Vragen en antwoorden GroenLinksaf
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel
Raadsvergadering 3 februari Onderwerp
Financiële situatie Stichting Bergsche Maasveren
Fractie GroenLinksaf/S. Slaats Datum binnenkomst 18 januari 2022 vraag Datum beantwoording Naam team/steller TFIN Portefeuillehouder R. Bakker Vragen Vraag: Betekent een aanpassing van de strategie ook direct een andere inzet van vermogen of wordt voor een geleidelijke strategie gekozen? Antwoord: Het uitgangspunt bij dit voorstel is om een defensieve beleggingsstrategie van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) te hanteren. Een defensieve beleggingsstrategie brengt risico’s met zich mee, zij het in meer beperkte mate dan een offensieve strategie. Het risico is overigens relatief beperkt daar het grootste deel (75%) van de bezittingen wordt belegd in vast renderende waarden en het restant in zakelijke waarden. Vraag: Voor hoelang zou het dan belegd worden? Is dat dan 15 tot 20 jaar? Zoals het nu wordt gezegd. Of voor onbepaalde tijd? Antwoord: Indien er geen wijziging in het beleggingsbeleid komt en de situatie op de financiële markten niet wijzigt (d.w.z. de huidige rentestand blijft ongeveer nihil of negatief), dan is het eigen vermogen van de stichting over circa 15 tot 20 jaar tot nihil gereduceerd. De financiële effecten van deze optie worden de komende jaren nauwlettend gevolgd en verantwoord in de jaarrekeningen.
Gezien de grote mate van onzekerheid met betrekking tot de financiële markten en behaalde rendementen zal na een eerste evaluatie, op basis van verantwoording in de jaarrekening 2022, beoordeeld worden of andere maatregelen nodig zijn. Vraag: Wanneer ga je je positie heroverwegen? (Of neem je al het verlies ook gewoon als dat er komt?) Antwoord: Het bestuur van de stichting laat zich adviseren door een professionele vermogensadviseur. Het bestuur geeft geen mandaat aan een vermogensadviseur maar behoudt zelf de regie over de keuze van de aan te kopen en de te verkopen duurzame, geen fossiele, beleggingen. Afhankelijk van de ontwikkeling van de financiële markten en de adviezen van de professionele vermogensadviseur zal de beleggingspositie heroverwogen worden. Vraag: Er wordt daarnaast gesproken van een rendement van 6,9% dat behaald dient te worden. Hoe realistisch is het dat dat wordt gehaald? Antwoord: De opgave is groot om een rendement te halen van 6,9% en om het volledige exploitatietekort te dekken. Dit is met de huidige rentarieven ambitieus. Bij een realisatie van een rendement van 6,9% kunnen de jaarlijks begrote exploitatiekosten volledig worden afgedekt en hoeven er geen aanvullende maatregelen te worden genomen. Ook hier geldt dat de kostenontwikkeling en de behaalde rendementen een grote rol spelen bij de dekkingsgraad.
Vraag: En wanneer is de belegging geslaagd? Als we geen verlies maken?
Antwoord: De belegging is geslaagd wanneer deze bijdraagt aan het doel van de stichting om ten behoeve van de gemeenten Altena, Heusden, Waalwijk en Zaltbommel te zorgen voor de instandhouding van de drie veerverbindingen. Vraag: Ik zie niets terug over inflatie? Als er op een rendement van 6,9% wordt gemikt, is daar inflatie in meegenomen? Of kijken we alleen naar absolute getallen? Antwoord: Jaarlijks zal bij de verantwoording middels de jaarrekening de ontwikkelingen van het rendement en het beschikbaar vermogen worden gevolgd. Indien de cijfers aangeven dat het vermogen afneemt moeten er keuzes worden gemaakt om kosten te reduceren en/of extra opbrengsten te genereren. Vraag: Is beleggen de enige manier waarop de “bruidsschat” overeind kan blijven? Wat zijn alternatieven? Antwoord: Met de afkoopsom van € 22,6 miljoen is destijds berekend op basis van een rekenrente van 4,5%. Met dit rendement zou de stichting destijds een sluitende exploitatie hebben. Het werkelijke rendement ligt vandaag de dag, vanwege de lage rente, een stuk lager en leidt tot een jaarlijks verlies en tot het interen op het vermogen. Met de voorgestelde aangepaste beleggingsstrategie en kostenbeheersing wordt door de stichting gestreefd naar een dekkende exploitatie. Andere alternatieven welke buiten dit raadsvoorstel worden onderzocht en beoordeelt zijn: 1.
Reduceren van kosten De totale jaarlijkse kosten bedragen circa 1,1 miljoen euro. De kosten voor exploitatie pontveren maken daar circa 90% van uit. De resterende 10% betreffen kosten bedrijfsvoering en management. Er kan worden ingezet op het met een aantal percenten (5-10%) reduceren van de kosten van de exploitatie en/of de bedrijfsvoering en management. Deze vraag wordt vanuit de toezichthouders bij het stichtingsbestuur gelegd. 2. Inkomsten uit (her)belegging van het vermogen (treasury) Momenteel wordt het vermogen van de Stichting Maasveren risicomijdend beheerd; 10% wordt belegd in aandelen (met hoofdsomgarantie) en 90% in obligaties. Dit besluit is door de participerende gemeenten in 2007 genomen. De gekozen beheervorm leidt tot een beperkt rendement (circa 1 tot 1,5%). Dit rendement staat onder druk als gevolg van de lage rentestand. Er kan een hoger beleggingsrendement worden verkregen wanneer meer in aandelen wordt belegd 3. Mogelijkheden betaalde overzettingen De drie veerverbindingen zijn sinds de start in 1904 gratis voor alle gebruikers. Overwogen kan worden daar waar de wet dit toestaat om voor de veerdiensten te laten betalen. 4. Derdengelden (sponsoring, reclame, crowdfunding) Dit biedt mogelijkheden doch deze zullen naar ons beeld slechts beperkte inkomsten genereren doch vergen een grote inzet om geldstromen aan te boren. 5.
Subsidiering door provincie en/of rijk Subsidies vanuit rijk en/of provincie lijken vrij kansloos. Door andere gemeenten zijn verzoeken tot structurele alsook incidentele subsidie voor veerdiensten bij de provincie Noord-Brabant tot op heden zonder resultaat gebleven. 6. Mogelijkheden voor structurele gemeentelijke bijdragen in de exploitatie Participerende gemeenten, kunnen voor de lijnen die hun grondgebied aandoen, een bijdrage in de exploitatie doen.