkoopproces moeten worden vormgegeven voor de inkoop van taalonderwijs. We doen dit door middel van een inkoop/aanbesteding omdat dit wettelijk verplicht is. Een dergelijke opdracht heeft een waarde die ruim boven de €25.000 euro uit komt, hierdoor zijn we aanbesteding plichtig. Deze stap geven we op dit moment, samen met Heusden en Loon op Zand, vorm en inhoud. Samen met de afdeling inkoop werken we aan een inkoopstrategie om op korte termijn met een taalaanbieder de projecten verder te ontwikkelen. Deze Europese aanbesteding zal door de drie gemeenten gezamenlijk worden uitgezet. Het gaat hierbij om een Europese aanbesteding omdat de waarde van de opdracht voor de komende jaren boven de grens van €725.000 uit zal komen. We zijn daarom verplicht om dit Europees aan te besteden. Om hiertoe te komen hebben we recent (januari 2021) met een aantal taalaanbieders gesproken. Binnenkort zullen we deze stappen gaan zetten en gaan we de aanbesteding publiceren. Vraag: In het beschrijven van de uitstroom van de statushouders heeft de gemeente een uitstroom percentage beschreven. Zij geven aan dat dit niet voldoet aan de verwachtingen vanuit de minister.
Wat gaat de gemeente doen om een verschuiving van uitstroom te realiseren? Antwoord: In het beleidskader noemen we andere percentages omdat wij, met onze huidige ervaringen, verwachten dat de percentages van de minister niet realistisch zijn. Desondanks zetten we ons uiteraard in om zoveel mogelijk statushouders te bemiddelen naar betaald werk. Om een verschuiving van uitstroom te realiseren zetten we in op kansen en mogelijkheden van de statushouder zelf. Door bij de brede oriëntatie en intake de tijd te nemen, geven we de statushouder de ruimte om zich te ontwikkelen en te oriënteren. Hierdoor zijn we in staat een beter vervolgaanbod te doen, dit doen we in samenspraak met de statushouder. We willen hierin niet met de voorgestelde routes werken (zoals in de Wet benoemd), maar met uitstroomprofielen. Daarmee streven we naar de hoogst haalbare resultaten en passen we de weg daar naartoe zo goed mogelijk aan op de statushouder. Hierdoor stellen we de statushouder in staat om, samen met ons, te werken aan het beste resultaat. Vraag: Hoe kan de gemeente de statushouders verder begeleiden (mogelijk na de drie jaar) om ervoor te zorgen dat ze uit de Z-route kunnen komen om in de B1-route te kunnen doorstromen.
Of mogen we dit niet verwachten van de begeleiding van de gemeente of de ontwikkelmogelijkheden van de statushouders? Antwoord: Ondanks dat we streven naar het hoogst haalbare, zal niet iedere statushouder bemiddeld kunnen worden naar werk. Vrijwilligerswerk kan dan het hoogst haalbare zijn. Soms kan vrijwilligerswerk ook een opstapje zijn naar een werkervaringsplek en vervolgens naar een baan in loondienst. Van de gemeente kan worden verwacht dat we streven naar het hoogst haalbare en dat we bij de weg ernaartoe zo goed mogelijk maatwerk toepassen. Dit doen we door te werken met uitstroomprofielen en de tijd te nemen voor de intake. Een statushouder heeft een termijn van maximaal drie jaar om aan de inburgeringsplicht te voldoen, dit is dan ook de termijn die de gemeente in het kader van de Wet inburgering kan gebruiken om de statushouder te bemiddelen en
ondersteunen naar het hoogst haalbare. Na de inburgering (drie jaar) kan er ondersteuning worden geboden vanuit de Participatiewet indien er nog geen betaalde arbeid is gerealiseerd terwijl dit wel mogelijk is. Vraag: Er wordt heel erg gekeken naar het inrichten van het leer- en integreer traject + het monitoren daarop vanuit een dashboard. Wat echter voor de lerende zelf heel prettig kan zijn, is dat hij met een concreet einddoel voor ogen aan zijn/haar ontwikkeling kan werken, de eigen voortgang in de gaten kan houden, zich hieraan op kan trekken en kan beïnvloeden. Denk aan het kind met stickers in zijn schrift, de medewerker die meer bevoegdheden of een hoger salaris krijgt, of de speler van een game waarbij je telkens weer een nieuw level bereikt waar je mee kunt ‘pronken’. Stimulatie en Motivatie. Voor ons zou een bepaalde manier van “beloning” een heel waardevolle en effectieve toevoeging kunnen zijn gedurende een traject van 3 jaar of zoveel korter. Hoe kijkt U hier tegen aan? Antwoord: Allereerst het bijhouden van de eigen voortgang en het stellen van een concreet einddoel. Beide onderdelen hebben we onder gebracht in he Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) Hierin worden doelen gesteld en wordt de manier van voortgang, samen met de statushouder, bepaald en opgeschreven.
