Vragen en antwoorden Lokaal Belang
Tekst van het document
Datum binnenkomst vraag Datum raadsvergadering Portefeuillehouder Behandelend team Uiterste afdoeningsdatum
Technische vragen
Datum beantwoording vraag
dinsdag 9 juni 2026 donderdag 25 juni 2026 Dhr. T. Klerx OBL Dinsdag 16 juni 2026 10 juni 2026
Vaststellen Nota Grondexploitatie 2026
1
Vraag RV: is het zomaar mogelijk om een perceel te wijzigen van grondexploitatiefase? Is dit bijvoorbeeld toegestaan volgens de Provincie? Antwoord Ja. Het betreft uitsluitend een wijziging van de begrenzing van het grondexploitatiegebied. De wijziging van het grondexploitatiegebied Landgoed Driessen is geborgd middels beslispunt 1 ‘In te stemmen met de inhoudelijke wijzigingen voor Landgoed Driessen, waardoor de grenzen van het exploitatiegebied worden verruimd. De locatie voor het kindcentrum Driessen wordt hiermee toegevoegd aan het grondexploitatiegebied van Landgoed Driessen onttrokken aan de materiele vaste activa’ Dit heeft geen gevolgen voor de bestemming of andere planologische rechten en plichten; daarvoor gelden afzonderlijke procedures. Het aanpassen van de begrenzing van een grondexploitatie is toegestaan binnen de kaders van het BBV. Vanuit de provincie gelden hiervoor geen aanvullende beperkingen.
2
Vraag Bijlage 1: Lijdt het omzetten van het Kindcentrum perceel in de grondexploitatie van fase II naar I tot minder woningen capaciteit in fase II? Antwoord Nee, bij de plannen voor fase II was al rekening gehouden met het kindcentrum.
3
Vraag Bijlage 1: Zijn de overschrijdingen bij Torenstraat/Grotestraat te verhalen op de ontwikkelaars? Antwoord Nee, het betreft hier kosten die niet verhaald kunnen worden conform de eerder gesloten anterieure overeenkomsten.
4
Vraag Bijlage 1: De reserve wordt opgehoogd naar € 7.580.253 — exact het te dekken risico in het basisscenario (1%-afwijkingen, rente 2,25%). De Nota zelf becijfert echter dat bij het worstcase scenario (2%-afwijkingen, rente 3,25%) het te dekken risico oploopt tot € 8.707.587. Kunt u toelichten waarom de omvang van de reserve niet wordt afgestemd op dit hogere risiconiveau en welk restrisico hiermee impliciet wordt geaccepteerd? Antwoord De omvang van de reserve is gebaseerd op het basisscenario, waarin rekening wordt gehouden met een cumulatief effect van 1% kostenstijging, 1% opbrengstendaling én 1% rentestijging. Dit scenario vormt daarmee geen afzonderlijke afwijking op één parameter, maar een combinatie van meerdere ongunstige ontwikkelingen tegelijk. Het in de Nota opgenomen worst-case scenario gaat uit van een verdere verslechtering van deze uitgangspunten (2% kostenstijging, 2% opbrengstendaling en een rentestijging naar 3,25%). Dit scenario dient primair om inzicht te geven in de financiële bandbreedte en de
maximale risico-expositie, maar wordt niet beschouwd als het meest waarschijnlijke scenario waarop de omvang van de reserve moet worden gebaseerd. Bij het bepalen van de benodigde reserve is daarom aangesloten bij het basisscenario. Mocht zich onverhoopt een situatie voordoen die zich ontwikkelt richting het worst-case scenario, dan resteert een aanvullend risico van circa € 1,13 miljoen (€ 8.707.587 minus € 7.580.253). Dit restrisico wordt geaccepteerd, omdat de kans dat alle negatieve ontwikkelingen zich gelijktijdig en in deze omvang voordoen beperkt wordt geacht. Daarnaast wordt de grondexploitatie periodiek geactualiseerd, waardoor tijdig kan worden bijgestuurd en zo nodig aanvullende maatregelen kunnen worden getroffen.
5
Vraag Bijlage 1: De Nota stelt letterlijk dat bij gelijktijdig optreden van directe én indirecte risico's de reserve "dit risico niet kan opvangen". Hoe verhoudt zich die conclusie tot het voorstel om de buffer juist op het basisscenario te zetten? Antwoord De conclusie dat de reserve bij gelijktijdig optreden van directe en indirecte risico's onvoldoende is, geldt zowel voor het basisscenario als voor het worst-case scenario. In geen van beide situaties is de reserve toereikend om alle risico's volledig af te dekken. Er is zoals in de beantwoording van vraag 4 is aangegeven gekozen de reserve te baseren op het basisscenario, omdat dit wordt gezien als het meest realistische risicobeeld. Het worstcase scenario wordt als aanzienlijk minder waarschijnlijk beschouwd.
6
Vraag Bijlage 1: De Nota maakt duidelijk dat alléén De Els en Landgoed Driessen hun risico's niet binnen het eigen resultaat kunnen opvangen, en daarmee de voornaamste druk op de reserve veroorzaken. Welk aandeel van de € 7,58 miljoen is direct toe te rekenen aan deze twee exploitaties afzonderlijk? Antwoord Van de benodigde reserve van € 7.580.253 is € 3.867.179 toe te rekenen aan De Els en € 3.603.151 aan Landgoed Driessen. Deze bedragen bestaan uit zowel de directe (projectspecifieke) risico's, zoals opgenomen in de projectrapportages bij de Nota Grondexploitatie, als de indirecte (markt)risico's.
Ingediend door:
Niels van der Pluijm Lokaal Belang