Vragen en antwoorden Lokaal Belang
Tekst van het document
Datum binnenkomst vraag Datum raadsvergadering Portefeuillehouder Behandelend team Uiterste afdoeningsdatum
Technische vragen
Datum beantwoording vraag
28-10-2024 7-11-2024 Dhr. A. de Jong TREW 2-11-2024 29-10-2024
Vaststelling uitgangspunten Landgoed Driessen fase II Inleiding/toelichting Klik om inleiding/toelichting in te voeren
Vraag
1
In uw raadsvoorstel geeft u aan dat er, ten opzichte van de 1.900 woningen heden, nog 400 woningen voor afronding fase 1 + nog 800 tot 1.000 woningen voor fase 2 bijkomen. Tevens geeft u aan dat u niet voornemens bent de ontsluiting te verbeteren, slechts het optimaliseren van de rotonde thv de N261 te ‘onderzoeken’. Lokaal Belang heeft het college reeds eerder bevraagd over een tweede ontsluiting van Landgoed Driessen. Heden ontstaan er namelijk vooral in de ochtendspits files bij de rotondes: - Noorder Allee - Jos van Wijlenstraat - Noorder Allee – De Gaard/ Tilburgseweg - Noorder Allee – N261 Als Landgoed Driessen groeit van huidig 1.900 woningen naar bijna het dubbele aantal woningen (3.300), waarom denkt het college dan te kunnen volstaan met géén extra ontsluiting?
Antwoord Onderzoek heeft uitgewezen dat de wachttijd bij de rotonde Noorder Allee – N261 oploopt naarmate Landgoed Driessen verder ontwikkeld wordt. Geen van de onderzochte scenario’s leidt bij realisatie van fase II tot een doorstroming zonder vertraging. Een extra ontsluiting is ruimtelijk echter lastig realiseerbaar, is kostbaar, is milieuplanologisch vermoedelijk onhaalbaar en/of leidt tot extra verkeer op het lint van Sprang-Capelle. Het college beseft zich dat in het onderzoek uitgegaan is van 700 in plaats van 1.000 woningen. Bovendien is in het eerdere onderzoek nog geen rekening gehouden met een soepele doorgang voor voor snel busvervoer. Nader onderzoek is daarom noodzakelijk. Hierin wordt aanpassing van de bestaande hoofdontsluiting wederom meegenomen. Zoals aangegeven tijdens de raadsbijeenkomst van 29 februari 2024 acht het college een beperkte vertraging aanvaardbaar.
Vraag
2
Op pagina 4 van het Raadsvoorstel staat; ”Als onderzoek uitwijst dat er geen haalbare of betaalbare mogelijkheden zijn om de bestaande hoofdaansluiting op de N261 te optimaliseren, dan zou dit kunnen leiden tot vertraging, zeker als het aantal woningen in fase II groter wordt dan eerder voorzien”. Het raadsvoorstel maakt reeds melding van een groter aantal woningen. Wat houdt dit risico exact in? Vertraagd dan de ontwikkeling van Fase 2 als geheel?
Antwoord Te zijner tijd zal in het kader van de mer-beoordeling inzichtelijk gemaakt moeten worden wat de gevolgen zijn van realisatie van fase II op het milieu. Naast zaken als geluid, luchtkwaliteit en bodem dient daarbij ook aandacht te worden besteed aan het aspect verkeer. Nader onderzoek is daarvoor noodzakelijk. Wij willen niet vooruitlopen op de uitkomst van dit onderzoek en daarmee de mogelijke gevolgen voor fase II.
Vraag Is er een update beschikbaar over het vermelde ‘lopende onderzoek ontsluiting’?
Antwoord
3
Een groter aantal woningen betekent dat de toekomstige verkeersintensiteiten opnieuw berekend moeten worden. Hierover heeft reeds contact plaatsgevonden met een adviesbureau. Wij hebben echter bewust gewacht met het verlenen van de opdracht tot na het vaststellen van de uitgangspunten voor fase II door uw raad. Bovendien is recentelijk een geactualiseerd Brabantbreed verkeersmodel opgeleverd.
Vraag U maakt in het raadsvoorstel melding van het bekende landelijke probleem omtrent netcongestie. Daarbij stelt u voor af te stappen van ‘nul op meter woningen’ (NOM). In uw voorstel gaat u vervolgens verder op andere duurzaamheidsaspecten. In welke zin wordt hiermee het probleem netcongestie voor deze wijk opgelost? Is het college bereid om onderzoek te doen naar de ontwikkeling van innovatieve wijken met een slim energienetwerk ook wel genaamd smart-grid (denk hierbij aan het per wijk opwekken én gebruiken van energie)?
Antwoord
4
De ontwikkeling van smart-grids zou inderdaad bij kunnen dragen aan het beperken of verminderen van de netgcongestie. Op dit moment staat deze techniek echter nog in de kinderschoenen. Risico van hier op inzetten is darmee dat dit ten koste gaat van de snelheid waarmee woningen gebouwd kunnen worden. Bovendien werkt het (naar verwachting) kostenverhogend. Dit staat op gespannen voet met de wens om woningen betaalbaar te houden. Om deze redenen willen wij hier niet op inzetten. Netcongestie kan ook verminderd worden door het gedrag van de bewoners, dit kost (bijna) niets extra en kan veel opleveren. Andere maatregelen die op termijn genomen zouden kunnen worden zijn om laadpalen automatisch te dimmen op het moment dat er veel vraag is of het plaatsen van bidirectionele laadpalen. Bij deze laatste worden batterijen van aangesloten auto’s gebruikt om de onbalans in de dag te verminderen.
