CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen en antwoorden Lokaal Belang

Raadsvergadering 21 september 2023, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Concept Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie726 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum Raad Nr. raadsvoorstel

Raadsvergadering 21 september 2023 Concept Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie Lokaal Belang/A. van Belkom

Fractie Datum binnenkomst 28 augustus 2023 vraag Datum 31 augustus 2023 beantwoording Naam TREW Portefeuillehouder S. Schuijffel team/steller Vragen Vraag: Basis: In de basis wordt uitgegaan van een inschatting van het verbruik in 2030 van 431.000 MWh (Waalwijkse opgave). Deze inschatting is gemaakt in 2021. 1. Wat is de inschatting van het verbruik in 2030 nu (inschatting 2023)? 2. Wat is de trendverwachting richting 2030 en verder? Antwoord: 1. In ons beleid werken we toe naar het duurzaam opwekken van minimaal 50% van de elektriciteitsbehoefte in 2030. De verwachting is dat de elektriciteitsbehoefte als gevolg van geopolitieke ontwikkelingen en fluctuaties van de energieprijs een versnelling krijgt. Bedrijven en inwoners investeren eerder dan verwacht in de elektrificatie van bedrijfsprocessen en verwarming. Ook zien we een versnelling in de opwek van zonne-energie op daken van woningen en bedrijfsgebouwen en kennen we de uitdagingen van de netbeheerder in relatie tot de balans op het energienetwerk en netcongestie. Later dit jaar gaan we in afstemming met de REKS-regio een geactualiseerde prognose voorleggen met betrekking tot de energiebehoefte tot 2030. 2. Met de hierboven beschreven ontwikkelingen is de verwachting dat het elektriciteitsverbruik de komende jaren gaat toenemen.

Daarnaast is de verwachting dat de opwek met zonnepanelen (meer en efficiëntere panelen) op bijvoorbeeld bedrijfsdaken gaat toenemen. Vraag: Economische haalbaarheid: Binnen de plaatsingsmogelijkheden en de voorwaarden die de beleidsvisie stelt, moeten initiatiefnemers economisch haalbare plannen maken, indienen en realiseren: 1. Wie beoordeelt deze plannen? Antwoord: 1. De ingediende plannen, mits die aan de gestelde voorwaarden van de Beleidsvisie voldoen, worden beoordeeld door een nog samen te stellen ambtelijke selectiecommissie. Uiteindelijk bepaalt het college welke projecten in aanmerking komen voor realisatie. Vraag: Geluidshinder: Op dit moment zijn geen landelijk juridische vastgelegde normen over de hoeveelheid geluid die een windturbine mag produceren. 1. Mochten die tussentijds wel worden vastgesteld (zoals ook bij de afstandsnorm) en mocht deze vervolgens lager/minder zijn dan de nu gehanteerde norm in hoeverre wordt dat nog aangepast en geldig verklaard voor de nu te ontwikkelen projecten? 2. Windmolens moeten beschikken over een geluidsreducerende modus. Wat is het belang hiervan als de landelijk vastgesteld norm nog niet bekend is? 3. Tot welk geluidsniveau moeten ze dan kunnen reduceren?

Antwoord: 1. Indien er landelijke normen worden vastgesteld die strenger zijn dan in de Beleidsvisie opgenomen uitgangspunten dienen deze normen opgevolgd te worden. Indien er landelijke normen worden vastgesteld die minder streng zijn dan gelden de in de beleidsvisie opgenomen normen. 2. In de Beleidsvisie is de geluidsreducerende modus als voorwaarde opgenomen met als doel om het geluidsniveau van een windturbine te verminderen en daarmee de hinder voor de omgeving zo veel mogelijk te beperken. Hiermee anticiperen wij ook op eventuele strengere landelijke normgeving. 3. Zoals beschreven bij 3.3.2 ‘Voorwaarden aan inrichting en vormgeving’ op pagina 23 van de Beleidsvisie is het streven dat de windturbines nergens meer geluid produceren dan 45 decibel aan de gevel van een woning. Vraag: Omgevingsfonds: Op Blz. 32-33 wordt er inzicht gegeven hoe een Stichting de middelen mag beheren binnen de voorwaarden die de Gemeente stelt zoals inwoners helpen met verduurzaming van woningen en overige projecten. Verderop wordt aangegeven dat bestedingsdoelen ook buiten de Gemeente kunnen liggen. Het omgevingsfonds krijgt vrijheid in het bepalen wat het tot de invloedssfeer rekent. 1. Komt dit niet in conflict met elkaar en hoe groot is de vrijheid die het Omgevingsfonds dan krijgt? 2. Is er nog enigszins medezeggenschap vanuit Gemeente? Antwoord: 1.

Vanwege de afstand tussen het voorkeursalternatief en de naburige gemeente(s), is er in de Beleidsvisie opgenomen dat de invloedssfeer van het omgevingsfonds niet beperkt is tot onze eigen gemeente. Momenteel zijn in de Beleidsvisie geen specifieke richtlijnen of afstanden hiervoor opgenomen. Wel is voor windparken een vuistregel van circa 2,5 kilometer benoemd. Het bestuur van het omgevingsfonds heeft de vrijheid om aanvragen te beoordelen en al dan niet te honoreren binnen de randvoorwaarden die bij de start van het fonds door de gemeente zijn bepaald. 2. De besteding van de middelen in het omgevingsfonds wordt bepaald door een op te richten stichting met een onafhankelijk bestuur bestaande uit inwoners van de gemeente Waalwijk. Deze stichting beheert het fonds en kent middelen toe binnen voorwaarden of criteria die de gemeente vaststelt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13084929/1