Vragen en antwoorden ChristenUnie
Tekst van het document
Datum Raad
Raadsvergadering 15 december 2022
Nr. raadsvoorstel
Onderwerp
Algemene plaatselijke verordening 2022
Fractie ChristenUnie/J. van Groos Datum binnenkomst 15 november 2022 vraag Datum 21 november 2022 beantwoording Naam TVVB Portefeuillehouder S. Ausems team/steller Vragen Vraag: Eens in de vier jaar, dus één keer per bestuursperiode, staat de volledige APV ter discussie; in de overige drie jaren worden de raadsleden geacht zich te beperken tot de wijzigingen in de verordening van dat jaar. Wanneer staat weer de volledige APV op de agenda? Antwoord: De APV zal niet iedere vier jaar geheel ter discussie staan. Ieder jaar wordt de APV namelijk geëvalueerd en onderzocht of dat de normen uit de APV moeten worden gewijzigd/ geschrapt. Alle relevante teams binnen de gemeente Waalwijk worden hiervoor benaderd met de vraag of de APV veranderd moet worden vanwege bijvoorbeeld veranderingen in de wetgeving, deregulering, of vanwege ervaringen in de praktijk. Dit jaar zijn daarom bijvoorbeeld voorstellen gedaan om de artikelen over de standplaatsen aan te passen. Ook evalueert de VNG elk jaar de APV en komt de VNG jaarlijks met voorstellen voor alle gemeenten. Deze voorstellen worden onderzocht en indien nodig wordt de APV aangepast. Vervolgens wordt de APV in zijn geheel, inclusief de voorgestelde wijzigingen, aan de raad voorgelegd. Daarnaast wordt de APV in de komende jaren in zijn geheel geëvalueerd door de komst van de omgevingswet.
Gemeenten kunnen daarbij andere keuzes maken dan nu in de APV zijn vastgelegd (bijvoorbeeld een vergunningplicht vervangen door een algemene regel, of melding). De projectleider deregulering zal in 2023 onderzoeken of de vergunningstelsels in de APV verder gedereguleerd kunnen worden. Omdat daarnaast de APV meerdere domeinen bestrijkt is het (vrijwel) ondoenlijk om de gehele APV in een keer te herzien en aan te passen. De verwachting is dat in de komende jaren stapsgewijs een groot gedeelte van de APV op de agenda van de raad komt vanwege wijzigingen door de komst van de Omgevingswet en de keuzes die moeten worden gemaakt. Vraag: Ondanks bijlage 4 over de hoofdpunten van de aanpassingen, is voor ons helaas niet geheel duidelijk wat er nu gaat veranderen aan het standplaatsenbeleid? Antwoord: De belangrijkste wijzigingen zijn: - De duur van de vergunning wordt langer. De Europese Dienstenrichtlijn schrijft voor dat bij het vaststellen van de looptijd van schaarse vergunningen rekening wordt gehouden met de terugverdientijd van investeringen van ondernemers. De huidige vergunning duur van 3 jaar (1 jaar voor seizoen standplaatsen) voldoet hier niet aan. - De methode van de verdeling van de standplaatsvergunningen gaat veranderen. Onder het huidige beleid worden vergunningen afgegeven volgens “wie het eerst komt, eerst maalt- principe”. Dat is onder de wetgeving voor schaarse
-
vergunningen niet meer toegestaan. Er moet een transparante, eerlijke verdeling van vergunningen plaatsvinden met gelijke kansen voor iedere gegadigde. De vergunningplicht voor tijdelijke standplaatsen (ideële en incidentele) komt te vervallen. Om dit mogelijk te maken is de APV aangepast.
De hoofdpunten zijn ook voorgelegd aan direct belanghebbenden, waaronder de huidige ondernemers met een standplaatsvergunning. Zij hebben afgelopen maand de tijd gekregen om te reageren. Hun input gebruiken we om invulling te geven aan de wijzigingen. Vraag: Geldt dat een ambulant handelaar niet een standplaats kan hebben in de buurt van een winkel die ‘hetzelfde’ verkoopt; dus geen viskraam in de buurt van een viswinkel? Antwoord: Het standplaatsenbeleid reguleert op basis van ruimtelijke afwegingen standplaatsen. Als overheid mogen we niet economisch reguleren. Concurrentieverhoudingen of het redelijk verzorgingsniveau voor de consument zijn niet (meer) toegestaan als weigeringsgrond. Wel is het mogelijk om een maximumstelsel te hanteren (bijvoorbeeld het aantal keer dat een branche op een locatie een standplaats in kan nemen). Mits dit gemotiveerd kan worden vanwege “dwingende redenen van algemeen belang”, zoals verstoring van openbare orde of overlast.