Vraag Naast netcongestie is ook de beschikbaarheid van drinkwater een probleem aan het worden. In de uitgangspunten heeft u opgenomen ‘het systeem van infiltreren op eigen terrein’ te hanteren. Bent u bereid om het gebruik van regenwater IN de woning (een systeem wat in Vlaanderen al lang gangbaar is) op te nemen in de nota van Uitgangspunten?
5
Antwoord Infiltratie van hemelwater is vanaf het begin van de ontwikkeling van Landgoed Driessen het uitgangspunt geweest. Dit is nodig om de druk van kwelwater tegen te gaan. Het op grote schaal opvangen van hemelwater en dit gebruiken voor bijvoorbeeld het doorspoelen van het toilet betekent dat hemelwater niet meer infiltreert maar afgevoerd wordt via het vuilwateriool. Dit kan een negatief hydrologisch effect hebben. Wij ontraden dan ook om opvang en hergebruik van hemelwater op te nemen in de uitgangspunten.
Vraag Hoogbouw in Landgoed Driessen Fase 2 zou een mogelijkheid zijn om efficiënt meer woningen te realiseren. Hoe staat het college hier tegenover?
Antwoord
6
In de uitgangspunten zijn bewust geen specifieke woonvormen benoemd. Keuzes hierin worden gemaakt als de uitgangspunten samen met marktpartijen vertaald worden in een concreet stedenbouwkundig plan. Hoogbouw is daarbij op voorhand niet uitgesloten, afhankelijk van de locatie en ruimtelijke inpassing binnen het plan. Nieuwbouw dient op een verantwoorde wijze aan te sluiten bij de bestaande gebouwde omgeving. Daarbij wordt de kanttekening geplaatst dat hoogbouw niet per definitie betekent dat er meer gebouwd kan worden. Hoger bouwen legt namelijk ook een grotere claim op de buitenruimte (bijv. parkeren en grotere afstand tot omringende woningen vanwege bezonning/privacy).
Vraag Heeft er conform planning al een afspraak plaatsgevonden met het planteam/ is de provincie al benaderd (vervolgstap Spoor 4)? Zo ja, wat zijn de uitkomsten?
7
Antwoord Op maandag 21 oktober is gesproken met het planteam. Het betrof een constructief gesprek waarbij geconstateerd werd dat veel van de voor de provincie belangrijke onderwerpen een plek gekregen hebben in de notitie met uitgangspunten. Afgesproken is dat de gemeente de provincie schriftelijk verzoekt om Landgoed Driessen fase II de aanduiding stedelijk gebied te geven, eventueel onder
voorwaarden. Deze brief zal worden verstuurd na vaststelling van de uitgangspunten door uw raad. Verwachting is dat de provincie binnen enkele weken reageert, met dien verstande dat zaken waarvoor een wettelijke termijn geldt voorrang hebben.
Vraag
8
Heeft er conform planning al een afspraak plaatsgevonden met het planteam/ is de provincie al benaderd (vervolgstap Spoor 4)? Zo ja, wat zijn de uitkomsten?
Antwoord Zie antwoord vraag 7
Vraag
9
Heeft er conform planning al een afspraak plaatsgevonden met het planteam/ is de provincie al benaderd (vervolgstap Spoor 4)? Zo ja, wat zijn de uitkomsten?
Antwoord Zie antwoord vraag 7
Vraag Gaan we hier ook een opkoopbescherming inrichten?
Antwoord Landgoed Driessen vallen woningen tot en met een WOZ-waarde van € 355.000,- onder de 10 Inopkoopbescherming. Deze opkoopbescherming geldt ook voor nieuwbouwwoningen, tenzij deze specifiek voor verhuur ontwikkeld worden. Gelet op de huidige eigendomsverhoudingen zal in een later stadium onderzocht moeten worden of het wenselijk en mogelijk is om een antispeculatiebeding en/of een zelfbewoningsplicht op te nemen.
Vraag is kleinschalige detailhandel? Waar zou het moeten komen? Er zitten nu al kappers, praktijken 11 Wat en nagelstudio’s in de wijk, is dat reeds toegestaan?
Antwoord In de uitgangspunten is verwoord dat kleinschalige detailhandel voorstelbaar is. Daarbij wordt verwezen naar wat nu al mogelijk is in fase I op grond van het bestemmingsplan Driessen. Hierin is opgenomen dat detailhandelsvestigingen niet groter mogen zijn dan 250 m2. Voorliggende uitgangspunten kennen een redelijk hoog abstractieniveau. Van een vlekkenplan of nog gedetailleerder - een verkavelingsplan is geen sprake. Daarmee is ook nog geen locatie aangewezen voor eventuele detailhandel. Voor fase I geldt dat vestiging van kappers, nagenstudio’s en andere beroepen aan huis mogelijk is binnen een woonbestemming, met een maximum van 50 m2.
Vraag Zijn er woonwagenplaatsen in LGDFII te realiseren en is het in de bestemming mee te nemen bij de ontwikkeling.
Antwoord
12 In de uitgangspunten worden ouderen, zorgbehoevenden en woonwagenbewoners benoemd als
specifieke aandachtsgroepen. Gelet op het abstracte karakter van de uitgangspunten zijn hier echter geen aantallen of locaties aan verbonden. Keuzes hierin worden gemaakt als de uitgangspunten samen met marktpartijen vertaald worden in een concreet stedenbouwkundig plan. Voor wat betreft woonwagens zijn deze mede afhankelijk van de studie die momenteen gedaan wordt naar locaties voor uitbreiding van het aantal standplaatsen.
Ingediend door:
Jeroen Pulles Lokaal Belang