Op deze manier stellen we een duidelijk einddoel en monitoren we door middel van (persoonlijke) gesprekken de voortgang. Deze voortgangsgesprekken hebben naast het bijhouden van de voortgang ook als doel om de statushouder te motiveren. In de uitwerking van het beleidskader houden we rekening met vormen van “beloning”. Zo willen we de brede oriëntatie en intake afsluiten met een “ik doe mee” sleutelhanger. Aan de hand van deze sleutelhanger wordt duidelijk hoe de participatie er in Waalwijk uit ziet. Dit doen we nu ook al in de inburgeringstrajecten, we zien dat dit effect heeft. Daarnaast willen we de statushouder zoveel mogelijk successen laten ervaren. Dit doen we door met kleine, maar zichtbare stappen, voortgang te boeken. Een andere vorm van belonen hebben we tot nu toe nog niet aan de orde gesteld, dit nemen we mee in onze gesprekken met Baanbrekers. Vraag: Wat we nog missen in zowel het beleidskaderstuk als bij de evaluatie is de begeleiding voor GGZ problematiek. Dit schiet tekort, momenteel mede veroorzaakt door COVID-19. Maar er wordt nergens beschreven dat dit een aandachtspunt moet zijn en wie dat dan gaat uitvoeren. Dit komt ook in de evaluatie inburgering 2019 terug, pag. 8 het volgende: Er is vaak sprake van multi-problematiek, weinig zelfredzaamheid en veel partijen die goedbedoeld ondersteuning aanbieden.
Echter moeten we toe naar een integrale aanpak, met één regievoerder en een stevige samenwerking. In 2021 zijn we hiermee aan de slag. Vraag. 1.Wie is/gaat hiermee aan de slag? En hoe dan ? 2.Wie is/ wordt dan de regievoerder? 3.Zijn er al resultaten te melden van de integrale aanpak en samenwerking? Antwoord: Het citaat uit de evaluatie inburgering 2019/2020 is gericht op de AMV jongeren in Waalwijk. Als gemeente zijn we hiermee aan de slag in samenwerking met Baanbrekers en Sterkhuis. Wat ons betreft is de gemeente regievoerder als het gaat om de integrale aanpak. Wij zijn aan zet en dienen alle partijen samen te brengen om te komen tot de beste oplossingen. De regievoerders rol houdt voor ons in dat we ruim voor het 18 e
levensjaar contact hebben met de jongere, weten wie hij of zij is, een band opbouwen, een goed beeld hebben van de ondersteuning die hij of zij nodig heeft, frequent contacten heeft met de verschillende partijen/aanbieders en de inzet blijven monitoren. Hiervoor gaan we in 2021 op zoek naar een persoon/partij die deze rol tot uitvoering kan brengen en van papier af kan laten komen. Hierover hebben we reeds het gesprek gehad met Baanbrekers en de rol die zij hierin zouden kunnen vervullen. Van de integrale aanpak zijn tot op heden nog geen resultaten te melden omdat we hier nog niet mee zijn gestart. We voeren momenteel het gesprek met de verschillende partijen, inventariseren de problemen (zoals ook omschreven in de evaluatie) en kijken wat andere gemeenten op dit onderwerp doen. Dit werken we verder uit. Dit moet uiteindelijk resulteren in een integrale aanpak op de AMV jongeren die aansluit bij de nieuwe Wet inburgering 2022. Later in 2021 verwachten we dit te kunnen concretiseren.