Vragen en antwoorden GroenLinksaf (4)
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel
Raad A
Raad B 28 januari 2021 Onderwerp Vaststellen bestemmingsplan R1.3-21 `Waalwijk, Laageinde 103’ GroenLinksaf/S. van den Udenhout
Fractie Datum binnenkomst 21 januari 2021 vraag Datum 27 januari 2021 beantwoording Naam team/steller TREW Portefeuillehouder E. Daandels Vragen Vraag: 1. <vertrouwelijk> Hoe is invulling gegeven aan het voorbehoud dat op bladzijde 89 dossier Laageinde 103 aan 10% groen moet worden voldaan. <vertrouwelijk> Antwoord: Feitelijke beoordeling vindt plaats ten tijde van de indiening van het inrichtingsplan openbare ruimte en de beoordeling hiervan inclusief bestektekeningen. Vraag: 2. In het bestemmingsplan is 50 vierkante meter groen voorzien voor het plangebied van ongeveer 2900 vierkante meter (1,7%). Op welke wijze kan op basis van een inrichtingsplan tot minimaal 10 procent grondgebonden openbaar groen + 5% combi groen gekomen worden? Antwoord: Voor wat betreft nieuwbouw in het gebied `Woonwijken Waalwijk` stelt de Groenbeleidsvisie het volgende: • Kwantiteit: minimaal 10% van het totale ontwerp wordt als grondgebonden openbaar groen ingericht (…..) met het gebruik van kwaliteitselementen en oog op de diversiteit. Daarnaast bestaat extra 5% uit combinatie van groen met andere functies, zoals parkeren, natuurlijk spelen en wateropvang. • Kwaliteitselementen voorbeelden: parken, vogelbosjes, natuurvriendelijke oevers, bomen(lanen). De kwaliteitselementen worden ook gericht op samenhang met biodiversiteit, toekomstbestendigheid, beleving en zo mogelijk participatie.
Voor de uitwerking van de kwaliteitselementen kunnen de gidssoorten (……) als richtlijn worden gebruikt. • Groen wat binnen het totale ontwerp van een semiopenbare of particuliere ruimte wordt gerealiseerd en met een blijvende meerwaarde voor de leefomgeving, kan hiervoor worden meegerekend. • Particulier groen stimuleren. In het plan Laageinde 103 valt een gedeelte van de Winterdijk ook binnen het exploitatie- c.q. projectgebied. Dus dit gedeelte van de Winterdijk is aangemerkt als grondgebonden openbaar groen. Het gedeelte van de Winterdijk heeft een oppervlakte van circa 560 vierkante meter. Ook maakt een stuk groen achter de geprojecteerde garageboxen en aansluitend op de Winterdijk (oppervlakte circa 95 vierkante meter) onderdeel uit van het exploitatiegebied. Het exploitatiegebied heeft een oppervlakte van 3725 vierkante meter.
Dit houdt dus in dat circa 18 % van het exploitatiegebied is aan te merken als grondgebonden openbaar groen. Het hiervoor benoemde gedeelte van de Winterdijk maakt onderdeel van het exploitatiegebied, omdat voorzien wordt in het realiseren van een toegang tot de Winterdijk door het aanbrengen van een trap voor wandelaars. Ook worden betonnen elementen aan de Winterdijk vervangen door grond. Vraag: 3. Graag ontvang ik het inrichtingsplan en krijg ik inzicht in hoe aan de groennorm voldaan wordt? Antwoord: Deze tekening is nog niet beschikbaar en door initiatiefnemer aangeleverd. Vraag: 4. Hoe verwacht u dat de gemeenteraad stedelijke ontwikkelingen toetst aan vastgestelde normen uit de groenbeleidsvisie? Antwoord: Normaliter wordt dit inzichtelijk gemaakt in de toelichting van het desbetreffende bestemmingsplan. Vraag: 5. Klopt het dat volgens wegenverkeerswet de algemene regel is dat er op minder dan 5 meter van een kruispunt met een voertuig niet geparkeerd mag worden. Antwoord: U doelt op artikel 24 van het Reglement van Verkeersregels en Verkeerstekens inhoudende: 1. De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren: a. bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan; b. voor een inrit of een uitrit; c. buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg; d. op een parkeergelegenheid: 1°.
voor zover zijn voertuig niet behoort tot de op het bord of op het onderbord aangegeven voertuigcategorie of groep voertuigen; 2°. op een andere wijze of met een ander doel dan op het bord of op het onderbord is aangegeven; 3°. op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden; e. langs een gele onderbroken streep; f. op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen; g. op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door verkeersbord E9 van bijlage I , indien voor zijn voertuig geen vergunning tot parkeren op die plaats is verleend. Vraag: 6. Bent u het met mij eens, dat als dat klopt, dat daardoor 5 meter + 5 meter + de breedte van de erftoegangsweg niet beschikbaar is om aan de straat te parkeren. Hoeveel meter is dat precies? En hoeveel meter als we de breedte van de lange oprit aan de westzijde hierbij optellen?
Antwoord: Dit is een terechte opmerking. Daarom is er onder meer nog eens kritisch naar de 15 geprojecteerde haaksparkeervakken gekeken. Er is ruimte om hier nog 1 parkeerplaats toe te voegen ter hoogte van de geplande garageboxen. Dit past rechtstreeks binnen de bestemming `Verkeer – Verblijf`, zoals deze is opgenomen in het voorliggende vast te stellen bestemmingsplan. Door deze aanpassing/aanvulling voldoet het bestemmingsplan aan het gemeentelijke parkeerbeleid. Vraag: 7. In een eerder gestelde vraag ‘Kan u ons inzicht geven in de financiële onderbouwing voor de realisatie van de plannen voor Laageinde 103? (eventueel vertrouwelijk overhandigen)’ Antwoordde u; Het voorliggende bestemmingsplan betreft een ruimtelijke afweging. Het betreft een project van een derde. We hebben dus geen financiële onderbouwing beschikbaar. Waarom had u bij het raadsvoorstel planontwikkeling en procedure Laageinde 103 van april 2019 wel een financiële onderbouwing beschikbaar van het vorige plan en waarom besloot u deze met de raad te delen? Graag ontvangen we de financiële onderbouwing alsnog. Antwoord: In een eerdere planvorm (3 vrije kavels) is door initiatiefnemer (vertrouwelijk) een financiële onderbouwing aangeleverd. Nogmaals in het kader van het voorliggende bestemmingsplan (11 woningen, 8 garageboxen en voorzieningen) is geen financiële onderbouwing aangeleverd.