Vragen en antwoorden Lokaal Belang
Tekst van het document
Datum binnenkomst vraag Datum raadsvergadering Portefeuillehouder Behandelend team Uiterste afdoeningsdatum
Technische vragen
Datum beantwoording vraag
maandag 5 januari 2026 donderdag 29 januari 2026 Dhr. A. de Jong OBL 12 januari 2026 8 januari 2026
Vaststellen Omgevingsvisie gemeente Waalwijk Inleiding/toelichting
Vraag De mobiliteitsstrategie in de omgevingsvisie richt zich momenteel voornamelijk op de stad Waalwijk, terwijl de dorpskernen zoals Waspik en Sprang-Capelle minder aandacht krijgen. Dit kan ertoe leiden dat bewoners in deze gebieden nog steeds de auto verkiezen boven duurzamere vervoersopties. Het is daarom van belang om het beleid voor duurzame mobiliteit verder uit te werken en hierbij niet alleen naar de stad Waalwijk te kijken, maar ook naar de dorpskernen. Vraag: A. Wat gaat u hier aan doen? B. Welke rol spelen de mobiliteits hubs ten aanzien van de mobiliteit voor de dorpskernen Waspik en Sprang-Capelle?
1
Antwoord We zetten voor de hele gemeente Waalwijk in op een mobiliteitstransitieproces. In de praktijk betekent dit dat we inzetten op het STOMP-principe door het stimuleren van fiets en deelmobiliteit en het streven naar meer en hoogwaardiger openbaar vervoer. Wat er nodig en mogelijk is, is voor Waalwijk anders dan voor Waspik. Voor een kleine kernen als Waspik en het westelijk deel van Sprang-Capelle richten we ons op dit moment met name op het met ov bereikbaar houden van de kern. Voor Waalwijk en het oostelijk deel van Sprang-Capelle zetten we op dit moment in op sneller en hoogfrequenter openbaar vervoer. In de omgevingsvisie geven we aan voor de korte termijn stappen te zetten op de lijn Tilburg – Waalwijk – Den Bosch en voor de langere termijn streven we ook naar een verbinding vanuit Waalwijk richting Oosterhout – Breda. De mobiliteitshub die ter hoogte van de Noorder Allee voorzien is, richt zich met name op gebruikers van het oostelijk deel van Sprang-Capelle en Landgoed Driessen. Deze hub ligt voor hen op fietsafstand. Maar ook voor reizigers uit het westelijk deel van Sprang-Capelle en Waspik kan deze hub interessant zijn, als overstaphalte voor bijvoorbeeld Bravoflex of buslijn 174.
2
Vraag De omgevingsvisie bevat informatie over de nieuwe elektrische insteekhaven. Deze haven zal niet alleen de overslagcapaciteit vergroten, maar ook voorzien in duurzame energie voor het laden van elektrische binnenvaartschepen en elektrische trucks. Vraag: Waarom wordt in de MER onder het hoofdstuk duurzame economie niets gemeld over de voorziene aanleg van de nieuwe insteekhaven en de rol die deze speelt in de verduurzaming van de lokale en regionale economie? Antwoord
De elektrische insteekhaven is in het MER niet expliciet genoemd, maar is meegenomen in de beoordeling van de circulaire economie binnen het onderwerp van bedrijvigheid. Hierover zijn overigens geen opmerkingen gekomen van de Commissie voor de milieueffectrapportage.
3
Vraag Bij monitoring en evaluatie in de MER wordt als aanbeveling periode toetsing en monitoring aangegeven. Vraag: Wat is periodiek? Kwartaal, half jaarlijks of Jaarlijks? Wat is werkbaar voor de ambtelijke organisatie? Antwoord Periodiek wordt gebruikt om te beschrijven dat het MER geregeld herzien moet worden, net zoals de omgevingsvisie zodat het duidelijk is wanneer de gemeente verandert. Hoelang de periode tot herziening is kan verschillen. Het wordt wel aangeraden om de foto van de leefomgeving regelmatig na te kijken en mogelijk aan te passen, zodat het gemakkelijk is om bij te houden hoe de gemeente en haar beleid veranderen en aan welke punten nog gewerkt moet worden. Dit kan helpen voor verschillend beleid. Overigens is in de Omgevingswet niet opgenomen hoe vaak gemonitord moet worden. Dit wordt blijkens de Memorie van Toelichting op de wet aan gemeenten zelf overgelaten. Het lijkt logisch dit gelijk op te laten lopen met de actualisatie van de omgevingsvisie, zodat met de uitkomst rekening kan worden gehouden in de nieuwe versie.
Vraag “Via meetbare indicatoren wordt inzicht verkregen in de voortgang, effectiviteit en actualisatie van het beleid” Voorwaarde is dat de meetbare indicatoren wel in voldoende mate aanwezig zijn.
4
Vraag: voldoet de omgevingsvisie hieraan? Antwoord Deze vraag heeft eigenlijk twee antwoorden: meetbare indicatoren bij de doelen en bij de monitoring. De vast te stellen versie van de omgevingsvisie is de zogenoemde ‘1.0 versie’. Hierin zijn de bestaande kwaliteiten en gewenste doelen kwalitatief beschreven. Dit is net als in verreweg de meeste omgevingsvisies 1.0 in Nederland bewust nog niet kwantitatief gedaan. Gemeenten zijn hier voorzichtig mee omdat het al een hele tour is zo’n eerste versie samen met de samenleving te maken. Verder moet zonneklaar zijn welke gevolgen het noemen van een meetbaar doel heeft. Dit neemt overigens niet weg dat deze omgevingsvisie verder gaat dan de gemiddelde omgevingsvisie in Nederland. Waalwijk heeft veel concreter dan gemiddeld beschreven hoe ambities thematisch en gebiedsgericht moeten worden uitgewerkt. Bovendien is op de omgevingsvisiekaart en de sectorale kaarten ook concreet begrensd waar de ambities gelden. Wel gaat de gemeente richting de 2.0-versie snel aan de slag met het meten – met indicatoren – wat de ontwikkeling is van alle beleidsdoelen. Met andere woorden of de werkelijkheid richting het doel beweegt of er juist vanaf. Het MER biedt op veel onderdelen, maar nog niet alle, een uitstekende basis voor zo’n monitoringssysteem.
Ingediend door:
Ad van Belkom Lokaal Belang