Vragen en antwoorden Lokaal Belang
Tekst van het document
Datum Raad
Raadsvergadering 6 april 2023
Nr. raadsvoorstel Onderwerp WMO Beleidsplan 2023 Fractie Lokaal Belang/M. Verhagen Datum binnenkomst 22-03-2023 vraag Datum 24-03-2023 beantwoording Naam TMAO Portefeuillehouder D. Odabasi team/steller Vragen Vraag: Bij kopje 2.4.2. wordt er gesproken over het oprichten van een Quit Community. Welke rol gaat de Gemeente hierbij spelen zowel in oprichting/begeleiding en financiering? Antwoord: De gemeente wil bij de oprichting van een Quiet community een voortrekkersrol spelen. We zijn in overleg met ondernemers of zij bereid zijn om bij te dragen aan de oprichting van de community, het vormen van een bestuur en het aanbieden van “verwennerijen” aan inwoners. Wij vinden het als gemeente belangrijk voor het succes ervan dat de community ondersteund wordt door de ondernemers. Uit de eerste contacten ervaren we een warme belangstelling vanuit de ondernemers. De insteek is dat de gemeente en de ondernemers samen verantwoordelijk worden voor de kosten in de eerste drie jaren. Na de eerste drie jaren is het de bedoeling dat er een zelfstandige organisatie staat. Vraag: Bij kopje 5.2.2.wordt gesteld dat dat welzijnsorganisaties zelf verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het WMO beleid en dat zij zelfstandig functioneren. D.m.v. subsidiebeleid geeft de Gemeente richting aan de uitvoering. In 2026 worden er evaluaties uitgevoerd.
Gaat Gemeente alleen subsidie geven of worden er ook tussentijdse evaluatie uitgevoerd? Antwoord: Wij maken prestatieafspraken met de gesubsidieerde organisaties. Er zijn jaarlijkse gesprekken over de voortgang. Tijdens deze gesprekken monitoren we de voortgang en sturen we daar waar nodig bij. Mochten we tussentijds signalen hebben of ontvangen dat het niet volgens afspraak loopt gaan we eerder met elkaar in gesprek. Vraag: Zo nee, hoe denkt de Gemeente dan te kunnen verantwoorden dat hun gelden op de juiste manier besteed gaan worden. Antwoord: We zorgen dat we de vinger goed aan de pols houden en sturen daar waar nodig. Vraag: Wie houdt hier dan controle op en hoe wordt er dan verantwoording afgelegd? Antwoord: De controle gebeurt door de accounthouder in samenspraak met de portefeuillehouder en het college.