Vragen en antwoorden Lokaal Belang
Tekst van het document
Datum Raad
Raadsvergadering 15 december 2022
Nr. raadsvoorstel Onderwerp Legesverordening 2023 Fractie Lokaal Belang/B. Koptagel Datum binnenkomst 21 november 2022 vraag Datum 28 november 2022 beantwoording Naam TVVB Portefeuillehoude D. Odabasi team/steller r Vragen Vraag: In hoeverre is het efficiënt en loont het de moeite om de deels ‘achterhaalde’ rekensystematiek voor tariefbepaling nu te wijzigen met de wetenschap dat de omgevingswet vrijwel gereed is en onlangs uitstel er zeker gaat komen. Antwoord: Het is niet efficiënt dat de Omgevingswet steeds wordt uitgesteld. Hier hebben wij echter weinig invloed op. En of de Omgevingswet (op afzienbare tijd) er zeker gaat komen is ook nog maar de vraag. Eerder zijn geluiden gehoord dat zelfs een uitstel met 2 jaar tot de mogelijkheden behoort. Het is ook niet rechtmatig om achterhaalde tarieven in rekening te brengen voor gemeentelijke diensten. Om die reden zijn met ervaringen vanuit het verleden en een vernieuwde rekensystematiek nieuwe tarieven bepaald. Met deze vernieuwde rekensystematiek wordt de uitvoeringspraktijk nauwkeuriger benaderd. Vraag: Hoe zeker zijn wij ervan dat de voorgestelde rekensystematiek aan gaat sluiten/gelijk is met de nieuwe verordening omgevingswet. Antwoord: Dat weten we nooit 100% zeker. Elke rekensystematiek is een theoretische benadering van de praktijk.
Vraag: Er ligt een voorstel bij APV om de jaarlijkse en seizoensgebonden standplaats vergunningen te wijzigen van 3 respectievelijk 1 jaar naar 10 jaar. Waar kan ik lezen wat de leges zijn voor bedoelde vergunningen. Worden de kosten hiervoor geïnd voor de gehele looptijd of jaarlijks? Antwoord: De legestarieven voor standplaatsen zijn terug te vinden in Titel III, hoofdstuk 2, artikel 3.2.2. Legeskosten zijn zogenaamde ‘kosten’ voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning. Voor het behandelen van een aanvraag (oa. toetsen, adviseren en het opmaken besluit) maakt het niet uit dat een vergunning voor 1, 3 of 10 jaar wordt verleend. Dat is uiteraard iets anders dan het verschuldigd zijn van kosten voor het innemen van een standplaats. Hoe langer een standplaats wordt ingenomen, hoe meer kosten een vergunninghouder dus betaalt.