Vragen en antwoorden ChristenUnie
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel
Raadsvergadering 27 juni 2024 Vaststelling bestemmingsplan Gedempte Haven
Fractie ChristenUnie/J. van Groos Datum binnenkomst 4 juni 2024 vraag Datum 6 juni 2024 beantwoording Naam TREW Portefeuillehouder A. de Jong team/steller Vragen Vraag: Waarom staat in het raadsvoorstel van 3 februari 2022 bij punt 9. Vervolgstappen niet dat een beeldkwaliteitsplan zal worden opgesteld? Antwoord: Het idee dat het wenselijk zou zijn om in aanvulling op het bestemmingsplan voor dit project een beeldkwaliteitsplan te laten vaststellen, is pas na de betreffende besluitvorming ontstaan tijdens het opstellen van het voorontwerpbestemmingsplan. Vraag: Is vanwege cultuurhistorische waarden dat een dergelijk plan alsnog is opgesteld? Antwoord: Ja. Een beeldkwaliteitsplan biedt een extra toetsingskader bij het verlenen van omgevingsvergunningen om de architectuur van de gebouwen (uitstraling en materiaalgebruik) en de inrichting van het openbaar gebied te laten aansluiten bij de (cultuur)historische waarden van het gebied. Vraag: Voor welke verontreiniging(en) een gemeentelijke subsidie gerechtvaardigd is? Antwoord: Binnen de projectlocatie Gedempte haven zijn verschillende historische verontreinigingen aanwezig. Historische verontreinigingen zijn verontreinigingen die zijn veroorzaakt voor de invoering van de Wet bodembescherming in 1987. Voor historische verontreinigingen geldt nog niet het principe “de vervuiler betaalt”.
Historische verontreinigingen worden daarom over het algemeen op een natuurlijk moment gesaneerd zoals een herontwikkeling. De risico’s voor de gebruikers worden dan weggenomen. Door de diversiteit van de verontreinigingen in zowel de grond als het grondwater is het een complexe situatie. De sanering is hierdoor ook complex en kostbaar. De bijdrage is daarom gerechtvaardigd voor de gecombineerde aanpak van de diverse historische verontreinigingen op de locatie ter bevordering van een gezonde en duurzame leefomgeving. De bijdrage wordt gedaan vanuit de reserve ISV (investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing). De daarin resterende middelen zijn met name bestemd ter dekking van lasten in verband met bodemsanering. Vraag: Uit bijlage 5 Bodemonderzoeken blijkt dat een sterk verhoogde waarde aan PFAS is aangetoond; toch wordt dit niet als problematisch gezien, waarom niet? Antwoord: Bij een eerste indicatieve monstername door AGEL in 2020 zijn er gehalten PFAS (kenmerk: 20190135, april 2020) gemeten boven de hergebruiksnorm (kwaliteit “niet toepasbaar”, omschreven als sterk verhoogde gehalten PFAS). De grond was echter niet sterk verontreinigd met PFAS. De grond is daarom bij dit onderzoek aanvullend onderzocht op PFAS. Uit dit aanvullend onderzoek bleek dat de grond wel herbruikbaar
was. De grond bleek slechts licht verontreinigd met PFAS (kwaliteit landbouw/natuur en wonen/industrie). De verwachting is dat bij de eerste indicatieve monstername er besmetting van de monsters heeft plaatsgevonden, waardoor de gehalten PFAS verhoogd waren. De resultaten van het aanvullend onderzoek worden bevestigd door de PFAS-resultaten van het actualiserend onderzoek van Stantec (kenmerk: M21A0154-20190135, 25 november 2021) en het nader onderzoek van Stantec (kenmerk: M21A0154, 23 februari 2022). Bij beide onderzoek zijn hoogstens licht verhoogde gehalten PFAS gemeten (kwaliteit landbouw/natuur). Op de locatie is daarom geen sprake van een bodemverontreiniging met PFAS. Vraag: Welke van de vijf de-minimisverordeningen is volgens het college op dit plan van toepassing en waarom? Antwoord: Het gaat om de reguliere de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831), op basis waarvan overheden over een periode van drie jaar tot maximaal €300.000,- aan steun kunnen verlenen aan een onderneming. Vraag: Is met de bewoners van de Taxandriahof contact opgenomen over het feit dat langs hun woongebied een ontsluitingsroute voor parkeergarage 2 is bedacht? Antwoord: De bewoners van de Taxandriahof zijn steeds uitgenodigd geweest om te deel te nemen aan de omgevingsdialoog die de ontwikkelaar heeft gevoerd.
Uit de verslagen van de bijeenkomsten blijkt dat dit onderwerp aan bod is gekomen. Vraag: Volgens de berekening is er een parkeerbehoefte van 293 plaatsen. Daarvan kunnen in het plangebied 265 plaatsen worden gerealiseerd. Dit houdt een tekort aan 28 plaatsen in, die volgens de stukken buiten het plangebied kunnen worden gevonden door restcapaciteit te benutten. Welke restcapaciteit is dit dan? Bij de bespreking van het stedenbouwkundig ontwerp is volop gesproken over de parkeerproblematiek bij de kerk, in het bijzonder De Leefdaelhof. Antwoord: Het gebied waarbinnen de restcapaciteit kan worden gezocht, wordt bepaald aan de hand van de acceptabele loopafstanden voor de functies in het plangebied. Deze afstanden volgen uit de gemeentelijke parkeernormennota. Voor het deelgebied centrum, waar de Gedempte Haven onder valt, geldt voor de functie ‘wonen’ een loopafstand van 250 meter en voor de functie ‘ontspanning’, waaronder begrepen horeca, een afstand van 600 meter. Dit betekent dat voor de benodigde 28 parkeerplaatsen is gekeken naar de restcapaciteit van de openbare parkeergelegenheden Wandelpark, Heulstraat en (een deel van) Taxandriaweg. Daar is voldoende capaciteit aanwezig gebleken op de maatgevende tijden.
Vraag: Is er een overzicht van alle wijzigingen in het plan zoals dat nu voorligt in vergelijking met het stedenbouwkundig plan, zoals dit door de raad is vastgesteld? Zo ja, kan dit als bijlage aan de stukken worden toegevoegd? Zo neen, waarom niet? Antwoord: De wijzigingen in het plan zoals dat nu voorligt ten opzichte van het stedenbouwkundig plan waren al opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Wij hebben de raad hierover geïnformeerd in raadsinformatiebrief 138-23. Daarin is het volgende overzicht gegeven: De woontoren (blok A) is twee lagen kleiner geworden (van 41 naar 36 meter), terwijl de blokken C, De en E met één laag zijn opgehoogd (van 13 naar 16
meter). Daarnaast is flexibiliteit gezocht in de locatie van de ondergrondse parkeergarage en de uitrit ervan op de Taxandriaweg. Verder zijn ten opzichte van het stedenbouwkundig plan de materialisering van de gebouwen en inrichting van de buitenruimte nader uitgewerkt in het beeldkwaliteitsplan. Dit betreft echter geen wijzigingen, want deze lagen nog niet vast.